ECLI:NL:TNOKBRE:2012:YC0906 Kamer van toezicht Breda Kl 10/2012
| ECLI: | ECLI:NL:TNOKBRE:2012:YC0906 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 10-12-2012 |
| Datum publicatie: | 04-02-2013 |
| Zaaknummer(s): | Kl 10/2012 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: | Klacht ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Op grond van dit alles kan niet gezegd worden dat de notaris in zijn taak is tekortgeschoten, zoals klager de notaris in algemene zin verwijt. |
KAMER VAN TROEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN TE BREDA
Beslissing
Kl 10/2012
op de 4 juni 2012 ingekomen klacht van
[naam],
wonende te [plaatsnaam],
verder te noemen klager,
tegen
notaris mr. [naam],
gevestigd te [plaatsnaam],
verder te noemen de notaris.
1. Het verloop van de zaak
Na het tussen partijen gevoerde schriftelijke debat, wat blijkt uit hun brieven van 27 juni 2012, met bijlagen, 3 september 2012, eveneens met bijlagen, en 27 september 2012, heeft de mondelinge behandeling door de kamer van toezicht plaatsgevonden op 28 november 2012, waarbij zijn verschenen klager en de notaris, beiden in persoon.
2. De inhoud van de klacht en het standpunt van klager
De notaris, die bij vonnis van de rechtbank van 23 juni 2010 is benoemd tot notaris ten overstaan van wie de bij dat vonnis gelaste verdeling van de nalatenschap van klagers moeder zal plaatsvinden, wordt verweten, dat hij de daarmee gemoeide werkzaamheden niet heeft behandeld en afgehandeld, zoals van een notaris verwacht mag worden en daarmee in gebreke is gebleven.
Klager verwijt de notaris met name het volgende:
a. Volgens klager heeft de notaris geen persoonlijk contact gehad met alle erfgenamen, onder wie met name zijn broer [naam], aan wie bij genoemd vonnis de boerderij met grond was toebedeeld. Ten gevolge daarvan heeft de notaris geen kennis kunnen nemen van diens psychische gesteldheid, mede veroorzaakt door door hem ondervonden problemen, betrekking hebbend op die toedeling en die uiteindelijk hebben geleid tot zijn zelfdoding. Klager meent dat de notaris met zijn kennis, zijn ervaring en zijn netwerk zijn broer had kunnen begeleiden en daarmee zijn zelfverkozen dood had kunnen voorkomen. Klager verzoekt de kamer te beoordelen of de notaris ten aanzien van zijn broer de zorg heeft betracht die van een notaris verwacht mag worden en voldoende efficiënt heeft gehandeld.
b. Klager stelt dat hij in een persoonlijk gesprek met de notaris op 22 december 2010 heeft gesproken over zaken die niet rechtstreeks met de afhandeling van het vonnis te maken hadden, waarbij de notaris hem vertrouwelijkheid heeft toegezegd. Klager voert aan dat hij daarom open heeft gesproken over de ontruiming van de boerderij en dan ook verbaasd en geschokt was toen de inhoud van dit deel van het gesprek letterlijk in een e-mail van zijn zus Jet werd vermeld. Klager verzoekt dan ook de kamer te beoordelen of de notaris hiermee de vertrouwensbasis tussen hem en zijn cliënt heeft geschonden.
c. Verder heeft de notaris in ditzelfde gesprek pertinent zijn medewerking geweigerd aan het door klager daarbij gedaan verzoek om van zijn zus [naam] in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap opheldering te verkrijgen waarom er geen aflossingen en/of rentebetalingen hebben plaatsgevonden ter zake van een aan haar
Kl 10/2012 pagina 2
beslissing d.d. 10 december 2012
door hun ouders in 1980 verstrekte geldlening van f. 140.000 ten behoeve van de (deel)betaling van een woning. Evenmin heeft de notaris voldaan aan zijn -klagers- verzoek ervoor te zorgen, dat die onvolledige aflossing en/of rentebetalingen in de nalatenschap worden ingebracht. Klager verzoekt te beoordelen of de notaris terecht dit verzoek heeft mogen afwijzen.
