ECLI:NL:TNOKSHE:2013:YC0903 Kamer van toezicht 's-Hertogenbosch KLN.12.16

ECLI: ECLI:NL:TNOKSHE:2013:YC0903
Datum uitspraak: 21-01-2013
Datum publicatie: 21-01-2013
Zaaknummer(s): KLN.12.16
Onderwerp: Personen- en Familierecht
Beslissingen:
  • Klacht gegrond met ontzetting uit het ambt
  • Klacht gegrond met schorsing als notaris
Inhoudsindicatie: Ontzetting uit het ambt en schorsing van drie maanden van twee notarissen die samen één kantoor houden. Notaris A heeft de erfgenamen en legatarissen lang laten wachten bij de afhandeling van de nalatenschap. Notaris B was executeur en heeft onvoldoende toezicht gehouden op de afhandeling van de betreffende nalatenschap. Notaris B heeft geen enkele reactie richting de erfgenamen, alsook niet richting de kamer van toezicht gegeven. Notaris A heeft niet of nauwelijks gecommuniceerd met de erfgenamen en legatarissen en heeft niet gereageerd op de klacht. Notaris A heeft ter zitting van de kamer van toezicht een toelichting gegeven. Notaris B is zonder bericht niet verschenen. Beide notarissen zijn eerder een maatregel opgelegd door de kamer van toezicht. Notaris A is geschorst, maar heeft zijn gedrag ook daarna kennelijk niet aangepast.

KLN 12.16

21 januari 2013

DE KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN IN HET ARRONDISSEMENT 's-HERTOGENBOSCH

neemt de volgende beslissing op de klacht van de heer […], hierna te noemen klager, tegen de heren mr. [notaris A] en mr. [notaris B], beiden notaris te […], hierna te noemen de notarissen.

1. De procedure

1.1       Op 1 augustus 2012 heeft mr. J.Th.M. Diks namens klager een klacht (met bijlagen) ingediend tegen de notarissen. Deze klacht is door de kamer van toezicht ontvangen op 2 augustus 2012. Op gemelde klacht is door de notarissen niet gereageerd.

1.2       Op 18 oktober 2012 heeft de plaatsvervangend voorzitter besloten de behandeling van de klacht door te verwijzen naar de volle kamer van toezicht.

1.3       De kamer van toezicht heeft de klacht behandeld ter openbare vergadering van

14 november 2012. Klager is verschenen, bijgestaan door mr. J.Th.M. Diks. Notaris mr. [notaris A] is in persoon verschenen. Notaris mr. [notaris B] is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

2. De feiten

2.1       Mevrouw […] (erflaatster) is op [datum] 2007 overleden. De erven in de nalatenschap van mevrouw […] zijn […], […], […], […], […], […], […] en […]. In haar testament heeft mevrouw […] daarnaast twee legaten opgenomen. Erflaatster had de wens de nalatenschap door notaris mr. [notaris A] te laten afhandelen. Bij de beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap hebben de erfgenamen de notarissen een volmacht gegeven voor de werkzaamheden ten aanzien van de nalatenschap.

2.2       In het testament van erflaatster d.d. […] is notaris mr. [notaris B] benoemd tot executeur. Bij beschikking van de rechtbank van [datum] 2012 is klager benoemd tot executeur in de nalatenschap. In deze beschikking is tevens notaris mr. [notaris B] ontslagen als executeur. In de periode tussen het overlijden van erflaatster en [datum] 2012 heeft [notaris A] feitelijk de handelingen ten aanzien van de nalatenschap verricht.

2.3       De notarissen hebben klager, als executeur, ter overname van het dossier, overhandigd een kartonnen doos met bescheiden. Hierbij ontbrak een schriftelijke samenvatting van de stukken alsook een rekening en verantwoording.

