ECLI:NL:TGZRSHE:2026:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8222

ECLI: ECLI:NL:TGZRSHE:2026:46
Datum uitspraak: 11-03-2026
Datum publicatie: 11-03-2026
Zaaknummer(s): H2025/8222
Onderwerp: Geen of onvoldoende zorg
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht tegen longarts. Niet gebleken dat de longarts heeft medegedeeld dat klaagster zou komen te overlijden en afscheid moest nemen van haar kinderen. Niet toedienen ivermectine voor COVID-19 was conform richtlijnen. Geen sprake van niet serieuze of niet adequate bejegening door de longarts.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE ’s-HERTOGENBOSCH

Beslissing in raadkamer van 11 maart 2026 op de klacht van:

[A],
wonende in [B],
klaagster,

tegen

[C],
longarts,
destijds werkzaam in [D],
verweerster, hierna ook: de longarts,
gemachtigde mr. A.G. Joxhorst, werkzaam in Amsterdam.

1. De zaak in het kort
1.1   Klaagster werd in september 2021 opgenomen in het ziekenhuis vanwege COVID-19. Verweerster 
was als longarts betrokken bij de behandeling van klaagster. Klaagster verwijt verweerster dat zij 
heeft gezegd dat klaagster zou komen te overlijden en afscheid moest nemen van haar kinderen. Ook 
verwijt klaagster verweerster dat zij haar geen ivermectine heeft voorgeschreven en is van mening 
dat zij niet serieus en adequaat is bejegend, nadat zij verweerster een mail heeft gestuurd om haar 
onvrede te uiten.

1.2  Verweerster is van mening dat zij niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

1.3   Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent 
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht 
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot dit oordeel is gekomen.

2. De procedure
2.1  De procedure blijkt uit:
-  het klaagschrift met de bijlage, ontvangen op 28 februari 2025;
-  het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 16 mei 2025;
-  de repliek, ontvangen per e-mail op 25 juni 2025 en per post op 2 juli 2025;
-  de dupliek, ontvangen per e-mail op 16 juli 2025 en per post op 17 juli 2025;
-  het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 6 oktober 2025.

2.2   Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak 
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. Wat is er gebeurd?
3.1   Klaagster werd op 13 september 2021 opgenomen in het ziekenhuis wegens verergerende COVID-19 
klachten. Verweerster was werkzaam in het ziekenhuis en een van de behandelende longartsen van 
klaagster.

3.2   Bij de opname van klaagster via de SEH werd in het dossier genoteerd (alle citaten voor zover 
van belang en letterlijk weergegeven):
“(…)
Anamnese
30 augustus verkoudheidsklachten gekregen. 6 september bij de HA geweest ivm deze klachten waarna 
een positieve sneltest. Initieel verbetering, echter nu achteruitgang van klachten. Meer dyspnoe, 
veel moe, wisselend koorts. Hemoptoë + pijn vast aan ademhaling –. Is niet gevaccineerd.
Geen vliegreis of lange autoreis gemaakt, geen gezwollen pijnlijke kuit gehad. (…)
-  Conclusie: 43-jarige vrouw bekend met Ehlers Danlos en mitralisklepinsufficiëntie, die zich 
presenteert met:
1. Dyspnoe met respiratoire insufficiëntie dd. Bij COVID. Niet gevaccineerd, sinds 30 augustus 
klachten. Nu geen tekenen van pneumonie, longembolie uitgespoten.
2. Leukopenie (2.9)
3. Verstoorde leverwaarden dd. bij 1 dd. component pre-existent gezien verhoogde leverwaarden 
laatste lab maart 2020
-  Beleid: Iom [naam andere longarts]:
-  Opname in isolatie
-  COVID PCR
-  Geen ceftriaxon
-  Dexamethason, PCM en fraxiparine
-  Streefsaturatie > 94%
(…)
Volledig beleid (…)”.

