ECLI:NL:TGZRSHE:2025:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7703
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2025:117 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 29-10-2025 |
| Datum publicatie: | 29-10-2025 |
| Zaaknummer(s): | H2024/7703 |
| Onderwerp: | Geen of onvoldoende zorg |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Huisarts heeft bij klaagster een Mirena spiraal geplaatst. Nadien is een baarmoederperforatie vastgesteld en moest de spiraal operatief worden verwijderd. Dit is een vaker voorkomende complicatie en het feit dat deze complicatie zich heeft voorgedaan kan niet tot de conclusie leiden dat de spiraal niet goed is geplaatst. Ook andere omstandigheden leiden niet tot die conclusie. De klacht dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld bij de plaatsing is ongegrond. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’S-HERTOGENBOSCH
Beslissing van 29 oktober 2025 op de klacht van:
[A],
wonende in [B],
klaagster,
tegen
[C],
huisarts,
werkzaam in [B],
verweerster, hierna ook: de huisarts,
gemachtigde: mr. L.F.W. van Zuijlen, werkzaam in Utrecht.
1. Waar gaat de zaak over?
1.1 De huisarts heeft bij klaagster een Mirena spiraal geplaatst. Nadien bleek
dat een perforatie
van de baarmoeder was ontstaan. De spiraal is vervolgens operatief (via laparoscopie)
verwijderd.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar
heeft
gehandeld. De klacht is ongegrond. Hierna licht het college dat toe.
2. De procedure
2.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift, ontvangen op 8 oktober 2024;
- het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 15 januari 2025.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het
college met elkaar in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben
zij geen gebruik
gemaakt.
2.3 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 5 september 2025. De partijen
zijn
verschenen. Klaagster was vergezeld van haar moeder. De huisarts werd bijgestaan
door haar
gemachtigde.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 De huisarts is werkzaam bij de huisartsenpraktijk waar klaagster als patiënt
was
ingeschreven. Op 7 mei 2024 hebben klaagster en de huisarts telefonisch besproken
dat de huisarts bij klaagster een Mirena spiraal (intra-uterine device) zou plaatsen.
De plaatsing heeft 14 mei 2024 plaatsgevonden. In het medisch dossier van klaagster
heeft de huisarts genoteerd (alle citaten inclusief eventuele taal- en spelfouten):
“14-05-2024 S IUD geplaatst. Mirena. Ongecompliceerd, sondelengte 9 cm. Co 6 weken.”
3.2 Op 17 juni 2024 heeft klaagster telefonisch contact opgenomen met de huisarts
en gevraagd om
verwijzing naar [ziekenhuis] voor een poliklinische controle. De huisarts heeft
de verwijzing
verzorgd. In het medisch dossier van klaagster heeft de huisarts genoteerd:
“17-06-2024 S TC: wil verwijzing naar [ziekenhuis] voor controle IUD. Had in begin
veel
bloedverlies en krampen. Nu wel rustiger geworden. Wil gewoon weten of alles in
orde is.”
3.3 Klaagster is op 25 juni 2024 gezien op de polikliniek van [ziekenhuis]. De spiraal
was via
een vaginale echo niet zichtbaar. Dezelfde dag heeft de huisarts, nadat zij dit
had vernomen,
contact opgenomen met klaagster en heeft zij klaagster verwezen naar een gynaecoloog
in
[ziekenhuis]. In het medisch dossier van klaagster heeft de huisarts genoteerd:
“25-06-2024 S TC: Mirena lijkt kwijt, is er in haar beleving zeker niet uitgevallen.
Verwijzing gyn
om verder te zoeken.
25-06-2024 X In: specialisme: Gynaecologie IUD niet in situ
25-06-2024 X In: [huisarts]. verwijzing gynaecologie speurtocht naar de mirena”
3.4 Vervolgens heeft de huisarts enige weken niets van klaagster vernomen en is
zij zelf wegens
vakantie afwezig geweest. Na terugkeer van haar vakantie heeft zij een memo van
het ziekenhuis
ontvangen, waarna zij op 29 juli 2024 heeft geprobeerd contact op te nemen met klaagster.
