ECLI:NL:TGZRSHE:2026:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8355

ECLI: ECLI:NL:TGZRSHE:2026:54
Datum uitspraak: 18-03-2026
Datum publicatie: 18-03-2026
Zaaknummer(s): H2025/8355
Onderwerp: Onjuiste verklaring of rapport
Beslissingen: Gegrond, berisping
Inhoudsindicatie: “Klacht tegen een huisarts. Klager verwijt verweerster dat zij haar beroepsgeheim, de AVG en de medische volmacht heeft geschonden en dat zij bij de zorgmelding over klager bij Veilig Thuis heeft gehandeld in strijd met de KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld.Klacht deels gegrond, verweerster heeft onzorgvuldig gehandeld door de stappen van het in de KNMG-meldcode opgenomen stappenplan niet of onvoldoende te volgen, berisping.”

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE ’S-HERTOGENBOSCH

Beslissing van 18 maart 2026 op de klacht van:

[A],
wonende in [B],
klager,
gemachtigde: mr. V.H.A. Griffioen, werkzaam in Sittard,

tegen

[C],
huisarts, werkzaam in [B],
verweerster, hierna: de huisarts,
gemachtigde: mr. R.J. Peet, werkzaam in Utrecht.

1. De zaak in het kort
1.1   De huisarts heeft een zorgmelding gedaan bij Veilig Thuis over klager. Volgens klager heeft 
de huisarts daarbij in strijd gehandeld met de KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld 
en heeft de huisarts haar beroepsgeheim, de AVG en de (medische) volmacht van klager geschonden.

1.2  Het college komt tot het oordeel dat de klacht deels gegrond is. Hierna licht het
college dat toe.

2. De procedure
2.1  De procedure blijkt uit:
-  het klaagschrift met bijlagen 1 tot en met 7, ontvangen op 7 april 2025;
-  het verweerschrift, ontvangen op 11 juni 2025;
-  de e-mail van 8 juli 2025 van de gemachtigde van klager met bijlage 8, ontvangen per post op 11 
   juli 2025;
-  het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 16 juli 2025;
-  de brief van 17 juli 2025 van de gemachtigde van de huisarts met bijlagen 1 en 2, ontvangen op 
    21 juli 2025;
-  de reactie van de gemachtigde van klager, ontvangen op 9 september 2025.

2.2   De zaak is behandeld op de openbare zitting van 23 januari 2026. Verschenen zijn de 
gemachtigde van klager en de huisarts, bijgestaan door haar gemachtigde. De gemachtigde
van klager heeft een pleitnotitie voorgelezen en aan het college en de andere partij overhandigd. De gemachtigde van de huisarts heeft het standpunt van de huisarts mondeling toegelicht.

3. Wat is er gebeurd?
3.1   Klager is tot 1 januari 2024 onder behandeling geweest bij een (andere) huisarts, werkzaam in 
dezelfde praktijk als de huisarts. Nadat deze huisarts de praktijk had verlaten is klager 
overgedragen aan de huisarts.

3.2   Op 12 maart 2024 heeft een eerste (kennismakings)consult bij de huisarts plaatsgevonden. In 
het huisartsenjournaal is het volgende genoteerd (alle citaten voor zover van belang en letterlijk 
weergegeven):
“komt met nieuwe partner. labuitslagen besproken (…). veel spanningen tussen hem en zijn
kinderen vanwege nieuwe vriendin. geeft veel stress.”

3.3   Bij notariële akte van 15 mei 2024 heeft klager een levenstestament laten opstellen voor de 
situatie dat hij om wat voor reden dan ook niet meer zelf zijn wil kan bepalen en beslissingen kan 
nemen en een (medische) volmacht verleend aan zijn partner.

3.4  Op 2 juli 2024 heeft een tweede consult bij de huisarts plaatsgevonden. In het 
huisartsenjournaal is genoteerd:
“veel stress met de kinderen. levenstestament bij notaris vastgelegd. geregistreerd partnerschap 
(zonder medeweten van de kinderen)
opvallend is dat partner het woord voor hem doet en hij steeds naar haar kijkt voor een
antwoord”

3.5   Volgens het huisartsenjournaal heeft de huisarts klager op 16 juli 2024 in verband met een 
liesbreuk verwezen naar de chirurg voor een consult om te kijken of de liesbreuk behandeld moest 
worden.

3.6   Op 15 augustus 2024 heeft de zoon van klager (hierna ook: de zoon) telefonisch contact 
opgenomen met de huisartsenpraktijk. In het huisartsenjournaal is genoteerd:
“tel zoon; maken zich ernstig zorgen over vader, met name geestelijk. lijkt heel erg achteruit te 
gaan lijkend op dementiebeeld. overwegen een bewindvoering/onder curatele stellen bij de rechtbank… 
graag gesprek aangaan, weten dat je weinig kan naar zoon toe, maar willen zorgen uitspreken.
nieuwe partner is ook aangesproken hierop, en zij ontkent alles, probeert dhr van zijn familie
te isoleren.”

