ECLI:NL:TGZRSHE:2026:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8094
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2026:45 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 11-03-2026 |
| Datum publicatie: | 11-03-2026 |
| Zaaknummer(s): | H2025/8094 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen radioloog. Klager verwijt de radioloog zonder toestemming zijn medisch dossier te hebben ingezien terwijl verweerder geen enkele rol had in de behandeling van klager. Het college oordeelt dat de radioloog op medisch-inhoudelijke gronden betrokken was bij de behandeling van klager en in dat kader het medisch dossier mocht raadplegen, de radioloog niet wist dat klager bij de klachtenfunctionaris had aangegeven dat hij niet wilde dat de radioloog zijn dossier zou inzien en de radioloog zich niet had gerealiseerd dat door hem te beoordelen thoraxfoto van degene was met wie hij een zakelijk geschil heeft. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE ’s-HERTOGENBOSCH
Beslissing in raadkamer van 11 maart 2026 op de klacht van:
[A],
wonende in [B],
klager,
gemachtigde: mr. R. Teitler, werkzaam in Amsterdam,
tegen
[C],
radioloog,
destijds werkzaam in [D],
verweerder, hierna ook: radioloog,
gemachtigde: mr. D. Benamari, werkzaam in Utrecht.
1. Waar gaat de zaak over?
1.1 Klager verwijt verweerder dat hij op 13 december 2024 om 14:26 uur zonder
toestemming het
medisch dossier van klager heeft ingezien terwijl verweerder geen enkele rol had
in de behandeling
van klager.
1.2 Verweerder heeft het college verzocht de klacht kennelijk ongegrond te verklaren.
1.3 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze
beslissing is
gekomen.
2. De procedure
2.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift, ontvangen op 30 januari 2025;
- de brief van 17 februari 2025 van de secretaris aan klager;
- het aanvullende klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 25 februari 2025;
- het verweerschrift, ontvangen per e-mail op 12 juni 2025 en per post op 16 juni
2025;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 4 september
2025.
2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de
zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 Klager en verweerder zijn verwikkeld in een zakelijk conflict. Klager heeft
contact gehad met
de klachtenfunctionaris van het ziekenhuis van verweerder. Hij heeft aangegeven
dat hij niet wilde
dat verweerder inzage zou krijgen in zijn medisch dossier. De klachtenfunctionaris
heeft hierover
op 12 december 2024 contact gehad met de functionaris gegevensbescherming.
3.2 Klager staat onder behandeling van een longarts. Deze longarts heeft gevraagd
een thoraxfoto
te laten maken. Uit het dossier blijkt dat deze foto is gemaakt op 13 december 2024
om 13:01 uur.
Verweerder is vervolgens conform het reguliere werkproces routinematig aangewezen
om deze
thoraxfoto te beoordelen en daarover verslag uit te brengen. Verweerder heeft verslag
uitgebracht
op 13 december 2024 om 14:27 uur. Verweerder heeft op diezelfde dag om 14:26 uur
het medisch
dossier van klager ingezien.
4. De klacht en de reactie van verweerder
4.1 Klager verwijt verweerder dat hij op 13 december 2024 om 14:26 uur zonder
toestemming het
medisch dossier van klager heeft ingezien terwijl verweerder geen enkele rol had
in de behandeling
van klager.
4.2 Verweerder stelt zich op het standpunt dat hij niet tuchtrechtelijk verwijtbaar
heeft
gehandeld. Verweerder was aangewezen de thoraxfoto te beoordelen en daarom betrokken
bij de
behandeling van klager. Voor de beoordeling van de thoraxfoto was inzage in het
dossier van klager
noodzakelijk.
5. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.1 De vraag is of verweerder de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende radioloog. Bij de beoordeling
wordt
rekening gehouden met de voor verweerder geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk
verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.
Wat oordeelt het college?
5.2 Het college oordeelt dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft
gehandeld.
5.3 Klager verwijt verweerder dat hij op 13 december 2024 om 14:26 uur zonder toestemming
het
medisch dossier van klager heeft ingezien terwijl verweerder geen enkele rol had
in de behandeling
van klager.
