ECLI:NL:TGZRSHE:2025:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7772
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2025:94 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 20-08-2025 |
| Datum publicatie: | 20-08-2025 |
| Zaaknummer(s): | H2024/7772 |
| Onderwerp: | Geen of onvoldoende zorg |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Patiënte klaagt over onjuiste diagnostiek, onjuiste behandeling, schending van inspanningsverplichting, informatieplicht en registratieplicht. Psychiater was als waarnemer van de hoofdbehandelaar niet betrokken bij de diagnostiek noch bij de keuze van de behandelvormen. Evenmin was de psychiater betrokken bij de informatie over en de nazorg van de ECT behandeling, noch bij de registraties van deze behandeling. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’s-HERTOGENBOSCH
Beslissing in raadkamer van 20 augustus 2025 op de klacht van:
[A],
wonende in [B],
klaagster,
tegen
[C],
psychiater, werkzaam in [D],
verweerster, hierna ook: de psychiater
gemachtigde: mr. A.M. Hielkema, werkzaam in Utrecht.
1. De zaak in het kort
1.1 Klaagster was voor behandeling verwezen naar de afdeling Psychiatrie en Medische
Psychologie
van een ziekenhuis, waar verweerster als psychiater werkzaam is. In het kader van
de intake,
indicatiestelling, behandeling en opname is klaagster door collega’s van verweerster
gezien. Als
vaste waarnemer van de hoofdbehandelaar van klaagster, raakte verweerster bij de
behandeling van
klaagster betrokken. Klaagster verwijt verweerster onjuiste diagnostiek, onjuiste
behandeling,
schending van haar inspanningsverplichting, informatieplicht en registratieplicht.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze
beslissing is
gekomen.
2. De procedure
2.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met de bijlage, ontvangen op 1 november 2024;
- het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 20 december 2024;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 26 maart 2025.
2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 Klaagster was door haar psychotherapeut verwezen naar de afdeling Psychiatrie
en Medische
Psychologie van het ziekenhuis, met het verzoek tot behandeling van haar depressie.
Op 17 juni 2022
vond het intakegesprek met een collega-psychiater van verweerster plaats. Gelet
op de multi
problematiek van klaagster is gesproken over verschillende behandelopties. Op 20
juni 2022 vond een
vervolggesprek voor de indicatiestelling plaats, met een andere collega van verweerster.
Een maand
later, op 19 juli 2022, is door die collega een behandelplan gemaakt waarin onder
andere een
vierdaagse dagbehandeling werd aangeboden.
3.2 Omdat de klachten van klaagster na die vierdaagse behandeling aanhielden, vond
eind september
2022 een intakegesprek plaats voor een opname op de open afdeling, met als doel
intensievere
vervolgbehandeling van de depressie. Dit gesprek vond plaats met weer een andere
collega van
verweerster. Tijdens de opname van klaagster, die startte op
3 oktober 2022, was deze collega de hoofdbehandelaar (hierna: de hoofdbehandelaar).
Omdat de
hoofdbehandelaar uitsluitend op dinsdag, woensdag en vrijdag werkzaam was, was verweerster
op
maandag en donderdag haar vaste waarnemer.
3.3 Op 3 oktober 2022 heeft klaagster de informatiefilm over elektroconvulsietherapie
(ECT) van
het ziekenhuis bekeken. Op 4 oktober 2022 is de situatie van klaagster in het Multi
Disciplinair
ECT Overleg (hierna: ECT-overleg) besproken. In dit overleg werd besloten dat klaagster
in
aanmerking kwam voor een ECT behandeling. De hoofdbehandelaar besprak dit met klaagster.
3.4 Vanwege de zorgelijke lichamelijke conditie van klaagster en bij afwezigheid
van de
hoofdbehandelaar, zag verweerster klaagster voor het eerst op maandag 10 oktober
2022. Omdat bij
klaagster sprake was van ernstig ondergewicht op basis van een eetstoornis, was
verweerster op
donderdag 13 oktober 2022 ook betrokken bij de evaluatie met de diëtiste van het
ziekenhuis.
3.5 Op 25 oktober 2022 vond een gesprek tussen klaagster en verweerster plaats.
In het
voortgangsverslag staat hierover onder meer vermeld (alle citaten voor zover van
belang en
letterlijk weergegeven):
“ Bespoken dat psychiater [naam hoofdbehandelaar] haar hoofbehandelaar is echter
omdat ze nu met
vakantie is is evaluaite moment on donderdag afgesproken en vanaf volgende week
kan ze volledig bij
[naam hoofdbehandelaar] zijn. Patient vindt het verwarrend over de hoofdbehandelaarschap,
uitleg
gegeven. (…) Besproken wat tijdens ECT overleg is gesproken, dat ze naar anesthesie
langs komt,
indien anesthesie akkoord, ken ECT gestart worden. Patient is blij dit bericht te
horen.”
3.6 Op 31 oktober 2022 startte klaagster met de ECT behandeling. Op 3 februari 2023
ging
klaagster met ontslag naar huis. Op 7 februari 2023 werd klaagster opgenomen bij
een kliniek voor
de behandeling van de eetstoornis.