3.7  Op 22 augustus 2024 heeft de zoon weer telefonisch contact opgenomen met de 
huisartsenpraktijk. In het huisartsenjournaal is genoteerd:
“tel zoon: maakt zich veel zorgen om vader, vergeet veel dingen, vaker afwezig met gedachten. wil 
hier zelf niets van weten, nieuwe partner ook niet, is ook vrij dominerend in relatie. kinderen 
weten ook niet wat vader wil mbt levenseinde. zouden het fijn vinden als hij een wilsverklaring opstelt bij ons. uitgebreid gesproken met zoon, ik zal proberen vader te motiveren om hier verder onderzoek in te laten doen. zoon belt zelf nog eens over enkele weken”

3.8   Op 30 augustus 2024 hebben klager en zijn partner een e-mail gestuurd naar de 
praktijkondersteuner van de huisarts om de afspraak van klager met de praktijkondersteuner van 4 
oktober 2024 te annuleren en te verschuiven naar een latere datum, omdat de partner van klager in 
de tweede helft van september 2024 een heupoperatie krijgt en de verzorging van klager nodig heeft. 
In deze e-mail is meegedeeld dat de chirurg, waar klager naar is verwezen, een dubbele liesbreuk 
heeft geconstateerd en heeft geadviseerd om deze te laten opereren. Klager en zijn partner hebben 
verder geschreven: “Omdat de liesbreukoperatie niet urgent is, is in overleg met [de chirurg] 
besloten om de liesbreuk operatie uit te stellen tot het moment dat [de partner van klager] weer 
goed op de been is. Zodra dit allemaal achter de rug is, willen wij contact met je opnemen om een 
nieuwe afspraak met je in te plannen. Het bloedprikken, om de drie maanden, zoals afgesproken is 
met [de huisarts], vindt wel in de maand september plaatst.”

3.9  Op 12 september 2024 heeft de huisarts telefonisch contact opgenomen met klager. In het 
huisartsenjournaal is genoteerd:
“tel: uitslag lab besproken (…). uitgelegd dat ik mij zorgen maak over zijn geheugen, assistente 
viel het tijdens oren uitspuiten ook op.
voorgesteld om geheugenonderzoek in de praktijk te doen (MOCA) om geheugenproblematiek in kaart te 
brengen. Patient vindt dit heel prettig en wil dit graag. bij plannen afspraak komt partner mee in 
het gesprek. ze geeft aan dat ze de afspraak bij de POH van hem wil afzeggen en dat hij nu ook niet 
het geheugenonderzoek kan doen omdat zij aan haar heup wordt geopereerd en zij wil dat hij haar 24 
uur per dag zorg kan bieden. ook liesbreuk-ok is hiervoor al uitgesteld.
uitgelegd dat het belangrijk is dat hij komt voor zijn diabetescontrole, maar vooral ook voor het 
in kaart brengen van zijn geheugenproblematiek. hijzelf wil dit ook graag. afspraak ingepland en 
afspraak [praktijkondersteuner] door laten gaan”

3.10  Op 17 september 2024 heeft klager besloten zich in te schrijven bij de huisartsenpraktijk in 
[plaatsnaam], waar zijn partner patiënt is. Dezelfde dag heeft de partner van klager telefonisch 
contact opgenomen met de huisartsenpraktijk om de afspraak voor het geheugenonderzoek af te zeggen. 
In het huisartsenjournaal is genoteerd: “geheugentest -> partner belt afspraak af. “komt nu niet 
goed uit”, wilt ook geen nieuwe
afspraak maken”

3.11  Op 18 september 2024 heeft de partner van klager weer telefonisch contact opgenomen met de 
huisartsenpraktijk. In het huisartsenjournaal is genoteerd:
“Partner belt; dhr gaat naar een andere huisarts. Uitleg dat dhr dit zelf moet doorgeven aan ons. 
Ik krijg hem meteen zelf te spreken en dhr bevestigt dat dit zo is. Gaat naar een huisarts in [plaatsnaam], woont daar al voor een groot deel.”

3.12  Op 19 september 2024 is in het huisartsenjournaal genoteerd:
“geprobeerd te bellen om te zeggen dat ik me ernstige zorgen maak over het feit dat zijn partner al 
zijn afspraken afzegt. Alle zorg aan hem moet voor haar aan de kant worden gezet. Hij heeft veel 
verdriet om het feit dat hij geen contact meer heeft met zijn kinderen en er vindt nu geen 
diagnostiek naar zijn geheugenproblematiek plaats. liesbreuk-ok ook uitgesteld.
tel: meerdere malen geprobeerd patient te bellen: geen gehoor
[praktijkassistente]: tel zoon: (…) nogmaals zorgen geuit over vader: Gehoord dat hij een liesbreuk 
heeft, maar dat de ok is uitgesteld. blijft zorgen houden over geheugen.”

3.13  Op 7 oktober 2024 is in het huisartsenjournaal genoteerd:
“tel zoon: heeft nog enkele vragen ivm melding veilig thuis”

3.14  Op 10 oktober 2024 is in het huisartsenjournaal genoteerd:
“svp zoon bellen (…)”

3.15  Op 15 oktober 2024 is in het huisartsenjournaal genoteerd:
“nog niet over naar andere huisarts in [plaatsnaam], dus nogmaals 2x proberen te bellen om te 
zeggen dat ik me zorgen om hem maak. 2x geen gehoor”

3.16  Op 11 november 2024 is in het huisartsenjournaal genoteerd: “huisartsenpunt [plaatsnaam] 
belt: dhr heeft zich daar aangemeld, graag dossier doorsturen.”

