ECLI:NL:TGZRSHE:2025:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7589
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2025:130 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 19-11-2025 |
| Datum publicatie: | 19-11-2025 |
| Zaaknummer(s): | H2024/7589 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Niet-ontvankelijk |
| Inhoudsindicatie: | Deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. De klacht van patiënt betreft onder meer het stellen van een onjuiste diagnose en het opstellen van een onjuiste rapportage. Procedure zorgmachtiging verplichte zorg. Niet kan worden vastgesteld dat de door de psychiater opgestelde medische verklaring onjuist zou zijn. Rapportage voldoet aan de daaraan te stellen eisen. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE ’s-HERTOGENBOSCH
Beslissing in raadkamer van 19 november 2025 op de klacht van:
[A],
wonende in [B],
klager,
tegen
[C],
psychiater,
werkzaam in [D],
verweerster, hierna ook: de psychiater
gemachtigde: mr. D. Schut-Wolfs, werkzaam in Amsterdam.
1. Waar gaat de zaak over?
1.1 In de periode van 6 maart 2024 tot 29 juli 2024 was klager opgenomen bij een
instelling voor
geestelijke gezondheidszorg (hierna: de instelling). In deze periode werd hij door
meerdere
zorgverleners behandeld. De psychiater heeft psychiatrisch onderzoek bij klager
gedaan. Klager
verwijt de psychiater onder meer het stellen van een onjuiste diagnose en het opstellen
van een
onjuiste rapportage.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat klager in één klachtonderdeel kennelijk
niet-
ontvankelijk is en dat de overige klachtonderdelen kennelijk ongegrond zijn. ‘Kennelijk’
betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze
beslissing is gekomen.
2. De procedure
2.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift, ontvangen op 31 augustus 2024;
- een aanvulling op het klaagschrift, ontvangen op 27 september 2024;
- de brief van 14 november 2024 van de secretaris aan klager;
- de e-mail van klager, ontvangen op 12 december 2024;
- het overzicht lopende klachten, ontvangen van klager op 30 december 2024;
- het verweerschrift, ontvangen op 5 maart 2025.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het
college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik
gemaakt.
2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 Klager heeft een langdurig verleden met psychische problematiek. Met een crisismaatregel
(CM)
als juridisch kader werd klager op 6 maart 2024 gedwongen opgenomen op de High Intensive
Care (HIC)
afdeling van de instelling. Op 8 maart 2024 verleende de rechtbank een machtiging
tot voortzetting
van de crisismaatregel.
3.2 De psychiater voerde als onafhankelijk (niet bij de behandeling betrokken) psychiater
als
bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) op 19 maart 2024
een psychiatrisch
onderzoek uit bij klager. Op basis daarvan stelde zij op 21 maart 2024 een medische
verklaring op
in het kader van de procedure ten behoeve van de voorbereiding van een verzoekschrift
voor een
zorgmachtiging. Onder het kopje ‘Tot welke (voorlopige)
diagnose bent u gekomen?’ noteerde verweerster (alle citaten voor zover van belang
en
ongecorrigeerd weergegeven):
“ Psychotische decompensatie met grootheidswanen bij gekende schizo-affectieve
stoornis en
lachgas verslaving in de periode dat betrokkene zijn medicatie heeft gestaakt.”
Onder het kopje ‘Code + omschrijving’ vinkte verweerster de volgende codes aan:
“ 2. Schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen
3. Bipolaire- stemmingsstoornissen
6. Middelgerelateerde en verslavingsstoornissen”
Onder de vraag ‘Welke overige mededelingen acht u nog van belang?’ noteerde verweerster:
“ Ik zie betrokkene wilsonbekwaam t.o.v. psychiatrische problematiek. Hij is
niet in staat
adequaat zijn situatie in te schatten, gevolgen van zijn gedrag in te zien en nodige
beslissingen
rondom zorg die nodig is te gaan nemen.”
3.3 Bij beschikking van 15 april 2024 verleende de rechtbank een zorgmachtiging
tot het verlenen
van verplichte zorg aan klager voor de duur van zes maanden.
4. De klacht en de reactie van de psychiater
4.1 Klager verwijt de psychiater:
a) onjuiste, zeer foutieve diagnose, onvolledig en foutief;
b) rapportage representeert totaal niet het interview dat heeft plaatsgevonden terwijl
hier wel
besluiten op genomen worden;
c) onjuiste procedure en regels, slecht onderhoud van gebouwen en beveiligingsinstallatie,
het niet
reageren op dringende hulpvragen en een slecht rapportagesysteem.
4.2 De psychiater heeft het college verzocht klager niet-ontvankelijk te verklaren
en de klacht
dus niet inhoudelijk te behandelen. Voor het geval het college de klacht wel inhoudelijk
gaat
beoordelen, heeft de psychiater het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
Ontvankelijkheid
5.1 De psychiater heeft naar voren gebracht dat klager niet-ontvankelijk is in
de klacht omdat de
klachtonderdelen te algemeen geformuleerd zijn. Klager verwijst niet naar een specifieke
datum.
Daarnaast ziet het tuchtrecht niet op de problemen waar klager over klaagt.
5.2 Het college komt tot het oordeel dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in
klachtonderdeel
c). Het college komt tot dit oordeel op grond van het navolgende.
Uitleg
5.3 Klager heeft klachtonderdeel c) op geen enkele wijze gespecificeerd noch toegelicht,
ook niet
nadat de secretaris hem bij brief van 14 november 2024 om uitleg had gevraagd. Hierdoor
is nog
steeds niet duidelijk wat klager verweerster precies verwijt. Vooralsnog lijkt klager
te klagen
over onderwerpen waarvoor verweerster niet verantwoordelijk is, noch een persoonlijk
verwijt te
maken valt. Daarom is het college van oordeel dat klager kennelijk niet-ontvankelijk
in dit
klachtonderdeel is. Dat betekent dat dit klachtonderdeel niet inhoudelijk kan worden
beoordeeld.
De criteria voor de inhoudelijke beoordeling
5.4 De vraag is of de psychiater de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht
worden. De
norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende psychiater. Bij de
beoordeling wordt
rekening gehouden met de voor de psychiater geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk
verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.
5.5 Het college oordeelt dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Klachtonderdeel a) onjuiste diagnose
5.6 Klager stelt dat de psychiater een onjuiste, onvolledige en foutieve diagnose
heeft gesteld.
5.7 De psychiater voert aan dat zij geen behandelaar van klager was, maar uitsluitend
betrokken
was bij het psychiatrisch onderzoek op 19 maart 2024. Bij haar onderzoek heeft de
psychiater de
voorgeschiedenis van klager sinds 2012 en de opnamebrief van 7 maart 2024 betrokken.
5.8 De psychiater heeft op basis van haar onderzoeksbevindingen geen redenen gezien
om de eerder
gestelde diagnose(s) te betwijfelen en te herzien. Zij heeft deze dan ook als ‘Psychotische
decompensatie met grootheidswanen bij gekende schizo-affectieve stoornis en lachgas
verslaving in
de periode dat betrokkene zijn medicatie heeft gestaakt’ in de medische verklaring
van 21 maart
2024 opgenomen. Het college stelt vast dat het door verweerster verrichte onderzoek
en de door haar
opgestelde medische verklaring voldoen aan de eisen die de Wvggz daaraan stelt.
Deze wet regelt
onder meer de procedures van voorbereiding, besluitvorming, uitvoering en beëindiging
van
verplichte zorg aan mensen met psychiatrische problematiek. In de voorbereiding
van de door de
rechtbank te verlenen zorgmachtiging tot het verlenen van verplichte zorg aan klager,
dient een
onafhankelijke (niet bij de behandeling betrokken) psychiater een medische verklaring
op te
stellen. Juist omdat de psychiater niet de behandelaar van klager was, kon en mocht
zij deze
verklaring opstellen. Gelet op het beeld van klager zoals dat uit de stukken naar
voren komt, kan
het college niet vaststellen dat de psychiater onjuist gehandeld heeft door vast
te houden aan de
eerder gestelde diagnose(s) of dat de door haar opgestelde medische verklaring onjuist
zou zijn.
Klager heeft overigens ook nagelaten zijn stelling te onderbouwen. Dit klachtonderdeel
is kennelijk
ongegrond.
Klachtonderdeel b) onjuiste rapportage
5.9 Klager stelt dat de rapportage van de psychiater totaal niet het interview
representeert dat
heeft plaatsgevonden, terwijl hier wel besluiten op genomen worden.
5.10 De psychiater stelt zich op het standpunt dat zij de rapportage volgens de beroepsnormen
heeft opgesteld.
5.11 Het college kan niet vaststellen dat het rapport geen representatieve weergave
is van het met
klager gehouden interview. Klager heeft bovendien nagelaten deze stelling te onderbouwen.
Het
college komt tot het oordeel dat de rapportage, in het licht van de functie waarvoor
het is
opgesteld (zie alinea 5.8), voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Ook dit klachtonderdeel
is
kennelijk ongegrond.
Slotsom
5.12 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat klager kennelijk niet-ontvankelijk
is in
klachtonderdeel c) en dat de overige klachtonderdelen kennelijk ongegrond zijn.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart klager kennelijk niet-ontvankelijk in klachtonderdeel c);
- verklaart de klachtonderdelen a) en b) kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 19 november 2025 door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-
van Meerwijk,
voorzitter, L.A.J. Stouthamer-Verschuren en R.J.M. Lardinois, leden-
beroepsgenoten, bijgestaan door C.W.M. Hillenaar, secretaris.