ECLI:NL:TGZRSHE:2025:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7455

ECLI: ECLI:NL:TGZRSHE:2025:91
Datum uitspraak: 15-08-2025
Datum publicatie: 15-08-2025
Zaaknummer(s): H2024/7455
Onderwerp: Geen of onvoldoende zorg
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Ongegronde klacht van ouders van patiëntje tegen verweerster, tandarts, over de behandeling van patiëntje met angstklachten. Klagers verwijten verweerster onzorgvuldige behandeling van de fistel bij de beschadigde tand, weigeren sedatie bij het trekken van beschadigde melktanden, onjuist advies, niets geven tegen de ontsteking, onvoldoende personele bezetting en geen goede achtervang bij de vakantiesluiting van de praktijk. Volgens klagers werd eerst na meerdere verzoeken van klagers patiëntje aan een andere praktijk overgedragen. Volgens klagers heeft verweerster geen verantwoordelijkheid genomen, niet direct met klagers gecommuniceerd en niet gereflecteerd op eigen handelen. Het college oordeelt dat verweerster geen onnodige risico’s heeft genomen en heeft vastgehouden aan een zorgvuldige medische afweging ondanks de druk om met Dormicum te behandelen.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’S-HERTOGENBOSCH

Beslissing van 6 augustus 2025 op de klacht van:

[A],
wonende in [B],
klaagster,

en

[C],
wonende in [B],
klager,
samen te noemen: klagers,

tegen:

[D],
tandarts, werkzaam in [E], verweerster,
gemachtigde: mr. J.M. de Vries, werkzaam in Utrecht.
 

1.   De zaak in het kort
1.1   Klagers verwijten verweerster dat zij de zoon van klagers (hierna: de patiënt) niet adequaat 
heeft behandeld. De patiënt was ten tijde van de behandeling ongeveer twee en een half jaar oud en 
is door de eigen tandarts verwezen naar de praktijk van verweerster (hierna: (de) praktijk) in 
verband met angstklachten voor de tandarts. De patiënt was op zijn mond gevallen waarbij een 
voortand was afgebroken en een voortand was beschadigd. Na een aantal maanden ontwikkelde zich een 
fistel (kanaaltje als gevolg van een ontsteking, dat het vocht afvoert) in zijn mond. Klagers 
hebben daarop de praktijk gebeld met de vraag of de patiënt een behandeling kon krijgen. 
Verweerster heeft volgens klagers de fistel onzorgvuldig behandeld, sedatie geweigerd, onjuist 
geadviseerd en niets tegen de ontsteking gegeven. Ook heeft verweerster volgens klagers haar 
personele bezetting niet op orde en had verweerster geen goede achtervang bij de vakantiesluiting 
van de praktijk. Verweerster heeft voorts de zorg van de patiënt volgens klagers eerst na meerdere 
verzoeken daartoe van klagers aan een andere praktijk overgedragen. Volgens klagers heeft 
verweerster geen verantwoordelijkheid genomen, niet direct met klagers gecommuniceerd en niet 
gereflecteerd op haar eigen handelen.

1.2  Verweerster heeft het college gevraagd de klacht ongegrond te verklaren.

1.3   Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is. Het college legt in de overwegingen uit hoe het tot dit oordeel is gekomen.

2.  De procedure
2.1  Het dossier bevat de volgende relevante stukken:
-    het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 26 juli 2024;
-    de brief van 14 augustus 2024 van de secretaris aan klagers;
-    de brief met bijlagen, ontvangen van klagers op 28 augustus 2024;
-    de USB-stick, ontvangen van klagers op 28 augustus 2024;
-    het verweerschrift met bijlagen, ontvangen op 3 oktober 2024;
-    de brief van 14 oktober 2024 van de secretaris aan de gemachtigde van verweerster;
-    de brief met bijlagen van de gemachtigde van verweerster, ontvangen op 31 oktober 2024.

2.2   De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het 
college met elkaar in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik 
gemaakt.

