ECLI:NL:TGZRZWO:2026:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9196
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2026:58 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 17-04-2026 |
| Datum publicatie: | 17-04-2026 |
| Zaaknummer(s): | Z2025/9196 |
| Onderwerp: | Grensoverschrijdend gedrag |
| Beslissingen: | Gegrond, (voorwaardelijke) schorsing inschrijving register |
| Inhoudsindicatie: | Gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klager is de IGJ. De fysiotherapeut heeft zich schuldig gemaakt aan seksueel grensoverschrijdend gedrag, door tijdens een consult meerdere seksueel getinte opmerkingen tegen een patiënte te maken. De vastgestelde gedraging is op zichzelf al een ernstige tekortkoming in het handelen van de fysiotherapeut. Wat het handelen van de fysiotherapeut echter des te kwalijker maakt en wat het college – met de inspectie – extra zorgen baart, is de opstelling van de fysiotherapeut tijdens het onderzoek door de inspectie alsmede zijn houding in deze tuchtprocedure. Het college legt aan de fysiotherapeut een voorwaardelijke schorsing op voor de duur van een jaar. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
ZWOLLE
Beslissing van 17 april 2026 op de klacht van:
INSPECTIE GEZONDHEIDSZORG EN JEUGD,
gevestigd in Utrecht,
klaagster, hierna: de inspectie,
vertegenwoordigd door F.C.J. Neefjes, coördinerend specialistisch inspecteur, en
H.C.J. van Bavel, senior inspecteur, bijgestaan door mr. R. van Rijn, gemachtigde,
tegen
A ,
fysiotherapeut,
(destijds) werkzaam in B,
verweerder, hierna ook: de fysiotherapeut.
- De zaak in het kort
1.1 Naar aanleiding van een melding van een patiënte van de fysiotherapeut over geweld in de zorgrelatie, heeft de inspectie onderzoek verricht. Op basis hiervan is door de inspectie geconcludeerd dat sprake was van seksueel grensoverschrijdend gedrag, waarna de inspectie deze tuchtklacht heeft ingediend.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en legt aan de fysiotherapeut een voorwaardelijke schorsing op voor de duur van een jaar. Hierna licht het college dat toe.
- De procedure
2.1
Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
-het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 3 november 2025;
-het verweerschrift met bijlagen, ontvangen op 28 november 2025;
-een fysiotherapeutische verslaglegging, ontvangen van verweerder op 17 december
2025;
-aanvullende stukken van de inspectie, ontvangen op 11 februari 2026.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het college met elkaar in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben
zij geen gebruik gemaakt.
2.3 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 6 maart 2026. De inspectie heeft zich laten vertegenwoordigen door F.C.J. Neefjes en H.C.J. van Bavel, bijgestaan door de gemachtigde. Verweerder is met kennisgeving vooraf niet ter zitting verschenen.
3. De feiten
3.1 Verweerder is sinds 2006 als fysiotherapeut geregistreerd in het BIG-register.
Daarnaast is hij vanaf 2015 werkzaam als osteopaat. Hij werkt als zelfstandige in
zijn eigen praktijk, waarbij hij zowel fysiotherapeutische als osteopatische behandelingen
uitvoert.
3.2 Op 11 oktober 2023 ontving de inspectie een melding “geweld in de zorgrelatie”
van
een patiënte van de fysiotherapeut. Naar aanleiding van deze melding heeft de inspectie
een onderzoek verricht, in welk kader gesprekken zijn gevoerd met de patiënte (op
respectievelijk 22 en 29 november 2023) en met de fysiotherapeut (op respectievelijk
19 december 2023 en 11 april 2024). De bevindingen van het onderzoek zijn neergelegd
in een rapport van juni 2025. Hieruit komt onder meer het volgende naar voren.
3.3 Patiënte is tweemaal bij de fysiotherapeut op consult geweest, te weten op
30 augustus 2023 en 6 september 2023. Voorafgaand aan het eerste consult heeft zij
op verzoek van de fysiotherapeut aan hem een e-mail gestuurd met meer informatie over
zichzelf en haar klachten. Daarbij is door haar benoemd dat ze op dat moment thuis
zat met een burn-out, zij de diagnose CPTSS heeft en dat zij veel trauma in haar lichaam
heeft opgeslagen. Bij het eerste consult vertelde de fysiotherapeut volgens patiënte
dat hij bepaalde triggerpoints zou masseren, maar niet waar op het lichaam precies.
