ECLI:NL:TGZRZWO:2026:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8605

ECLI: ECLI:NL:TGZRZWO:2026:90
Datum uitspraak: 12-06-2026
Datum publicatie: 12-06-2026
Zaaknummer(s): Z2025/8605
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. De psychiater is als regiebehandelaar verantwoordelijk geweest voor de diagnostiek, behandeling en medicamenteuze begeleiding van klager. Klager verwijt de psychiater samengevat machtsmisbruik, grensoverschrijdend gedrag, bedreiging, chantage, manipulatie, misbruik van de kwetsbare positie van klager en het verstrekken van onjuiste informatie aan andere zorgverleners. Het college is van oordeel dat de psychiater zorgvuldig heeft gehandeld.  

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

ZWOLLE

Beslissing in raadkamer van 12 juni 2026 op de klacht van:

A,

wonende in B,

klager,

tegen

C,

psychiater,

destijds werkzaam in D

verweerder, hierna ook: de psychiater.

gemachtigde: mr. M.M. Kok te Deventer.

  1. De zaak in het kort

1.1     De psychiater was de regiebehandelaar van klager. Klager verwijt de psychiater samengevat machtsmisbruik, grensoverschrijdend gedrag, bedreiging, chantage, manipulatie, misbruik van de kwetsbare positie van klager en het verstrekken van onjuiste informatie aan andere zorgverleners.
 

1.2     Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze beslissing is gekomen.
 

  1. De procedure

2.1     Het college heeft de volgende stukken ontvangen:

  • het klaagschrift, ontvangen op 6 juni 2025;
  • de brief van de secretaris van 24 juli 2025 aan klager;
  • het verweerschrift met de bijlagen;

-   de repliek, ontvangen op 31 december 2025;
-   de dupliek, ontvangen op 27 januari 2026.

2.2     Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren. 
 

  1. De feiten

3.1     Verweerder is als psychiater verbonden aan een E en werkzaam in het team ontwikkelingsstoornissen. In deze functie is hij als regiebehandelaar verantwoordelijk geweest voor de diagnostiek, behandeling en medicamenteuze begeleiding van klager gedurende diens behandeltraject binnen het team.

3.2     Klager werd aangemeld voor een behandeling vanwege recent verlies van perspectief op werk en de daarmee samenhangende gevoelens van angst, spanning en somberheid. Hij kreeg perspectief op een nieuwe baan met de inzet van een jobcoach, werd begeleid door een psycholoog en kreeg methylfenidaat voorgeschreven in verband met concentratieproblemen.

3.3     Na de zomer van 2024 gaf klager aan dat het goed met hem ging en verdere behandeling niet meer nodig was. Op 3 december 2024 werd een afsluitend gesprek met klager en de psychiater gepland. Klager heeft dezeafspraak telefonisch afgezegd en verplaatst naar 3 januari. Daarover werd in het dossier het volgende genoteerd (alle citaten voor zover van belang en letterlijk weergegeven):

“ (…) Klager heeft de afspr. tel. verzet naar 3/1 omdat hij ziek is, beeldbellen en tel. ook niet mogelijk. (…)”

3.4     Op 3 januari 2025 is het volgende genoteerd in het verslag van het gesprek door de psychiater:

“(…) M.b.t. de methylfenidaat hebben we afgesproken dat hij naar 1 5mg 5 maal daags. Dat recept naar de apotheek gestuurd. Hij vertelde dat de bloeddruk wordt gecontroleerd wordt door de huisarts. We hebben daarnaast in goede overeenstemming afscheid genomen. O.g. zal de brief einde zorg gaan schrijven. (…)”

3.5     Ongeveer twee weken later verandert de situatie van klager. De psychiater is op dat moment niet aanwezig. Hij is tot 3 februari 2025 met vakantie.

3.6     Op 20 en 23 januari 2025 nemen zus en moeder van klager contact op met het team ontwikkelingsstoornissen omdat zij zich ernstige zorgen maken over de psychische toestand van klager.

