ECLI:NL:TGZRZWO:2026:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8919

ECLI: ECLI:NL:TGZRZWO:2026:133
Datum uitspraak: 25-08-2026
Datum publicatie: 27-08-2026
Zaaknummer(s): Z2025/8919
Onderwerp: Grensoverschrijdend gedrag
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Klacht tegen een gezondheidszorgpsycholoog. Klager maakt de gz-psycholoog verschillende verwijten over onder andere grensoverschrijdend gedrag en onprofessioneel handelen. De gz-psycholoog heeft de verwijten gemotiveerd weersproken. Het college oordeelt dat klager ten aanzien van een klachtonderdeel (verbreken ethische code) niet kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende en voor het overige (bejegening) kennelijk ongegrond vanwege het ontbreken van een vaststaande feitelijke grondslag

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

ZWOLLE

Beslissing in raadkamer van 25 augustus 2026 op de klacht van:

A,

wonende in B,

klager,

gemachtigde: mr. K. Megens - van Mierlo,

tegen

C,

gezondheidszorgpsycholoog,

werkzaam in B,

verweerder, hierna ook: de gz-psycholoog,

gemachtigde: mr. S.C. van Rikxoort - Wesselingh.

1. De zaak in het kort
 

1.1     Klager maakt de gz-psycholoog verschillende verwijten over, onder andere, grensoverschrijdend gedrag en onprofessioneel handelen. De gz-psycholoog heeft de verwijten gemotiveerd weersproken.  
 

1.2     Het college komt tot het oordeel dat klager deels kennelijk niet-ontvankelijk is en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze beslissing is gekomen.
 

2. De procedure
 

2.1     Het college heeft de volgende stukken ontvangen:

  • het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 13 augustus 2025 door het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te ’s Hertogenbosch en doorgestuurd naar het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle, waar het op 10 september 2025 is ontvangen;
  • de brief van de secretaris van 9 oktober 2025, met het verzoek de klacht aan te vullen;
  • het aanvullende klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 22 oktober 2025;
  • een aanvulling/wijziging op het aanvullende klaagschrift, ontvangen per e-mail op 22 oktober 2025;
  • het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 2 december 2025;
  • aanvullende stukken van klager, ontvangen op 4 en 23 december 2025;
  • de repliek, ontvangen op 22 januari 2026;
  • de dupliek, ontvangen op 5 februari 2026;
  • de brief van verweerder met bijlage, ontvangen op 9 april 2026;
  • het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 21 mei 2026.
     

2.2     In het proces-verbaal van vooronderzoek is per abuis het onjuiste BIG-nummer genoemd. Het college stelt vast dat het BIG-registratienummer van verweerder als psychotherapeut is genoemd, terwijl de klacht is gericht tegen verweerder in de hoedanigheid van gz-psycholoog.
 

2.3     Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren. 
 

3. De klacht en de reactie van de gz-psycholoog
 

3.1     Klager verwijt de gz-psycholoog dat hij:

  1. zijn beroepsgeheim jegens klager heeft geschonden;
  2. zich jegens klager seksueel grensoverschrijdend heeft gedragen;
  3. zich schuldig heeft gemaakt aan belangenverstrengeling;
  4. zijn ethische code heeft verbroken;
  5. klager heeft gestalkt.
     

3.2       De gz-psycholoog heeft het college verzocht de klager niet-ontvankelijk te verklaren en de klacht dus niet inhoudelijk te behandelen. Voor het geval het college de klacht wel inhoudelijk gaat beoordelen, heeft de gz-psycholoog het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
 

3.3       Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen. Het college neemt daarbij aan dat klager gedurende de periode van 7 februari 2023 tot 1 mei 2025 bij verweerder onder behandeling is geweest. De verwijten die klager verweerder maakt, gaan niet over de inhoudelijke behandeling en het college heeft ook geen stukken ontvangen die zien op deze behandeling.

4. De overwegingen van het college
 

Ontvankelijkheid

4.1       De gz-psycholoog heeft naar voren gebracht dat klager niet-ontvankelijk is in de klacht, omdat hij niet bij alle klachtonderdelen een persoonlijk en rechtstreeks belang heeft. Zijn handelen in de privésfeer valt niet onder het tuchtrecht omdat het onvoldoende weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg. De achterdocht van klager nam gedurende de behandeling toe. Achteraf gezien had de gz-psycholoog de behandeling eerder moeten beëindigen. Tot slot stelt de gz-psycholoog zich op het standpunt dat sprake is van misbruik van recht, omdat klager juist degene is die hem stalkt.  
 

Wettelijk kader

4.2       Artikel 47, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) bepaalt dat een geregistreerde zorgverlener is onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van:

1. enig handelen of nalaten in strijd met de zorg die die beroepsbeoefenaar in die hoedanigheid behoort te betrachten ten opzichte van:

1° degene, met betrekking tot wiens gezondheidstoestand hij bijstand verleent of zijn bijstand is ingeroepen;

2° degene die, in nood verkerende, bijstand met betrekking tot zijn gezondheidstoestand behoeft;

3° de naaste betrekkingen van de onder 1° en 2° bedoelde personen; [eerste tuchtnorm]

2. enig ander dan onder a. bedoeld handelen of nalaten in strijd met hetgeen een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt. [tweede tuchtnorm]


Artikel 65 van de Wet BIG regelt wie een tuchtklacht kan indienen tegen een BIG-geregistreerde zorgverlener. Dit kan onder andere door een rechtstreeks belanghebbende (artikel 65, eerste lid, onderdeel a., van de Wet BIG).