2.4       Uit inventarisatie van de overhandigde stukken is gebleken dat er nog twee bankrekeningen lopen bij [bank] in [plaats], die vier jaar na het overlijden van erflaatster niet zijn aangemeld bij de Belastingdienst. Deze rekeningen zijn inmiddels door klager als executeur opgeheven en aangemeld onder de regeling “vrijwillige verbetering”. Met de Belastingdienst is overeengekomen dat een boetevrije navordering werd vastgesteld op € 15.450,-. Een legaat is na herhaaldelijk aandringen van de legataris niet eerder dan in [maand] 2012 afgewikkeld. Door het nalaten van levering van dit legaat is er voor meer dan € 100.000,- rente gederfd.

De effecten zijn niet verkocht. Een appartement van erflaatster is onder de taxatiewaarde verkocht. Het appartement was in [maand] 2008 getaxeerd op een bedrag van € 440.000,-. Het appartement is op [datum] 2009 middels een door de notarissen opgemaakte akte geleverd voor een bedrag van € 370.000,-.

2.5       De notarissen hebben klager tot de behandeling van de klacht op 14 november 2012 geen correspondentie gestuurd aangaande de afhandeling van de nalatenschap van erflaatster. Evenmin hebben zij hun standpunt schriftelijk aan de kamer van toezicht kenbaar gemaakt.

3. De klacht en het verweer daartegen

3.1              Klager stelt, zakelijk weergegeven, het volgende.

Het samenstel van handelen door de notarissen, als wel ieder nalaten en handelen afzonderlijk, strookt niet met het gestelde in artikel 2 van de Verordening beroeps- en gedragsregels 2011 (Vbg). Daarnaast hebben de notarissen in strijd gehandeld met artikel 3, tweede lid, Vbg en artikel 8, tweede lid, Vbg.

De notarissen hebben niet voortvarend gehandeld. Met name niet ten aanzien van de verkoop van de effectenportefeuille en de afgifte van de twee in de nalatenschap betrokken legaten. De effectenportefeuille is in de verstreken tijd aanzienlijk in waarde gedaald, waardoor de erfgenamen schade hebben opgelopen. De notarissen hebben de erfgenamen stelselmatig verzuimd toereikende informatie te verstrekken over de inhoud en afhandeling van de nalatenschap. De erfgenamen betreffen goede doelen, die zich graag goed vertegenwoordigd voelen, waarmee tevens een maatschappelijk belang wordt gediend. Zij hebben de notarissen meerdere keren om informatie verzocht, maar zij hebben hierop geen antwoord ontvangen. De notarissen hebben ook in deze klachtprocedure geen schriftelijke reactie gegeven op de tegen hen ingediende klacht. De notarissen hebben, ondanks de wettelijke verplichting daartoe, geen rekening en verantwoording afgelegd over het executeurschap in de nalatenschap, noch aan de erfgenamen, noch aan de opvolgend executeur, terwijl [notaris B] door de rechter op [datum] 2012 als zodanig is ontslagen en om de rekening en verantwoording is gevraagd. De notarissen hebben verzuimd twee buitenlandse bankrekeningen van erflaatster te melden bij de Belastingdienst. Dit heeft geresulteerd in een navordering, doch eerst nadat klager het bestaan van deze rekeningen met een inkeerregeling aan de Belastingdienst heeft gemeld. Hierdoor zijn de erfgenamen in hun goede naam en eer aangetast. Het verloop van diverse transacties, zoals de verkoop van een onroerende zaak en van diverse roerende zaken, is niet meer te achterhalen. De notarissen hebben de erfgenamen ook hierover niet toereikend geïnformeerd. Zo is bij de verkoop van het appartement van erflaatster onduidelijk gebleven waarom dit onder de taxatiewaarde en onder de waarde van een vergelijkbaar appartement in hetzelfde gebouw is verkocht. De notarissen zijn onduidelijk gebleven over wie van hen welke taak in de afhandeling van de nalatenschap voor zijn rekening heeft genomen. Uit een handgeschreven overzicht bij de stukken blijkt dat klager, als executeur aangaande de nalatenschap, nog een bedrag van het kantoor van de notarissen zou moeten ontvangen. De notarissen hebben klager desgevraagd niet nader bericht over de gang van zaken, ook niet nadat klager de notarissen en de maatschap [van notaris A en notaris B] bij schrijven van [datum] 2012 aansprakelijk heeft gesteld voor de ontstane schade. De notarissen hebben gelet op het voorgaande ook in strijd gehandeld met het bepaalde in artikel 17, eerste lid, juncto artikel 98 van de Wet op het notarisambt (Wna).