Patiënte had tijdens deze eerste behandeling haar onderbroek, broek en beha aan. Haar
shirt was uit.
3.4 Bij het consult van 6 september 2023 heeft patiënte zich op verzoek van de
fysiotherapeut ontkleed, waarna zij in haar beha en string lag. Tijdens deze behandeling
werd patiënte gemasseerd tussen navel en schaamstreek, waarbij de fysiotherapeut benoemde
dat hij spanning voelde en vroeg of ze een spiraal had. Toen patiënte aangaf dat dit
niet het geval was en dat zij geen anticonceptie gebruikte omdat zij geen hormonen
in haar lichaam wilde, vroeg de fysiotherapeut volgens patiënte: “waar komen mannen
dan klaar: in jou of over jou heen?”. Hierna ging de fysiotherapeut volgens patiënte
door op seksuele onderwerpen en vroeg hij haar: “als vrouwen ovuleren of de tijd van
de maand hebben, hebben vrouwen toch heel veel zin? Heb jij dat dan niet? Hoe doe
jij dat dan?”. En toen zij vertelde dat zij haar spiraaltje eruit had laten halen,
reageerde hij volgens haar met: “ja daar bij je poesje”. Hierna ging het gesprek volgens
patiënte verder over stress in haar leven en dat zij weleens blowde om te ontspannen,
maar dat dit haar niet hielp. De fysiotherapeut zou hierna gezegd hebben: “oh dat
is raar, ik word daar geil van. Ik blow wel eens met meisjes en die willen niets liever
meer.” Toen het gesprek vervolgens verder ging over de ex van patiënte en patiënte
zei dat hij haar laatst nog geappt had met de vraag of zij koffie met hem wilde drinken,
reageerde de fysiotherapeut met: “oh gelukkig stuurde hij geen dickpic”. Hierna zou
de fysiotherapeut nog een aantal opmerkingen hebben gemaakt over het seksleven van
patiënte.
3.5 De fysiotherapeut heeft in zijn gesprekken met de inspectie onder meer verklaard
dat hij na de screening zijn manier van werken heeft uitgelegd aan patiënte en is
nagegaan of er nog vragen waren. Volgens de fysiotherapeut legt hij aan patiënten
niet uit wat hij precies gaat doen en waar hij gaat aanraken tijdens de behandeling;
dit vindt hij zonde van de behandeltijd. Bij een behandeling in het gebied van de
baarmoeder, vraagt hij altijd of een patiënte een spiraal heeft. Dit, omdat hij het
gebied niet kan mobiliseren als er een spiraaltje zit. Het gesprek dat volgde, was
volgens de fysiotherapeut geïniteerd door patiënte. Zij vertelde uit zichzelf over
drugsgebruik met haar ex, waarna hij reageerde door iets privés te delen over zijn
eigen ervaringen met drugs in combinatie met seks. Met de vraag over de dickpics wilde
de fysiotherapeut controleren of de ex geen macht over patiënte had. Toen hij opmerkte
“dat is wel een heel verhaal, je poesje heeft wel het een en ander meegemaakt” zou
patiënte niet afwijzend hebben gereageerd. Uit persoonlijke interesse wilde hij meer
weten over de door patiënte gebruikte anticonceptiemethode. Hij vroeg zich af wat
mannen dan doen, omdat er bij patiënte niet intern geëjaculeerd kan worden in verband
met het risico op zwangerschap.
3.6 Volgens de fysiotherapeut is patiënte na de behandeling enthousiast en met
een vervolgafspraak naar huis gegaan. Hij kreeg geen signaal dat zij zijn vragen en
inbreng vervelend vond. De reden dat de gesprekken met patiënte zo intiem waren, lag
volgens de fysiotherapeut in de houding van patiënte. Zij was overal open over en
hij is hier naar eigen zeggen in meegegaan. Gelet op hoe patiënte zich presenteerde,
vond de fysiotherapeut zijn opmerkingen niet misplaatst. Terugkijkend op de situatie,
vindt de fysiotherapeut het heel bizar en had hij liever signalen ontvangen van patiënte
dat hij te ver was gegaan. Volgens hem had hij zich niet zo moeten laten meenemen
in haar ervaringen, maar heeft hij binnen zijn competentie geen grenzen overschreden.