Omdat dit
niet lukte heeft zij op 30 juli 2024 via het patiëntenportaal het volgende bericht
gestuurd:
“Hoi [klaagster], Ik probeer jou meermaals te bellen, maar krijg geen gehoor. Ik
begrijp dat er
veel gebeurd is en wilde horen hoe het met je is. Wil je mij iets laten weten? Je
mag ook op het
spreekuur komen, dan moet je via de assistente even een afspraak maken. Groetjes
[huisarts]”
3.5 Op 5 augustus 2024 heeft de moeder van klaagster met de huisarts gebeld en daarbij
aan de
huisarts laten weten dat klaagster het vanwege de stress lastig vond om met de huisarts
te spreken.
De moeder vertelde dat de spiraal in de buikholte van klaagster terecht was gekomen
en dat
klaagster als gevolg daarvan geopereerd zou moeten worden. In het medisch dossier
van klaagster
heeft de huisarts genoteerd:
“05-08-2024 S TC: moeder gesproken. [Klaagster] heeft veel stress, vindt het lastig
om gesprek te
voeren. Is nu bij moeder. Bij gynaecoloog duidelijk dat spiraal in de buikholte
zit, zal OK moeten
krijgen. Moeder veel vragen, wil zelf met gynaecoloog spreken. Nog niet bekend wanneer
OK zal zijn.
Houdt ons op de hoogte.”
3.6 Op 27 augustus 2024 heeft de moeder van klaagster wederom telefonisch contact
met de
huisarts opgenomen en heeft zij de huisarts laten weten dat zij moeilijk contact
konden krijgen met
het ziekenhuis. Omdat de huisarts zelf ook nog niets van het ziekenhuis had vernomen,
heeft de
huisarts op 29 augustus 2024 zelf telefonisch contact met het ziekenhuis gezocht.
De huisarts heeft
de moeder van klaagster verslag gedaan van dit telefoongesprek.
In het medisch dossier van klaagster heeft de huisarts genoteerd:
“29-08-2024 S TC: poli gynaecologie: laparoscopische mirena verwijdering zal volgen.
ws eind
september. brief gyn volgt nog. Moeder geïnformeerd. Deze bevestigt opnieuw de stress
en de
spanning binnen relatie.”
3.7 Bij brief van 4 oktober 2024 heeft klaagster de onderhavige klacht ingediend.
3.8 Op 10 oktober 2024 heeft de laparoscopie plaatsgevonden. De huisarts is hiervan
door het
ziekenhuis op de hoogte gesteld. De huisarts heeft geprobeerd klaagster te bellen,
maar kreeg geen
gehoor. Via het patiëntenportaal heeft de huisarts het volgende bericht naar klaagster
gestuurd:
“Hoi [klaagster], ik probeerde je te bellen na de operatie. Ik heb gelezen dat alles
goed is
gegaan, maar dat je nog wel flinke buikpijn hebt gekregen. Hopelijk is dit inmiddels
weer afgezakt.
Laat het weten als ik iets kan betekenen. Groetjes [huisarts]”
3.9 Op 29 oktober 2024 heeft klaagster een klacht bij de praktijk ingediend, waarop
de huisarts
bij brief van 21 november 2024 heeft gereageerd. Op 6 januari 2025 heeft op de praktijk
van
klaagster een gesprek plaatsgevonden tussen klaagster, klaagsters moeder en de huisarts.
In het
medisch dossier van klaagster heeft de huisarts genoteerd:
“Gesprek met [klaagster] en moeder: ik heb [klaagster] proberen de ruimte te geven
om
vragen/verwijten te bespreken, maar hier komt weinig. Legt wel uit dat het een erg
vervelende
periode is geweest waarbij ze het vooral psychisch erg zwaar heeft gehad. Doet niets,
werkt niet en
heeft geen uitkering aangevraagd. Leeft dus van geld ouders/broer. Wil wel hulp
na enige aarzeling.