3.2       De notarissen hebben geen schriftelijk verweer ingestuurd.

Van notaris mr. [notaris B] is in het geheel geen verweer bekend. Hij heeft, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet gereageerd op de klacht en is op 14 november 2012 niet ter zitting van de kamer van toezicht verschenen.

Notaris mr. [notaris A], hierna afzonderlijk ook te noemen: de notaris, heeft bij de behandeling van de klacht bij de kamer van toezicht medegedeeld welke werkzaamheden hij in het kader van de nalatenschap heeft verricht. Hij heeft aangevoerd dat hij alle handelingen voor zijn rekening zou nemen, ook de handelingen die zijn kantoorgenoot als executeur moest verrichten. De notaris heeft gesteld dat hij niet tot mede-executeur is benoemd. Bij de beneficiaire aanvaarding hebben de erfgenamen een volmacht aan beide notarissen verstrekt voor de werkzaamheden in de nalatenschap. Hij heeft erkend dat de afwikkeling van de betreffende nalatenschap lang heeft geduurd en dat hij niet periodiek overzichten heeft gestuurd naar de erfgenamen. Het betreft een lastige nalatenschap met een testament met een aantal gegadigden. In de nalatenschap zat een grote effectenportefeuille. De aandelenkoersen zijn na 2007 gaan dalen en de notaris heeft gewacht tot de koersen weer zouden stabiliseren of stijgen. Twee erfgenamen wilden dat de notaris de effecten toch zou verkopen, maar daarover heeft de notaris telefonisch contact gehad. De erfgenamen zijn niet steeds op de hoogte gesteld van de afwikkeling van de nalatenschap. De notaris heeft hen één of twee keer bankafschriften toegezonden, maar niet voortdurend. De notaris ging er vanuit dat de erfgenamen geen bezwaar hadden tegen zijn handelswijze. Het appartement van erflaatster is voor € 370.000,- verkocht. Hiertoe was een onderhandse koopovereenkomst opgemaakt. Door een onpraktische verbouwing was dit appartement minder waard dan vergelijkbare appartementen in hetzelfde gebouw. De notaris bestrijdt dat hierdoor iemand is bevoordeeld. In de boedel zaten veel roerende zaken. Erflaatster had de wens dat de inboedel werd verkocht door veilinghuis Sotheby’s uit Amsterdam. Het betrof een grote collectie kunst en antiek en andere spullen. De notaris heeft zijn vrouw ingeschakeld om de verkoop van deze roerende zaken in goede banen te leiden. Hiervoor heeft zij volgens de notaris uit de boedel een redelijke vergoeding ontvangen. De twee bankrekeningen in [land] heeft de notaris laten bestaan en niet gemeld, omdat hij niet wist of erflaatster deze verborgen hield voor de Belastingdienst. De notaris ging er vanuit dat in het geval van een overleden eigenaar nooit een boete wordt opgelegd door de Belastingdienst. Deze bankrekeningen waren niet opgenomen in de aangifte inkomstenbelasting van erflaatster over 2006. De notaris heeft de aangifte inkomstenbelasting van erflaatster over 2007 niet ingediend.

Het legaat aan de heren […] heeft de notaris niet direct afgewikkeld, omdat de inbreng van € 550.000,- lager was dan de werkelijke waarde van het pand en zij dan veel successierecht zouden moeten betalen. Het legaat is inmiddels door de notaris afgewerkt en de legataris heeft van de Belastingdienst uiteindelijk een nulaanslag gekregen. De stukken uit de nalatenschap zijn overgedragen aan klager, toen deze tot executeur was benoemd. Daarbij bevonden zich alle overzichten, afschriften en bewijsmiddelen van de door de notaris verrichtte werkzaamheden. De notaris heeft niet weersproken dat hij op basis van de rekening-courantverhouding nog een bedrag van [x euro] aan de erfgenamen moet betalen.

