ECLI:NL:TGZRSHE:2025:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7670
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2025:129 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 19-11-2025 |
| Datum publicatie: | 19-11-2025 |
| Zaaknummer(s): | H2024/7670 |
| Onderwerp: | Geen of onvoldoende zorg |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Een patiënte klaagt over een huisarts omdat hij volgens haar zonder haar toestemming medische informatie met haar vaste huisarts heeft gedeeld en haar hulpvraag niet heeft beantwoord. Het tuchtcollege oordeelt dat niet deze huisarts informatie over patiënte heeft gedeeld maar de vaste huisarts. Het antwoord van de huisarts op haar hulpvraag was toereikend. De klacht is kennelijk ongegrond. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’s-HERTOGENBOSCH
Beslissing in raadkamer van 19 november 2025 op de klacht van:
[A],
wonende in [B],
klaagster,
tegen
[C],
huisarts,
werkzaam in [B],
verweerder,
gemachtigde: mr. M. Santema, werkzaam in Amsterdam.
1. Waar gaat de zaak over?
1.1 Klaagster ondervindt klachten na een lipoedeemingreep aan haar bovenarmen
door een
specialist. Zij heeft een consult gehad bij haar vaste huisarts. Dat consult eindigde
erin dat
klaagster boos is weggelopen. Klaagster heeft vervolgens een afspraak gemaakt met
een
collega-huisarts (verweerder). De vaste huisarts heeft verweerder voorafgaand aan
dit gesprek over
haar gesprek met klaagster geïnformeerd. Klaagster klaagt erover dat verweerder
haar medische
hulpvraag niet heeft beantwoord en dat hij medische informatie zonder haar toestemming
heeft
besproken met de vaste huisarts.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze
beslissing is
gekomen.
2. De procedure
2.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift, ontvangen op 7 oktober 2024;
- de brief van 24 oktober 2024 van de secretaris aan klaagster;
- het aanvullende klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 4 november 2024;
- het verweerschrift met bijlagen, ontvangen op 13 december 2024.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het
college met elkaar in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben
zij geen gebruik gemaakt.
2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 Op 2 september 2024 kwam klaagster op het spreekuur van haar vaste huisarts.
Het gesprek
verliep niet naar wens en de vaste huisarts heeft klaagster aangeboden om op een
andere dag terug
te komen of naar een collega-huisarts te gaan. Klaagster is boos weggelopen.
3.2 Klaagster heeft een nieuwe afspraak gemaakt met verweerder. De vaste huisarts
heeft
verweerder voorafgaand aan dit gesprek over haar gesprek met klaagster geïnformeerd.
3.3 Verweerder heeft over dit consult op 6 september 2024 het volgende in het medisch
dossier
genoteerd (letterlijk weergegeven):
Zie ook contact 2-9
Patient heeft dus liposuctie gehad waarbij zij het gevoel heeft dat er veel mis
is gegaan (Zie ook
ingescand papier waarop pte klachten tijdens procudure beschrijft. Daarna ook
nog 3 dagen geslapen). Zij wil een klacht indienen en wil graag een document van
ons om deze klacht
te ondersteunen. Ik heb aangegeven dat ik alleen een brief van de specialist heb
waar beschreven
staat dat de procedure zonder complicaties is verlopen en dat patiente in goede
conditie naar huis
is gegaan. Ik ben niet bij de ingreep geweest en ken de ingreep ook onvoldoende
om hier een oordeel
over te vormen, dit ook aangegeven. Patiente geeft aan dat de specialist onvoldoende
voorbereid
was, wist bv gewicht van patiente niet. Heeft
wat opgezocht over gebruikt medicijn (lidocaïne) en gevonden dat dit een 'synthetische
drug' is.
Hierop uitgelegd dat lidocaïne een veelgebruikt lokale verdoving is en ik de door
haar genoemde
reactie niet ken. Zij geeft aan dat de specialist heeft willen spreken maar dat
zij pte niet te
woord wilde staan. Heeft al besloten om een klacht in te dienen. Wil dus graag document
van
huisarts om hierbij te ondersteunen. Geprobeerd uit te leggen dat de
waarde hiervan wat mij betreft beperkt is
Halverwege consult bespreken we naar aanleiding van vraag van patiente dat SP mij
voorafgaand aan
het consult heeft ingelicht dat zij het consult als bedreigend en onprettig heeft
ervaren. Hierop
wordt patiente weer boos en vindt het niet kunnen dat er over patienten wordt 'geroddeld'.