3.7     Op 28 januari 2025 neemt klager ook zelf contact op omdat hij denkt dat hij  psychotisch gaat worden.

3.8     Naar aanleiding van de signalen van de familie van klager en klager zelf wordt op 30 januari 2025 door een collega van de psychiater een huisbezoek afgelegd. Over dit huisbezoek is het volgende genoteerd in het gespreksverslag:

“ (…) Hij maakt een drukke, chaotische indruk en vertelt honderduit over de problemen die hij ervaart met alle electronica in zijn huis. (…) Hij is onrustig, lijkt soms niet te weten waarom hij opstaat en heen en weer loopt. Excuseert zich voor het feit dat hij chagerijnig doet en benadrukt dat het niet tegen mij is. Ziet er moe uit, vanwege veel te weinig slaap.

16.40 geprobeerd IHT in te lussen, niemand aanwezig, wordt teruggebeld. Hij wil niet gebeld worden door IHT,wel zelf kunnen bellen in nood, waarbij niet helder wordt wat hij onder nood verstaat.

We spreken af dat hij vanavond de medicatie inneemt (10 mg Olanzapine (CST) en dan gaat slapen. Heeft dit op een briefje geschreven. Morgen bel ik hem. Sliep hij goed, dan extra medicatie voor laten schrijven. Zo niet, dan nieuw beleid.(…)”

3.9     Op 31 januari 2025 wordt door het IHT-team opnieuw een beoordeling uitgevoerd.

Hierover is het volgende genoteerd in het gespreksverslag:

Huisbezoek Team 0/ IHT

Kennisgemaakt met pt.

Creating Balance is niet aanwezig, is door pte afgezegd.

Pt. is vriendelijk in contact en vraagt on direct wat we willen drinken. Hij zet thee voor ons.

Pt. ziet er verzorgd uit, huis is netjes en er staat eten voor de kat.

Vertelt dat hij niet zozeer gehacked is maar dat er iemand grip heeft gekregen op zijn telefoon en deze dusdanig beïnvloedt/bestuurt dat er dingen gebeuren die hem overvallen.

Zo vertelt hij onlangs 5 uur onderweg geweest te zijn naar Schagen voor een begrafenis van een neef omdat google maps steeds de route wijzigde.

Ook wijzigt regelmatig datgeen wat hij op zijn telefoon bekijkt. Dit vindt niet plaats via een ip-adres of 4g waarbij et eh zin heeft om een andere telefoon aan te schaffen of zijn modem te veranderen. Noemt deze al regelmatig gereset te hebben.

Adviseert ons om onze niet te openen en onze telefoons uit te zetten om zo geen risico te lopen dat ons dit ook overkomt. (…)

Vertelt dat hij al enige tijd maar een paar uur slaapt ‘s nachts. Dit komt omdat hij in de gaten wilde houden wat diegene deed met zijn telefoon e.a. (..)

Hij weet dat van lange tijd weinig slapen je psychotisch kan worden. Daarom is hij bereid de zyprexa te slikken. Hij heeft het niet nodig dat iemand hem hier aan laat denken. Hij vindt het dan ook niet nodig dat IHT komend weekend langs komt Wel verspringt zijn wekker regelmatig spontaan van tijd. Tip van collega om memo’s neer te leggen om de tijd van inname te herinneren vindt hij een goed idee.

Wanneer ik noem dat ik heb begrepen dat hem ook ene opname is voorgesteld om tot rust te komen geeft hij aan geïrriteerd te raken omdat dan zijn verhaal niet begrepen is.

Hij is doorgaans tegen medicatie maar zegt nu te beseffen het wel nodig te hebben. (…)”

3.10     Na terugkeer van zijn vakantie heeft de psychiater een overdracht ontvangen van zijn collega’s en is hem gevraagd om beleid te maken op de waargenomen psychotische symptomen. In het dossier staat:

“(…) Tel contact met N betreffende de psychotische ontregeling van pat. Het is onduidelijk of hij zijn medicatie (oa Olanzepine) neemt; het lijkt erop dat dit niet zo is. Daarbij onduidelijk of hij de methylfernidaat wel/niet neemt? (..)

Maandag 3/2 word het weer opgepakt door M, eigen behandelaar bij team 0.”

3.11     De psychiater heeft na terugkeer van zijn vakantie op 4 februari 2025 telefonisch contact opgenomen met klager. In het verslag van dit telefoongesprek heeft is het volgende opgenomen:

“(…) Met hem gebeld als regiebehandelaar n.a.v. afwezigheid na vakantie, en mogelijke crisissituatie/psychotische ontregeling.