De notaris heeft aangevoerd dat hij een geruime tijd uitgeschakeld is geweest in verband met ziekte, maar dat hij zich nu ook realiseert dat dit geen excuus is. Hij kon de afhandeling van de nalatenschap niet overdragen aan een andere notaris omdat het de wil was van erflaatster dat hij de nalatenschap zou afhandelen.

De notaris heeft ter zitting niet weersproken dat hij door het niet berichten van klager en de erfgenamen nalatig is geweest.

4.  De beoordeling

4.1              Uitgangspunt voor een goed functioneren van een notaris is mede dat hij goed communiceert. In dit geval had de notaris nadrukkelijk inspanning moeten leveren om de betrokkenen te informeren over de stand van zaken en over de werkzaamheden die hij voor hen heeft verricht. Klager en de erfgenamen uit de nalatenschap van erflaatster hebben de notarissen verzocht hen te berichten over de afwikkeling van de nalatenschap. De notaris heeft echter niet op deze brieven gereageerd en heeft ook niet of nauwelijks anderszins gereageerd richting klager en de erfgenamen. De notarissen hebben het laten aankomen op de behandeling van de klacht ter zitting van de kamer van toezicht op 14 november 2012.

4.2              Notaris mr. [notaris B] is niet verschenen bij de behandeling van de klacht. De kamer van toezicht constateert dat notaris mr. [notaris B] zijn collega notaris of een ander niet heeft gemachtigd om namens hem het woord te voeren. Hij heeft geen instructies aan zijn collega meegegeven en heeft evenmin een schriftelijke reactie aan de kamer van toezicht doen toekomen. Hij heeft de kamer van toezicht ook niet geïnformeerd over zijn niet verschijnen bij de behandeling van de klacht. Naar het oordeel van de kamer van toezicht had notaris mr. [notaris B] zich anders moeten opstellen jegens de kamer van toezicht nu er een tuchtrechtelijke zaak tegen hem aan de orde is. Notaris mr. [notaris B] heeft de klacht op geen enkele wijze weersproken, zodat de kamer van toezicht uit dient te gaan van wat door klager wordt gesteld.

4.3              Notaris mr. [notaris A] is verschenen bij de behandeling van de klacht.

Ter zitting is gebleken dat notaris mr. [notaris A] werkzaamheden heeft verricht in de betreffende nalatenschap, waarin zijn collega notaris mr. [notaris B] tot executeur was benoemd. Notaris mr. [notaris A] heeft gesteld dat hij binnen het kantoor en voor zijn rekening werkzaamheden in deze nalatenschap heeft verricht. Mr. [notaris B] had als benoemd executeur een regiefunctie op de afhandeling van de nalatenschap en is daar uit hoofde van zijn functie verantwoordelijk voor. Hij heeft echter geen volmacht verleend aan mr. [notaris A]. Bij beschikking van de rechtbank is mr. [notaris B] als executeur ontslagen en klager is op verzoek van de erfgenamen tot executeur benoemd. De legaten zijn uitgevoerd. De notarissen hebben ten tijde van de behandeling van de klacht nog geen rekening en verantwoording opgemaakt over de periode waarin mr. [notaris B] als executeur in de nalatenschap heeft gefungeerd.

4.4              Notaris mr. [notaris A] is niet tot mede-executeur benoemd, maar heeft als gevolmachtigde handelingen ten aanzien van de nalatenschap verricht. De kamer betreurt dat een dergelijke volmacht niet bij de stukken is gevoegd, doch zij gaat op dit punt uit van de stelling van de notaris. De notarissen hebben niet of nauwelijks gecommuniceerd met de erfgenamen. De erfgenamen zouden de notarissen opdracht hebben gegeven de effectenportefeuille van erflaatster te verkopen. De notarissen hebben hierop niet adequaat gereageerd richting de erfgenamen. De erfgenamen mochten er vanuit gaan dat de notarissen hun verzoek zouden inwilligen. Gelet op hun rol ten aanzien van de nalatenschap hadden de notarissen de plicht de erfgenamen in te lichten over de voortgang van de afhandeling van de nalatenschap, de gevolgen van het al dan niet verkopen van de effecten en terzake nadere instructies moeten vragen van de erfgenamen. Dat hebben de notarissen volstrekt ten onrechte nagelaten. De klacht is op dit onderdeel ten aanzien van beide notarissen gegrond.

