ECLI:NL:TGZRZWO:2020:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 082/2020

ECLI: ECLI:NL:TGZRZWO:2020:133
Datum uitspraak: 18-12-2020
Datum publicatie: 18-12-2020
Zaaknummer(s): 082/2020
Onderwerp: Schending beroepsgeheim
Beslissingen: Gegrond, waarschuwing
Inhoudsindicatie: Klacht tegen arts. Medisch dossier onbevoegd geopend en direct weer gesloten. Verweer dat geen kennis is genomen van medische gegevens en dus het beroepsgeheim niet geschonden is, houdt geen stand. Klacht gegrond. Maatregel.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE TE ZWOLLE

Beslissing d.d. 18 december 2020 naar aanleiding van de op 5 juni 2020 bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle ingekomen klacht van

A , wonende te B,

k l a a g s t e r

-tegen-

C , arts, (destijds) werkzaam te D,

bijgestaan door E, klachtenfunctionaris F te D,

b e k l a a g d e

1.    HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende:

-      het klaagschrift met de bijlagen;

-      het verweerschrift met de bijlagen;

-      het proces-verbaal van het op 27 oktober 2020 gehouden gehoor in het kader van het vooronderzoek;

-      aanvullende stukken van de gemachtigde van beklaagde d.d. 5 november 2020.

De zaak is behandeld ter openbare zitting van 20 november 2020, waar zijn verschenen klaagster en beklaagde, bijgestaan door zijn gemachtigde.

2.    DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.

Beklaagde was van 1 mei 2019 tot 15 januari 2020 in de F te D (verder: het ziekenhuis) werkzaam als arts-assistent niet in opleiding. Hij is de ex-partner van klaagster. Begin januari 2020 ontstond er een geschil tussen hen. Klaagster was op dat moment zwanger.

Beklaagde heeft op zaterdag 11 januari 2020 in het medisch dossier van klaagster gekeken. Klaagster heeft hierover een klacht ingediend bij de klachtenfunctionaris van het ziekenhuis. Beklaagde heeft hierop d.d. 28 februari 2020 schriftelijk gereageerd:

[…] Zoals ik u eerder heb laten weten bleek [klaagster] (met wie ik langere tijd een verhouding heb gehad) zwanger te zijn op het moment dat de relatie verbroken werd. Omdat zij een kind van mij draagt wilde ik graag weten wanneer de volgende afspraken bij gynaecoloog of de verloskundige gepland stonden.

Tijdens een rustige dienst, die ik draaide op [een van de locaties van het ziekenhuis], overviel mij een zeer sterk gevoel van wanhoop, radeloosheid, dat mij deed besluiten haar dossier te openen.

Bijgaand treft u overigens ook een schrijven aan van mijn leidinggevende […] dat ik op moment van inzage (zondag 21 januari om 17.00 uur) inderdaad binnen [het ziekenhuis] werkzaam was.

Eigenlijk werd ik tot deze wanhoopsdaad gedreven omdat op dat moment enige communicatie met [klaagster] voor mij onmogelijk werd gemaakt. En ik het inzien van haar dossier even als enige oplossing zag om antwoord te krijgen op mijn vraag. Zij had namelijk, twee dagen na verbreken van de relatie, al via haar advocaat te kennen gegeven dat e alleen via hem met mij verder wilde communiceren. Tevens waren verdere communicatiemiddelen zoals Facebook en telefoon (SMS, Whatsapp) door haar geblokkeerd.

Op het moment dat ik haar dossier opende besefte ik mij ten zeerste dat deze manier niet juist was en heb daarom dan ook het dossier direct weer gesloten.

In deze wil ik u ook laten weten spijt te hebben dat ik haar dossier heb geopend, dat ik op deze manier antwoord had willen krijgen op mijn vraag.

Door het feit dat ik vanuit mijn werksituatie inzage heb gehad in het dossier kan ik u de garantie geven dat er op dat moment geen andere personen aanwezig waren die mee hadden kunnen kijken.”

De klachtenfunctionaris heeft op 11 maart 2020 schriftelijk aan klaagster laten weten dat er een rectificatie diende plaats te vinden op de reactie die eerder was gegeven op de klachtmelding door beklaagde en zijn leidinggevende:

Rectificatie:

-      In het verweer van [beklaagde] (d.d.28 februari 2020) staat in de tweede alinea vermeld dat hij op zondag 21 januari om 17.00 uur werkzaam was op de locatie [van het ziekenhuis]. Dit moet zijn: zaterdag 11 januari om 17.00 uur.