2.3   De zaak is behandeld op de openbare zitting van 13 juni 2025. De partijen zijn verschenen. 
Verweerster werd bijgestaan door haar gemachtigde. Partijen hebben een pleitnotitie voorgelezen en 
aan het college en de andere partij overhandigd.

3.  De feiten
3.1   De patiënt, geboren in 2021, is in 2023 gevallen en daarbij was een voortand beschadigd. De 
andere voortand was afgebroken. De patiënt werd in eerste instantie door zijn eigen tandarts 
behandeld. Omdat de patiënt een angst voor tandartsen had ontwikkeld, werd hij door zijn eigen 
tandarts doorverwezen naar de praktijk.

3.2   In februari 2024 werd de patiënt voor het eerst in de praktijk gezien door een collega van 
verweerster (hierna: de collega). Element 61 was afgebroken tot aan botniveau. Het zachte weefsel 
in het naastgelegen element 51 was onrustig. De collega concludeerde dat de beide elementen moesten 
worden verwijderd maar dat daarvoor geen acute indicatie was. Klaagster en de collega spraken af 
dat zou worden gewacht met de verwijdering van de beide elementen en dat over zes maanden opnieuw 
een röntgenfoto zou worden gemaakt. Klaagster werd gevraagd om eerder contact op te nemen met de 
praktijk als de patiënt meer klachten zou krijgen en/of een fistel zou ontwikkelen.

3.3   Op 23 juli 2024 benaderde klaagster telefonisch de praktijk. Klaagster gaf aan dat er sprake 
was van een bultje in de mond van de patiënt bij element 51. De collega die de patiënt behandelde, 
was met verlof. Klaagster kreeg na telefonisch overleg een spoedafspraak voor de patiënt bij verweerster. Verweerster stelde vast dat bij element 51 sprake was van een fistel en dat het element avitaal was geworden.

3.4   Verweerster adviseerde een gelijktijdige verwijdering van de elementen 51 en 61. Verweerster 
heeft met klaagster de wijze waarop verwijdering kon plaatsvinden besproken. Verweerster heeft 
daarbij aangegeven dat verwijdering kon plaatsvinden met of zonder het gebruik van Dormicum (een 
roesje). De eerste mogelijkheid voor een behandeling met Dormicum zou zijn op 27 augustus 2024. 
Reden daarvoor was dat er sprake was van een zomersluiting van de praktijk vanaf 24 juli 2024. 
Omdat klaagster de voorkeur gaf aan een behandeling met Dormicum, werd een afspraak wordt gemaakt 
voor 27 augustus 2024.

3.5   Op 24 juli 2024 om 8 uur belt klaagster de praktijk en geeft aan dat de patiënt pijnklachten 
heeft en 38,2 graden koorts. Over dit gesprek heeft de assistente van verweerster (hierna: (de) 
assistente) het volgende in het medisch dossier genoteerd (alle citaten voor zover van belang en 
letterlijk weergegeven):
“(…) moeder belt op (…). Overleg met (…) [verweerster], ze kunnen vandaag komen om 10:10 uur om de 
tandjes te laten verwijderen maar dan is het op het spoedplekje en zonder Dorm. sedatie Moeder 
reageert (…) boos en zegt ik laat (…) geen tanden (…) trekken zonder verdoving!! Verteld dat we dit 
absoluut NOOIT zonder verdoving doen (…) uitleg (…). Blijft (…) boos, verteld dat dit de enige 
mogelijkheid is, anders
Paracetamol (krijgt hij al) (…). Moeder vraagt of ik nog iemand in de buurt weet,
verteld (…) [andere kinderartspraktijk] maar dat die ook op vakantie is en dat ze
anders richting Amsterdam moeten, (…) Moeder gaat nadenken wat ze (…) wil. (…)”

3.6   Op 24 juli 2024 om 9:56 uur e-mailde de opa van de patiënt (hierna: de opa) aan verweerster:
“(…) u heeft aangegeven dat er twee tanden getrokken moeten worden. (…) u heeft uitgelegd dat u 
Dormicum toepast zodat hij in een roesje komt. (…) kan dit pas op 26 augustus. (…) [De patiënt] kan 
wel terecht vandaag maar vanwege de naderende vakantie kan er geen Dormicum toegepast worden. (…) 
Ik roep u (…) op om vandaag met een oplossing te komen al is het in Amsterdam (…)”

3.7   Op 24 juli 2024 om 10:47 uur vroeg verweerster in de app-groep aan andere gespecialiseerde 
kinder-tandartspraktijken of de patiënt daar op korte termijn met Dormicum kon worden behandeld.

