ECLI:NL:TGZRZWO:2019:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 254/2018
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2019:39 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 25-02-2019 |
| Datum publicatie: | 25-02-2019 |
| Zaaknummer(s): | 254/2018 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen bedrijfsarts over arbeidsgeschiktheidsbeoordeling na ziekmelding van klager. Het college acht de klachten dat de bedrijfsarts onzorgvuldig heeft gehandeld door te concluderen dat klager volledig arbeidsgeschikt was, dat de bedrijfsarts haar conclusie heeft getrokken terwijl zij nog geen informatie had gekregen van de huisarts en dat zij de Lesa-richtlijnen niet heeft gevolgd, kennelijk ongegrond. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE TE ZWOLLE
Beslissing d.d. 25 februari 2019 naar aanleiding van de op 17 september 2018 bij het
Regionaal Tuchtcollege te Zwolle ingekomen klacht van
A , wonende te B,
k l a g e r
-tegen-
C , bedrijfsarts, (destijds) werkzaam te D,
bijgestaan door mr. D.W.M. Weesie,
v e r w e e r s t e r
1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende:
- het klaagschrift met de bijlagen;
- het aanvullende klaagschrift met de bijlagen;
- het verweerschrift met de bijlagen.
2. DE FEITEN
Op grond van de stukken -waaronder het medisch dossier- dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.
Klager is op donderdag 30 augustus 2018 bij verweerster op het spreekuur gekomen naar aanleiding van een ziekmelding bij zijn werkgever. Verweerster heeft daarover in haar dossier het volgende genoteerd:
“30-8-2018 su TA: (…)
Med: Hij vertelt 2 dagen geleden bij de ha geweest te zijn met diverse klachten die hij al langere tijd heeft: hij noemt ze in de volgende volgorde:
- houdt nog wat last van re elleboog. 8 weken geleden op re elleboog gevallen: volgens ha is slijmbeurs wat geïrriteerd. Geen verdere actie huisarts. Op mijn vraag of ha nog medicatie voorgeschreven heeft: Temazepam
- soms aan het einde van de dag een koortsig gevoel: geen verdere actie huisarts
- voelt zich minder fit, slaapt minder goed en begint zich moe te voelen.
De huisarts zou hem verwezen hebben naar F, waar hij eerder behandeld is.
Werk: ba geeft aan dat ze begrepen heeft dat hij met zijn wg in gesprek is over een vaststellingsovereenkomst. Dat klopt. Betr vindt het oneerlijk. Kon niet goed functioneren in de periode voor zijn vorige aoheid en heeft sinds herstel moeite gehad om weer aan het werk te zijn. Ba vraag waarom dan nu opeens deze ziekmelding en waarom hij zich sinds 12-3 nooit eerder gemeld heeft?
Betr geeft aan dat de ziekmelding een gevolg is van het advies van zijn advocaat. Die zei: als hij zich ziek voelt moet hij zich ziek melden.
Privé: (…)
O/ betr ziet er goed uit; doet een coherent verhaal, meldt op mijn vraag naar reden van ziekmelding als eerste het feit dat hij nog wat last heeft van zijn re elleboog, vervolgens af en toe aan het einde van de dag een koortsig gevoel en pas aan het einde meldt hij dat hij zich wat minder begint te voelen. Dit is geen logische volgorde voor iemand die een zware burnout zegt te hebben. Hij ziet er ook niet uitgeput uit. Het gesprek verliep gemoedelijk en het affect moduleerde normaal. Normaal persoonlijk en sociaal functioneren en in control. Stemming is niet somber en moduleert. Ziekmelding heeft plaatsgevonden binnen een juridische context op advies van zijn advocaat. Ik acht geen gronden aanwezig voor een arbeidsongeschiktheid op basis van medische beperkingen.
Ba geeft aan dat ze hoort dat hij klachten heeft waar hij al langer last van heeft maar waar hij nooit hulp voor gezocht heeft maar nu op advies van zijn advocaat wel. Dat hij het niet leuk vindt dat er onderhandelingen lopen voor vso, dat snap ik. Dat kan spanningsklachten veroorzaken maar dat maakt niet dat ik hem ao vind om medische redenen.
Betr zou het op prijs stellen als ik met zijn ha (…) wil overleggen omdat die hem doorverwezen heeft naar F. Dat is akkoord.
Conc: ik acht hem medisch niet ao per 3-9-2018.
Ik zal met ha overleggen en hem proberen te bellen. Tot nader order is dit mijn advies. Ik zal vandaag proberen ha te bereiken. Ik zal mijn advies naar betr per mail versturen zodat hij het gelijk met de werkgever ontvangt. Als de informatie van de huisarts geen aanleiding geeft tot aanpassingen, dan blijft dit mijn advies. Ik heb betr gewezen op de mogelijkheid om een deskundigenoordeel aan te vragen bij het UWV als hij het met mijn advies niet eens is. ”
Verweerster heeft na telefonisch overleg met de assistente van de huisartsenpraktijk haar verzoek om informatie, vergezeld van een machtiging van klager, verzonden naar de huisartsenpraktijk.