3.17  Op 12 november 2024 is in het huisartsenjournaal genoteerd:
“Melding Veilig Thuis gedaan”

3.18  Deze zorgmelding van de huisarts bij Veilig Thuis luidt als volgt:
“Situatieomschrijving
Patiënt wordt door partner weerhouden van zorg:
1.   Hij heeft een dubbelzijde liesbreuk waaraan hij geopereerd moet worden, maar de afspraak 
hiervoor bij de chirurg wordt niet doorgezet omdat zijn partner een nieuwe heup krijgt en hij 
daarvoor 24-uur per dag beschikbaar moet zijn om haar te helpen de komende weken.
2.   hij is diabeet waarvoor hij controle-afspraken heeft bij de praktijk-ondersteuner. Deze 
afspraak is door zijn partner geannuleerd en er is ook geen nieuwe datum geprikt (ondanks dat dit 
meteen is aangeboden)
3.   er is een sterk vermoeden van dementie/forse cognitieve achteruitgang. Patiënt stelt zich in 
gesprekken zeer afhankelijk van partner op. Hij is ook een hele lieve, zachtaardige man. Patiënt 
gaf zelf aan zeer open te staan voor verder onderzoek naar dementie, zodat hij ook gepaste zorg 
hiervoor kan krijgen (in de vorm van een casemanager dementie), er is een afspraak op mijn spreekuur gepland, maar ook hier heeft partner de afspraak afgezegd en geen nieuwe afspraak meer ingepland. Ik heb hem herhaaldelijk proberen te bellen om toch opnieuw contact te krijgen/ een afspraak in te plannen, maar hij neemt zijn telefoon niet meer op.
4.   patiënt heeft zich door partner laten uitschrijven uit onze praktijk en is nu ingeschreven bij 
[de huisartspraktijk] van partner in [plaatsnaam], terwijl hij altijd heel tevreden was over de 
zorg vanuit onze praktijk.

Partner veroorzaakt stress/verdriet bij patiënt:
4.   hij heeft geen contact meer met zijn kinderen uit zijn eerdere huwelijk (echtgenote overleden) 
doordat zijn partner het contact afhoudt. Hij heeft op het spreekuur aangegeven hier heel veel 
verdriet en stress van te hebben.
5.   patiënt is met partner bij de notaris geweest om een levenstestament vast te leggen en een 
geregistreerd partnerschap zonder medeweten van de kinderen. Hij lijkt hier ook stress van te 
hebben omdat hij dingen geheim moet houden voor zijn kinderen.

Een van zijn kinderen heeft naar de praktijk gebeld (mede namens de anderen) om zijn
zorgen over hun vader te uiten.”

3.19  Op 20 november 2024 hebben klager en zijn partner een brief ontvangen van Veilig Thuis met de 
mededeling dat Veilig Thuis op basis van een melding van de huisarts omtrent het vermoeden van 
huiselijk geweld heeft besloten om een onderzoek in te stellen naar de gezinssituatie van klager en 
zijn partner.

3.20  Klager en zijn partner hebben op 27 november 2024 een (kennismakings)gesprek gehad met de 
nieuwe huisarts van klager.

3.21  Op 18 februari 2025 hebben klager en zijn partner een gesprek gehad met Veilig Thuis, waarna 
Veilig Thuis op 6 maart 2025 het onderzoek heeft gesloten. Veilig Thuis heeft het volgende aan 
klager en zijn partner geschreven:
“we hebben met u en met uw advocaat gesproken, daaruit is naar voren gekomen dat de zorgen die in 
de melding staan niet kunnen worden bevestigd. U heeft kunnen uitleggen waarom de liesbreuk 
operatie destijds is uitgesteld, inclusief uw correspondentie daarover. Controles betreffende 
glucose en PSA worden gedaan. Voorafgaande aan het ondertekenen van het testament en 
levenstestament is een onderzoek naar wilsbekwaamheid van [klager] gedaan waaruit blijkt dat meneer 
wilsbekwaam is, u heeft ons hierover een officieel ondertekend verslag toegestuurd.

Wij hebben met [de nieuwe huisarts] gesproken: in de bijlage vindt u een geaccordeerd verslag van 
dit gesprek. Hieruit blijkt dat de zorgen omtrent cognitieve achteruitgang er wel zijn, dit wordt 
nog verder uitgezocht.”

4. De klacht en de reactie van de huisarts
4.1  Klager verwijt de huisarts dat zij:
a) haar beroepsgeheim, de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de volmacht van klager 
heeft geschonden,
b) bij de melding bij Veilig Thuis heeft gehandeld in strijd met de KNMG-meldcode 
kindermishandeling en huiselijk geweld.

4.2  De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1   De vraag is of de huisarts de zorg heeft verleend die van haar mocht worden verwacht. De norm 
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling wordt rekening 
gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. 
Het gaat daarbij niet om de vraag of de zorgverlener het beter of anders had kunnen doen, maar of 
de zorgverlener binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is gebleven.