3.8  Op 24 juli 2024 om 10:51 uur e-mailde verweerster aan de opa:
“(…) Optie 1 [college: behandeling zonder Dormicum] kon meteen gisteren, een Dormicum behandeling 
moet gepland worden, omdat het een medisch hulpmiddel is en er voorwaarden zijn waaraan voldaan 
moet zijn om het in een tandartspraktijk veilig te gebruiken. De voorwaarden waar aan voldaan moet 
worden zijn oa een nuchterbeleid en een volledig gezond kind. Vandaag belde moeder dat (…) [de
patiënt] last heeft van de tand en ook (…) verhoging heeft. (...) De reden om de Dormicum vandaag 
niet te geven, zit hem niet in het feit dat ik straks vakantie heb (…), maar in de veiligheid: (…) 
[De patiënt] moet nuchter zijn en gezond. (…) Mocht het zo zijn dat na mijn uitleg jullie toch 
openstaan voor verwijderen van de tandjes mbv lokaal anesthesie, (…) bel meteen (…): dan kan ik hem 
om 12 uur nog zien, dan blijf ik langer om (…) [de patiënt] te helpen. (…)”

3.9   Op 24 juli 2024 om 11:51 uur e-mailde de assistente aan klaagster de contactgegevens van de 
verder weg gelegen en gespecialiseerde praktijk (hierna: praktijk B) voor de afspraak voor de 
volgende ochtend in praktijk B. Om 11:55 uur e-mailde de opa aan verweerster dat hem helder was dat 
de patiënt de volgende ochtend een afspraak in praktijk B zou hebben. De opa betwijfelde in deze 
e-mail de door verweerster opgegeven medische redenen om de patiënt vandaag niet met Dormicum te 
behandelen.

3.10  Op 24 juli 2024 om 12 uur sloot de praktijk voor de zomersluiting. Verweerster e- mailde deze 
dag om 13:22 uur aan klaagster:
“(…) Graag zou ik (…) u (…) laten weten, dat het (…) mijn bedoeling geweest is (…) om jullie zo 
goed mogelijk van dienst te zijn. (…) Het was geen onwil van mijn kant (…) om de behandeling niet 
met Dormicum te (…) doen, deze keuze heb ik (…) genomen, omdat ik vandaag alleen ben, (…) [de 
patiënt] wat verhoging had en bij het met spoed inplannen van een afspraak minder zicht is op de 
veiligheid. Het gebruik van Dormicum moet dusdanig gebeuren, dat als er onverhoopt iets gebeurt, de 
gevolgen veilig opgevangen kunnen worden; (…) kon ik dat vanmorgen niet waarborgen (…)
Ik heb een zorgplicht, waarbij geldt dat ik een kind met pijn moet helpen, dat heb ik (…) 
aangeboden door jullie mijn spoedplekje te bieden om de extractie mbv lokaal anesthesie uit te 
voeren. (…)
Het advies om paracetamol te geven voor vandaag was (…) niet voor een maand. Antibioticum (…) zou 
in dit geval mi niet aan de orde zijn. (…) Mocht u nog vragen hebben, dan kunt u mij op dit 
mailadres mailen (…)”

3.11  Klaagster e-mailde dezelfde dag om 13:45 uur aan verweerster:
“(…) Ik wil u laten weten dat ik een klacht bij de BIG ga indienen (…) Ook heb ik gezegd dat hij 
[de patiënt] (…) nuchter was. (…) Ik ga hem [de patiënt] geen tandarts trauma bezorgen omdat jullie 
zo nodig op vakantie moeten. Pas (…) na een boze mail van mijn vader [de opa], wordt hij [de 
patiënt] ineens wel doorverwezen. (…)”
Dezelfde dag e-mailde klaagster verweerster nogmaals haar ongenoegen over verweerster en de 
praktijk.

3.12  Dezelfde dag rond 17 uur e-mailde verweerster aan klaagster:
“(…) ter geruststelling: in (…) praktijk B zult u prima geholpen worden, anders zou ik (…) [de 
patiënt] daar niet naar toe verwijzen. Waar ik op doelde was: ik geef bij een met spoed ingeplande 
afspraak geen Dormicum. (…)”
3.13  Op 26 juli 2024 e-mailde klaagster aan verweerster dat de behandeling in praktijk B goed is 
verlopen en herhaalde klaagster haar ongenoegen.

3.14  Op 27 juli 2024 antwoordde verweerster aan klaagster:
“(…) Bedankt voor de terugkoppeling, we zullen dit zeker in het team bespreken. Persoonlijk heb ik 
geleerd dat het beter is om even te bellen, dan een mail te sturen. Nu zijn er (…) dingen verkeerd 
over gekomen (…) Er is (…) veel mis gegaan in de communicatie en hier gaan we mee aan de slag. Wel 
sta ik achter mijn visie en keuze om niet bij een spoedafspraak op dezelfde dag Dormicum te geven. 
(…) dat was en is voor (…) veiligheid. (…) Echter had de optie voor een andere praktijk eerder 
aangeboden moeten worden, ook dat zal in het volgende teamoverleg
besproken worden. (…)”

3.15  De website van de praktijk vermeldt het volgende:
“(…) Er is sprake van spoed als: (…)
- Uw kind koorts en een dikke wang heeft, veroorzaakt door een slechte tand (…)
- Uw kind wakker heeft gelegen van de pijn en pijnstillers niet hielpen. (…)
Welk nummer belt u? (…)
Buiten de openingstijden van de praktijk (…) wordt u doorverwezen naar de reguliere avond- en 
weekenddienst van uw eigen tandarts. (…)”

4.   De klacht en de reactie van verweerster
4.1  Klagers verwijten verweerster dat zij:
a)   niet adequaat heeft ingegrepen bij een fistel;
b)   sedatie heeft geweigerd;
c)   onjuist heeft geadviseerd, enkel paracetamol heeft geadviseerd en niets tegen de ontsteking 
heeft gegeven;
d)   de personele bezetting niet op orde heeft;
e)   de zorg niet aan een andere praktijk heeft overgedragen;
f)   geen verantwoordelijkheid heeft genomen en niet heeft gereflecteerd op haar eigen handelen;
g)   geen goede achtervang heeft geregeld bij haar vakantie.

4.2   Verweerster heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Het college gaat 
hieronder voor zover nodig verder in op de standpunten van partijen.

5.   De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1   De vraag is of verweerster de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm 
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende tandarts. Bij de beoordeling wordt rekening 
gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. 
Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen, is niet altijd genoeg voor een 
tuchtrechtelijk verwijt. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk 
verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.

Klachtonderdeel a) Niet adequaat ingrijpen bij fistel
5.2   Klagers menen dat verweerster niet adequaat heeft gehandeld door deze fistel pas op 27 
augustus 2024 te willen behandelen.

5.3   Het college stelt vast dat er op 23 juli 2024 sprake was van een fistel bij een ontstoken 
element van de patiënt. Er was geen sprake van pijnklachten of koorts en de fistel zorgde niet – 
althans daarvan is niet gebleken – voor een onevenredig ongemak. Naar het oordeel van het college 
was er op 23 juli 2024 geen indicatie voor acuut ingrijpen. Weliswaar was er sprake van een 
ontsteking maar door de vorming van een fistel werd het ontstekingsvocht op normale wijze naar 
buiten afgevoerd. Dat betekent dat verweerster op die dag ook daadwerkelijk aan klaagster de keuze 
kon voorleggen om, zo zij dit wenste, de elementen op een later moment te verwijderen. De afspraak 
voor 27 augustus 2024 was daarmee op een redelijke termijn gegeven. Het college oordeelt dat 
klachtonderdeel a) in zoverre ongegrond is.