d. Ingevolge voormeld vonnis was de notaris belast met de verkoop van een perceel, genoemd object 10, al dan niet met behulp van een makelaar. Omdat de notaris volgens klager heeft verzuimd door een deskundig makelaar een marktconforme prijs te laten bepalen, heeft klager dit op eigen initiatief en op eigen kosten laten
plaatsvinden. Daarbij bleek volgens klager dat de daarbij vastgestelde waarde aanmerkelijk hoger lag dat gedane biedingen. Klager verzoekt de kamer te beoordelen of de notaris in zijn zorgplicht ten opzichte van alle erfgenamen is tekortgeschoten door geen enkele vorm van regie te voeren, door onder andere geen taxatie te laten verrichten of door niet zelf de verkoop ter hand te nemen.
e. De notaris heeft volgens klager, nadat de partner van zijn overleden broer [naam] als rechthebbende via haar advocaat een beroep op de nalatenschap van zijn ouders had gedaan, de daarmee voor hem volgens klager gemoeide minimale werkzaamheden, bestaande uit een gesprek met die partner en het kopiëren van een brief met bijlagen, tegen een uurtarief van € 267,75 ten laste van de nalatenschap van zijn ouders in rekening gebracht. Klager verzoekt de kamer te beoordelen of deze kosten terecht ten laste van de nalatenschap zijn gedeclareerd.
f. In zijn brief van 15 juli 2011 maakt de advocaat van de partner van broer [naam] openbaar dat er tussen hem en het kantoor van de notaris overleg is geweest over de inhoud van zijn testament. Eerder, op 5 maart 2011, ontving klager een brief van die partner waarin zij meedeelde, dat zijn broer [naam] inmiddels twee zelfmoordpogingen had gedaan en dat hij onder behandeling stond van het crisisteam van de GGZ. Zijn broer mocht niet geprikkeld worden met zaken die de boerderij aangingen. Klager voert aan dat iemand in een dergelijke geestestoestand niet bekwaam is om een testament te maken en dat het beter was geweest, dat het kantoor van de notaris met die wetenschap de hele afwikkeling van de nalatenschap tot nader order had opgeschort. Klager verzoekt de kamer te beoordelen of de notaris en zijn kantoor terecht zijn voortgegaan met het opstellen van het testament en met het afhandelen van de nalatenschap.
g. De notaris heeft in zijn brief van 17 maart 2011 het volgende meegedeeld: “Bij voortdurend gebrek aan overeenstemming zal ik mij wellicht –nu wordt afgeweken van voormelde beslissing van de rechtbank en ik dus ook de onzijdige persoon niet kan inschakelen- genoodzaakt zien mijn werkzaamheden in dit dossier te beëindigen.” Klager voert aan dat er desondanks tot op heden geen beëindiging of afronding heeft plaatsgevonden, noch dat er op andere wijze iets inhoudelijk is gebeurd. Klager verzoekt te beoordelen of de notaris zijn werkzaamheden zoals al aangegeven moet beëindigen of moet voortzetten.
3. De feiten
Uit de ter beschikking staande klachtstukken en hetgeen ter gelegenheid van de mondelinge behandeling naar voren is gekomen, moet worden uitgegaan van de volgende vaststaande feiten.
- Klager en zijn 5 broers en zussen zijn de gezamenlijke erfgenamen in de nalatenschap van hun moeder;
- Bij vonnis van de rechtbank Breda van 23 juni 2010 is op vordering van de zussen [naam], [naam] en [naam] de verdeling van de nalatenschap gelast, waarbij onder meer is
Kl 10/2012 pagina 3
beslissing d.d. 10 december 2012
bepaald dat de onroerende zaak aan de [straatnaam]20 te [plaatsnaam] (boerderij met grond) wordt toebedeeld aan broer [naam], tegen een vergoeding aan de nalatenschap van een bedrag van € 520.068. Verder is bepaald dat de onroerende zaak, bekend als object 10, zal worden verkocht, waarbij de erfgenamen een vraagprijs hanteren van minimaal € 125.000 met voorts bepaling dat ten behoeve van de verkoop van die onroerende zaak de notaris, bij het vonnis benoemd als notaris ten overstaan van wie de verdeling van de overige tot de nalatenschap behorende goederen zal hebben plaats te vinden, gerechtigd is een makelaar in te schakelen op kosten van de nalatenschap.