Hij vertelde eigenlijk direct dat hij wil stoppen met de zorg bij F. Dat is zijn mening, en hij vindt dat anderen zich daaraan moeten conformeren, omdat hij in zorg is. Hij vertelde zelf in de zorg te hebben gewerkt, en daarom te weten dat we hem in zijn mening moeten respecteren.

O.g. heeft aangegeven niet te willen dat hij uit zorg gaat. Ten tijden van de vakantie van o.g. zijn er zorgen geweest over dat hij een psychotische ontregeling zou hebben. Hij ontkent dat, is van mening dat hij geen psychose heeft.

Hij vertelde dat hij vorïge week een afspraak heeft gehad met collega’s van o.g. en dat daar was besproken dathij niet in zorg zou moeten blijven. Dat het voldoende was dat hij met slaapmedicatie verder kon.

Die slaapmedicatie wil hij, in de vorm van olanzapine, en vervolgens dat het doorgaat bij de huisarts.

O.g. heeft aangegeven genoodzaakt te zijn om de methylfenidaat te stoppen als hij niet doorgaat met de zorg bij F. Daar wordt hij zeer boos over. Hij maakte dreigementen om o.g. te gaan aanklagen, omdat hem juiste zorg wordt ontnomen.

O.g. heeft aangegeven dat er overeenstemming over behandeling moet zijn, en die is er op deze manier niet, en daarbij is het risicovol om door te gaan met methylfenidaat, omdat het een hoog risico geeft op een psychose.

Hij wordt dermate boos dat hij de telefoon ophangt. Hem daarna nogmaals gebeld, hij nam niet op, later wel, en hing binnen korte tijd weer op. Uiteindelijk met hem gebeld, en een telefonische afspraak voor volgende week gemaakt. (…)

(…) De olanzapine neemt hij in, vooral vanwege zijn slaapproblemen. Hij vertelde dat hij 3-4 uur per nacht slaapt zonder de olanzapine. Dat gaat beter met de olanzapine. (…)”

3.12     Op 17 februari 2025 heeft de psychiater een huisbezoek afgelegd bij klager om een nadere beoordeling te verrichten. In het verslag van het huisbezoek is het volgende opgenomen:

(..) Een huisbezoek gedaan om te kijken hoe het gaat, n.a.v. eerdere rapportages in het dossier.

Hij is inmiddels gestopt met de methylfenidaat sinds vorige week. Daar voelt hij zich goed bij. Het is moeilijk om precies aan te geven wat er beter is. Het komt er op neer dat hij er, in het algemeen, een beter gevoel bij heeft om de methylfenidaat niet meer te nemen. Hij vertelde in het verleden wel duidelijk baat te hebben gehad van de methylfenidaat, maar de laatste tijd merkte hij daar niet veel meer van.

Hij vertelde dat hij vooral naar de toekomst wil kijken. Hij lijkt het niet prettig te vinden om over de afgelopen tijd/maanden te spreken. O.g. heeft gevraagd naar de periode in december en daarna. (…)

Tijdens het gesprek was hij vriendelijk tegen o.g. Hij heeft koffie aangeboden met een glas water. Daarbij zag zijn huis er opgeruimd uit, m.u.v. een gordijnrails die in de hoek los zat, maar dat is een detail.

Hij werd gebeld door de garage voor zijn auto, en reageerde daar ook adequaat op. Zijn auto is bij de garage in Zwolle, daar gaat hij straks met de bus naar toe.

Over het onderwerp van de hacker niet gesproken, lijkt op dit moment niet prettig te vinden om daar over tespreken, en lijkt dat achter zich te willen laten. Tijdens het gesprek geen aanwijzingen voor achterdocht, m.b.t. een hacker, maar ook niet richtïng anderen.

Hij is meer bezig met het lezen van boeken, die hij heeft laten zien, en wat hij in de toekomst zou willen doen.Hij zou iets willen bijdragen aan de maatschappij, of voor anderen, maar weet niet wat hij kan doen.

Voor hem is het moeilijk op zoek te gaan naar een baan, vrijwilligerswerk of andere daginvulling. Daar zou hijhulp in willen hebben, dus daarom afgesproken dat o.g. Werv zal vragen om een afspraak met hem te plannen. Dat wil hij graag.