5.4   Op 24 juli 2024 heeft klaagster om 8 uur telefonisch aangegeven dat de patiënt koorts en pijn 
had. Verweerster heeft klaagster daarop de mogelijkheid geboden om de beide elementen nog dezelfde 
dag te laten verwijderen. Omdat met klaagster aanvankelijk, juist vanwege het gebruik van Dormicum 
een andere afspraak was gemaakt, heeft verweerster haar laten weten dat deze behandeling enkel 
zonder het gebruik van Dormicum mogelijk was. Het college is van oordeel dat verweerster in deze 
niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Bij deze beoordeling is van belang dat voor het 
gebruik van Dormicum de richtlijn Sedatie, Analgesie en niet-farmacologische interventies voor 
begeleiding van kinderen bij medische procedures, van toepassing is. Zo wordt volgens deze 
richtlijn het gebruik van Dormicum afgeraden wanneer sprake is van koorts. Ook dient volgens de 
richtlijn bij het gebruik van Dormicum een ruime tijdspanne te worden ingepland om de patiënt, in 
dit geval de twee en een half jarige patiënt, te kunnen observeren, zowel op het moment van het 
toedienen van de Dormicum, als bij de uitwerking daarvan. Dat betekent dat er geen Dormicum kan 
worden gegeven als daarvoor niet genoeg tijd kan worden ingepland. Nu op 24 juli 2024 de praktijk 
slechts tot 12 uur open was, en er geen ruimte was vanwege de andere afspraken, heeft verweerster 
terecht de optie om Dormicum te geven niet aan klaagster aangeboden. Daarvan kan verweerster in de 
gegeven omstandigheden ook geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.

5.5   Dat verweerster klaagster niet ter wille heeft willen zijn om een andere gespecialiseerde 
tandarts te vinden die op een eerder moment de behandeling met Dormicum kon uitvoeren bij de 
patiënt, is naar het oordeel van het college niet gebleken. Integendeel, aan klaagster was een 
spoedplek aangeboden om 10.10 uur. Klaagster heeft van dit aanbod geen gebruik gemaakt. Verweerster 
heeft daarop nog aangeboden om de patiënt op dezelfde dag om 12 uur te behandelen, zij het zonder 
het gebruik van Dormicum.
Ook heeft verweerster actief gezocht naar een alternatief door contact op te nemen met collega’s in 
het land. Op de vraag van verweerster is ook daadwerkelijk een mogelijkheid gekomen om de patiënt 
een dag later bij een andere praktijk te behandelen. Verweerster heeft daarop voor een 
doorverwijzing zorggedragen.

5.6  Gelet op al het voren overwogene is klachtonderdeel a) ongegrond.

Klachtonderdeel b) Weigeren sedatie
5.7   Klagers stellen dat verweerster de sedatie heeft geweigerd. Desgevraagd heeft klaagster op 
zitting aangegeven dat zij op 23 juli 2024 goed was geïnformeerd over de behandeling met en zonder 
Dormicum. Ook heeft klaagster aangegeven deze informatie te kennen omdat zij is opgeleid tot 
verpleegkundige.

5.8   Zoals hiervoor is overwogen was er geen sprake van een acute situatie. Verweerster heeft die 
dag volgens het college zorgvuldig gehandeld door klaagster de keuze te geven voor een behandeling 
op een later moment met Dormicum of een behandeling op dezelfde dag zonder Dormicum. In zoverre is 
klachtonderdeel b) ongegrond.

