ECLI:NL:TGZRSHE:2025:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/6853

ECLI: ECLI:NL:TGZRSHE:2025:95
Datum uitspraak: 20-08-2025
Datum publicatie: 20-08-2025
Zaaknummer(s): H2024/6853
Onderwerp: Onheuse bejegening
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Het college oordeelt dat het de huisarts van klager, die in een PI verblijft, niet te verwijten valt dat klager voor ieder consult een briefje moet invullen en daarnaast dat het feit dat een belastend onderzoek moest ondergaan ook niet verwijtbaar is. De huisarts heeft in het dossier genoteerd dat klager toestemming gaf en de aanwezigheid van de bewakers vloeit voort uit het regime waarin klager verbleef.  Kennelijk ongegrond.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’s-HERTOGENBOSCH

Beslissing in raadkamer van 24 juni 2024 op de klacht van:

[A],
verblijvende in [B],
klager,

tegen

[C],
huisarts werkzaam in [D],
verweerster, hierna ook: de huisarts;
gemachtigde: mr. L. Greebe, werkzaam in Amsterdam.

1 De zaak in het kort
1.1   Klager was gedetineerd in een penitentiaire inrichting, hierna de PI. Verweerster is als 
huisarts verbonden aan de PI. Klager verwijt verweerster dat hij voor elk consult briefjes moet 
invullen en ook dat hij een rectaal toucher heeft moeten ondergaan in aanwezigheid van vijf 
gevangenisbewaarders.

1.2   Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent 
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht 
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze beslissing is 
gekomen.

1. De procedure
2.1  De procedure blijkt uit:
-  het klaagschrift, ontvangen op 29 januari 2024;
-  de brief van 29 maart 2024 van de secretaris aan klager;
-  de brief van klager ontvangen op 11 april 2024;
-  het verweerschrift ontvangen op 23 juli 2024;
-  de brief van klager ontvangen op 6 augustus 2024;
-  de repliek van klager ontvangen op 2 januari 2025;
-  de dupliek van verweerder ontvangen op 29 januari 2025.

2.2   De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het 
college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.

2.3   Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak 
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. De feiten
3.1   Klager was ten tijde van de gebeurtenissen waarover wordt geklaagd, gedetineerd in de PI. 
Medische verzorging vindt plaats door de medische dienst van de PI. In de periode mei-juli 2023 
heeft klager mictieklachten bij de medische dienst kenbaar gemaakt.
Klager is door verweerster gezien tijdens het spreekuur van 22 mei 2023. Uit onderzoek naar 
blaasontsteking en diabetes zijn geen bijzonderheden gebleken. Evenmin leverde een buikonderzoek 
iets op. Het consult is afgesloten met de mededeling van de bevindingen en de mededeling dat bij 
aanhoudende klachten weer contact opgenomen kon worden.

3.2   Op 18 juli 2023 heeft de huisarts klager weer gezien in verband met de nog steeds aanhoudende 
mictieklachten. Omdat andere mogelijke oorzaken (urineweginfectie, soa, diabetes) inmiddels waren 
uitgesloten heeft de huisarts, omdat zij de mogelijke oorzaak van een vergrote prostaat wilde 
onderzoeken, aan klager voorgesteld een rectaal toucher uit te voeren. Omdat klager op dat moment 
op de afdeling voor beheersproblematische gedetineerden verbleef, gold een driemansbenadering in 
verband met veiligheidsrisico’s.

3.3   Dit betekende dus dat het onderzoek in het bijzijn van drie bewakers zou moeten plaatsvinden. 
Het rectaal toucher is vervolgens door de huisarts in het bijzijn van drie bewakers verricht. In 
het medisch dossier heeft de huisarts genoteerd (citaat inclusief eventuele taal- en spelfouten)
“….rectaal toucher (met toestemming van dhr) op cel ivm 3-man benadering”

4. De klacht en de reactie van de huisarts
4.1  Klager verwijt de huisarts dat:
a) Klager voor ieder consult een briefje moet invullen;
b) Klager in het bijzin van vijf bewakers een rectaal toucher heeft moeten ondergaan.

4.1  De huisarts heeft het college verzocht de klachten ongegrond te verklaren.

4.2  Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?

5.1  De vraag is of de huisarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm 
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling wordt rekening 
gehouden met de voor de huisarts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Verder 
geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.

5.2   Het college oordeelt dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Hierna 
zal het college toelichten hoe het tot dit oordeel is gekomen.

5.3  Klachtonderdeel a) steeds nieuwe verzoekbriefjes moeten invullen
De huisarts erkent dat klager, net zoals andere gedetineerden in de PI, voor aanhoudende of nieuwe 
klachten steeds een verzoekbriefje moet invullen. De verpleegkundigen beoordelen vervolgens welke 
vervolgstappen geindiceerd zijn. Deze wijze van communicatie in de PI is conform de daar 
gehanteerde werkafspraak. Het college oordeelt dat het werken volgens deze afspraak geen 
tuchtrechtelijk verwijt aan de huisarts oplevert en oordeelt daarom dat de klacht ongegrond is.

5.4  Klachtonderdeel b) het verrichten van een rectaal toucher in het bijzijn van vijf bewakers
Klager stelt dat er vijf bewakers bij aanwezig waren. De huisarst stelt, en zo heeft zij het ook in 
het medisch dossier genoteerd, dat sprake was van een zogenaamde driemansbenadering. Het aantal 
aanwezige bewakers acht het college niet relevant voor het beoordelen van de klacht. Het verwijt 
betreft immers het verrichten van het rectaal toucher in het bijzijn van meerdere bewakers.
De huisarts voert als verweer dat zij zich realiseerde dat het verrichten van het rectaal toucher 
in het bijzijn van de bewakers een inbreuk op de privacy van klager zou opleveren. Daarom heeft zij 
hem expliciet toestemming gevraagd en hierop heeft klager volgens verweerster toestemming verleend. 
Het regime van de afdeling waarop klager destijds verbleef is niet door de huisarts bepaald en de 
omstandigheden waarbinnen zij klager de zorg moest leveren waren een direct gevolg van dat regime. 
De huisarts treft hiervoor geen blaam. Het college acht ook dit onderdeel ongegrond.

Slotsom
5.5  Uit de overwegingen hiervoor volgt dat beide onderdelen van de klacht kennelijk ongegrond 
zijn.

6. De beslissing
Het college:
-  verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door J. Iding, voorzitter, E. Jansen en N.B. van der Maas, leden- 
beroepsgenoten, bijgestaan door I.F. Schouwink, secretaris, en in het openbaar uitgesproken door 
K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk op 20 augustus 2025.