Klager heeft op 31 augustus 2018 een e-mail aan verweerster gestuurd, met als bijlage een foto van de medicatie die hij gebruikte (Temazepam). Hij schreef verder dat hij contact had opgenomen met de F en dat de uitslag van de test was dat hij hoog scoorde op de stress en somatisatie, wat volgens hem betekende dat hij een zware burn-out had. Verder vermeldde hij dat hij gekoppeld was aan een behandelaar die de maandag daarop contact met hem zou gaan opnemen. Hij stelde aan de orde dat verweerster had besloten om na een gesprek van 10 minuten hem weer volledig arbeidsgeschikt te verklaren, dit terwijl hij had aangegeven 9 kg te zijn afgevallen, niet meer te kunnen koken, slapeloze nachten te hebben waarvoor hij medicatie gebruikte, grote zorgen en stress te hebben waar hij onder gebukt ging, vergeetachtig te zijn, in de war te zijn, niet meer toe te komen aan zijn hobby’s, kortom geen energie te hebben, en niet eens meer te kunnen autorijden terwijl zijn examen al ingepland stond. Hij verzocht verweerster contact op te nemen met de behandelaar bij F.
Klager heeft verder bij e-mail van dezelfde datum verweerster nog geïnformeerd over de uitslag van de 4dkl test en de SCL-90-R test.
Verweerster noteerde op 31 augustus 2018 in haar dossier:
“Conclusie: niet meer gereageerd. Tijdens het spreekuur waren er geen signalen van burnout; ingevulde vragenlijsten zijn geen diagnosticum op zich”.
Zij heeft haar advies verzonden aan de werkgever en aan klager. Zij heeft klager ook per e-mail daarvan op de hoogte gesteld.
Op 2 september 2018 heeft klager per e-mail aan verweerster laten weten dat zijn conditie steeds meer verslechterde en dat hij een klacht had ingediend bij het medisch tuchtcollege. Hij verzocht om een second opinion door een onafhankelijke bedrijfsarts.
In antwoord daarop heeft verweerster hem een link gestuurd naar de website van de landelijke pool van bedrijfsartsen voor een second opinion, met het bericht dat hij daaruit zijn keuze kon maken en dat zij daarna een verwijsbrief aan de gekozen arts zou sturen.
Verweerster heeft op 2 september 2018 verder nog het volgende in het dossier genoteerd:
“2-9-2018 bericht van ha op verzoek van info:
De huisarts geeft mij een kopie van het medisch dossier. Het verslag rondom datum 30-8-2018 en 31-8-2018 is als volgt:
“30-8-2018:
Arboarts belt om 13.30 uur; wil graag overleg met SH omtrent patiënt; zit haast bij (…)
31-8-2018: werkgever/arbo oefent druk uit om mee te werken; indien hij zich ziek voelt, doorgeven en zeggen dat het niet gaat en hij ook regelmatig contact heeft met de huisarts
31-8-2018: dhr belt: werkgever opnieuw contact opgenomen met dhr om aandacht te werken. Gesprekje samen gehad, blijven ziek melden als het niet gaat, ook as maandag. (…)”
In bijgevoegde verslagen vind ik geen gronden om mijn advies te herzien.
Conclusie: huisarts geeft feitelijk geen antwoord op mijn vraag naar diagnose. Uit het geprinte dossier blijkt ook niet wie contact heeft gehad met de heer (klager). Het is niet duidelijk of het een huisarts is of een assistente. Iemand geeft alleen mdw advies om zich te blijven ziek melden als het niet gaat.
Conclusie: krijgen van de huisarts geen diagnose en geen beleid. Deze informatie is geen aanleiding om mijn advies te herzien.
NB: betr heeft inmiddels gevraagd om een SO, ondanks advies voor DO. ”
Op 6 september 2018 heeft er een nieuwe ziekmelding plaatsgevonden. In verband met de inmiddels ingediende tuchtklacht tegen verweerster is hiervoor een andere bedrijfsarts ingeschakeld.
3. HET STANDPUNT VAN KLAGER EN DE KLACHT
Klager verwijt verweerster -zakelijk weergegeven- dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door te concluderen dat klager volledig arbeidsgeschikt kan worden geacht. Hij voert aan dat hij drie tests heeft afgelegd waaruit blijkt dat hij een zware burn-out heeft. Verder wijst hij op de gezondheidsklachten waarvan hij melding heeft gemaakt. Daarbij merkt hij op dat verweerster haar conclusie heeft getrokken terwijl zij nog geen antwoord had gekregen van zijn huisarts. Volgens klager heeft verweerster de LESA-richtlijnen niet gevolgd, door geen moeite te nemen om inzicht te krijgen in zijn situatie. Hij verwijt verweerster bevooroordeeld te zijn, wat heeft geleid tot een verkeerde diagnose.