Daarnaast is er bereidheid om een vervolgafspraak te maken. We hebben een huisbezoek gepland over 3 weken.

Met B afgestemd dat er wat o.g. geen reden is om de ambulante begeleiding te stoppen.“

3.13     Op 10 maart 2025 legt verweerder opnieuw een huisbezoek af bij klager. In het verslag van het huisbezoek is onder andere het volgende opgenomen:

“(…) Met hem gesproken tijdens een huisbezoek.

Hij vertelde direct dat hij wil stoppen met de zorg bij F. Hij raakte zeer ontstemd toen o.g. daar niet direct antwoord op wilde geven.

Vervolgens een aantal vragen gesteld over hoe het gaat. Aanvankelijk ontstond er een gesprek. Hij vertelde dat het beter met hem gaat sinds hij is gestopt met de methylfenidaat.

M.b.t. de gedachten over de hacker vertelde dat hij dat heeft losgelaten. Hij is niet meer op zoek naar de,hacker. Hij is er ook niet meer mee bezig, en vertelde dat het hacken is gestopt. Hij kan het daardoor helemaal loslaten.

Hij is nog wel van mening dat zijn modem en telefoon gehackt zijn.

Daarnaast vertelde hij dat de paranoia gedachten bij hem werden versterkt door de methylfenidaat. Hij voelt zich daardoor minder paranoia omdat hij een tijd gestopt is met de methylfenidaat. (…)

(…) Vervolgens kwam hij er op terug dat hij wil worden uitgeschreven, en werd boos nadat o.g. had aangegeven er nog over te willen nadenken.

Vervolgens gevraagd naar zijn contact met zijn zus, die zich veel zorgen maakte over hem. Hij werd boos over de vraag naar het contact met zijn zus. Hij vertelde dat zij er buiten staan. O.g. heeft aangegeven dat juridisch ze geen verplichting is om zijn zus er bij te betrekken, maar lijkt wel moreel wenselijk, omdat zij zus zich veel zorgen maakt. Hij is het daar niet mee eens, en wordt zeer geagiteerd. Hij geeft ook aan dat hij veel geld van

zijn zus heeft moeten lenen.

Inmiddels is hij dermate ontstemd dat hij het gesprek wil stoppen, en negatieve opmerkingen maakt over o.g.

Het gesprek is vervolgens afgerond.”

3.14     Op 14 april 2025 is mede namens verweerder een brief opgesteld aan de huisarts van klager. In deze brief staat een samenvatting van de informatie die op dat moment in het dossier van klager bekend was. Daarnaast wordt in deze brief meegedeeld dat de behandeling van klager wordt beëindigd en dat hij wordt uitgeschreven.

3.15     Op 6 mei 2025 heeft verweerder in het medisch dossier van klager het volgende

genoteerd:

“(…) Brief nagekeken en hij kan worden uitgeschreven.”

  1. De klacht en de reactie van de psychiater

4.1     Klager verwijt de psychiater dat hij:

  1. misbruik heeft gemaakt van zijn machtspositie door het dossier van klager geopend te houden en te weigeren dit af te sluiten en klager heeft gedwongen om op locatie te verschijnen door te dreigen de medicatieverstrekking te stoppen;
  2. gedurende het afgelopen halfjaar heeft geweigerd medicatie aan klager voor te schrijven;
  3. zich tijdens een huisbezoek ernstig grensoverschrijdend heeft gedragen;
  4. aan de huisarts van klager een brief heeft verzonden waarin onjuiste en feitelijk onware informatie is opgenomen;
  5. in december 2024 telefonisch tegenover klager leugens heeft verteld over diens moeder en zus, betreffende informatie over klager die zijn moeder en zus aan de psychiater zouden hebben verstrekt;
  6. het vertrouwen van klager meerdere malen heeft beschaamd;
  7. misbruik heeft gemaakt van de kwetsbaarheid van klager.

4.2     De psychiater heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

4.3     Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.

  1. De overwegingen van het college

De criteria voor de beoordeling

5.1     De vraag is of de psychiater de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende psychiater. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de psychiater geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.

5.2    Het college oordeelt dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Volgens het college heeft hij zorgvuldig gewerkt.