4.5              De notarissen hebben klager, als opvolgend executeur in de nalatenschap, geen rekening en verantwoording verstrekt, terwijl zij hiertoe wettelijk verplicht zijn. De verantwoordelijkheid voor deze rekening en verantwoording ligt zowel bij notaris mr. [notaris B] in hoedanigheid van executeur, als bij notaris mr. [notaris A], als feitelijk behandelaar. Mr. [notaris A] heeft feitelijk de werkzaamheden ten behoeve van de nalatenschap verricht. Daarnaast heeft hij de doos met het dossier in de nalatenschap aan klager overhandigd. De klacht is op dit onderdeel ten aanzien van beide notarissen gegrond.

4.6              De notarissen hebben naast het niet informeren van de erfgenamen nagelaten conform de opdracht van de erfgenamen (tijdig) te handelen. De erfgenamen hebben uitdrukkelijk de opdracht gegeven de effectenportefeuille te verkopen. De notarissen hebben de erfgenamen niet geïnformeerd of geraadpleegd en hebben de effectenportefeuille niet (tijdig) verkocht. Hierdoor zijn de erfgenamen een aanzienlijk bedrag misgelopen, waardoor zij minder in staat waren om hun maatschappelijke functie - het zijn van een goed doel - te vervullen. Het niet uitvoeren van een verzoek van de erfgenamen rekent de kamer van toezicht de notarissen zwaar aan. De erfgenamen moeten erop kunnen vertrouwen dat de notarissen hun belangen goed vertegenwoordigen. Dit vertrouwen hebben de notarissen nu ernstig geschaad. De klacht is op dit onderdeel ten aanzien van beide notarissen gegrond.

4.7              Notaris mr. [notaris A] heeft voor het ontruimen van het appartement van erflaatster en voor het inventariseren van de boedel een beroep gedaan op zijn echtgenote. Hij heeft voor haar werkzaamheden een geldelijke vergoeding ten laste van de boedel gerekend. Een en ander is gebeurd zonder voorafgaand overleg met de erfgenamen. Voorgaande is volstrekt ongebruikelijk, zeker zonder de erfgenamen hieromtrent te informeren. De kamer van toezicht acht dit handelen onprofessioneel en de klacht is op dit punt dan ook gegrond.

4.8              Klager heeft gesteld dat de waardedaling bij de verkoop van het appartement van erflaatster aan de notarissen te wijten was. De kamer van toezicht constateert dat notaris mr. [notaris A] een makelaar heeft ingeschakeld bij de verkoop van het appartement. Dit betrof een makelaar die zelf geen koopakte opstelt. De notaris heeft deze zelf opgemaakt. Hetgeen de notaris tijdens de behandeling van de klacht heeft aangevoerd en de inhoud van de stukken in het dossier maakt niet dat aannemelijk kan worden geacht dat de notarissen de gestelde waardedaling kan worden verweten. De klacht is op dit onderdeel ongegrond.

4.9              De notarissen hebben de bankrekeningen van erflaatster in [land] niet opgegeven aan de Belastingdienst. De notarissen hebben geen onderzoek gedaan naar de achtergrond van deze rekeningen en ook niet of deze rekeningen bij de Belastingdienst bekend waren. De notarissen hebben deze rekeningen in stand gelaten, terwijl zij vanuit hun ambt als notaris hadden moeten handelen. Door niet te handelen hebben zij de erfgenamen opgezadeld met een mogelijke boete van de Belastingdienst. Als zij zich hadden opgeworpen als spijtoptant, hadden de erfgenamen geen boete geriskeerd. Nu is de goede naam en eer van de erfgenamen mogelijk aangetast. Dit hadden de notarissen kunnen en moeten voorkomen door hun taak op juiste wijze uit te voeren. De klacht is op dit onderdeel ten aanzien van beide notarissen gegrond.