4. HET STANDPUNT VAN VERWEERSTER
Verweerster stelt zich op het standpunt dat het onderzoek en de begeleiding en behandeling zorgvuldig zijn geweest en dat de klacht daarom geen doel treft. Voor zover nodig voor de beoordeling zal in het navolgende worden ingegaan op het verweer.
5. DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE
5.1
Het college wijst er allereerst op, dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.
5.2
Uit het medisch dossier blijkt dat verweerster tijdens het spreekuur op 30 augustus
2018 de gezondheidsklachten waarmee klager was uitgevallen heeft besproken met klager
en haar onderzoek vervolgens daarop heeft gericht. Zoals verweerster in het dossier
heeft vermeld, viel op dat klager als eerste melding maakte van het feit dat hij nog
wat last had van zijn rechterelleboog na een val acht weken eerder, vervolgens aangaf
dat hij soms aan het einde van de dag een koortsig gevoel had en als laatste vermeldde
dat hij zich minder fit voelde, minder goed sliep en zich moe begon te voelen. Het
college kan volgen dat verweerster dit geen logische volgorde vond voor iemand die
stelt een zware burn-out te hebben. Ook kan het college volgen dat verweerster in
haar verdere onderzoeksbevindingen geen aanwijzingen vond dat bij klager daadwerkelijk
sprake was van een burn-out; het toestandsbeeld van klager, zoals verweerster dat
in haar dossier beschreef, wees daar niet op. De (slaap)medicatie die klager voorgeschreven
had gekregen en gebruikte, behoefde daar ook niet op de wijzen. De klachten waarvan
klager in zijn e-mail melding maakte en de uitslag van de door klager ingevulde testen
behoefde verweerster, zeker in het licht van haar verdere bevindingen, ook niet tot
de conclusie te brengen dat bij klager sprake was van een burn-out.
5.3
Begrijpelijk is dat verweerster bij deze stand van zaken heeft aangenomen dat klager weliswaar spanningsklachten had vanwege de discussie met zijn werkgever over een vaststellingsovereenkomst, maar dat dit niet van dien aard was dat moest worden gezegd dat klager ten gevolge van ziekte verhinderd was zijn arbeid te verrichten. Het is dan ook niet onzorgvuldig dat verweerster voorlopig heeft geconcludeerd dat klager niet op medische gronden arbeidsongeschikt was per 3 september 2018 en de werkgever dienovereenkomstig heeft geadviseerd.
5.4
Verweerster heeft verder zorgvuldig gehandeld door op verzoek van klager informatie
in te winnen bij zijn huisarts. Het college acht het zeer wel verdedigbaar dat verweerster
in de informatie die zij van de huisarts ontving geen reden heeft gezien om haar conclusie
en advies te herzien. Uit de opgevraagde informatie bleek immers niet dat de huisarts
een diagnose had gesteld en beleid had bepaald; slechts bleek dat klager het advies
was gegeven zich ziek te (blijven) melden als het niet ging. Verweerster behoefde
verder niet in te gaan op het verzoek van klager om contact op te nemen met een behandelaar
bij de F, alleen al omdat de informatie van klager op dit punt slechts inhield dat
een behandelaar de volgende maandag contact zou opnemen met hem. Van verweerster
kon niet worden verwacht dat zij informatie zou inwinnen bij een behandelaar die
het eerste contact met klager nog moest hebben en het uitbrengen van advies aan de
werkgever daarop zou laten wachten. Verweerster heeft ten slotte correct gehandeld
door haar voorlopige conclusie met klager te bespreken en hem op voorhand te informeren
over de mogelijkheid om een deskundigenoordeel bij het UWV aan te vragen indien hij
zich niet kon vinden in het advies. Nadat klager te kennen had gegeven dat hij een
second opinion wenste, heeft verweerster daaraan ook direct haar medewerking verleend.
Aanwijzingen dat verweerster bevooroordeeld was en daarom tot een onjuiste beoordeling
is gekomen, ziet het college verder niet.
5.5
Gelet op het voorgaande is de klacht kennelijk ongegrond en dient als volgt te worden beslist.
6. DE BESLISSING
Het college wijst de klacht af.
Aldus gegeven in raadkamer door H.L. Wattel, voorzitter, A.M. Koene, lid-jurist, C.A.W.M. Hertog, C.W.M. Hosmus en M.A. Braakman, leden-beroepsgenoten, in tegenwoordigheid van B.E.H. Zijlstra-Bauer, secretaris.
voorzitter
secretaris
Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door:
a. de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard;
b. degene over wie is geklaagd;
c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van de volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hun toevertrouwde belangen aangaat.
Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.