ECLI:NL:TGZRSHE:2026:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9024
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2026:128 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 10-06-2026 |
| Datum publicatie: | 10-06-2026 |
| Zaaknummer(s): | H2025/9024 |
| Onderwerp: | Onvoldoende informatie |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen tandarts in haar functie van praktijkmanager naar aanleiding van (haar antwoord op bezwaren tegen) de rekening wel ontvankelijk, maar kennelijk ongegrond. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE ’S-HERTOGENBOSCH
Beslissing in raadkamer van 10 juni 2026 op de klacht van:
[A],
wonende in [B],
klager,
tegen
C],
tandarts, werkzaam in [B],
verweerster, hierna ook: de tandarts,
gemachtigde: mr. E.E. Rippen, werkzaam in Utrecht.
1. De zaak in het kort
1.1 Klager is op 3 september 2025 behandeld door een collega van de tandarts.
Klager heeft op 5
september 2025 per e-mail bezwaar gemaakt tegen de rekening, waarop de tandarts,
in haar functie
van praktijkmanager, heeft gereageerd. Klager verwijt de tandarts – kort weergegeven
– dat haar
reactie mededelingen bevat die in strijd met de waarheid zijn en dat de toon en
inhoud daarvan
kwetsend is. De tandarts heeft verweer gevoerd tegen de
klacht.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de
klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot
deze
beslissing is gekomen.
2. De procedure
2.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift, ontvangen op 23 september 2025;
- de brief 14 oktober 2025 van de secretaris aan klager;
- het aanvullend klaagschrift, ontvangen op 23 oktober 2025;
- het verweerschrift, per e-mail ontvangen op 11 december 2025 per post op 15 december
2025.
2.2 Partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het college
in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik
gemaakt.
2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. De feiten
3.1 Klager is sinds 2022 patiënt in de praktijk, waar de tandarts werkzaam is.
De tandarts is
tevens praktijkmanager van de praktijk.
3.2 Klager is op 3 september 2025 in de praktijk behandeld door een collega van
de tandarts. Op 5
september 2025 heeft de praktijk klager een rekening gestuurd voor een consult en
een
kaakoverzichtsfoto (in totaal, na aftrek vergoeding zorgverzekeraar, voor een bedrag
van € 98,25).
3.3 Klager heeft op 5 september 2025 in drie e-mails (van 12.45 uur, 13.00 uur en
13.23 uur)
bezwaar gemaakt tegen de rekening van die datum. In de eerste twee e-mails heeft
klager aangegeven
dat hem gezegd was dat zijn zorgverzekering 75% van de behandeling zou dekken, wat
onjuist bleek te
zijn. In de derde e-mail heeft klager bezwaar gemaakt tegen het in rekening brengen
van het
consult, omdat geen consult had plaatsgevonden.
3.4 Als praktijkmanager heeft de tandarts de e-mails van klager op 5 september 2025
beantwoord.
Zij heeft klager het volgende bericht (alle citaten worden letterlijk weergegeven):
“U bent op 03-09-25 zonder afspraak geweest om de behandeling van [D] te laten controleren
omdat u
veel last heeft.
Wij hebben voor u foto gemaakt en controle uitgevoerd. Vooraf heeft u kostenindicatie
gekregen over
de behandeling. U was akkoord ermee.
Dat is altijd aan de patiënt zelf en NIET aan ons om zijn vergoeding te controleren,
wij gaan als
zorgverleners NOOIT over de vergoeding van de patiënt.
Tijdens de controle bleek dat u een gaat heeft in de brug van [D] .de tandarts heeft
het op uw
verzoek dicht gemaakt.
De kosten van de vulling zullen we nog declareren in aparte nota.
Vandaag kwam u weer zonder afspraak en heeft de tandarts lastig gevallen terwijl
hij aan werken was
bij andere patiënt. Dit gedraag willen we niet toe laten in onze praktijk.”
3.5 Op 16 september 2025 heeft de praktijk klager een rekening gestuurd voor het
maken van de
vulling.
4. De klacht en de reactie van de tandarts
4.1 Klager verwijt de tandarts dat:
a. de tandarts in strijd met de waarheid heeft verteld dat de röntgenfoto volledig
zou worden
vergoed;
b. de tandarts in strijd met de waarheid heeft meegedeeld dat vooraf een kostenoverzicht
is
overgelegd;
c. de tandarts in strijd met de waarheid heeft meegedeeld dat sprake was van tandbederf;
d. de toon en inhoud van de e-mail van de tandarts kwetsend waren.