5.9   Op 24 juli 2024 belde klaagster in de ochtend omdat de patiënt koorts had. Zoals hiervoor 
reeds overwogen is koorts een contra-indicatie voor de toepassing van Dormicum. Verweerster heeft 
volgens het college een adequaat alternatief geboden door de patiënt een behandeling zonder 
Dormicum dezelfde dag om 10:10 uur aan te bieden. Zoals hiervoor reeds overwogen kan het college 
het voorstel van verweerster volgen gelet op de feiten en omstandigheden als hiervoor weergegeven. 
Er was geen sprake van een levensbedreigende situatie en verweerster heeft een zorgvuldige afweging 
gemaakt.

5.10  Het college stelt vast dat verweerster deze afweging ook meermaals richting klaagster en de 
opa van de patiënt heeft toegelicht en door de assistente heeft laten toelichten. Ook voor het 
overige is klachtonderdeel b) ongegrond.

Klachtonderdeel c) Onjuist advies enkel paracetamol en niets tegen ontsteking
5.11  Klagers stellen dat verweerster het niet had mogen laten bij het enkel voorschrijven van 
paracetamol en de toelichting dat tijdens de sluiting van de praktijk indien nodig, contact kon 
worden opgenomen met de huisarts voor antibiotica en de eigen tandarts.

5.12  Volgens klagers was er sprake van een spoedsituatie. Het college is van oordeel dat de 
situatie van de patiënt wel aanleiding gaf om overleg te plegen met de tandarts, hetgeen ook heeft 
plaatsgevonden. Het adviseren van paracetamol bij verhoging en ontsteking is een gebruikelijke stap 
in de behandeling. Ook de pijn zou met het gebruik van paracetamol goed onder controle kunnen 
worden gehouden. Daarnaast werd verwezen naar de eigen tandarts in geval van spoed of zorgvragen 
tijdens de vakantiesluiting. Het college acht het handelen van verweerster dan ook niet 
tuchtrechtelijk verwijtbaar zodat ook dit klachtonderdeel ongegrond is.

Klachtonderdelen d) Niet op orde hebben personele bezetting en g) Geen goede achtervang
5.13  Klagers hebben weliswaar gesteld maar niet onderbouwd in welke zin de bezetting en de 
achtervang van de praktijk niet adequaat is geweest.

5.14  Het college stelt vast dat de klacht enkel ziet op de gebeurtenissen van 24 juli 2024. 
Verweerster heeft op die dag tweemaal een spoedplek voor de behandeling van de patiënt aangeboden; 
de eerste spoedplek was beschikbaar om 10:10 uur. Toen klaagster van die mogelijkheid geen gebruik 
heeft gemaakt, heeft verweerster een nieuwe mogelijkheid om 12 uur aangeboden. Klagers stellen 
weliswaar dat verweerster heeft afgezien van het gebruik van Dormicum omdat de personele bezetting 
niet op orde was, maar naar het oordeel van het college betrof het een laatste ochtend voor de 
vakantiesluiting van de praktijk en was er simpelweg onvoldoende ruimte en tijd om de behandeling 
met Dormicum te starten. Dat is verweerster op geen enkele wijze te verwijten. Er is immers geen 
regel die zich ertegen verzet dat een praktijk voor vakantie tijdelijk wordt gesloten. Zoals 
hiervoor reeds overwogen was er ook duidelijkheid waar men terecht kon tijdens de vakantieperiode. 
Op geen enkele manier valt in te zien dat verweerster hiermee tuchtrechtelijk verwijtbaar zou 
hebben gehandeld. Deze klachtonderdelen zijn daarmee ook ongegrond.

Klachtonderdeel e) Niet overdragen van zorg aan andere praktijk
5.15  Klagers hebben ter onderbouwing opgemerkt dat zij meerdere keren hebben moeten aandringen om 
een verwijzing te krijgen, terwijl zij reeds tijdens het telefonisch onderhoud van 8 uur met de 
assistente hadden aangegeven dat zij graag verwezen wilden worden.

5.16  Voor zover met dit klachtonderdeel bedoeld is dat in het geheel geen overdracht zou hebben 
plaatsgevonden, stelt het college vast dat dit wel heeft plaatsgevonden zodat dit klachtonderdeel 
in zoverre ongegrond is.