- Daarnaast is klager bij genoemd vonnis veroordeeld om uiterlijk binnen 3 maanden na betekening de hem toebehorende zaken, die hij heeft opgeslagen in en/of bij de boerderij, te verwijderen en verwijderd te houden, met machtiging van eisers (zussen [naam], [naam] en [naam]t) om, indien klager daarmee in gebreke blijft, dit zelf te doen uitvoeren, zo nodig met behulp van de sterke arm van justitie en politie en op diens kosten.
- broer [naam] is op 23 maart 2011 door zelfdoding overleden, waarna zijn partner op grond van een tussen [naam] en haar geldend samenlevingscontract via haar advocaat een vordering ten laste van de boedel heeft ingesteld.
- Na aanvankelijk na het overlijden van klagers broer [naam] zijn werkzaamheden te hebben gestaakt, heeft de notaris aan klager en de overige erfgenamen een ontwerpakte van partiële verdeling toegezonden, gebaseerd op het vonnis van de rechtbank, waaraan klager niet wenst mee te werken.
- De notaris heeft op grond van die weigering de bij het vonnis tevens benoemde onzijdige persoon ingeschakeld ter (gedeeltelijke) uitvoering van het vonnis.
4. Het standpunt van de notaris
De notaris voert het volgende aan:
Klachtonderdeel a.
De notaris verwijst naar door hem ontvangen e-mailberichten van klagers broer [naam], waarin deze meedeelt dat hij in de procedure voor de rechtbank te kennen heeft gegeven, dat hij onder geen beding buurman wil worden van klager en dat hij dan ook, nu klager interesse heeft getoond voor toedeling van object 10, zich terug trekt om de boerderij toebedeeld te krijgen.
De notaris voert aan dat, voor zover al relevant, hij deze e-mailberichten in de aangegeven tijd adequaat heeft behandelend en dat deze geen enkele indicatie over de geestelijke gezondheid van broer [naam] gaven, die hem ook niet bekend waren en waarover hij door niemand is geïnformeerd. De door klager in het kader van dit klachtonderdeel overgelegde producties onder meer betrekking hebbend op de door [naam] ondervonden problemen met de toedeling aan hem van de boerderij en op zijn psychische gesteldheid, heeft hij nooit eerder gezien. De notaris onthoudt zich van een reactie op de het standpunt van klager dat hij de zelfverkozen dood van broer [naam] had kunnen voorkomen.
Klachtonderdeel b.
Met verwijzing naar de veroordeling van klager tot ontruiming van de boerderij, opgelegd bij het vonnis van de rechtbank, voert de notaris aan, dat hij, gelet op de uitvoerbaar bij voorraad verklaring van het vonnis en het voornemen van een aantal erfgenamen om zelf de ontruiming uit te laten voeren, bij klager op 12 november 2010 telefonisch heeft geïnformeerd naar zijn bereidheid aan de ontruiming uitvoering te geven, dit om verdere
Kl 10/2012 pagina 4
beslissing d.d. 10 december 2012
escalatie te voorkomen. Klager heeft toen verklaard griep te hebben gehad en geen datum van ontruiming te kunnen geven en ook geen contact te willen met de familie. Over geheimhouding/vertrouwelijkheid is niet gesproken, aldus de notaris. In zijn aantekeningen van de latere bespreking van 22 december 2010 kan de notaris niet terugvinden dat nogmaals over de ontruimingsbereidheid is gesproken. Met het navragen bij klager en het objectief communiceren met de andere deelgenoten van klagers standpunt over zijn ontruimingsbereid, heeft hij naar zijn mening geen blijk gegeven van partijdigheid.
Klachtonderdeel c.
De notaris stelt dat hij, nadat klager hem bij het gesprek van 22 december 2010 een kopie uit het kasboek van de boerderij van 1980 had getoond, waarin vermeld een verstrekte geldlening aan zus [naam] van f. 140.000, hem heeft meegedeeld, dat hij -de notaris- in het kader van de hem bij vonnis verstrekte opdracht, deze kopie zonder verdere bewijsstukken vooralsnog niet in de behandeling zal meenemen, omdat klager in 2009 die vordering niet in de aangifte van successie had opgenomen en het een kopie betrof van dertig jaar oud.