Geeft
aan dat SP haar al een paar keer daarvoor heeft bedonderd. Was volgens haar alleen
met haar
telefoon bezig. Uitgelegd dat ik het niet vreemd vind om tussen huisartsen onderling
te overleggen
als de behandeling naar andere huisarts binnen dezelfde praktijk overgaat. patiente
geeft aan dat
overdragen wat haar betreft alleen iets voor in het ziekenhuis is. Patiente ziet
overleg als
'dorpse roddels',
loopt verolgens weg. Bij het afscheid zegt ze : ik overleef het wel weer
4. De klacht en de reactie van de verweerder
4.1 Klaagster verwijt verweerder dat:
a. hij met haar vaste huisarts heeft gepraat over het gedrag en de medische informatie
van
klaagster, zonder dat zij daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven;
b. de medische hulpvraag van klaagster onbeantwoord is gebleven.
4.2 Verweerder heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of verweerder de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling
wordt rekening
gehouden met de voor de huisarts geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden.
Klachtonderdeel a) verweerder heeft met een collega-huisarts gepraat over het gedrag
en de medische
informatie van klaagster, zonder dat zij daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven;
5.2 Het college overweegt als volgt. Niet verweerder heeft informatie over klaagster
gedeeld maar
haar vaste huisarts heeft informatie over klaagster gedeeld. Verweerder treft wat
dat betreft hoe
dan ook geen verwijt. Bovendien bepaalt de KNMG-richtlijn “Omgaan met medische gegevens”
dat de
zwijgplicht niet geldt tussen hulpverleners die rechtstreeks betrokken zijn bij
de uitvoering van
een behandelovereenkomst. Klaagster heeft ook nog gesteld dat verweerder door die
informatie van de
vaste huisarts bevooroordeeld was maar die stelling heeft zij verder niet aannemelijk
gemaakt. Uit
het verslag van het consult (opgenomen onder punt 3.3), waarover hierna meer, leidt
het college ook
niet af dat verweerder zijn mening al had gevormd voordat klaagster de spreekkamer
binnenkwam.
Dit klachtonderdeel is daarom ongegrond.
5.3 Klachtonderdeel b) de medische hulpvraag van klaagster is onbeantwoord gebleven.
Het college
overweegt als volgt. Uitgangspunt is dat een medisch dossier een correcte weergave
is van wat is
genoteerd en besproken, tenzij er aanwijzingen zijn voor het tegendeel. Klaagster
heeft onvoldoende
aannemelijk gemaakt dat wat in het patiëntdossier staat vermeld een onjuiste weergave
is van de
gang van zaken. Verweerder heeft gesteld, en dat blijkt ook uit het medisch dossier,
dat klaagster
ondersteuning wenste bij haar klacht tegen de dermatoloog. Zij meende dat er bij
die ingreep veel
mis was gegaan. Verweerder heeft haar verteld dat hij niet bij de ingreep betrokken
was en de
ingreep onvoldoende kent om een oordeel te vormen over de vraag of er iets mis is
gegaan. Hij heeft
haar verder meegedeeld dat hij de door haar genoemde reactie op de verdoving tijdens
de ingreep met
het medicijn lidocaïne niet kent. Van een andere hulpvraag blijkt niet uit het dossier.
Verweerder is dus wel op haar hulpvraag ingegaan, maar mogelijk niet met het resultaat
dat
klaagster graag had gewild. Het college acht het antwoord van verweerder dat hij
niet in staat was
om klaagster te ondersteunen bij haar klacht tegen de dermatoloog, mede gelet op
de situatie, ook
toereikend.
Dit klachtonderdeel is dus ongegrond.
Slotsom
5.4 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de twee klachtonderdelen kennelijk ongegrond
zijn.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht in haar twee klachtonderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 19 november 2025 door T.N.E. Meyboom, voorzitter,
N.B. van der Maas en E. Jansen, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door T.G. Nijenkamp,
secretaris en
in het openbaar uitgesproken door de vaste voorzitter
K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk.