ECLI:NL:TGZRZWO:2026:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle z2025/8533
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2026:13 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 16-01-2026 |
| Datum publicatie: | 22-01-2026 |
| Zaaknummer(s): | z2025/8533 |
| Onderwerp: | Schending beroepsgeheim |
| Beslissingen: | Gegrond, waarschuwing |
| Inhoudsindicatie: | Klacht over schenden van het beroepsgeheim en de privacy tegen een verloskundige deels gegrond. Maatregel: waarschuwing. Klaagster plaatste na de zwangerschapsbegeleiding online een recensie over de praktijk en het handelen van de verloskundige. De verloskundige reageerde door middel van een openbare reactie en deelde daarbij ook medisch inhoudelijke informatie van klaagster. Het college oordeelt dat de verloskundige haar geheimhoudingsplicht heeft geschonden en onbevoegd informatie heeft opgevraagd. De klachtonderdelen over schending van de privacy door het opnemen van een telefoongesprek en het delen van gegevens in het kader van een overdracht zijn ongegrond. De verloskundige was onervaren, heeft uiteindelijk spijt betuigd en verbetermaatregelen genomen. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
ZWOLLE
Beslissing van 16 januari 2026 op de klacht van:
A , klager,
en
B, klaagster,
beiden wonende in C,
tegen
D ,
verloskundige ,
werkzaam in C,
verweerster, hierna ook: de verloskundige,
gemachtigde: mr. M.J. de Vries, werkzaam in Groningen.
1. De zaak in het kort
1.1 Van 10 augustus 2023 tot april 2024 is klaagster door de praktijk van de
verloskundige begeleid bij haar zwangerschap. Medio mei 2024 schreef klaagster online
een recensie waarbij zij onder andere heeft aangegeven door de verloskundige niet
serieus te zijn genomen in haar (lichamelijke) klachten. De verloskundige reageerde
door middel van een openbare reactie en deelde daarbij ook medisch inhoudelijke informatie
van klaagster. Klagers maken de verloskundige verschillende verwijten omtrent het
schenden van het beroepsgeheim en de privacy.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat klacht gedeeltelijk gegrond is en legt de verloskundige de maatregel van een waarschuwing op. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.
- De procedure
2.1
Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 22 mei 2025;
- het verweerschrift, ontvangen op 14 juli 2025;
- de aanvulling op het verweerschrift met bijlagen, ontvangen op 25 augustus 2025;
- de aanvullende stukken van klagers met bijlagen, ontvangen op 8 september 2025;
- het proces-verbaal van het op 9 oktober 2025 gehouden mondelinge vooronderzoek;
- de aanvulling op de klacht, ontvangen op 22 oktober 2025;
- het aanvullende verweerschrift met bijlagen, ontvangen op 24 november 2025.
2.2 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 12 december 2025. De partijen zijn
verschenen, waarbij de verloskundige werd bijgestaan door haar gemachtigde. De partijen
en de gemachtigde hebben hun standpunten mondeling toegelicht.
2.3 Verweerster heeft voorafgaand aan de zitting verzocht de zaak achter gesloten deuren te behandelen vanwege -kort gezegd- de vrees dat de publiciteit en media-aandacht nadelige gevolgen zullen hebben voor de praktijk en haar medewerkers. Het college heeft overwogen dat de openbaarheid van tuchtrechtspraak belangrijk is voor het vertrouwen in het tuchtrecht. Besloten is dat zich in deze zaak geen uitzondering voordoet die een zitting achter gesloten deuren kan rechtvaardigen. Het belang van openbare tuchtrechtspraak gaat in dit geval boven het belang van de verloskundige.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 Klaagster werd tijdens haar zwangerschap van augustus 2023 tot april 2024 begeleid door de praktijk waarin de verloskundige sinds oktober 2023 werkzaam was. Vanaf 1 januari 2024 is zij ook de praktijkhouder.
3.2 Op 21 maart 2024 was er overleg tussen de verloskundige en een andere verloskundigenpraktijk over eventuele overname van de zwangerschapsbegeleiding van
klaagster in verband met een zorgvraag buiten de richtlijn vanuit klaagster. Klagers
kozen er uiteindelijk toch voor om bij de verloskundige in zorg te blijven. Hiervan
werd een schriftelijke verklaring opgesteld en door partijen ondertekend.
3.3 Na de geboorte van de baby plaatste klaagster rond half mei 2024 een recensie over de verloskundigeprakijk van de verloskundige via Google. Rond half juni 2024 plaatste verweerster een reactie waarin ze inging op de medische situatie en de verleende zorg rondom de zwangerschap/bevalling van klaagster.
3.4 Op 6 juli 2024 belde klager de verloskundige over de recensie en het organiseren van een fysieke afspraak. Van dat telefoongesprek werd een opname gemaakt aan de zijde van de verloskundige.
3.5 De verloskundige nam op 6 juli 2024 via e-mail contact op met het ziekenhuis
waar klaagster was bevallen. Daarin verzocht zij om medische informatie over klaagster,
zogezegd in het kader van de voorbereiding op een nagesprek met klaagster.