5.4 In het verweerschrift en tijdens het mondeling vooronderzoek heeft verweerder
over de gang
van zaken rondom de behandeling en de inzage in het dossier van klager het volgende
onweersproken toegelicht. Op 13 december 2024 heeft verweerder 68 radiologische onderzoeken
beoordeeld en onderzoeksverslagen opgesteld. Deze onderzoeken zijn willekeurig verdeeld over
de op die dag aanwezige radiologen. Regelmatig is voor het schrijven van een verslag
inzage in het dossier noodzakelijk. Eén van de te beoordelen onderzoeken betrof de
thoraxfoto van klager.
Verweerder weet niet meer precies wat de aanleiding was om in dat geval het dossier
te raadplegen,
maar hij vermoedt dat het verband hield met een inhoudelijke toetsing. In het verslag
bespreekt hij
namelijk de afwijkende lymfadenopathie (college: opgezette lymfeklieren). Waarschijnlijk
heeft
verweerder het dossier geraadpleegd om te controleren of de longarts deze van het
eerdere
beeldmateriaal afwijkende bevinding had opgemerkt, aldus verweerder.
5.5 Het college overweegt als volgt. Verweerder was er niet van op de hoogte dat
klager niet
wilde dat hij zijn dossier zou inzien. Klager had op 4 december 2024 met de klachtenfunctionaris
van het ziekenhuis contact gehad en bij hem aangegeven dat hij niet wilde dat verweerder
inzage in
zijn dossier zou krijgen. Pas op 12 december 2024 heeft de klachtenfunctionaris
de functionaris
gegevensbescherming erbij betrokken. Er zijn geen aanwijzingen dat verweerder op
de hoogte was van
het verzoek van klager aan de klachtenfunctionaris. In het dossier zelf was ook
geen aantekening of
signalering zichtbaar. Dat, zoals klager heeft aangevoerd, ‘de gehele afdeling ervan
op de hoogte
was dat hij niet wilde dat verweerder zijn dossier zou inzien’ heeft hij niet onderbouwd
en het
dossier biedt daarvoor ook geen aanknopingspunten.
5.6 Daarbij komt dat verweerder niet wist en zich ook niet had gerealiseerd dat
de thoraxfoto
waarover het hier gaat afkomstig was van een patiënt met wie hij een zakelijk geschil
had. Hij
heeft klager slechts éénmaal ontmoet, dit was in 2017 in een andere context dan
het zakelijke
geschil. Verweerder heeft op 13 december 2024 vele onderzoeken achter elkaar beoordeeld
en niet
bewust gekeken naar de naam of de foto van de betreffende patiënten. Dat standpunt
is volgens het
college geloofwaardig. Enerzijds omdat verweerder op 13 december 2024 in totaal
68 foto’s heeft
beoordeeld, die hem willekeurig zijn toebedeeld, en anderzijds omdat het voor verweerder
bij het
beoordelen van een foto niet nodig is om naar de naam van een patiënt te kijken
aangezien dat voor
de verslaglegging niet relevant is.
5.7 De thoraxfoto is gemaakt in het kader van de medische behandeling van klager.
De beoordelende
radioloog is daarmee betrokken bij de medische behandeling van de patiënt. Uit het
logbestand
blijkt dat verweerder het dossier van klager om 14:26 uur heeft ingezien, terwijl
het
onderzoeksverslag kort daarop, om 14:27 uur, is ingediend. Dit past bij de stelling
van verweerder
dat hij het dossier kort geraadpleegd heeft om bepaalde informatie te verifiëren.
De conclusie is
dat verweerder betrokken was bij de behandeling van klager en het dossier van klager
op
medisch-inhoudelijke gronden heeft geraadpleegd.
5.8 Het voorgaande betekent dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Slotsom
5.9 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht kennelijk ongegrond is.
6. De beslissing
Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door F.C. Alink-Steinberg, voorzitter, M.J.C.M. Rutten
en
A.S. Fortuin, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door G.J. Stoepker, secretaris, en
uitgesproken op
11 maart 2026 door de vaste voorzitter K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-
van Meerwijk.