Klachtonderdeel a) schending van het beroepsgeheim, de AVG en de volmacht van klager
5.2   Klager stelt dat de huisarts meermaals contact heeft gehad met zijn zoon en (medische) 
informatie met hem heeft uitgewisseld, terwijl zij wist dat klager geen goede relatie had met zijn 
kinderen en dat zijn kinderen geen enkele juridische bevoegdheid hadden in relatie tot hun vader. 
Het geheugenonderzoek is op initiatief van zijn zoon door de huisarts aan klager voorgesteld en 
niet gebaseerd op eigen waarnemingen van de huisarts. De huisarts heeft ook de melding bij Veilig 
Thuis met zijn zoon besproken. De huisarts heeft zich niet professioneel en onafhankelijk opgesteld 
en gehandeld in strijd met de wensen van klager zoals opgenomen in zijn volmacht. Klager heeft de 
huisarts verteld dat er spanningen waren met zijn kinderen vanwege zijn partnerkeuze, dat hij in 
zijn levenstestament geen bevoegdheden heeft toegekend aan zijn kinderen en dat zijn partner een 
medische volmacht heeft voor het geval klager niet of onvoldoende zijn wil kan bepalen. Ook de 
testamentaire zaken hebben tot spanningen met zijn kinderen geleid. De huisarts had alleen al 
daarom afstand moeten bewaren tot zijn zoon en zich niet voor zijn karretje moeten laten spannen. 
Daarnaast stelt klager dat de huisarts haar beroepsgeheim heeft geschonden door de onnodige en 
onzorgvuldige melding bij Veilig Thuis.

5.3   De huisarts betwist dat zij haar beroepsgeheim heeft geschonden. Zij stelt dat de zoon op 15 
augustus 2024 met de assistente heeft gesproken en daarbij heeft aangegeven dat hij een gesprek met 
de huisarts wilde hebben. Op 22 augustus 2024 heeft de zoon nog een keer gebeld en heeft de 
huisarts met hem gesproken. De huisarts stelt dat zij hem heeft aangehoord en hem geen (medische) 
informatie heeft gegeven. Op 19 september 2024 heeft de zoon met de praktijkassistente gebeld, 
waarna de huisarts hem heeft teruggebeld. De zoon heeft nogmaals zijn zorgen geuit, ook omdat hij 
hoorde dat de behandeling van de liesbreuk was uitgesteld. Daarnaast maakt hij zich zorgen over het 
geheugen van zijn vader.

De huisarts stelt dat zij heeft gezegd dat het misschien goed was om een melding bij Veilig Thuis 
te maken als hij zich zorgen bleef maken. De zoon heeft daarna nog twee keer naar de praktijk 
gebeld en gevraagd of de huisarts hem kon terugbellen. Dat heeft zij niet meer gedaan. Uiteindelijk 
heeft zij hem maar twee keer aan de telefoon gehad. De huisarts stelt dat de informatie van de zoon 
een bevestiging was van haar vermoeden dat er sprake was van geheugenproblematiek. Dat vermoeden 
was gebaseerd op het consult van 2 juli 2024, waarbij zij had geconstateerd dat de partner van 
klager het woord voor hem deed en klager steeds naar haar keek voor een antwoord. Dit vermoeden, 
dat ook bij de praktijkassistente en de praktijkondersteuner bestond, heeft de huisarts zelfstandig 
doen besluiten om contact op te nemen met klager voor een geheugenonderzoek. Het voorstel om een 
geheugenonderzoek te doen is dan ook niet op verzoek van de zoon geweest, zo stelt de huisarts.

5.4   Het college overweegt als volgt. Uit het huisartsenjournaal blijkt dat het telefonisch 
contact heeft plaatsgevonden op initiatief van de zoon. De huisarts heeft hem op
22 augustus 2024 te woord gestaan en op 19 september 2024 op zijn verzoek teruggebeld. Dit betekent 
nog niet dat zij daarmee haar beroepsgeheim heeft geschonden of heeft gehandeld in strijd met de 
volmacht van klager en de AVG. Dat zou anders zijn als zij medische informatie met de zoon van 
klager had gedeeld, maar daarvoor zijn in het dossier onvoldoende aanknopingspunten te vinden en 
ook anderszins is dit niet gebleken. Weliswaar heeft de praktijkassistente op 19 september 2024 in 
het huisartsenjournaal genoteerd dat de zoon heeft “gehoord” dat zijn vader een liesbreuk heeft en 
dat de operatie is uitgesteld, maar niet van wie de zoon dit heeft gehoord. Dat deze informatie 
alleen van de huisarts kan komen, zoals klager stelt, is door klager onvoldoende onderbouwd en is, 
gelet op het tijdspad zoals dit blijkt uit het huisartsenjournaal, ook niet aannemelijk. De 
huisarts heeft op 22 augustus 2024 telefonisch contact gehad met de zoon. Klager en zijn partner 
hebben die informatie pas op 30 augustus 2024 in een e-mail aan de praktijkondersteuner van de 
huisarts gestuurd. Toen de huisarts de zoon op 19 september 2024 terugbelde, was deze al op de 
hoogte van de uitgestelde liesbreukoperatie van zijn vader. Voor wat betreft de notitie in het 
huisartsenjournaal van 7 oktober 2024 over Veilig Thuis, geldt dat daaruit niet zonder meer volgt 
dat de huisarts met de zoon van klager heeft gesproken over haar voornemen om een melding te doen 
bij Veilig Thuis. Volgens de huisarts heeft de zoon van klager gebeld om nadere informatie te 
krijgen over de wijze waarop hijzelf een melding zou kunnen doen bij Veilig Thuis. Klager heeft 
geen argumenten aangevoerd om te twijfelen aan de juistheid van deze verklaring van de huisarts en 
het college ziet daar overigens ook geen aanleiding toe.