 
Klachtonderdeel a) misbruik van de machtspositie door het dossier geopend te houden en klager te dwingen op locatie te verschijnen

5.3     Klager verwijt de psychiater dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn machtspositie door het dossier van klager niet af te sluiten. Daarnaast verwijt klager de psychiater dat hij klager heeft gedwongen om op locatie te verschijnen door te dreigen met het stopzetten van de medicatie van klager.

5.4    De psychiater heeft toegelicht dat het openhouden van het dossier geen keuze was maar een medisch noodzakelijke interventie die rechtstreeks voortvloeide uit zijn zorgplicht. Daarnaast heeft de psychiater toegelicht dat hijzelf aan klager heeft aangeboden om op huisbezoek te komen om de noodzakelijke zorg op een voor klager haalbare manier te kunnen bieden. Het besluit om te stoppen met de medicatie was volgens de psychiater volledige gebaseerd op medisch-inhoudelijke argumenten, niet op druk of dwang.

5.5     Uit het dossier blijkt dat verweerder op 3 januari 2025 met klager heeft besproken dat zijn behandeling zou worden beëindigd. Kort nadat de behandeling formeel zou worden afgesloten, werd de psychiater echter geconfronteerd met meerdere signalen van psychotische symptomen bij klager.

5.6     Het college stelt voorop dat het sluiten van een dossier een administratieve handeling is, die gebruikelijk plaatsvindt enige tijd nadat tussen een arts en patiënt is besloten om tot sluiting van het dossier over te gaan. In deze casus heeft in die periode een wijziging van omstandigheden plaatsgevonden die het voor de psychiater noodzakelijk maakte om een nieuwe afweging te maken. Immers, voor het college is voldoende komen vast te staan dat sprake was van een consistent beeld van toenemende psychotische ontregeling bij klager in die periode. Tegen die achtergrond acht het college het begrijpelijk en zorgvuldig dat verweerder het dossier van klager nog niet had afgesloten, maar de behandeling heeft voortgezet vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de continuïteit van zorg. Daarnaast blijkt uit het dossier dat op het moment dat de situatie van klager opnieuw stabiel was, het dossier van klager uiteindelijk alsnog is afgesloten. Dit onderdeel van de klacht wordt daarom ongegrond verklaard.

5.7     Voor zover het klachtonderdeel ziet op het verwijt dat klager door de psychiater is gedwongen om op locatie te verschijnen door te dreigen met het stopzetten van de medicatie van klager, zijn hiervoor in het dossier geen aanwijzingen te vinden. Uit het dossier blijkt uit niets dat het medicatiebeleid is ingezet als machtsmiddel. Uit het dossier blijkt juist dat de psychiater klager tweemaal thuis heeft bezocht zodat klager niet op locatie hoefde te verschijnen. Voor zover klager heeft bedoeld dat hij zich gedwongen voelde om op locatie te verschijnen zodat zijn dossier werd afgesloten, verwijst het college naar hetgeen hiervoor onder 5.6 is overwogen. Ook dit onderdeel van de klacht wordt daarom ongegrond verklaard.

Klachtonderdeel b) ernstig grensoverschrijdend gedrag

5.8    Klager verwijt verweerder ernstig grensoverschrijdend gedrag tijdens het huisbezoek op 10 maart 2025. Verweerder betwist dit nadrukkelijk.

5.9     Omdat klager en de psychiater verschillend verklaren en er geen aanvullend bewijs is voor klagers lezing, kan het college de juistheid van dit verwijt niet vaststellen. Dit klachtonderdeel wordt daarom ongegrond verklaard.

Klachtonderdeel c) de weigering medicatie voor te schrijven

5.10     Klager verwijt de psychater dat hij een halfjaar heeft geweigerd medicatie voor te schrijven.  Meer in het bijzonder verwijt klager de psychiater dat hij het afgelopen jaar heeft geweigerd methylfenidaat voor te schrijven.

5.11     De psychiater heeft erkend dat hij heeft geweigerd opnieuw methylfenidaat voor te schrijven. Hij heeft toegelicht dat hij deze keuze heeft gemaakt omdat bij klager sprake was van door collega’s gerapporteerde psychotische symptomen. Volgens de psychiater is methylfenidaat gecontra-indiceerd bij psychotische ontregeling en dient het gebruik daarvan te worden gestaakt wanneer psychotische verschijnselen optreden.