3.3  Klaagster werd op 14 september 2021 gezien door verweerster. In het medisch dossier noteerde 
zij:
“ (…)
aan bed: onveranderd. initieel hoofdpijn en keel pijn, deze weggegaan, dan ontstaan hoesten en 
dyspnee.
nu nog steeds productief hoesten met geel-groenig sputum. thuis 1x streepje bloed in slijm gezien 
en vannacht, maar ook bloedneus gehad. vraagt of we ivermectine of hydrochloorquinine geven, gelooft dat coronapatienten deze genezend med niet krijgen doordat overheid contract met pfeizer heeft , pat heeft deze contract zelf gezien.
--> geantwoord dat we geven geen ivermectine noch hydrochloorquinine voor covid geven omdat het 
niet bewezen zijn dat deze med covid genezen. en over complot theorie ga ik niet op in.
- Lichamelijk onderzoek: 14-09-2021 Resp  /min 14
Temp °C  36,4
HR  bpm  45
SpO2  %   95 ---> met 3L O2 NIBP  mmHg 111/70(72)
EWS score      2
(…)”.

3.4   Op 15 september 2021 werd klaagster wederom gezien door verweerster. Dan wordt genoteerd “aan 
bed: gaat best ok. geen nieuwe klachten”. Verder wordt door verweerster geconcludeerd:
“(…) 1. covid-19 met O2 behoefte.
2. gekende leverenzymenstoornis, nu fors gestegen GGT (drinkt weinig alcohol), parainfectieus?
-Beleid: O2 afbouwen, streefsat 94%.
als glc curve morgen ook goed is, dan stop. 17-9 lab lever”(…)”.

3.5  Op 16 september 2021 noteerde verweerster:
“(…) aan bed: gaat erg goed, wilt graag morgen naar huis.
-  Lichamelijk onderzoek: 16-9-2021 Resp  /min  16
Temp °C  37,1
HR  bpm  47
SpO2 %   99
NIBP mmHg 117/73(87)
EWS score      2
-  Aanvullend onderzoek: lab lever volgt.
-  Conclusie: 1. covid-19 met O2 behoefte.
2. gekende leverenzymenstoornis, nu fors gestegen GGT (drinkt weinig alcohol), parainfectieus?
-  Beleid: stop glc curves. controle 2x/d.
morgen ontslag indien goed kliniek en blijvend geen O2 nood. voor ontslag graag lab lever bekijken 
(is georderd)
covid nazorg en fysio. --> georderd en verwijzing fysio ligt bij secretaresse.

pat geadviseerd om 1x te laten vaccineren. --> pat deelt mee dat ze zich niet zal laten 
vaccineren.”

3.6   Klaagster werd op 17 september 2021 ontslagen uit het ziekenhuis. Op 25 oktober 2021 vond een 
telefonisch consult plaats met een longverpleegkundige. Deze noteerde: “(…) Tel. Corona nazorg ( 5 
weken na ontslag)
Gaat heel goed. Zit rond 90% van herstel. Merkt dat conditie nog beter kan. Traint 1x p/w fysio 
corona nazorg
Danst graag ( Salsa); moet na 1 nummer even rusten. Advies grenzen bewaken

Mw heeft in het ziekenhuis Ivermectine ingenomen; is van mening dat ze daar heel snel door is 
opgeknapt.
Had een ½ uur na inname meer lucht. Kan niet zeggen waar ze dit middel vandaan heeft. Op
verzoek follow up 5 weken”

3.7  Op 14 januari 2025 ontving verweerster een e-mailbericht van klaagster. In haar e-mailbericht 
schreef klaagster:
“(…)
Mijn ervaring in het ziekenhuis, met name uw mededeling dat ik ging sterven, heeft een enorme 
impact op mij gehad. Ook op mijn kinderen trouwens. Ik ben het nog steeds niet te boven. Om die 
reden zou ik u een paar vragen willen stellen. Ik hoop dat uw antwoorden mijn verwerking kunnen 
bevorderen.

Dat u tegenstander bent van lvermectine als geneesmiddel tegen covid, is de vrijheid die u als 
professional heeft. Maar had het, omdat in uw veronderstelling mijn sterven onafwendbaar was, niet 
voor de hand gelegen om mij toch lvermectine te geven? Het was toch duidelijk dat dat middel mij 
hoop zou geven? De eed van Hippocrates houdt toch in dat u lijden zult verlichten en u had toch mij 
een - in uw ogen valse - hoop kunnen geven en daarmee mijn lijden kunnen verlichten?
Ook zonder de eed: zou het niet van empathie hebben getuigd als u mij wel lvermectine had gegeven?