Klachtonderdeel d.
De notaris wijst erop dat de rechtbank in haar vonnis geen verkoop door de notaris, maar door de erfgenamen zelf (tegen een minimum prijs) heeft bevolen, met een (uiteindelijke) bevoegdheid van de notaris daartoe een makelaar in te schakelen en dus te verkopen. De erfgenamen hebben daartoe volgens de notaris ook initiatief genomen, blijkens de door klager overgelegde e-mail van 24 oktober 2010 van zijn zus Jet, wat heeft geleid tot biedingen, die gecommuniceerd zijn met alle deelgenoten en waaraan klager zelf heeft deelgenomen.
Klachtonderdeel e.
Omdat volgens de notaris het overnamebeding, zoals opgenomen in het samenlevingscontract van de overleden broer [naam] en zijn partner, waarop laatstgenoemde zich voor haar vordering op de nalatenschap via haar advocaat heeft beroepen, op meerdere wijze uitgelegd kon worden, heeft hij na studie de (opvolgend) notarisbewaarder van de akte waarin het beding was opgenomen geconsulteerd en vervolgens het juridisch bureau van de Koninklijke Beroepsorganisatie. Dat hij daarna ter kennisneming aan de erfgenamen de hem q.q. aangeboden correspondentie van de advocaat van de partner heeft rondgezonden, moet in de opvatting van de notaris worden beschouwd als onderdeel van zijn werkzaamheden, aangezien partijen niet rechtstreeks met elkaar communiceerden. De notaris meent dan ook dat hij terecht deze werkzaamheden als boedelwerkzaamheden heeft mogen aanmerken en de boedel daarmee heeft mogen belasten. Ofschoon dit eveneens gold ten aanzien van zijn gesprek met de partner van boer [naam], is de notaris bereid geweest de daarvoor in rekening gebrachte kosten te crediteren, waarvoor hij verwijst naar zijn brief van 23 mei 2012.
Klachtonderdeel f.
De notaris stelt zich op het standpunt dat hetgeen klager in dit onderdeel van zijn klacht aan de orde stelt, niet direct is gerelateerd aan het onderhavige dossier, zodat zijn beroepsgeheim eraan in de weg staat hierop inhoudelijk in te gaan. Voor zover klager met dit onderdeel tevens zinspeelt op de behandeling van de nalatenschap van zijn moeder, verwijst de notaris naar zijn standpunt met betrekking onderdeel a. van de klacht.
Kl 10/2012 pagina 5
beslissing d.d. 10 december 2012
Klachtonderdeel g.
De notaris voert aan dat zijn werkzaamheden in het dossier eind juli 2011 zijn geëindigd met toezending van correspondentie, waar onder de brief van de advocaat van de partner van broer [naam] van 15 juli 2011. Bij brief van 9 augustus 2011 heeft de advocaat van de overige erfgenamen aan de advocaat van klager meegedeeld, dat bij gebreke van medewerking aan de afwikkeling van het vonnis, de notaris zal worden verzocht de onzijdige persoon in te schakelen, waarna hij –de notaris- zijn werkzaamheden tijdelijk heeft geparkeerd. Vervolgens is tussen de deelgenoten andermaal een procedure gevoerd inzake de nalatenschap van broer [naam], waarna hun advocaat hem heeft verzocht tot (gedeeltelijke) afwikkeling van het vonnis. Omdat klager hieraan zijn medewerking weigert, heeft hij inmiddels de door de rechtbank benoemde onzijdige persoon moeten inschakelen.
5. De beoordeling en de gronden daarvoor
Samengevat staat ter beoordeling of de notaris in zijn rol bij de afwikkeling van de nalatenschap van klagers moeder is tekortgeschoten en daarmee in strijd heeft gehandeld met de in artikel 98, lid 1 van de Wet op het notarisambt neergelegde tuchtnorm.
Daarbij dient te worden voorop gesteld, dat die rol van de notaris niet verder reikte dan het geven van (een gedeeltelijke) uitvoering aan de bij vonnis van de rechtbank Breda van 23 juni 2010 bevolen verdeling van de nalatenschap. Anders dan klager kennelijk veronderstelt betrof de daarbij aan de notaris opgelegde taak niet de taak van boedelnotaris.