4.10          Ten aanzien van de afgifte van het legaat aan de heren […] heeft notaris mr. [notaris A] beaamd dat dit te lang heeft geduurd, nadat het hem bekend was hoe de afgifte van het legaat diende plaats te vinden. De klacht is ook op dit onderdeel gegrond.

4.11          Klager heeft gesteld dat ook zonder afgifte van een rekening en verantwoording door de notarissen uit een handgeschreven stuk met betrekking tot de rekening-courantverhouding is gebleken dat de boedel nog een bedrag van [x euro] van het kantoor van de notarissen tegoed had. Verdere onderbouwing ontbreekt. De notaris heeft deze stelling van klager niet weersproken. De klacht is op dit onderdeel gegrond ten aanzien van beide notarissen.

4.12          In de klachtprocedure hebben de notarissen op geen enkele wijze gereageerd op de brieven van de kamer van toezicht met het verzoek een standpunt kenbaar te maken aangaande de ingediende klacht. Daarbij komt dat klager geen enkele reactie heeft mogen ontvangen op de brief waarin hij de notarissen en het kantoor van beide notarissen aansprakelijk heeft gesteld voor de geleden schade aangaande de nalatenschap. De notarissen wekken hiermee de indruk dat niet communiceren met partijen bij hen stelselmatig voorkomt.

4.13          Notaris mr. [notaris B] heeft zijn kantoorgenoot, notaris mr. [notaris A], belast met de afhandeling van de nalatenschap, terwijl hij als executeur was benoemd. Het is de kamer van toezicht niet gebleken dat [notaris B] hierbij instructies heeft gegeven aan [notaris A], die deze overigens kennelijk ook niet heeft gevraagd. Hierdoor is [notaris B] mede verantwoordelijk voor het handelen van [notaris A]. [Notaris A] heeft vaker voor de tuchtrechter moeten verschijnen, onder andere voor soortgelijke zaken. [Notaris B] had de vinger aan de pols moeten houden met betrekking tot de afhandeling van de nalatenschap van erflaatster. Nu is niet gebleken dat de [notaris B], als executeur, iets heeft betekend voor de erfgenamen en de legatarissen in de nalatenschap. [Notaris B] heeft in zijn geheel niet gereageerd, ook niet richting de kamer van toezicht aangaande de onderhavige klacht. De kamer van toezicht acht dit bijzonder kwalijk. De kamer van toezicht acht dan ook een forse maatregel aan de orde, zoals een schorsing voor een aanzienlijke termijn. De kamer van toezicht verstaat dat [notaris B], als ex-executeur, in de periode tot de ingang van deze schorsing zorg zal dragen voor het opstellen van de rekening en verantwoording ten behoeve van de erfgenamen en de huidige executeur, zijnde klager.