Klachtonderdeel d) Verbreken ethische code

4.3       Klager schrijft onder meer dat verweerder, samengevat, ongepaste relaties heeft gehad met meerdere cliënten die bij hem in behandeling zijn geweest. Dit wordt door verweerder betwist. Het college overweegt dat klager bij dit klachtonderdeel geen eigen, persoonlijk belang heeft dat kan worden geplaatst in de individuele gezondheidszorg.

Het college oordeelt dan ook dat klager geen rechtstreeks belanghebbende is en niet-ontvankelijk is in dit klachtonderdeel. Het college zal dit klachtonderdeel daarom niet verder inhoudelijk bespreken.


Klachtonderdelen a), b), c) en e), bejegening van klager

4.4       De hiervoor genoemde klachtonderdelen hebben alle betrekking op de bejegening van klager door verweerder. Het college zal op deze klachtonderdelen wel inhoudelijk ingaan. Klager schrijft dat verweerder een sarcastische opmerking maakte tijdens een D-borrel op

15 maart 2024 en in het openbaar vertrouwelijke informatie deelde over klager. Daarnaast schrijft klager dat verweerder ongepaste opmerkingen tegen hem maakte en hem ongewenst aanraakte. Hij gaf klager ook een cadeau (een knuffelbeer) met een ongepaste opmerking, namelijk dat klager deze beer mocht knuffelen en aan verweerder mocht denken als hij zich eenzaam voelde. Ook werft verweerder volgens klager cliënten bij een D-borrel, waaronder een date van klager zelf. Tot slot stelt klager zich op het standpunt dat verweerder hem gedurende een ruime periode heeft gestalkt. Hij heeft hier aangifte van gedaan.
 

4.5       Verweerder betwist alle verwijten die klager hem maakt. Ten aanzien van klagers stelling dat verweerder hem zou stalken, stelt verweerder dat het omgekeerde het geval is en hij zelf wordt gestalkt door klager. Verweerder heeft klager één keer een cadeau gegeven bij afsluiting van de behandeling, namelijk een pop. Na bespreking van de casus van klager in zijn intervisiegroep voelde deze pop passend om aan klager te geven, namelijk als symbool voor de Gezonde Volwassene uit de schematherapie om te helpen gezondere keuzes te  maken. Verweerder heeft nooit gezegd dat klager de pop mocht knuffelen en aan hem mocht denken als hij zich eenzaam voelde. Tot slot is de door klager in repliek gestelde belangenverstrengeling eveneens door verweerder betwist. Hoewel verweerder erkent dat hij eenmalig met zijn privé telefoonnummer contact met klager zocht, was dit in een noodsituatie. Hij wilde de afspraak met klager afzeggen vanwege privé omstandigheden, en had op dat moment zijn zakelijke telefoon niet bij zich. Dit maakt niet dat sprake is van belangenverstrengeling zoals door klager gesteld.
 

4.6       Het college overweegt als volgt. Om over een bepaalde gedraging een oordeel te kunnen geven, moet vast staan dat die gedraging heeft plaatsgevonden. Hoewel klager een aantal bewijsstukken heeft overgelegd, zijn deze bewijsstukken (waaronder aangifte bij de politie door klager, enkele foto’s en een klachtenprocedure bij het D) alle de weergave namens klager zelf en geen objectieve onderbouwing van de door hem aangevoerde feiten en omstandigheden. Ook aan de door klager overgelegde geluidsbestanden kan niet de waarde gehecht worden die hij wenst, omdat verweerder heeft weersproken dat ze volledig zijn en daarnaast missen deze geluidsbestanden verdere context. Verweerder heeft enkel erkend dat hij klager een pop zou hebben gegeven bij afsluiting van de behandeling en dat hij klager eenmaal heeft bericht via zijn privé telefoonnummer. De door verweerder in dit kader gegeven uitleg kan het college volgen en dit handelen is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Voor het overige worden alle klachtonderdelen nadrukkelijk betwist en hebben klager en verweerder verschillende lezingen over wat er zou zijn gebeurd. Deze klachtonderdelen zijn dan ook, wegens het ontbreken van een vaststaande feitelijke grondslag, kennelijk ongegrond.


Slotsom

4.7       Uit de overwegingen hiervoor volgt dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in klachtonderdeel d) en de overige klachtonderdelen kennelijk ongegrond zijn.

5. De beslissing

Het college verklaart klager kennelijk niet-ontvankelijk in klachtonderdeel d) en klachtonderdelen a), b), c) en e) kennelijk ongegrond.
 

Deze beslissing is gegeven op 25 augustus 2026 door P.A.H. Lemaire, voorzitter, L.P.T. Raijmakers en R. van der Ree, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M.H. van Ham, secretaris.

secretaris                                                                                           voorzitter


 


Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

  1. Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
  • het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
  • als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
  • het college kennelijk onbevoegd is, of
  • voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
     

Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

  1. Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
  1. Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.


U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.
 

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.