Op grond van hetgeen ter zake van voormelde rol van de notaris naar voren is gekomen, geldt naar het oordeel van de kamer ten aanzien van de door klager aan het adres van de notaris gemaakte verwijten het volgende.
Klachtonderdeel a.
Ofschoon de notaris met betrekking tot de door rechtbank bevolen toedeling van de boerderij aan klagers broer [naam] jegens deze een notariële zorgplicht had, gaat het te ver om aan te nemen dat deze zorgplicht, zoals klager veronderstelt, tevens omvatte diens psychisch welzijn. Nog afgezien dat de notaris heeft aangevoerd volledig onbekend te zijn geweest met de psychische problemen van broer [naam], gaat het niet aan de notaris een verwijt te maken, dat hij niet met [naam] heeft gesproken over de door hem ondervonden problemen rondom de toedeling van de boerderij, waarmee mogelijk, zoals klager suggereert, [naam] van zijn zelfdoding had kunnen worden afgehouden. Anders dan klager veronderstelt, staat geenszins vast dat er ook maar enig causaal verband bestaat tussen het vonnis van de rechtbank en de zelfdoding van zijn broer. Het enkele feit dat die broer met de andere erfgenamen was verwikkeld in een juridisch geschil, betekende niet dat de notaris ook maar enigszins erop bedacht had moeten zijn, dat de geestesgesteldheid van die broer zou kunnen leiden tot zijn zelfdoding. Het door klager gemaakte verwijt aan de notaris, dat in de kern erop neerkomt, dat hij de zelfdoding van broer [naam] had kunnen voorkomen door een gesprek met hem aan te gaan, mist dan ook iedere realiteitszin.
Klachtonderdeel b.
De notaris heeft gemotiveerd betwist dat hetgeen hij met klager met betrekking tot zijn door de rechtbank in haar vonnis opgelegde plicht tot ontruiming van de boerderij heeft besproken, een vertrouwelijk karakter had, dan wel dat klager daarbij een beroep heeft gedaan op de vertrouwelijkheid daarvan. Juist de omstandigheid dat de notaris was belast
Kl 10/2012 pagina 6
beslissing d.d. 10 december 2012
met de uitvoering van de bij vonnis bevolen toedeling van de boerderij aan [naam] en de bij dat vonnis opgelegde ontruimingsplicht van klager, maakte het voor de notaris noodzakelijk met klager en de overige erfgenamen over die ontruiming te communiceren om daarover tot een vergelijk te komen en escalatie te vermijden. Dit laatste als gevolg van de tevens aan de erfgenamen door de rechtbank verleende machtiging om die ontruiming zelf met behulp van de sterke arm van de politie te bewerkstelligen. Ook dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond.
Klachtonderdeel c.
Ook dit onderdeel faalt. Gegeven de bij onherroepelijk vonnis van de rechtbank bevolen verdeling van de nalatenschap en de beperkte rol die de notaris daarbij had, mocht de notaris op grond van de door klager aan hem verstrekte uiterst summiere en zeer gedateerde gegevens over een mogelijk door zijn ouders aan zijn zus [naam] verstrekte geldlening, aan klagers wens om daarnaar onderzoek te doen, voorbijgaan.
Klachtonderdeel d.
Anders dan klager kennelijk meent volgt uit het dictum van het vonnis van de rechtbank, betrekking hebbend op de bevolen verkoop van object 10, niet dat uitsluitend de notaris daarmee door de rechtbank is belast en dat in zijn opdracht een marktconforme taxatie door een makelaar dient plaats te vinden. Integendeel, de rechtbank heeft de verkoop in eerste instantie overgelaten aan de erfgenamen en daarbij een minimum vraagprijs bepaald. Uitsluitend in het geval de erfgenamen niet tot overeenstemming kunnen komen, is de notaris gerechtigd om ten behoeve van die verkoop een makelaar in te schakelen.
De notaris heeft onweersproken aangevoerd, dat de erfgenamen zelf de verkoop hebben opgepakt door middel van biedingen met als uitgangspunt de door de rechtbank vastgestelde minimum vraagprijs, waaraan ook klager zelf heeft deelgenomen.