3.6 Op 12 juli 2024 paste de verloskundige haar reactie aan en later nog een keer. Ook klaagster paste haar recensie twee keer aan en éénmaal heeft zij de recensie verwijderd en een nieuwe recensie geplaatst (‘wij zijn ontevreden over deze praktijk’). Vervolgens startte de verloskundige een kort geding bij de rechtbank om ervoor te zorgen dat de recensie zou worden verwijderd. Bij vonnis van 5 juni 2025 werd de vordering van de verloskundige afgewezen.
- De klacht en de reactie van de verloskundige
4.1
Klagers verwijten de verloskundige:
a) dat zij met haar in juni 2024 geplaatste reactie op de Google-review van klaagster
nodeloos met een breed publiek medische informatie heeft gedeeld over de zwangerschap
van klaagster;
b) dat zij zonder instemming van klaagster haar dossier met medische gegevens heeft
besproken met verloskundigenpraktijk E;
c) dat zij na de Google-review de privacy van klagers heeft geschonden door een
hele tijd na de bevalling zonder instemming van klagers contact te leggen met het
ziekenhuis met het verzoek om informatie over klaagster;
d) privacy schending en schending van het beroepsgeheim door het opnemen van een
telefoongesprek met klager.
4.2 De verloskundige erkent dat zij niet had moeten reageren op de recensie van
klaagster. Zij heeft gereflecteerd op haar handelen en verbetermaatregelen doorgevoerd.
Om die reden verzoekt de verloskundige het college om klachtonderdeel a) gegrond te
verklaren, zonder oplegging van een maatregel, en de overige klachtonderdelen ongegrond.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
- De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de verloskundige de zorg heeft verleend die van haar verwacht
mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende verloskundige.
Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen
en andere professionele standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen
handelen is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt.
Klachtonderdeel a) Reactie op de Google-review
5.2 Klachtonderdeel a) gaat over de reactie van de verloskundige op de Google-recensie
van klaagster. De verloskundige heeft in haar verweer erkend dat zij door te reageren
zoals zij heeft gedaan fout heeft gehandeld. Ter zitting heeft zij dat herhaald en
nogmaals haar excuses aangeboden. Klaagster heeft aangegeven dat de verloskundige
dit veel eerder had moeten doen. Het college stelt vast dat de verloskundige, door
in de reactie medische informatie openbaar te maken, tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft
gehandeld zodat dit klachtonderdeel in zoverre gegrond is.
Klachtonderdeel b) Delen van medische gegevens
5.3 In dit onderdeel verwijten klagers de verloskundige dat zij zonder instemming
het dossier van klaagster met medische gegevens heeft besproken met een andere praktijk.
De verloskundige heeft uiteengezet dat klaagster op 21 maart 2024 een zorgvraag had
die buiten de richtlijn viel, waarop zij met klaagster besproken heeft dat een andere
prakijk die zorg mogelijk wel zou willen leveren. Zij heeft vervolgens anoniem overleg
gehad met die andere praktijk, waarna zij klaagster dezelfde dag nogmaals bezocht
heeft om dit verder te regelen. Bij dat tweede bezoek bleek dat klaagster bij de praktijk
van de verloskundige wilde blijven, waarna partijen een schriftelijke verklaring hebben
getekend waarin dit is vastgelegd.
5.4 Het college is van oordeel dat de verloskundige zorgvuldig heeft gehandeld toen zij constateerde dat er sprake was van een zorgvraag die buiten de richtlijn viel. In overeenstemming met de Transmurale richtlijn ‘Verloskundige zorgvragen buiten reguliere standaarden’ van het Verloskundig Samenwerkingsverband Zwolle e.o., waar de praktijk bij is aangesloten, heeft zij bezien of er een andere praktijk was die wel aan de zorgvraag wilde voldoen. Aangezien onbetwist is dat dat anoniem gebeurde, is geen sprake van schending van de privacy of doorbreking van het beroepsgeheim. Partijen verschillen van mening over de vraag of de overdracht naar een andere praktijk wel of niet van te voren besproken is. Bij de beoordeling gaat het college in beginsel uit van de informatie en de juistheid van de inhoud daarvan in het medisch dossier tenzij het tegendeel blijkt of aannemelijk wordt gemaakt. Dat laatste is hier niet het geval. Het dossier biedt geen aanknopingspunten voor de stelling van klagers dat de overdracht niet eerst is besproken met hen. De notities over het bezoek in de ochtend van 21 maart 2024 vermelden dat er in verband met een zorgvraag buiten de richtlijn aangegeven is dat er intercollegiaal overleg zal gaan plaatsvinden, daarom acht het college het aannemelijk dat dit wel besproken is zoals de verloskundige heeft aangevoerd. Klachtonderdeel b) is ongegrond.