5.12     Uit de stukken is gebleken dat aan klager methylfenidaat werd voorgeschreven in verband met concentratieproblemen. Het college stelt vast dat uit het dossier is gebleken dat er bij klager sprake was van een periode van psychotische decompensatie. Het college overweegt dat de psychiater, gelet op het feit dat methylfenidaat psychotische symptomen kan veroorzaken, in redelijkheid heeft kunnen besluiten de medicatie niet opnieuw voor te schrijven. Dit handelen acht het college zorgvuldig en in overeenstemming met de professionele standaard.Daarbij neemt het college mede in aanmerking dat uit het dossier blijkt dat de psychotische symptomen zijn afgenomen na het stoppen met het gebruik van de methylfenidaat en klager tijdens het huisbezoek op 10 maart 2025 ook zelf heeft aangegeven zich beter te voelen nadat hij gestopt was met het gebruiken van methylfenidaat.

5.13     Gelet op het voorgaande is het college van oordeel dat de psychiater zorgvuldig heeft gehandeld door de methylfenidaat niet opnieuw voor te schrijven. De psychiater heeft daarbij een verdedigbare afweging gemaakt, passend binnen de professionele standaard en met oog voor de veiligheid en gezondheid van klager. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is naar het oordeel van het college geen sprake. Daarom is ook dit klachtonderdeel ongegrond.

Klachtonderdeel d) onwaarheden in de brief aan de huisarts

5.14     Klager verwijt de psychiater dat hij aan de huisarts van klager een brief heeft verzonden waarin onjuiste en feitelijk onware informatie is opgenomen. De psychiater betwist dit.

5.15     Het college stelt vast dat de informatie die in de brief aan de huisarts is opgenomen  overeenkomt met de informatie zoals die in het medisch dossier van klager was vastgelegd. Het college heeft geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat de psychiater onjuiste informatie heeft verstrekt. Dit klachtonderdeel is daarom ongegrond.

Klachtonderdeel e) leugens vertellen over moeder en zus

5.16     Klager verwijt de psychiater dat hij in december 2024 telefonisch aan klager leugens heeft verteld over diens moeder en zus, betreffende informatie over klager die zijn moeder en zus aan verweerder zouden hebben verstrekt.

5.17     De psychiater betwist uitdrukkelijk dat hij onwaarheden zou hebben verteld over de moeder of zus van klager. De psychiater voert in zijn verweer aan in december 2024 geen contact te hebben gehad met de moeder of de zus van klager.

5.18     Het college begrijpt de klacht aldus dat de psychiater tegenover klager onwaarheden zou hebben verteld over uitlatingen die de moeder en zus van klager zouden hebben gedaan. Het college kan dit verwijt echter niet vaststellen. Uit het dossier blijkt niet dat in december 2024 contact heeft plaatsgevonden tussen verweerder en klager. Nu voor de betreffende periode in december 2024 geen steun in het dossier bestaat voor contact tussen de psychiater en klager en er geen aanvullend bewijs is voor klagers lezing, kan door het college niet worden vastgesteld dat de psychiater leugens heeft verteld tegen klager over zijn moeder en zus. Dit klachtonderdeel is daarom ongegrond.

Klachtonderdeel f) schending van vertrouwen en g) misbruik gemaakt van de kwetsbaarheid van klager

5.19     Bij deze klachtonderdelen ontbreekt een zelfstandige grond zodat deze klachtonderdelen alleen al daarom ongegrond zijn. Ten overvloede overweegt het college dat, voor zover klager heeft bedoeld algemene klachten te formuleren die de overige klachten in zich behelzen, de overige klachtonderdelen hiervoor reeds zijn besproken.
 

Slotsom

5.20     Op grond van het voorgaande volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk ongegrond zijn.

  1. De beslissing

Het college verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
 

Deze beslissing is gegeven door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk, voorzitter,

S. Kuijl en H.J. de Boer, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door J.J. Wackers, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026.

secretaris                                                                                           voorzitter


 


Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

  1. Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
  • het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
  • als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
  • het college kennelijk onbevoegd is, of
  • voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
     

Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

  1. Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
  1. Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.


U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.
 

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.