Mijn eerste vraag:
Wat vindt u, terugkijkend, ervan dat u geweigerd heeft mij lvermectine te geven?

Mijn tweede vraag;
Wat was de reden voor u om mijn verzoek te weigeren?


En mijn derde vraag:
Hoe kijkt u terug op uw handelen? Zou u het weer zo doen?


(…)”

3.8   Op 21 januari 2025 werd door een doktersassistente een ontvangstbevestiging gestuurd aan 
klaagster. Op 8 februari 2025 stuurde klaagster een reminder omdat zij nog geen inhoudelijke 
reactie had ontvangen op haar e-mail aan verweerster.

3.9  Op 20 maart 2025 mailde een doktersassistente verweersters reactie naar klaagster. Daarin 
schreef verweerster onder meer:
“(…)
U weet dat ik niet meer werkzaam ben in [naam ziekenhuis]; dat betekent dat ik geen toegang heb tot 
uw medisch dossier. Ik herinner mij wel een patiënte die ivermectine als behandeling voor COVID 
vroeg. Deze patiënte lag opgenomen op een meerpersoonskamer en had een ernstig zuurstoftekort door 
COVID-19. Ze kreeg veel zuurstof toegediend en zat op de grens van behandelen op gewone afdeling en 
behandelen op afdeling Intensieve Zorg. Voor zover ik me kan herinneren is deze patiënte de enige 
die om ivermectine vroeg gedurende mijn werk als longarts in [naam ziekenhuis]. Waarschijnlijk gaat 
het om u.

Als longarts heb ik veel meegemaakt in die periode. Het was weliswaar niet meer de eerste golf, 
maar in september 2021 overleden nog steeds veel patiënten door COVID-19. Het is vaak voorgekomen 
dat patiënten met COVID-19 die ik op vrijdag nog had behandeld, in het weekend overleden bleken te 
zijn als ik maandag weer in ziekenhuis kwam. Wanneer een patiënt door COVID-19 met hoge 
zuurstofnood op de afdeling lag, konden we als artsen niet voorzien welke kant het op zou gaan: óf 
een patiënt zou opknappen óf het ziektebeeld zou verslechteren waarbij overlijden een reële 
mogelijkheid was. Deze verslechtering kon zeer snel verlopen. Het was zeer belangrijk dat ik op 
tijd de ernst van de situatie met patiënten besprak en een beslissing nam over al dan niet 
intuberen of reanimeren. Voor patiënten was het ook nodig om te weten hoe hun situatie was, omdat 
ik in die periode veelvuldig en van nabij heb meegemaakt hoe ontzettend belangrijk het is voor 
mensen om tegen hun dierbaren te kunnen zeggen wat ze graag wilden zeggen. Naar alle 
waarschijnlijkheid heb ik op deze wijze met u hierover gesproken. Ik vind het bijzonder verdrietig 
dat u dit hebt uitgelegd als dat het overlijden zeer nabij was. Helaas heb ik toen niet aangevoeld 
dat mijn boodschap deze uitwerking op u heeft gehad. Ik wist niet dat u na het gesprek afscheid 
heeft genomen van uw kinderen. Dat moet hartverscheurend zijn geweest. Uw eigen verdriet, het 
loslaten van het leven en het verdriet van uw kinderen zien, dat heeft een enorme impact op u gehad 
en dat heeft het nog steeds.
(…)
In de beginperiode van COVID-19 toen het de wereld overspoelde, werd er uit alle macht gezocht naar 
medicatie en behandelingen. Men heeft daarbij een behandeling met ivermectine geprobeerd, waarvan 
gedacht werd dat dit medicijn een goed resultaat had. Later is deze bewering ontkracht door meer 
dan tien gerandomiseerde gecontroleerde studies waarbij de helft van de patiënten ivermectine kreeg 
en de andere helft een placebo. De uitkomst van beide patiëntgroepen waren niet significant anders. 
Volgens de richtlijn van Federatie Medisch Specialisten - al ten tijde van september 2021 - werd en wordt lvermectine niet aanbevolen als behandeling voor patiënten met COVID-19. Ik heb dit medicijn toen niet 
voorgeschreven en ook met de kennis van nu zou ik ivermectine nooit voorschrijven als behandeling 
voor COVID-19. Ik zou niet een niet-werkzaam medicijn voorschrijven om een terminale patiënt hoop 
te geven. Immers is er zeker geen sprake van 'baat het niet, dan schaadt het niet'. Alle medicijnen 
kunnen bijwerkingen geven en/of een negatieve wisselwerking hebben op andere medicatie of 
behandeling, wat een negatieve impact kan hebben op o.a. de kwaliteit van het leven.

U bent van mening dat ivermectine de reden is dat u beter bent geworden, die conclusie kan ik als 
arts niet trekken. Er waren patiënten waarbij de toestand zeer snel verslechterde, er waren ook 
patiënten die opknapten - zonder dat zij ivermectine gebruikten.

Ik hoop dat uw vragen met de bovenstaande toelichting zijn beantwoord. Het moet zwaar voor u zijn 
geweest om te leven met de gedachte dat ik als arts niet het beste met u heb voorgehad. Ik hoop dat 
ik dit beeld heb kunnen rechtzetten.

[naam klaagster], het kan zijn dat ik toch een andere patiënt voor me heb gehad bij het schrijven 
van deze reactie. Omdat ik niet in het medisch dossier kan kijken, put ik uit mijn geheugen; dit 
doet niet af aan de inhoud van deze e-mail, maar dat zou ik voor u erg vervelend vinden. Mocht u 
met mij nader in gesprek willen gaan, dan ben ik hiertoe zeker bereid. Wel zou ik dit dan via de 
klachtenfunctionaris van [naam ziekenhuis] willen laten verlopen, zodat ook de benodigde inzage in 
het medisch dossier dan goed geregeld kan worden. (…)”

3.10  Als antwoord mailde klaagster dezelfde dag:
“(…) U kunt aan [naam verweerster] het volgende doorsturen /berichten.


Dank voor uw e-mail, uiteindelijk.
Echter uw e-mail overtuigt mij niet; het is te laat en te weinig. Ik wacht het oordeel van de
tuchtrechter af. (…)”.


4. De klacht en de reactie van de longarts
4.1 Klaagster verwijt de longarts dat zij:
a) Klaagster heeft medegedeeld dat zij zou komen te overlijden en afscheid moest nemen van haar 
kinderen;
b) Onzorgvuldig heeft gehandeld door geen ivermectine aan klaagster toe te dienen voor de 
behandeling van COVID-19;
c) Klaagster niet serieus en adequaat heeft bejegend nadat klaagster haar heeft gewezen op haar 
onvrede.

4.2 De longarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1   De vraag is of de longarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm 
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende longarts. Bij de beoordeling wordt rekening 
gehouden met de voor de longarts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Dat 
een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk 
verwijt.