Klachtonderdeel c) Schending privacy door contact met ziekenhuis
5.5 In dit klachtonderdeel stellen klagers dat de verloskundige hun privacy
heeft geschonden door een hele tijd na de bevalling zonder instemming van klagers
contact te leggen met het ziekenhuis met het verzoek om (medische) informatie over
klaagster. De verloskundige heeft in het verweerschrift aangegeven dat zij dat deed
in het kader van de voorbereiding op een nagesprek, en dat zij dat ook mocht doen
gelet op de door klaagster ondertekende toestemmingsverklaring.
5.6 Ter zitting is de tekst en inhoud van de toestemmmingsverklaring besproken en heeft de verloskundige uiteengezet dat deze tekst nog afkomstig was van de vorige praktijkeigenaar. De verloskundige heeft de tekst inmiddels aangepast. Zij heeft erkend dat de door klaagster ondertekende verklaring niet inhoudt dat toestemming wordt verleend om na afloop van de begeleiding van de zwangerschap nog informatie bij andere zorgverleners in te winnen. Nu zij dat drie maanden na de bevalling wel heeft gedaan en het college van oordeel is dat het opvragen van medische informatie nadien niet binnen de reikwijdte van de de eerder door klaagster verleende toestemming kan vallen, is dit klachtonderdeel gegrond.
Klachtonderdeel d) Schending privacy door opname telefoongesprek
5.7 Klachtonderdeel d) gaat het om een telefoongesprek tussen klager en de verloskundige,
dat de verloskundige heeft opgenomen zonder dat klagers dat wisten. De verloskundige
heeft aangegeven dat het gesprek is opgenomen omdat zij, toen zij in het weekend thuis
gebeld werd op haar privé telefoon, geschrokken was en een opname verstandig vond
omdat zij naderhand wilde kunnen nagaan wat zij had gezegd. Zij heeft er daarbij niet
aan gedacht om dit aan klager te zeggen. Haar partner, die ook thuis was, heeft de
opname niet beluisterd.
5.8 Vooropgesteld wordt dat het gesprek plaatsvond met (en op initiatief van) klager met wie geen behandelrelatie bestond. Niet valt daarom in te zien dat het de verloskundige niet vrijstond dit gesprek op te nemen. Dat de partner van de verloskundige de inhoud van het gesprek heeft meegekregen is betwist en is het college niet gebleken, nog daargelaten dat gesteld noch gebleken is dat in dat gesprek medische gegevens of privacy gevoelige zaken zijn besproken. Het was wel zorgvuldiger geweest als de verloskundige had laten weten dat zij het gesprek opnam, maar tuchtrechtlijk verwijtbaar is het niet. Daarom is dit klachtonderdeel ongegrond.
Slotsom
5.9 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klachtonderdelen a) en c) gegrond
zijn en dat klachtonderdelen b) en d) ongegrond zijn.
Maatregel
5.10 Omdat de klacht deels gegrond is moet het college beoordelen of en zo ja,
welke maatregel opgelegd moet worden. Er is sprake van gegrondverklaring van twee
klachtonderdelen die betrekking hebben op verwijtbare gedragingen die op verschillende
momenten hebben plaatsgevonden. Dit zou wellicht tot een zwaardere maatregel kunnen
leiden, maar het college ziet redenen daarvan af te zien. Ten tijde van het gebeuren
was de verloskundige nog maar kort werkzaam als verloskundige en praktijkhouder. Ze
was dus relatief onervaren.
De verloskundige heeft echter haar geheimhoudingsplicht geschonden en onbevoegd
informatie opgevraagd. Dat zijn serieuze schendingen van de beroepsnormen. Hoewel
het een tijd heeft geduurd, heeft zij uiteindelijk wel ingezien en erkend dat haar
handelen verkeerd was. Voor haar reactie op de review heeft ze ook excuses aangeboden.
Daarnaast heeft ze verbetermaatregelen genomen zoals een social mediabeleid en is
ze aangemeld voor intervisie. Ter zitting heeft de verloskundige toegelicht ervan
geleerd te hebben. Gelet op het voorgaande acht het college het opleggen van een waarschuwing
een passende maatregel als zakelijke terechtwijzing dat in de toekomst anders gehandeld
moet worden.
Publicatie
5.11 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen
belang is erin gelegen dat andere zorgverleners mogelijk van deze zaak kunnen leren.
(Negatieve) recensies op internet komen immers veel voor en als er al een reactie
op gegeven wordt moet dat een gepaste reactie (zonder medische informatie) zijn. De
publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen of
instanties herleidbare gegevens.
- De beslissing
Het college:
- verklaart de klachtonderdelen a en c gegrond;
- verklaart de klachtonderdelen b en d ongegrond;
- legt de verloskundige de maatregel op van een waarschuwing;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding
van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden
bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht,
Gezondheidszorg Jurisprudentie, Medisch Contact en het Tijdschrift De Verloskundige
(KNOV).
Deze beslissing is gegeven door F.P. Dresselhuys-Doeleman, voorzitter, Th.A. Wiersma, lid-jurist, J.M. Betlem, E.W. van Olst-Gerbens en M.H.P. Klerkx, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M.C. Sijtsema, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026 .
secretaris
voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.