-      In de verklaring opgesteld door [de leidinggevende van beklaagde] wordt gesproken over zondag 11 januari. Dit moet zijn: zaterdag 11 januari.”

3.    HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER EN DE KLACHT

Klaagster verwijt beklaagde – zakelijk weergegeven – dat hij onrechtmatig haar medische dossier heeft ingezien waardoor zij in haar persoon is aangetast. Beklaagde heeft geen verantwoordelijkheid genomen jegens klaagster en door zijn handelen is haar veiligheid afgenomen ten aanzien van het ontvangen van veilige zorg en is haar basisvertrouwen in de gezondheidszorg geschaad.

4.    HET STANDPUNT VAN BEKLAAGDE

Beklaagde voert – zakelijk weergegeven – aan dat hij tijdens zijn dienst het dossier van klaagster op 11 januari 2020 om 17.00 uur heeft geopend. Hij heeft alleen het voorblad van het dossier gezien en hierna het dossier meteen weer gesloten. Hoewel hij vanwege omstandigheden in zijn privésfeer zich niet heeft kunnen beheersen het dossier te openen, is hij bijtijds bij zinnen gekomen door het dossier direct na het openen weer te sluiten. Hij heeft dan ook geen medische informatie van klaagster ingezien.

5.    DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE

5.1          

Centraal in de klacht staat het verwijt dat beklaagde onrechtmatig het medische dossier van klaagster heeft ingezien. De overige elementen van de klacht betreffen de gevolgen daarvan en behoeven derhalve niet afzonderlijk door het college te worden beoordeeld.

5.2

Beklaagde heeft toegegeven dat hij om privéredenen, derhalve zonder adequate rechtsgrond, het dossier van klaagster heeft geopend. Daarmee staat dit feit voor het college vast. Beklaagde heeft daarbij nog aangevoerd dat hij alleen het voorblad heeft gezien, en derhalve geen kennis heeft genomen van medische informatie. Naar het oordeel van het college is het echter, uitzonderingen daargelaten, niet van belang van welke in het medische dossier opgenomen informatie beklaagde bij de raadpleging daarvan precies heeft kennisgenomen. Overigens blijkt uit het door beklaagde overgelegde voorbeeldvoorblad dat ook op een voorblad medische gegevens kunnen staan. De klacht is derhalve gegrond. Wel kan het feit dat beklaagde onmiddellijk na het openen van het medische dossier tot de conclusie kwam dat zijn handelen niet juist was, een rol spelen bij de beoordeling van de vraag of een, en zo ja welke, maatregel het college moet opleggen.

5.3

Ten aanzien van deze vraag overweegt het college als volgt. Gelet op het grote (individuele én maatschappelijke) belang van het beroepsgeheim in de gezondheidszorg, ontkomt het college er in dit geval niet aan om een maatregel op te leggen. Bij de keuze van die maatregel is van belang dat beklaagde, door het dossier na de onrechtmatige login onmiddellijk te sluiten, heeft laten zien dat hij het onjuiste van zijn handelen inziet. Daarnaast heeft hij psychologische hulp gezocht. Ook zijn de consequenties voor beklaagde groot geweest, doordat zijn daad ertoe heeft geleid dat zijn contract met het ziekenhuis is verbroken. Ten slotte heeft hij openheid van zaken gegeven aan zijn nieuwe werkgever. Het college leidt uit een en ander af dat beklaagde uit het voorval lering heeft getrokken en dat de kans dat hij opnieuw in de fout zal gaan, niet groot is. Daarom volstaat hier een waarschuwing. Om redenen, aan het algemeen belang ontleend, zal deze beslissing worden gepubliceerd.

6.    DE BESLISSING

Het college:

-      verklaart de klacht gegrond; 

-      legt beklaagde een waarschuwing op;

-      bepaalt dat deze beslissing nadat deze onherroepelijk is geworden in geanonimiseerde vorm in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften ‘Tijdschrift voor Gezondheidsrecht’, ‘Gezondheidszorg Jurisprudentie’, en ‘Medisch Contact’.

Aldus gegeven door P.A.H. Lemaire, voorzitter, J.C.J. Dute, lid-jurist, J. Schuur,

M. van Bergeijk en A.C.P. Maas, leden-beroepsgenoten, in tegenwoordigheid van

G.E. Bart, secretaris.

voorzitter

secretaris

Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

a.     Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als

- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard of

- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard.

Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

b.     Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.

c.     Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.

U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.