5.2  Het college oordeelt dat de longarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

Klachtonderdeel a) medegedeeld dat klaagster zou komen te overlijden en afscheid moest nemen van 
haar kinderen
5.3   Vast staat dat klaagster op 13 september 2021 werd opgenomen met een ernstige infectie. Dit 
blijkt uit het medisch dossier van klaagster, waaruit ook blijkt dat op 13 september 2021 bij 
opname in het ziekenhuis het reanimatiebeleid is besproken met klaagster. Genoteerd is dat er 
sprake was van ‘volledig beleid’. Dit bevestigt dat klaagster ernstig ziek was. Dit maakt 
aannemelijk dat met klaagster is besproken, in het kader van het reanimatiebeleid, wat er zou 
dienen te gebeuren wanneer haar situatie verder verslechterde, zelfs met haar overlijden als 
mogelijk gevolg. Dat verweerster tegen klaagster heeft gezegd dát klaagster zou komen te overlijden 
en afscheid moest nemen van haar kinderen is echter niet terug te vinden in het dossier en daarmee 
niet vast komen te staan. Nu verweerster ook betwist dat zij dit heeft gezegd tegen klaagster en er 
geen aanwijzingen hiervoor zijn te vinden in het medisch dossier, kan dit klachtonderdeel niet 
slagen. Dit oordeel berust niet op het uitgangspunt dat het woord van klaagster minder geloof 
verdient dan dat van verweerster, maar op de omstandigheid dat onvoldoende aannemelijk is dat wat 
in het dossier staat vermeld een onjuiste weergave is van hetgeen met klaagster is besproken. De 
inhoud van het antwoord van verweerster aan klaagster van 20 maart 2025 leidt niet tot een ander 
oordeel, omdat ook daarin geen aanwijzing is te vinden voor de stelling dat aan klaagster is gezegd 
dát zij zou gaan overlijden. Bovendien is dat antwoord geschreven zonder dat verweerster kennis had 
kunnen nemen van het medisch dossier van klaagster (ruim drie jaar na de bedoelde opname), terwijl 
zij daarentegen haar verweer in deze klachtprocedure heeft geschreven nadat zij wel van dat dossier 
had kennisgenomen en haar geheugen daardoor was opgefrist. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Klachtonderdeel b) onzorgvuldig gehandeld door klaagster geen ivermectine toe te dienen
5.4   Dat verweerster klaagster geen ivermectine heeft voorgeschreven om de COVID-19 infectie te 
behandelen, is naar het oordeel van het college geheel conform de geldende richtlijnen. Het 
Europees medicijnagentschap (EMA) heeft het voorschrijven van ivermectine bij de behandeling van 
COVID-19 afgeraden in maart 2021. Het gebruik van ivermectine tegen COVID-19 is daarmee per 
definitie “off-label use” (gebruik buiten of zonder protocol of standaard). Op grond van de Geneesmiddelenwet (Gnw) mogen geneesmiddelen alleen worden voorgeschreven voor de indicatie waarvoor dat geneesmiddel is geregistreerd. Van die hoofdregel mag alleen in uitzonderingssituaties worden afgeweken. Het off-label voorschrijven van geneesmiddelen is alleen toegestaan, wanneer binnen de beroepsgroep protocollen en standaarden zijn ontwikkeld 
voor het off-label voorschrijven van geneesmiddelen voor een specifieke indicatie, die dat gebruik 
toestaan. Omdat off-label gebruik van ivermectine voor COVID-19 niet expliciet is toegestaan is dat 
verboden. Dat verbod geldt ook indien een patiënt dat middel wenst te krijgen omdat hij of zij daar 
hoop op genezing uit put. Hieruit volgt dat het verweerster niet kan worden aangerekend dat zij 
klaagster geen ivermectine heeft gegeven. Ook dit klachtonderdeel is ongegrond.

Klachtonderdeel c) klaagster niet serieus en adequaat heeft bejegend nadat klaagster haar heeft 
gewezen op haar onvrede
5.5   Klaagster verwijt verweerster dat zij, naar aanleiding van haar e-mail van 14 januari 2025, 
waarin zij haar onvrede aangaf en vragen stelde aan verweerster, haar niet serieus en adequaat 
heeft bejegend. De reactie van verweerster heeft namelijk enige tijd op zich laten wachten. Het 
college oordeelt dat ook dit klachtonderdeel ongegrond is. Verweerster ontving ruim drie jaar nadat 
zij klaagster had behandeld, de e-mail van klaagster met vragen. Omdat verweerster niet meer 
werkzaam was in het ziekenhuis, heeft zij de vragen van klaagster puttend uit haar geheugen 
beantwoord. Uit de inhoud van de reactie van verweerster blijkt dat verweerster de vragen van 
klaagster zo goed en zorgvuldig mogelijk heeft willen beantwoorden en dit ook heeft gedaan. Het 
college ziet dan ook geen aanknopingspunten voor de stelling van klaagster dat verweerster 
klaagster niet serieus of adequaat heeft bejegend. Klaagster heeft haar stelling ook niet nader 
onderbouwd. In tegenstelling tot wat klaagster stelt, oordeelt het college dat de reactie van 
verweerster juist getuigt van
betrokkenheid.

Slotsom
5.6 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk
ongegrond zijn.

6. De beslissing
Het college:
-  verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door R.A. Steenbergen, voorzitter, B.E.E.M. van den Borne en
P. Baas, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M. Karatepe, secretaris, en op
11 maart 2026 uitgesproken door de vaste voorzitter, K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-
van Meerwijk.