We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TGZRSHE:2026:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8560

ECLI: ECLI:NL:TGZRSHE:2026:119
Datum uitspraak: 08-07-2026
Datum publicatie: 08-07-2026
Zaaknummer(s): H2025/8560
Onderwerp: Onjuiste verklaring of rapport
Beslissingen: Niet-ontvankelijk
Inhoudsindicatie: Klager klaagt over gedragingen van zijn ex-partner, een gz-psycholoog, in de privésfeer. Het college oordeelt dat nu geen sprake is van een behandelrelatie en niet is gebleken van privéhandelen dat zijn weerslag heeft op de beroepsuitoefening, klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht.


REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’s-HERTOGENBOSCH

Beslissing in raadkamer van 8 juli 2026 op de klacht van:

[A],
wonende in [B],
klager,

tegen

[C],
gz-psycholoog,
wonende in [D],
verweerster.


1. De zaak in het kort
1.1   Klager dient een klacht in tegen zijn ex-partner, gz-psycholoog, omdat zij hem zou hebben 
aangemoedigd tot suïcide en omdat zij hem als mogelijk psychotisch heeft gerapporteerd bij zijn 
huisarts.

1.2   Het college komt tot het oordeel dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in zijn klacht. 
‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat 
duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het 
tot deze beslissing is gekomen.

2. De procedure
2.1  De procedure blijkt uit:
-  het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 24 juli 2025;
-  de brief van 26 augustus 2025 van de secretaris aan klager;
-  de brief van 29 augustus 2025, ontvangen van klager op 1 september 2025;
-  het verweerschrift met bijlage, ontvangen op 7 november 2025;
-  de repliek met bijlagen, ontvangen op 5 december 2025;
-  de dupliek, ontvangen op 22 december 2025.

2.2   De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het 
college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.


2.3   Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak 
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. Wat is er gebeurd?
3.1   Klager heeft vanaf 2011 een affectieve relatie met verweerster. In 2025 keert klager na een 
ruzie niet terug van vakantie. Verweerster stuurt hem dan twee e-mails waarin zij aangeeft dat zij 
bang is dat hij zelfmoord gaat plegen. Voorts uit zij, in een telefoongesprek met de assistente van 
de huisarts van klager, haar zorgen over klager.

4. De klacht en de reactie van verweerster
4.1  Klager verwijt verweerster dat zij:
a) hem heeft aangemoedigd tot suïcide;
b) hem als mogelijk psychotisch heeft gerapporteerd.

4.2  Verweerster heeft het college verzocht klager niet-ontvankelijk te verklaren en de klacht dus 
niet inhoudelijk te behandelen.

4.3  Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
Ontvankelijkheid
5.1   Verweerster heeft naar voren gebracht dat klager niet-ontvankelijk is in de klacht, omdat het 
hier louter gaat om een privé-aangelegenheid.

5.2  Het college komt tot het oordeel dat klager niet-ontvankelijk is in de klacht en licht dat 
hierna toe.

5.3   Voor ontvankelijkheid is vereist dat klager kan worden aangemerkt als rechtstreeks 
belanghebbende in de zin van artikel 65, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet op de beroepen 
in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Dit betekent dat bij klager sprake moet zijn van een 
concreet en rechtstreeks eigen belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele 
gezondheidszorg. Deze eis vloeit voort uit de aard en de strekking van de Wet BIG die beoogt de 
kwaliteit van de individuele gezondheidszorg te bewaken. Is dit belang er niet, dan is klager niet 
gerechtigd om een klacht in te dienen bij het tuchtcollege.

5.4   De tuchtrechter toetst alleen het beroepsmatig handelen van een BIG-geregistreerde 
zorgverlener, niet het privé-handelen, tenzij dit privé-handelen de professionele normen 
raakt/weerslag heeft op de beroepsuitoefening, bijvoorbeeld als dit handelen de waardigheid van het 
beroep ernstig schaadt of direct invloed heeft op de patiëntenzorg (de zogenaamde tweede 
tuchtnorm).


5.5   In dit geval staat vast dat er geen sprake is van een behandelrelatie tussen klager en 
verweerster. Dan is het de vraag of sprake is van verwijtbaar privé-handelen van verweerster dat 
weerslag heeft op de beroepsuitoefening. Klager heeft gesteld dat verweerster hem heeft 
aangemoedigd tot suïcide, maar dat blijkt uit niets. Dat kan het college in ieder geval niet 
afleiden uit de door klager in het geding gebrachte e-mails van verweerster aan klager. Het college 
kan dus hoe dan ook niet vaststellen dat sprake is van privé-handelen van verweerster dat weerslag 
zou kunnen hebben op de beroepsuitoefening. Klager kan in zoverre niet in de klacht worden 
ontvangen.

5.6   Dat verweerster, als zijn partner, haar zorgen over klager bij zijn huisarts heeft geuit, is 
voorts geen handelwijze die weerslag heeft op de beroepsuitoefening. Ook wat betreft dat aspect kan 
klager dus niet in zijn klacht worden ontvangen.

Slotsom
5.7  Klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht. Aan een inhoudelijk oordeel komt het college 
daarom niet toe.

5.8   Aan het verzoek van verweerster om in geval van niet-ontvankelijkverklaring het dossier te 
vernietigen, kan het college niet voldoen (alleen al niet) omdat het college daartoe geen 
wettelijke bevoegdheid heeft.

6. De beslissing
Het college:
-  verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klacht.

Deze beslissing is gegeven door R.A. Steenbergen, voorzitter, E.H. Muste en T. Koetsier, 
leden-beroepsgenoten, bijgestaan door T.G. Nijenkamp, secretaris, en in het openbaar uitgesproken 
door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk op 8 juli 2026.