Niet valt in te zien welk verwijt de notaris daarover kan worden gemaakt.
Klachtonderdeel e.
Voorop moet worden gesteld dat dit onderdeel van de klacht ziet op een geschil over (een deel van) de declaratie van de notaris voor de beslechting waarvan ingevolge artikel 55, lid 2 Wet op het notarisambt de ringvoorzitter is aangewezen. De kamer van toezicht komt dan ook ter zake van een dergelijk geschil slechts een marginale toetsingsbevoegdheid toe. In dat kader kan naar het oordeel van de kamer de notaris worden gevolgd in zijn opvatting, dat de door hem verrichte werkzaamheden betrekking hebbend op de door partner van broer [naam] via haar advocaat ingestelde vordering op de nalatenschap en bestaande uit het rondzenden aan de erfgenamen van kopieën van een daarop betrekking hebbende brief van de advocaat van die partner, werkzaamheden betreffen die verband houden met de afwikkeling van de nalatenschap. Ook dit onderdeel van klacht is derhalve ongegrond.
Klachtonderdeel f.
Nog daargelaten dat van het passeren door de notaris van een testament van klagers broer [naam] in het geheel geen sprake is geweest, kan klager in dit onderdeel van zijn klacht niet worden ontvangen. Met de notaris moet worden vastgesteld, dat klager ter zake daarvan niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. Dit onderdeel van de klacht raakt een verweten gedraging van de notaris, waarbij klager geen enkel belang heeft en ter zake waarvan aan hem dan ook geen klachtrecht toekomt.
Het door klager in dit onderdeel tevens gemaakt verwijt dat de notaris in het overlijden van broer [naam] geen reden zou hebben gezien de afwikkeling van de nalatenschap te staken, mist een deugdelijke feitelijke grondslag. Nog afgezien van de vraag of dit
Kl 10/2012 pagina 7
beslissing d.d. 10 december 2012
overlijden zonder meer had moeten leiden tot het beëindigen van de afwikkeling -in aanmerking moet immers worden genomen dat naast toebedeling van de boerderij aan broer [naam] de notaris bij het verdelingsvonnis tevens was belast met ook andere afwikkelingstaken, heeft de notaris aangevoerd dat hij na het overlijden van broer [naam] de afwikkeling tijdelijk heeft opgeschort.
Klachtonderdeel g.
Hetgeen de notaris ter zake van dit onderdeel heeft aangevoerd, ligt geheel in lijn met wat van hem verwacht mocht worden. In aanmerking nemend het overlijden van klagers broer, aan wie de boerderij was toebedeeld en de weigering van klager mee te werken aan de afwikkeling van de bij vonnis bevolen verdeling van de overige bestanddelen van de nalatenschap, restte de notaris niets anders dan zijn werkzaamheden te staken en de door rechtbank benoemde onzijdig persoon op verzoek van de overige erfgenamen in te schakelen. Niet valt in te zien dat de notaris daarmee klachtwaardig heeft gehandeld.
Op grond van dit alles kan niet gezegd worden dat de notaris in zijn taak is tekortgeschoten, zoals klager de notaris in algemene zin verwijt.
Al het overige dat door klager nog heeft aangevoerd kan als in het voorgaande al behandeld dan wel als niet relevant buiten beschouwing worden gelaten.
Dit alles leidt ertoe dat klager niet kan worden ontvangen in klachtonderdeel f. (voor zover betrekking hebbend op verwijt wat ziet op het door klager vermeende testament van zijn broer [naam]) en dat de klacht op alle overige onderdelen ongegrond is.
6. De beslissing
De kamer van toezicht
verklaart klager niet ontvankelijk in onderdeel f. van zijn de klacht, voor zover dit ziet op het door klager vermeende testament van zijn broer [naam];
verklaart de klacht voor het overige ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 10 december 2012 door mrs. C.J.G.M. van der Weide, plaatsvervangend voorzitter, C. Wallis, H. Quispel, J. Kos en L.J.M. Teunissen, allen leden, in tegenwoordigheid van A.C.L.M. de Jong, secretaris, en in het openbaar uitgesproken.
--
Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de dag van verzending van de brief waarbij de beslissing is toegezonden hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam