ECLI:NL:TGZRSHE:2026:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10274
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2026:157 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 02-09-2026 |
| Datum publicatie: | 02-09-2026 |
| Zaaknummer(s): | H2026/10274 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Niet-ontvankelijk |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Klacht tegen MDL-arts over het naleven van regels 3, 4 en 9 van de KNMG-gedragscode en klaagster onterecht zwartmaken en beschuldigen. Klaagster heeft eerder meerdere tuchtklachten tegen verweerster ingediend. Deze klachten zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van tuchtrecht. De voorzitter is van oordeel dat klaagster ook met de onderhavige klacht misbruik van recht maakt. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’S-HERTOGENBOSCH
Voorzittersbeslissing van 2 september 2026 op de klacht van:
[A],
wonende in [B],
klaagster,
tegen:
[C],
MDL-arts,
werkzaam in [B],
verweerster.
1. De klacht
1.1 Klaagster verwijt verweerster – kort gezegd – dat zij regels 3, 4 en 9 van
de
KNMG-gedragscode niet heeft nageleefd en klaagster onterecht heeft zwartgemaakt
en beschuldigd.
1.2 De voorzitter is van oordeel dat klaagster kennelijk niet-ontvankelijk is in
haar klacht
wegens misbruik van recht. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen
aan de partijen
te stellen en dat duidelijk is dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen.
Hierna licht
de voorzitter toe hoe zij tot deze beslissing is gekomen.
1.3 Klaagster heeft tegen verweerster op dit moment drie tuchtklachten ingediend.
Het betreft de
zaken H2026/10232, H2026/10274 en H2026/10275. Op de andere klachten heeft de voorzitter
heden
eenzelfde beslissing genomen.
2. De procedure
De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 16 juli 2026;
- het aanvullende klaagschrift met bijlagen, gedateerd op 24 juli 2026 en ontvangen
op 28 juli 2026;
- het aanvullende klaagschrift met bijlagen, gedateerd op 27 juli 2026 en ontvangen
op 28 juli 2026.
3. De feiten
Klaagster heeft eerder vier tuchtklachten tegen verweerster ingediend. Het betreft
de zaken
H2025/8900, H2025/9154, H2025/9231 en H2025/9406. De voorzitter heeft bij beslissingen
van
1 juli 2026 geoordeeld dat klaagster kennelijk niet-ontvankelijk is in deze tuchtklachten
wegens
misbruik van tuchtrecht. De beslissingen zijn op www.tuchtrecht.nl gepubliceerd
onder de volgende
nummers: ECLI:NL:TGZRSHE:2026:112, ECLI:NL:TGZRSHE:2026:113, ECLI:NL:TGZRSHE:2026:114
en ECLI:NL:TGZRSHE:2026:115. Voor wat betreft de feiten in onderhavige tuchtklacht
verwijst de voorzitter
naar wat daarover in deze beslissingen is opgenomen.
4. De klacht
4.1 Klaagster verwijt verweerster dat zij:
a) regels 3, 4 en 9 van de gedragscode voor artsen van de KNMG niet heeft nageleefd;
b) een aanval heeft ingezet op klaagster als persoon waarbij verweerster klaagster
heeft
zwartgemaakt bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg voor eigen
gewin, klaagster
onterecht strafrechtelijk heeft laten vervolgen en klaagster onterecht medische
zorg heeft ontnomen
in alle ziekenhuizen door haar onjuiste en onvolledige overdracht en haar betichtingen,
insinuaties
en speculaties in de behandelrelatie en de verweerschriften.
4.2 In haar aanvullende klaagschriften maakt klaagster verweerster een groot aantal
verwijten,
die er in de kern en samengevat op neerkomen dat verweerster onzorgvuldig heeft
gehandeld.
5. Overwegingen
Is klaagster ontvankelijk in haar klacht?
5.1 De voorzitter ziet zich gesteld voor de vraag of klaagster kan worden ontvangen
in haar
klacht.
5.2 Op grond van artikel 3:13, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW)
kan degene aan
wie een bevoegdheid toekomt, deze niet inroepen voor zover hij deze misbruikt. Op
grond van het
tweede lid kan een bevoegdheid onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen
met een ander
doel dan waarvoor zij is verleend of ingeval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid
tussen
het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid
niet tot
die uitoefening had kunnen komen. Op grond van artikel 3:15 BW vindt artikel 3:13
BW toepassing
buiten het vermogensrecht, voor zover de aard van de rechtsbetrekking zich daartegen
niet verzet.
Deze artikelen brengen met zich dat de bevoegdheid om een klacht tegen een BIG-geregistreerde
zorgverlener in te dienen niet kan worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid
wordt misbruikt.
Deze artikelen verzetten zich daarom tegen inhoudelijke behandeling van een tuchtklacht
die misbruik
van recht behelst en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring
daarvan.
5.3 De voorzitter is van oordeel dat klaagster in onderhavig geval haar bevoegdheid
om een klacht
in te dienen heeft misbruikt. Daarvoor is redengevend dat klaagster, zoals zij ook
op enig moment
aan verweerster terugkoppelde, een geschil heeft met de Raad van bestuur en de afdeling
juridische
zaken van het ziekenhuis. De voorzitter begrijpt dat die geschillen niet naar klaagsters
tevredenheid zijn opgelost. Klaagster heeft zich daarbij echter niet neergelegd
en is, naast het
voeren van diverse procedures bij onder meer de Geschillencommissie, een enorme
hoeveelheid
berichten gaan sturen aan het ziekenhuis en aan verweerster. Dat resulteerde uiteindelijk
in een
contactverbod dat is opgelegd door het ziekenhuis en later – vanwege haar handelen
– ook in een
toegangsverbod, opgelegd door het ziekenhuis. Die verboden hebben klaagster er niet
van weerhouden
contact over de geschillen te (blijven) zoeken. Ook het indienen van onderhavige
tuchtklacht past
in dat patroon van het omzeilen van het contact- en toegangsverbod. Zoals de voorzitter
hiervoor al
constateerde heeft klaagster op dit moment drie tuchtklachten tegen verweerster
ingediend en heeft
de voorzitter eerder beslist dat klaagster in andere tuchtklachten kennelijk niet-ontvankelijk
is
wegens misbruik van tuchtrecht. In al deze klachten, waaronder onderhavige klacht,
uit klaagster haar
onvrede over het handelen van verweerster. Dat doet klaagster weliswaar iedere keer
in (iets) andere
bewoordingen, maar de essentie van de klachten is telkens hetzelfde. Door op deze
wijze steeds opnieuw
weer tuchtklachten in te dienen is duidelijk dat klaagster probeert om contact te
houden met – in ieder geval – verweerster. Door dit handelen maakt klaagster misbruik
van recht. Het tuchtrecht is immers niet bedoeld om onbeperkt ruimte te geven aan
klaagster om haar onvrede over verweerster telkens opnieuw, in iets andere vorm
maar met op hoofdlijnen dezelfde klacht, aan de orde te stellen en contact te (blijven)
zoeken met
verweerster.
5.4 De conclusie van het voorgaande is dat klaagster kennelijk niet-ontvankelijk
is in haar klacht
wegens misbruik van tuchtrecht.
6. De beslissing
De voorzitter:
- verklaart klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in haar klacht.
Aldus gedaan op 2 september 2026 door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk,
voorzitter, in
tegenwoordigheid van G.J. Stoepker, secretaris.