4.1 De klacht en de reactie van de psychiater
Klaagster verwijt verweerster:
a) onjuiste diagnostiek;
b) onjuiste behandeling;
c) schending van inspanningsverplichting (geen nazorg);
d) schending van informatieplicht;
e) schending van registratieplicht.
4.2 Verweerster heeft het college verzocht de klacht kennelijk ongegrond te verklaren.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of verweerster de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht
worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende psychiater. Bij de beoordeling
wordt
rekening gehouden met de voor de psychiater geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk
verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.
5.2 Het college oordeelt dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Klachtonderdelen a) onjuiste diagnostiek en b) onjuiste behandeling
5.3 Klaagster stelt dat verweerster een onjuiste inschatting heeft gemaakt van
de mate van ernst
van haar depressie. Verweerster heeft zich volgens klaagster niet verdiept in haar
medisch dossier
en ook de plaatsing in de vierdaagse dagbehandeling was niet helpend. Door het stellen
van de
onjuiste diagnose heeft klaagster lange tijd een onjuiste behandeling ontvangen,
waardoor haar
klachten toenamen.
5.4 Verweerster stelt zich op het standpunt dat zij niet betrokken was bij de aanmelding,
noch
bij de indicatiestelling, noch bij de keuze voor de vierdaagse dagbehandeling. Ook
geeft zij aan
niet verantwoordelijk te zijn voor de indicatie voor opname, de ECT en het beloop
van de opname en
het organiseren van vervolgzorg. Verweerster was niet de hoofdbehandelaar.
5.5 Deze klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond. Het verloop van de diagnosestelling
en de
daarop gebaseerde behandeling is vastgelegd in het patiëntendossier. Op basis van
dit dossier stelt
het college vast dat het eerste contact tussen klaagster en verweerster plaatsvond
op 10 oktober 2022. Verweerster zag klaagster die dag in haar rol van waarnemer van
de hoofdbehandelaar. Op grond van de dossieraantekeningen staat eveneens vast dat
verweerster vóór 10 oktober 2022 op geen enkele wijze bij de zorgverlening aan klaagster
betrokken is geweest; niet bij de diagnostiek noch bij de keuze van de behandelvormen.
Bij afwezigheid van de hoofdbehandelaar, deed verweerster ten aanzien van de zorgverlening
aan klaagster datgene wat nodig was. Van
tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerster is geen sprake.
Klachtonderdelen c) schending inspanningsverplichting (geen nazorg) en d) informatieplicht
5.6 Klaagster stelt dat zij na de ECT behandeling geen nazorg heeft gekregen,
ondanks dat zij
last van ernstige bijwerkingen had. Ook stelt zij dat zij voorafgaand aan de ECT
behandeling geen
informatie heeft gekregen over de mogelijke bijwerkingen.
5.7 Verweerster voert aan dat een van haar collega-psychiaters de hoofdbehandelaar
gedurende de
hele opname is geweest. Deze hoofdbehandelaar heeft de indicatie gesteld voor de
ECT-behandeling en
klaagster over deze behandeling geinformeerd, uitleg gegeven en de mogelijke complicaties
besproken. De hoofdbehandelaar heeft de aansluitende vervolgzorg geregeld met de
overdracht naar de
kliniek voor de behandeling van klaagsters eetstoornis.
5.8 Ook ten aanzien van deze klachtonderdelen biedt het dossier geen onderbouwing
voor de
stellingen van klaagster. Daarentegen worden de stellingen van verweerster door
de
dossieraantekeningen ondersteund. Omdat van persoonlijke betrokkenheid van verweerster
bij de
informatie over en de nazorg van de ECT behandeling geen sprake is, zijn ook deze
klachtonderdelen
kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel e) schending van registratieplicht
5.9 Klaagster stelt dat haar medisch dossier niet compleet is omdat de verslagen
van de ECT
behandelingen daarin ontbreken. Volgens klaagster heeft dit consequenties voor de
vervolgbehandeling, aangezien zij tijdens de ECT behandeling klachten zou hebben
opgelopen.
5.10 Verweerster voert allereerst aan niet verantwoordelijk te zijn voor de registraties
van de
ECT behandeling, vanwege het ontbreken van persoonlijke betrokkenheid bij deze behandeling.
Bovendien meent verweerster dat dit klachtonderdeel feitelijke grondslag mist, omdat
de bewuste
registraties op een aparte plek in het Elektronisch Patiëntendossier (EPD) zijn
vastgelegd.
5.11 Het college is van oordeel dat het medisch dossier van klaagster compleet is.
Hierin zijn ook
de registraties van de ECT behandelingen opgenomen. Omdat ten aanzien van deze registraties
geen
sprake is van enige persoonlijke betrokkenheid van verweerster, is ook dit klachtonderdeel
kennelijk ongegrond.
Slotsom
5.12 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk
ongegrond
zijn.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door I.M.E.A. van Eldonk voorzitter, L.A.J. Stouthamer-
Verschuren en
H.J. Kolthof, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door D. van Grootveld, secretaris,
en in het
openbaar uitgesproken door
K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk op 20 augustus 2025.