4.14          Notaris mr. [notaris A] heeft ter zitting van de kamer van toezicht van 14 november 2012 volstrekt onvoldoende blijk gegeven zich bewust te zijn van het belang van klager, de erfgenamen, de legatarissen en de kamer van toezicht bij het door hem verstrekken van informatie. In de onderhavige klachtzaak is de notaris daarin stelselmatig tekortgeschoten. Dit terwijl [notaris A] bij uitspraak van deze kamer van toezicht van [datum] 2011 ten aanzien van eenzelfde klacht voor twee weken is geschorst. [Notaris A] heeft ook na deze schorsing richting klager of richting de kamer van toezicht niet gereageerd op de onderhavige klacht. De kamer van toezicht rekent dit herhaalde nalaten [notaris A] ernstig aan. [Notaris A] heeft de werkzaamheden in de nalatenschap verricht onder de vlag van het executeurschap van zijn collega, notaris mr. [notaris B]. Hij heeft geen enkele verantwoording afgelegd richting de erfgenamen, ook niet richting de opvolgende executeur, thans klager. Daarbij komt dat de notaris ook aan de rechterlijke uitspraak ten aanzien van het opmaken van de rekening en verantwoording geen gehoor heeft gegeven. Het lijkt erop dat de notaris de af te handelen zaken heeft laten sloffen, met alle gevolgen van dien, zowel voor de erfgenamen, de legatarissen, maar ook het aanzien van het eigen kantoor en het notariaat in het algemeen. De persoonlijke situatie van [notaris A] speelt daarin wellicht een rol, maar daarmee houdt de kamer van toezicht geen rekening, omdat [notaris A] zich relatief gemakkelijk had kunnen laten vervangen door zijn maat of door een waarnemer en daartoe ook zelf het initiatief en de verantwoordelijkheid had moeten nemen. Dat heeft de notaris nagelaten en daarbij komt dat hij ook met betrekking tot zijn persoonlijke omstandigheden geen enkel bericht naar de belanghebbenden heeft doen uitgaan. De kamer van toezicht is gelet op al het bovenstaande van oordeel dat de maatschappij moet worden behoed voor deze onvoldoende fungerende notaris.

4.15     Bij het opleggen van de maatregel houdt de kamer van toezicht ook rekening met het gegeven dat voor voornoemde schorsing reeds vier tuchtuitspraken tegen de notaris zijn gedaan, waarvan één op een klacht die soortgelijk is aan de onderhavige. De uitspraak in die klacht is gedaan op [datum] 2010 en aan de notaris werd toen de maatregel van berisping opgelegd. Een dergelijke maatregel heeft voor de notaris kennelijk geen meerwaarde, zo ook niet de recent opgelegde schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van twee weken. De onderhavige klacht onderschrijft dat de notaris op het gebied van communiceren met partijen geen verbetering heeft laten zien, ook niet in de periode na de uitspraak van de kamer van toezicht op [datum] 2011.

4.16     Door zijn handelen en nalaten heeft de notaris het vertrouwen in het notariaat in hoge mate geschaad. De Kamer is op grond van het vorenstaande van oordeel dat gelet daarop en gelet op de ernst van de aan de notaris te verwijten gedragingen de maatregel van ontzetting uit het ambt passend is, zodat de notaris niet meer, al dan niet als waarnemer, in het notariaat werkzaam zal kunnen zijn.

4.17     De kamer zal aan de gegrondverklaring een tuchtrechtelijke maatregel verbinden. Gelet op hetgeen in voorgaande rechtsoverwegingen 4.14, 4.15 en 4.16 is overwogen, wordt notaris mr. [notaris A] uit het ambt ontzet. Gelet op hetgeen in voorgaande rechtsoverwegingen 4.13 is overwogen wordt notaris mr. [notaris B] de maatregel van schorsing opgelegd.

5. De beslissing

De kamer van toezicht:

verklaart de klacht tegen beide notarissen, met uitzondering van onderdeel 4.8, gegrond;

legt op aan notaris mr. [notaris A] de maatregel van ontzetting uit het ambt;

bepaalt dat deze ontzetting zal worden ten uitvoer gelegd op een nader te bepalen tijdstip;

legt op aan notaris mr. [notaris B] de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van 3 maanden;

bepaalt dat deze schorsing zal worden ten uitvoer gelegd op een nader te bepalen tijdstip.

Aldus gegeven te 's-Hertogenbosch door mr. S.J.G.N.M. Willard, plaatsvervangend voorzitter,

mr. M.A.M. Kessels, mr. M.H.G. Giesbers, leden, mr. H.G. Robers en mr. H. Quispel, plaatsvervangende leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 januari 2013,

in tegenwoordigheid van de secretaris.

Hoger beroep tegen vorenstaande beslissing is mogelijk door indiening van een verzoekschrift ‑ binnen dertig dagen na dagtekening van het aangetekend schrijven waarbij van deze beslissing is kennis gegeven - bij het gerechtshof te Amsterdam, postadres: postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.