4.2 De tandarts heeft het college verzocht klager niet-ontvankelijk te verklaren
en de klacht dus
niet inhoudelijk te behandelen. Voor het geval het college de klacht wel inhoudelijk
beoordeelt,
heeft de tandarts het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
4.3 Het college gaat hierna voor zover nodig verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
Ontvankelijkheid
5.1 De tandarts heeft aangevoerd dat klager niet-ontvankelijk is in de klacht,
omdat de klacht
gaat over de e-mail van de tandarts van 5 september 2025, die zij heeft geschreven
in haar
hoedanigheid van praktijkmanager en niet in de hoedanigheid van tandarts. Het college
volgt de
tandarts daarin niet. Verweerster is zowel tandarts als praktijkmanager in de praktijk.
Naar het
oordeel van het college kunnen de beide hoedanigheden niet losgekoppeld worden in
het kader van
deze tuchtrechtelijke beoordeling.
De criteria voor de beoordeling
5.2 De vraag is of de tandarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht
worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende tandarts. Bij de beoordeling
wordt rekening
gehouden met de voor de tandarts geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden.
Klachtonderdelen a en b – kosten van de behandeling
5.3 Partijen verschillen van mening over wat er al dan niet is afgesproken over
de kosten,
verbonden aan de behandeling van het gebit van klager op 3 september 2025. Vast
staat dat de
collega van de tandarts een röntgenfoto heeft gemaakt en een gaatje heeft gevuld.
Dat betekent per
definitie dat er (ook) een consult is geweest: zonder consult kunnen beide andere
handelingen
immers niet plaatsvinden. Of en in hoeverre tandartskosten al dan niet door de
ziektekostenverzekeraar van de patiënt worden vergoed, is afhankelijk van de polisvoorwaarden
van
de verzekering. De tandarts kan alleen al daarom over een mogelijke vergoeding van
de kosten geen
uitspraak doen en heeft in haar e-mail van 5 september 2025 terecht aangegeven dat
de patiënt zelf
moet controleren of bepaalde verrichtingen vergoed worden.
5.4 Klager was bovendien al enkele jaren patiënt in de tandartsenpraktijk. Hij had
op grond
daarvan kennis kunnen nemen van de in de praktijk gehanteerde tarieven en voorwaarden.
In ieder
geval moet hij ermee bekend zijn geweest, dat behandeling niet kosteloos plaatsvindt.
De tandarts
heeft in haar verweerschrift aangegeven dat haar collega een indicatie van de kosten
voor de foto, de beoordeling daarvan en het consult heeft gegeven toen klager bij
een eerdere gelegenheid (op 20 augustus 2025) in de praktijk is geweest, maar op dat moment
niet kon worden geholpen omdat hij geen afspraak had. Een schriftelijke kostenopgave
is er niet geweest en dat heeft de tandarts ook niet gesteld. Bij kosten onder de
€ 250,- hoeft bovendien
geen begroting te worden verstrekt. Het college begrijpt de tandarts ook zo dat
haar collega een en
ander ook nog op 3 september 2025 met klager heeft besproken, waarna de foto is
gemaakt, beoordeeld
en besproken.
5.5 De klachtonderdelen a en b zijn op grond van het voorgaande kennelijk ongegrond.
Klachtonderdelen c en d – inhoud van de e-mail van de tandarts
5.6 De tandarts heeft in haar e-mail van 5 september 2025 niet gesteld dat er
sprake was van
tandbederf. Zij heeft alleen gemeld dat er een gaatje was geconstateerd, dat door
haar collega is
gevuld. Dat laatste is door klager erkend. Klachtonderdeel c is kennelijk
ongegrond.
5.7 Met klachtonderdeel d doelt klager kennelijk op de zin in de e-mail dat klager
de collega van
de tandarts heeft lastiggevallen, terwijl die een andere patiënt aan het behandelen
was. Het
college is van oordeel dat de tandarts klager er zonder meer op mocht wijzen dat
een patiënt niet
zomaar kan binnenlopen bij een tandarts tijdens een behandeling van een andere patiënt
en hem in
die behandeling storen. Dergelijk gedrag is inderdaad niet acceptabel en daarop
mag klager ook
worden aangesproken. Overigens heeft de tandarts het woord “onacceptabel” in haar
e-mail niet
gebruikt. Ook klachtonderdeel d is kennelijk
ongegrond.
Slotsom
5.8 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk
ongegrond zijn.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door Ch. Schollen-den Besten, voorzitter, G.L.M.M. van
der Werff en
R.W.F. Huyskens, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door N.A.M. Sinjorgo, secretaris,
en
op 10 juni 2026 uitgesproken door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk.