ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2529 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 129/2012
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2529 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 20-12-2012 |
| Datum publicatie: | 20-12-2012 |
| Zaaknummer(s): | 129/2012 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Raadkamerbeslissing. Klacht tegen huisarts. Aanhoudende buikklachten. Verwijt niet doorsturen naar specialist(en). Klacht kennelijk ongegrond. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE TE ZWOLLE
Beslissing d.d. 20 december 2012 naar aanleiding van de op 6 juni 2012 bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle ingekomen klacht van
A, wonende te B,
k l a a g s t e r
-tegen-
C , huisarts, werkzaam te B,
v e r w e e r d e r
1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Het college heeft kennisgenomen van:
- het klaagschrift met de bijlagen;
- de aanvullende klaagschriften binnengekomen, d.d. 19 juni 2012, 25 juni 2012 en
5 juli 2012;
- het verweerschrift;
- de repliek met de bijlagen;
- het aanvullend schrijven van klaagster, binnengekomen op 25 september 2012;
- de dupliek;
- het medisch dossier.
Partijen hebben afgezien van de hun geboden mogelijkheid om te worden gehoord in het
kader van het vooronderzoek.
2. DE FEITEN
Op grond van de stukken waaronder het medisch dossier dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.
Klaagster, geboren op 1 december 1958, is al jaren bekend met onbegrepen lichamelijke klachten, met name buikklachten. Daarnaast heeft klaagster bij tijd en wijle last van jeuk.
Klaagster is sedert augustus 2008 patiƫnt in de praktijk van verweerder. Klaagster bezocht zeer regelmatig het spreekuur van verweerder in verband met (onder andere) haar buikklachten, en ook de spoedeisende hulp van het D en het E te B.
Er is in de periode van augustus 2008 tot en met 20 juni 2012 herhaaldelijk nader onderzoek gedaan bestaande uit echo-, urine- en laboratoriumonderzoek. Voorts heeft een CT-scan plaatsgevonden. Daarnaast heeft verweerder medicatie voorgeschreven ten aanzien van de door klaagster genoemde klachten.
Bij het uitgevoerde echografisch onderzoek waren geen bijzonderheden waarneembaar. De CT-scan heeft geen duidelijke afwijkingen laten zien. Op de verschillende afdelingen spoedeisende hulp is geen aanleiding gezien voor opname of verder poliklinisch onderzoek.
Klaagster heeft in juni 2012 de praktijk van verweerder verlaten.
3. HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER EN DE KLACHT
Klaagster verwijt verweerder -zakelijk weergegeven- dat verweerder ten onrechte klaagster niet heeft verwezen voor observatie in verband met aanhoudende buikklachten en jeukklachten.
4. HET STANDPUNT VAN VERWEERDER
Verweerder voert -zakelijk weergegeven- aan dat hij klaagster altijd serieus heeft genomen en dat hem geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.
5. DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE
5.1
Het college wijst er allereerst op, dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.
5.2
Uitgaande van de hierboven weergegeven feiten en rekeninghoudend met dit toetsingscriterium is het college tot de slotsom gekomen dat de klacht als kennelijk ongegrond moet worden afgewezen. Daartoe heeft het college zich in grote lijnen kunnen verenigen met hetgeen verweerder in zijn verweerschrift heeft doen aanvoeren met betrekking tot de klacht, hetgeen volledig wordt ondersteund door het door de opvolgende huisarts van verweerder overgelegde medisch dossier van klaagster.
Het medisch dossier laat zien dat verweerder steeds serieus en uitgebreid op de klachten van klaagster is ingegaan. Verweerder heeft klaagster telkens onderzocht, en tevens zo nodig doorverwezen voor nader onderzoek.
Het college kan dan ook slechts concluderen dat verweerder bij zijn bemoeienis met klaagster zeker is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening.
6. DE BESLISSING
Het college wijst de klacht af.
Aldus gedaan in raadkamer door mr. A.L. Smit, voorzitter, G.W.A. Diehl en J.M. Komen, leden-geneeskundigen, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Sijnstra-Meijer, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 20 december 2012 door mr. A.L. Smit, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H. van der Poel-Berkovits, secretaris.
voorzitter
secretaris
Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door:
a. de klaagster en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard;
b. degene over wie is geklaagd;
c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van de volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hun toevertrouwde belangen aangaat.
Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.