5.5   Uit het voorgaande volgt dat klager onvoldoende heeft onderbouwd dat de huisarts medische 
informatie met de zoon van klager heeft gedeeld, en daarmee ook dat de huisarts haar beroepsgeheim 
heeft geschonden, dan wel heeft gehandeld in strijd met de volmacht van klager en/of de AVG.

5.6   Voor wat betreft de melding bij Veilig Thuis geldt het volgende. Professionals die een 
geheimhoudingsplicht hebben, zoals de huisarts, hebben op grond van artikel 5.2.6 van de

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een meldrecht op grond waarvan zij zonder toestemming van 
degene die het betreft, en zonodig met doorbreking van het beroepsgeheim, informatie kunnen 
verstrekken aan Veilig Thuis. Dat betekent dat de huisarts haar beroepsgeheim niet heeft geschonden 
door een melding te doen bij Veilig Thuis over haar vermoeden van huiselijk geweld, ook niet nu 
Veilig Thuis dit vermoeden na onderzoek niet bevestigd ziet.

Klachtonderdeel b) handelen in strijd met de KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld
5.7   Klager stelt dat de huisarts het in de KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld 
(hierna: de meldcode) opgenomen stappenplan zonder deugdelijke reden niet heeft gevolgd. Zo was de 
feitenvergaring zeer summier en niet beperkt tot de objectieve omstandigheden (stap 1). De enige 
bron van de huisarts was de zoon. De huisarts is volledig afgegaan op de informatie die zij van de 
zoon heeft ontvangen, terwijl zij bekend was met de conflictsituatie tussen klager en zijn kinderen 
en er dus rekening mee moest houden dat de informatie gekleurd en eenzijdig kon zijn. De huisarts 
heeft de melding ook niet eerst anoniem aan Veilig Thuis voorgelegd (stap 2) en ook niet 
voorafgaand aan de melding met klager en zijn partner gesproken (stap 3), noch met betrokken 
professionals zoals de opvolgend huisarts van klager, die bekend was bij de huisarts (stap 4). Er 
heeft geen hoor-en wederhoor plaatsgevonden, ook niet nadat de huisarts de melding had gedaan. Als 
de huisarts zich zorgen maakte over de veiligheid van klager, dan had zij diverse betere keuzes 
kunnen maken dan het doen van een zorgmelding bij Veilig Thuis. Een dergelijke melding is een zeer 
ingrijpend middel met aanzienlijke gevolgen en moet daarom een uiterste redmiddel zijn. Een 
dergelijke melding dient zorgvuldig te gebeuren. Uit niets blijkt dat er een rechtvaardiging was om 
af te zien van overleg met klager en de betrokkenen, terwijl tegelijkertijd niet is gebleken van 
een acuut gevaar voor de veiligheid van klager.

5.8   Daarnaast stelt klager dat de melding bij Veilig Thuis op een aantal punten feitelijk onjuist 
is en tendentieus. De huisarts doet voorkomen alsof zij klager al jaren kent, terwijl zij klager 
pas twee keer als patiënt had gezien. De ex-echtgenote van klager is, in tegenstelling tot wat de 
huisarts heeft genoteerd, niet overleden. Het glucosegehalte van klager was wel verhoogd, maar daar 
gebruikt klager geen medicatie voor. Er wordt alleen om de zoveel tijd bloed geprikt en die 
afspraken zijn niet afgezegd. Alleen de liesbreukoperatie was verschoven, maar deze was niet 
urgent. De overige afspraken zijn afgezegd omdat de behandelingsovereenkomst op 18 september 2024 
door klager zelf was beëindigd. Hij was namelijk overgestapt naar een andere praktijk. Er wordt 
gesproken over een sterk vermoeden van dementie, maar dat heeft de huisarts niet zelf kunnen 
vaststellen, zo blijkt uit het medisch dossier. Op het moment dat de huisarts de melding deed bij 
Veilig Thuis had de nieuwe huisarts zich al gemeld bij de huisarts. Klager was dus voorzien van 
adequate huisartsenzorg. Klager is van mening dat de huisarts de partner van klager zonder enige 
objectieve rechtvaardiging heeft beschuldigd van mishandeling. Klager en zijn partner hebben 
emotioneel zeer te lijden gehad onder de zware beschuldiging en hebben daar nog steeds last van.

5.9   De huisarts betwist dat zij het stappenplan van de meldcode niet heeft gevolgd. Zij stelt dat 
zij zich zorgen maakte over het feit dat klager werd afgehouden van medische zorg. Een liesbreuk 
kan inklemmen en dan een acute bedreiging vormen voor de patiënt, zodat uitstel van de operatie 
niet wenselijk is. Ook de lijdensdruk die klager ervaarde door het gebrek aan contact met zijn 
kinderen baarde haar zorgen. De huisarts stelt dat deze informatie is gebaseerd op verschillende 
feiten en momenten, waarbij er ook zorgen waren bij de praktijkondersteuner en de 
praktijkassistentes. Deze informatie heeft haar uiteindelijk doen besluiten om een melding te doen 
bij Veilig Thuis. De huisarts stelt verder dat zij meerdere malen heeft geprobeerd om klager te 
bellen om haar zorgen te bespreken, maar dat klager steeds niet bereikbaar was. Op het moment dat 
hij wel bereikbaar was, erkende klager dat hij zich ook zorgen maakte over zijn geheugen. Hij was 
dan ook zeer welwillend om een geheugenonderzoek in de praktijk te laten doen. Dit blijkt uit de 
notitie in het huisartsenjournaal van het telefonisch consult van 12 september 2024. De partner van 
klager is tijdens dit gesprek tussenbeide gekomen. Zij wilde de afspraak bij de 
praktijkondersteuner voor de diabetes afzeggen en weigerde een afspraak te maken voor het 
geheugenonderzoek. Nadat de huisarts klager had uitgelegd dat het belangrijk is om verder onderzoek 
te doen naar geheugenproblematiek en de afspraken voor zijn diabetes door te laten gaan, heeft 
klager aangegeven dit ook graag zelf te willen en is een afspraak gemaakt voor een 
geheugenonderzoek. De afspraak bij de praktijkondersteuner is blijven staan. De afspraak voor de 
geheugentest is vijf dagen later door de partner van klager geannuleerd. Ondanks herhaalde pogingen 
is telefonisch contact met klager niet mogelijk gebleken omdat klager de telefoon niet meer opnam. 
Klager kwam ook niet meer op het spreekuur. De huisarts stelt dat er hierdoor voor haar geen 
mogelijkheid was om klager te melden dat zij een melding bij Veilig Thuis wilde doen en 
uiteindelijk ook heeft gedaan. Voorafgaand aan de melding heeft zij telefonisch contact opgenomen 
met Veilig Thuis om anoniem advies te vragen, waarop Veilig Thuis aangaf dat de door haar 
geschetste casus zeker een melding waard was. Hierop heeft zij na overleg met collega’s binnen de 
praktijk op advies van Veilig Thuis een digitale melding gedaan. De huisarts betwist dat de zoon 
van klager de bron was van deze melding. De melding was gebaseerd op haar eigen bevindingen en de 
bevindingen van de medewerkers in de praktijk. Na de melding heeft de overdracht aan de nieuwe 
huisarts plaatsgevonden. In het kader van de AVG heeft zij besloten om geen contact op te nemen met 
de nieuwe huisarts van klager over de melding bij Veilig Thuis.

5.10  Het college stelt voorop dat de zorgplicht van de huisarts meebrengt dat zij actie onderneemt 
als er bij haar vermoedens zijn van huiselijk geweld. Die actie heeft tot doel om vast te stellen 
of er inderdaad sprake is van huiselijk geweld en zo ja, hoe dat geweld het beste kan worden 
beëindigd. De huisarts is daarbij op grond van de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en 
kindermishandeling verplicht om de meldcode te volgen. De meldcode geeft invulling aan het 
wettelijk meldrecht en bevat een stappenplan dat kan helpen bij het maken van een afweging of er 
wel of geen melding moet worden gedaan bij Veilig Thuis. Daarnaast bevat de meldcode ook een 
afwegingskader op basis waarvan het risico op en de aard en ernst van het huiselijk geweld kunnen worden gewogen. Dit stelt professionals in staat om te beoordelen of sprake is van dusdanig ernstig huiselijk geweld, dan wel van een vermoeden daarvan, dat een melding is aangewezen.

5.11  In de meldcode wordt stapsgewijs aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld moet worden 
omgegaan. Allereerst moeten de signalen in kaart worden gebracht die het vermoeden van huiselijk 
geweld onderbouwen of ontkrachten. Van belang is ook dat die signalen nader worden onderzocht (stap 
1). Verder moet er overleg plaatsvinden met een of meer deskundige collega’s over de vermoedens en 
bevindingen. Daarbij moet ook Veilig Thuis worden geraadpleegd (stap 2). Zonodig kunnen ook andere 
professionals worden geraadpleegd (stap 4). Van belang is ook dat de aanwijzingen en signalen 
worden besproken met de betrokkene(n) (stap 3). Tot slot moet het afwegingskader worden toegepast 
(stap 5). De signalen en vervolgstappen moeten objectief, feitelijk en zo volledig mogelijk in het 
patiëntendossier worden vastgelegd.