5.17  Voor zover klagers bedoeld hebben dat de patiënt niet tijdig is overgedragen, is het college 
van oordeel dat ook deze uitleg van dit klachtonderdeel niet tot gegrondverklaring kan leiden. Uit 
het medisch dossier blijkt dat op 24 juli 2024 om 8 uur klaagster aan de assistente heeft gevraagd 
of zij “iemand in de buurt weet”. De assistente beantwoordt die vraag volgens het medisch dossier 
met: “dat die ook op vakantie is en dat ze anders richting Amsterdam moeten”. Op basis van de aantekening in het medisch dossier geeft klaagster vervolgens aan na te denken over wat zij wil.

5.18  Uit de e-mail van 9:56 uur van de opa blijkt voor het eerst de bereidheid voor een langere 
reistijd voor de behandeling van de patiënt. De opa schrijft: “Ik roep u dan ook op om vandaag met 
een oplossing te komen al is het in Amsterdam.” Om 10:47 uur vraagt verweerster aan tandartsen in 
verder weg gelegen gespecialiseerde tandartspraktijken of zij de patiënt kunnen behandelen. Om 
11:51 uur e-mailt de assistente de overdracht naar praktijk B aan klaagster.

5.19  Het college is van oordeel dat verweerster zich meer dan voldoende heeft ingespannen om de 
patiënt over te dragen naar een verder weg gelegen gespecialiseerde praktijk. Binnen twee uur na 
dat verzoek was de overdracht een feit. Het college oordeelt dat verweerster het verzoek 
voortvarend heeft afgehandeld en dat klachtonderdeel e) ongegrond is.

Klachtonderdeel f) Geen verantwoordelijkheid nemen en niet reflecteren
5.20  Klaagster heeft toegelicht dat zij van mening is dat verweerster op 24 juli 2024 niet zelf 
contact heeft gezocht met klaagster. Klaagster sprak enkel de assistente.

5.21  Het college overweegt dat het niet ongebruikelijk en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is dat 
verweerster de (telefonische) communicatie aan de assistente overlaat zodat verweerster patiënten 
kan behandelen.

5.22  Het college stelt verder vast dat verweerster herhaaldelijk de medische redenen heeft 
toegelicht, dan wel heeft laten toelichten om de patiënt niet met Dormicum te behandelen. 
Verweerster heeft geen onnodige risico’s genomen en vastgehouden aan de zorgvuldige medische 
afweging ondanks de druk om die dag wel met Dormicum te behandelen. Daarnaast heeft verweerster de 
mogelijkheid geboden om de patiënt op 24 juli 2024 om 10:10 uur of om 12 uur te behandelen zonder 
Dormicum terwijl de praktijk vanaf 12 uur was gesloten. Ten slotte heeft verweerster, nadat 
duidelijk was dat klagers ook naar een verder weg gelegen praktijk wilden afreizen, haar netwerk 
ingezet om de patiënt te laten behandelen. Verweerster heeft klagers ook na sluiting van de 
praktijk en het begin van de vakantie nog per e-mail bericht. Daarbij heeft zij op empathische 
wijze de zorg van klagers opgepakt zonder overigens afstand te nemen van haar medisch zorgvuldig 
handelen. Op 27 juli 2024 e-mailt verweerster nog aan klaagster wat zij heeft geleerd van de 
gevoerde communicatie en dat zij dit zal bespreken in het teamoverleg. Ook op zitting heeft 
verweerster gereflecteerd op haar handelen. Verweerster heeft hiermee meer dan voldoende 
verantwoordelijkheid genomen en gereflecteerd op haar eigen handelen. Ook klachtonderdeel f) is 
gelet op al het voorgaande ongegrond.

Slotsom
5.23  Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht in alle onderdelen ongegrond is.

6.  De beslissing
Het college:
-   verklaart de klacht ongegrond.
-
Deze beslissing is gegeven door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk, voorzitter,
R.H. Groot, G.L.M.M. van der Werff, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door
F.A.C. Bergervoet, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2025.