Bij het tweede gesprek met de inspectie heeft de fysiotherapeut verklaard dat hij
zich uit de tent gelokt heeft gevoeld en dat hij nu alerter is als hij “dit soort
type vrouwen” in zijn praktijk tegenkomt. In het vervolg gaat hij beter inschatten
met welke personen hij te maken heeft. Hij vindt dat hij bij patiënte grensoverschrijdend
gedrag heeft vertoond, maar geen seksueel grensoverschrijdend gedrag. De fysiotherapeut
heeft verklaard zich niet te hebben verdiept in de beschikbare informatie over grensoverschrijdend
gedrag, zoals de brochure van de inspectie “Het mag niet, het mag nooit” of de Beroepscode
voor de Fysiotherapeut. Volgens hem hoeft hij zich hier niet in te verdiepen, omdat
hij deze codes en brochures begrijpt vanwege zijn 20 jaar lange werkervaring.
3.7 Op basis van de onderzoeksbevindingen heeft de inspectie geconcludeerd dat de
fysiotherapeut niet heeft gehandeld in overeenstemming met de professionele normen
en dat er ten aanzien van de fysiotherapeut sprake is van een situatie die voor de
veiligheid van patiënten of de zorg in de toekomst een ernstige bedreiging kan betekenen.
Dit heeft de inspectie gebracht tot het indienen van deze tuchtklacht.
3.8 Na ontvangst van de tuchtklacht heeft de fysiotherapeut patiënte meerdere keren benaderd. Dit heeft hij onder meer gedaan door aan hem geadresseerde post van het tuchtcollege te voorzien van haar adres en aan haar door te sturen. Ook heeft hij patiënte meerdere keren via de e-mail benaderd. Onder meer heeft hij haar op 24 november 2025 de volgende berichten gestuurd:
“Beste Mw. [naam patiënte],
Nu 2 jaar later gaan we elkaar binnenkort ontmoeten bij het Tuchtcollege in Zwolle.
Ik zie ernaar uit om je daar te ontmoeten om het ingediende dossier te bespreken
met elkaar en de jury.
Groet [naam fysiotherapeut]”
En:
“Beste Mw. [naam patiënte],
Na aanleiding van de uitkomst kan het zijn dat ik een officiële klacht tegen u indien
voor een civiele procedure.
Verwacht je hiermee voldoende op de hoogte te hebben gesteld.
Groet [naam fysiotherapeut]”
En:
“Beste Mw. [naam patiënte],
Ik raad u aan om naar het Tuchtcollege Zwolle geen stringetje aan te doen. Zullen
ze niet waarderen!
En ook niet in de toekomst meer naar collega professionals in de Gezondheidszorg
!!
Groet [naam fysiotherapeut]”
Verder heeft hij het tuchtcollege, naar aanleiding van de uitnodiging voor de zitting (en nadat hij al kenbaar had gemaakt niet bij de zitting aanwezig te zullen zijn), gemaild:
“Beste,
U hoeft mij geen officiële uitnodiging te sturen. U kunt de uitnodiging wel naar
cliënte Mw. [naam patiënte] sturen. Zij wilt hier wel graag bij aanwezig zijn. Het
gaat inmiddels ook om haar. Ik verwacht u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Groet [naam fysiotherapeut]".
- De klacht en de reactie van de fysiotherapeut
4.1 De inspectie verwijt de fysiotherapeut dat hij de professionele grenzen die
hij in acht behoort te nemen heeft overschreden wegens seksueel grensoverschrijdende
opmerkingen en gedragingen jegens patiënte gedurende de behandelrelatie. Daarbij is
hij zijn rol als fysiotherapeut te buiten gegaan en is hij verder in de privésfeer
van patiënte doorgedrongen dan voor de zorg noodzakelijk was. Daarmee heeft de fysiotherapeut
gehandeld in strijd met hetgeen verwacht mag worden van een redelijk bekwaam en redelijk
handelend beroepsbeoefenaar.
4.2 De inspectie verzoekt het college de klacht gegrond te verklaren en aan de fysiotherapeut een maatregel op te leggen die past bij de ernst van het normoverschrijdend gedrag en waarmee de veiligheid van patiënten in de toekomst zo goed mogelijk geborgd is, waarbij de inspectie denkt aan een doorhaling. Daarnaast verzoekt de inspectie om publicatie van de beslissing.
4.3 Volgens de fysiotherapeut is er geen sprake van seksueel grensoverschrijdend gedrag en is de veiligheid van patiënten niet in het geding geweest. De conclusie van de inspectie berust volgens hem niet op voldoende feitelijke grondslag, er is geen beroepsnorm geschonden en het vertrouwen in de beroepsgroep is niet geschaad. De fysiotherapeut acht het opleggen van een tuchtrechtelijke maatregel daarom volstrekt niet gerechtvaardigd.
- De overwegingen van het college
Beoordeling
5.1 De vraag is of de fysiotherapeut de zorg heeft verleend die van hem verwacht
mocht
worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende fysiotherapeut. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.
5.2 In artikel 2.1 van de KNGF Beroepscode voor de Fysiotherapeut (hierna: de Beroepscode) is bepaald dat de fysiotherapeut de persoonlijke levenssfeer van de patiënt respecteert en dat de fysiotherapeut niet verder doordringt in de persoonlijke levenssfeer van de patiënt dan noodzakelijk is voor de beantwoording van de hulpvraag en de behandeling. De fysiotherapeut onthoudt zich van verbale en fysieke intimiteiten.
5.3 In de brochure “Het mag niet, het mag nooit” is neergelegd wat de inspectie
onder seksueel grensoverschrijdend gedrag verstaat en wat in dat opzicht van zorgverleners
wordt verwacht. Daarbij wordt seksueel grensoverschrijdend gedrag omschreven als gedrag
dat seksueel (getint) van aard is en waarbij iemands grenzen worden overschreden.
Als één van de vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag wordt genoemd het maken
van seksueel getinte opmerkingen.
5.4 Niet in geschil is dat de fysiotherapeut tijdens het consult op 6 september 2023 meerdere seksueel getinte opmerkingen tegen patiënte heeft gemaakt, terwijl zij half ontkleed op de behandeltafel lag. Zo heeft hij patiënte meerdere vragen gesteld over haar seksleven en heeft hij eigen ervaringen gedeeld over seks in combinatie met drugs. De fysiotherapeut heeft dit ook erkend in zijn gesprekken met de inspectie. Van enige relatie met de door hem gegeven behandeling is niet gebleken. Anders dan de fysiotherapeut meent, is hiermee wel degelijk sprake van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Hieruit volgt dat de klacht gegrond is.
Maatregel
5.5 Met het gegrond zijn van de klacht komt het college toe aan de vraag naar de aan de fysiotherapeut op te leggen maatregel.
5.6 Het college overweegt dat de fysiotherapeut tuchtrechtelijk verwijtbaar
heeft gehandeld door onvoldoende professionele distantie te betrachten in zijn gesprek
tijdens het tweede consult met patiënte. Hoewel geen fysieke grens is overschreden
maar wel een verbale, gaat het om een ernstig verwijt. Tijdens een behandeling staat
de veiligheid van een patiënt voorop. Voor de veiligheid en het welzijn van patiënten
is het noodzakelijk dat een zorgverlener de professionele grenzen van de beroepsgroep
respecteert en in acht neemt. Dit geldt temeer voor een fysiotherapeut vanwege de
kwetsbaarheid van de aan zijn zorg toevertrouwde (vaak deels ontklede) patiënten en
het fysieke contact dat de aard van de behandeling met zich brengt.
5.7 De vastgestelde gedraging is naar het oordeel van het college op zichzelf al een ernstige tekortkoming in het handelen van de fysiotherapeut. Wat het handelen van de fysiotherapeut echter des te kwalijker maakt en wat het college – met de inspectie – extra zorgen baart, is de opstelling van de fysiotherapeut tijdens het onderzoek door de inspectie alsmede zijn houding in deze tuchtprocedure. Hierdoor moet er naar het oordeel van het college serieus aan getwijfeld worden of de fysiotherapeut in staat is om op een verantwoorde manier zijn beroep uit te oefenen. Het college doelt daarbij onder meer op het feit dat de fysiotherapeut op geen enkele wijze verantwoording neemt voor zijn handelen en alles buiten zichzelf lijkt te leggen. In plaats van zelfreflectie te tonen ten aanzien van zijn omgang met een patiënt op een dergelijke wijze, heeft hij enkel het voornemen uitgesproken om voortaan beter zijn positie in te schatten als hij aan het werk is en iemand hem “uit zijn tent lokt” om over dit soort thema’s te gaan praten. Ook heeft hij uitgesproken voortaan alerter te zullen zijn als hij “dit soort type vrouwen” in zijn praktijk gaat tegenkomen. De fysiotherapeut heeft verder verklaard de brochure “Het mag niet, het mag nooit” of de Beroepscode niet zelf te hebben opgezocht en niet te weten wat de Beroepscode zegt over grensoverschrijdend gedrag. Na voorlezing van het betreffende artikel door de inspectie heeft de fysiotherapeut verklaard geen signaal te hebben ontvangen van patiënte dat hij te ver ging. Volgens de fysiotherapeut is een patiënt zelf ook verantwoordelijk voor het gedrag dat zij uitoefent op de behandelaar. Hieruit blijkt naar het oordeel van het college geen enkele vorm van zelfreflectie of introspectie.
Daar komt bij dat de fysiotherapeut patiënte in deze procedure heeft benaderd met – wederom – grensoverschrijdende berichten en gedreigd heeft met het starten van een civiele procedure. De fysiotherapeut is niet ter zitting verschenen. Het tekortschieten door de fysiotherapeut raakt zodoende niet alleen aan de veiligheid van een patiënt, maar ook aan de basisvoorwaarde dat een professioneel handelende beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg zich voldoende toetsbaar dient op te stellen. Hieronder valt ook dat hij onderworpen is aan tuchtrechtspraak en zich onthoudt van een ook anderszins onprofessionele opstelling.
5.8 Het college neemt voorts in aanmerking dat de fysiotherapeut niet eerder voor een soortgelijk verwijt tuchtrechtelijk is veroordeeld. Dit alles in aanmerking nemend, acht het college een beroepsbeperkende maatregel in de vorm van een schorsing voor de duur van een jaar passend en proportioneel. Het college ziet aanleiding die schorsing in geheel voorwaardelijke vorm op te leggen. Daaraan verbindt het college de strikte voorwaarde dat de fysiotherapeut zich onder supervisie stelt, zoals hieronder nader is uiteengezet. Op die manier kan het functioneren van de fysiotherapeut op nauwlettende wijze worden gemonitord.
Publicatie
5.9 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen
belang is erin gelegen dat andere fysiotherapeuten van deze zaak kunnen leren. De
publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen of
instanties herleidbare gegevens.
- De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht gegrond;
- legt de fysiotherapeut de maatregel van een schorsing van de inschrijving in het BIG-register als fysiotherapeut op voor de duur van een jaar, maar bepaalt dat deze slechts ten uitvoer wordt gelegd indien de fysiotherapeut binnen een periode van twee jaren na het onherroepelijk worden van deze uitspraak opnieuw tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en voorts onder de volgende bijzondere voorwaarden:
- dat hij zich voor begeleiding onder supervisie stelt van een BIG-geregistreerde fysiotherapeut die een erkend en via het KNGF geregistreerd supervisor is en die ruime ervaring heeft met het geven van supervisie. De begeleiding is gericht op de volgens het beroepsprofiel van de fysiotherapeut benodigde competenties op het vlak van persoonlijke en professionele ontwikkeling, in de omgang met patiënten en in conflictsituaties of geschillen, voor de frequentie en duur die deze begeleider noodzakelijk acht;
- dat hij binnen een maand na de dag dat deze uitspraak onherroepelijk is geworden, opgave doet van de persoon van de begeleider aan de inspectie en de begeleider ervan in kennis stelt dat de inspectie bij de begeleider informatie kan inwinnen over de aard, globale inhoud, voortgang en frequentie van de begeleiding en aan de begeleider toestemming geeft om deze informatie aan de inspectie te verstrekken;
- dat hij de inspectie schriftelijk laat weten wanneer de begeleiding met instemming van de begeleider is voltooid, welke brief of verklaring door de begeleider mede ondertekend dient te worden ten bewijze van instemming daarmee en, indien de begeleiding niet is voltooid binnen de proeftijd, hiervan schriftelijk aan de inspectie mededeling te doen onder bijsluiting van een voortgangsrapportage door de begeleider;
- draagt de inspectie op toezicht te houden op de hiervoor genoemde voorwaarden;
- bepaalt dat de proeftijd en de voorwaarden ingaan op de dag dat deze uitspraak onherroepelijk is geworden;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Gezondheidszorg Jurisprudentie, Medisch Contact en FysioPraxis.
Deze beslissing is gegeven door J. Sap, voorzitter, H.C.B. van der Meer, lid-jurist,
J.M. Uijen, K.C. van Beek en W. Langoor, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door
M.D. Moeke, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026 .
secretaris
voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.