5.12  De huisarts heeft in de zorgmelding bij Veilig Thuis gemeld dat klager zorg wordt onthouden 
door zijn partner. Dit vermoeden is volgens de melding gebaseerd op het feit dat de afspraken van 
klager door of vanwege zijn partner worden afgezegd en klager is overgestapt naar de huisarts van 
zijn partner. Over de in de melding genoemde liesbreukoperatie is op 12 september 2024 in het 
huisartsenjournaal genoteerd dat deze operatie van klager is afgezegd omdat zijn partner aan haar 
heup wordt geopereerd. Over het afzeggen van de liesbreukoperatie was de huisarts al door klager en 
zijn partner geïnformeerd bij e-mail van 30 augustus 2024. Uit die e-mail blijkt dat dit in overleg 
met de chirurg is gebeurd en dat deze operatie geen haast had. Zonder nadere toelichting, die in 
het huisartsenjournaal ontbreekt, is niet duidelijk waarom het afzeggen van de liesbreukoperatie 
als een signaal moet worden beschouwd dat klager zorg wordt onthouden. De melding bij Veilig Thuis 
gaat daarnaast over het afzeggen van controle-afspraken bij de praktijkondersteuner voor zijn 
diabetes. Uit het huisartsenjournaal blijkt echter niet dat deze afspraken zijn afgezegd. Voor 
zover daarmee de in de e-mail van 30 augustus 2024 genoemde afspraak van 4 oktober 2024 is bedoeld, 
geldt dat in die e-mail ook de reden van het afzeggen van deze afspraak staat vermeld, te weten de 
heupoperatie van de partner van klager. In die e-mail staat ook dat zij de afspraak willen 
verschuiven en dat het bloedprikken om de drie maanden gewoon doorgaat. De enige afspraak die 
volgens het huisartsenjournaal door de partner van klager is afgezegd is het geheugenonderzoek. Zij 
heeft deze afspraak op 17 september 2024 afgezegd, zo stelt klager, omdat klager besloten had om 
naar een andere huisarts over te stappen. Klager heeft deze overstap op 18 september 2024 
persoonlijk telefonisch aan de praktijkassistente doorgegeven. Onder deze omstandigheden is het 
alleszins begrijpelijk dat klager geen nieuwe afspraken meer bij de huisarts heeft gemaakt. Het 
afzeggen van de afspraken en het feit dat er geen nieuwe afspraken meer zijn gemaakt, kunnen naar 
het oordeel van het college in de gegeven situatie en op zich zelf genomen dan ook niet 
redelijkerwijs het vermoeden van onthouden van zorg door de partner rechtvaardigen. Daar komt bij 
dat de huisarts hier verder geen onderzoek naar heeft gedaan. Verder onderzoek was wel geboden, 
aangezien het vermoeden voornamelijk was gebaseerd op een “onderbuikgevoel”, zoals de huisarts het ter zitting zelf heeft genoemd, gesteund door het onderbuikgevoel van de praktijkassistente en de praktijkondersteuner. Door te observeren, specifieke vragen te stellen en de zorgen met de betrokkenen te bespreken, kan een gevoel dat iets 
niet pluis is worden omgezet in concrete aanwijzingen, op grond waarvan gehandeld kan worden. De 
huisarts heeft dit nagelaten.

5.13  De huisarts heeft verder in de zorgmelding bij Veilig Thuis gemeld dat de partner van klager 
stress/verdriet bij hem veroorzaakt. In de toelichting daarop schrijft zij dat klager geen contact 
meer met zijn kinderen uit zijn eerdere huwelijk heeft doordat zijn partner het contact afhoudt. 
Uit het huisartsenjournaal blijkt dat klager samen met zijn partner heeft gesproken met de huisarts 
over de breuk tussen hem en zijn kinderen en het feit dat zijn relatie met zijn nieuwe partner de 
oorzaak daarvan is. Eveneens blijkt uit het huisartsenjournaal dat klager daar veel verdriet van 
heeft. Uit het huisartsenjournaal blijkt echter niet dat de partner van klager hem van het contact 
met zijn kinderen afhoudt en evenmin dat zij hem ertoe aanzet om dingen voor zijn kinderen geheim 
te houden, zoals de huisarts in haar melding schrijft. Ter zitting heeft de huisarts nog toegelicht 
dat de partner van klager vrij dominant is. Uit het huisartsenjournaal blijkt echter niet dat dit 
gebaseerd is op eigen waarnemingen van de huisarts. In het huisartsenjournaal staat slechts dat 
opvallend is dat de partner van klager tijdens het tweede consult op 2 juli 2024 het woord voor hem 
doet en hij steeds naar haar kijkt voor een antwoord. Uit de notitie blijkt niet dat de huisarts 
daarop heeft doorgevraagd om te achterhalen waar dat aan ligt. Het college kan zich niet aan de 
indruk onttrekken dat de huisarts zich (onbewust) heeft laten beïnvloeden door de zorgen van de 
zoon van klager, die de nieuwe partner van zijn vader in het telefoongesprek van 22 augustus 2024 
‘vrij dominerend’ heeft genoemd. Gelet op de bij de huisarts bekende problemen tussen klager en 
zijn kinderen, had de huisarts zich kritischer moeten opstellen met betrekking tot deze informatie 
van de zoon.

5.14  Het college is van oordeel dat de huisarts stap 1 onvoldoende heeft gevolgd. Voor zover er al 
signalen waren en deze berustten op eigen waarnemingen, zijn deze niet goed gedocumenteerd. 
Bovendien heeft de huisarts geen nader onderzoek verricht.

5.15  Met betrekking tot stap 2 stelt de huisarts dat zij in diverse overleggen met haar
collega’s over deze casus heeft gesproken, maar ook dit heeft zij niet gedocumenteerd. Over het 
advies dat zij stelt te hebben gevraagd aan Veilig Thuis, is in het huisartsenjournaal alleen 
genoteerd “Melding Veilig Thuis gedaan”. Over het daaraan voorafgaande gesprek en het advies van 
Veilig Thuis heeft zij niets genoteerd. Daarmee is ook stap 2 van de meldcode onvoldoende gevolgd.

5.16  In stap 3 wordt in de meldcode uitgelegd dat het van belang is dat er contact wordt gezocht 
met de betrokkene(n), voordat er een melding wordt gedaan. Er moet dan ook een redelijke inspanning 
worden verricht om met de betrokkene(n) in contact te komen. De huisarts stelt dat zij klager op 19 
september 2024 en 15 oktober 2024 heeft geprobeerd te bellen, maar geen contact heeft kunnen 
krijgen. Op 12 november 2024 heeft zij vervolgenseen melding gedaan bij Veilig Thuis. Het college is van oordeel dat de huisarts de meldcode ook op dit punt onvoldoende heeft gevolgd. De pogingen van de huisarts om klager telefonisch te bereiken kunnen niet als een redelijke inspanning worden beschouwd. De huisarts had ook kunnen proberen om 
klager via zijn partner te bereiken. Dat zou ook voor de hand hebben gelegen, gezien de door klager 
aan zijn partner gegeven volmacht.
Bovendien kan de partner als betrokkene worden aangemerkt, met wie volgens de meldcode ook 
gesproken dient te worden. Daarnaast had de huisarts klager schriftelijk op de hoogte kunnen 
brengen van haar zorgen en hem om een reactie kunnen vragen. Dan zou klager in ieder geval in de 
gelegenheid zijn geweest om een en ander op te helderen en mogelijk ook de zorgen bij de huisarts 
weg hebben kunnen nemen.

5.17  De huisarts had ook contact kunnen opnemen met de nieuwe huisarts van klager. De AVG is, 
anders dan de huisarts meent, geen goede reden om dat na te laten. De meldcode geeft de huisarts in 
stap 4 daartoe ook de ruimte.

5.18  Het college is van oordeel dat de huisarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door 
de meldcode in meerdere opzichten niet te volgen. Daarbij neemt het college ook in aanmerking dat 
de huisarts het in stap 5 neergelegde afwegingskader niet (kenbaar) heeft toegepast voordat zij de 
melding bij Veilig Thuis deed. Volgens dit afwegingskader kan in geval van een vermoeden van 
huiselijk geweld alleen dan direct melding worden gedaan bij Veilig Thuis als er sprake is van 
acute en/of structurele onveiligheid. Daarvan was, naar de huisarts ter zitting ook heeft erkend, 
geen sprake.

Slotsom
5.19  Uit de overwegingen hiervoor volgt dat klachtonderdeel a) ongegrond is en klachtonderdeel b) 
gegrond is.

Maatregel
5.20  De huisarts stelt dat zij de melding bij Veilig Thuis heeft gedaan in het belang van klager. 
Het college twijfelt niet aan haar goede intentie en ziet in haar handelen ook de betrokkenheid van 
de huisarts bij haar patiënt. Het is goed dat de huisarts vanuit haar zorgplicht actie heeft willen 
ondernemen. Van essentieel belang is echter wel dat daarbij de meldcode wordt gevolgd, omdat dit de 
arts een juridisch en ethisch kader biedt om te bepalen wanneer het noodzakelijk is om het 
beroepsgeheim te doorbreken en een melding te doen bij Veilig Thuis. De huisarts heeft de meldcode 
niet gevolgd en heeft daardoor onzorgvuldig gehandeld. Het niet volgen van de meldcode heeft voor 
de huisarts tuchtrechtelijke consequenties. In de aard en ernst van het onzorgvuldige handelen ziet 
het college aanleiding om de huisarts de maatregel van berisping op te leggen. Daarbij weegt het 
college mee dat de huisarts onvoldoende inzicht heeft getoond in het verwijtbare van haar handelen.

Publicatie
5.21  In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen belang is erin 
gelegen dat andere huisartsen mogelijk iets van deze zaak kunnen leren. De publicatie zal 
plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen of instanties herleidbare gegevens.

6. De beslissing
Het college:
-  verklaart klachtonderdeel b) gegrond;
-  legt de huisarts de maatregel op van berisping;
-  verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
-  bepaalt dat deze beslissing nadat deze onherroepelijk is geworden in geanonimiseerde vorm in de 
   Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan 
   tijdschrift ‘Medisch Contact’.

Deze beslissing is gegeven door R.T. Hermans, voorzitter, C.M.H.M. van Lent, lid-jurist,
T.A.W. Linssen, J.G.E. Smeets en M.A.L. Piegza, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door
I.W.M. Dirksen, secretaris, en in het openbaar uitgesproken door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk op 18 maart 2026.