Echter op vraag waar ze dit wil (hier in de praktijk of toch [woonplaats van haar
partner]) blijft
het veel twijfelen. Advies gegeven om hier over na te denken, omdat deze hulp betekent
dat ze
consequent op afspraken zal moeten komen. Nogmaals vanuit mij aangegeven hoe vervelend
ik het voor
haar vind en benoemd dat ik de procedure ook vaak in mijn hoofd heb herhaald, heb
overleg met
kaderarts, maar tot de conclusie ben gekomen dat ik het echt niet anders had kunnen
doen.”
4. De klacht en de reactie van de huisarts
4.1 Klaagster verwijt de huisarts dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het
plaatsen van een
Mirena spiraal, omdat tijdens deze procedure de baarmoeder van klaagster is geperforeerd
waardoor de spiraal naar haar buikholte is verplaatst. Deze nalatigheid heeft volgens haar
geleid tot lichamelijke schade en aanzienlijke psychische belasting.
4.2 De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren, omdat
sprake is van
een weliswaar zeldzame maar wel bekende complicatie en geen sprake is van een onzorgvuldige
plaatsing van de spiraal.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
5.1 Het is duidelijk dat klaagster als gevolg van de perforatie van haar baarmoeder,
naast de
buikpijnklachten en de operatie die zij heeft moeten ondergaan, ook gedurende een
langere periode
last heeft gehad van psychische klachten. Het college heeft daar oog voor, maar
het zal de klacht
moeten beoordelen aan de hand van de zakelijke criteria die hiervoor in het tuchtrecht
gelden.
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.2 De vraag is of de huisarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht
worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling
wordt rekening
gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden. In
deze zaak heeft het college gekeken naar de standaard van het Nederlands Huisartsen
Genootschap
(NHG-Standaard) Anticonceptie uit 2020.
Beoordeling
5.3 Bij de beoordeling stelt het college voorop dat er in het geval van klaagster
geen
contra-indicaties waren voor de plaatsing van een spiraal. Het college stelt vast
dat de huisarts
in het medisch dossier heeft genoteerd dat de plaatsing van de spiraal ongecompliceerd
is verlopen.
Het college gaat in principe uit van de juistheid van de inhoud van het medisch
dossier. Dat is
alleen anders als het tegendeel blijkt of aannemelijk wordt gemaakt.
5.4 In dit geval stelt klaagster dat de huisarts bij de plaatsing van de spiraal
onzorgvuldig
heeft gehandeld, omdat de baarmoeder is geperforeerd. Het feit dat de baarmoeder
van klaagster is
geperforeerd, betekent op zichzelf echter niet dat de plaatsing van de spiraal niet
goed is
uitgevoerd. De perforatie van de baarmoeder is namelijk een zeldzame complicatie
die helaas bij de
plaatsing van een spiraal kan optreden. Het college heeft geen aanknopingspunt op
basis waarvan kan
of moet worden geoordeeld dat de perforatie van de baarmoeder bij klaagster is opgetreden
doordat
de huisarts tijdens de plaatsing van de spiraal onzorgvuldig heeft gehandeld.
5.5 Tijdens de mondelinge behandeling heeft klaagster aanvullend gesteld dat zij
zowel tijdens
als na de plaatsing veel pijn had en dat zij zich na de plaatsing onwel voelde.
Ook daaruit blijkt
volgens klaagster dat de plaatsing niet goed is uitgevoerd. Deze klachten zijn echter,
hoe vervelend ook, gebruikelijk bij de plaatsing van een spiraal. Dit geldt te meer
voor patiëntes, zoals klaagster, die (nog) niet vaginaal zijn bevallen. Het feit dat
klaagster tijdens en na de plaatsing veel pijn heeft gehad en dat zij zich na de plaatsing
onwel heeft gevoeld,
betekent dus niet dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld.
5.6 Klaagster heeft geen andere feiten of omstandigheden aangedragen op basis waarvan
kan of moet
worden aangenomen dat de huisarts bij de plaatsing van de spiraal onzorgvuldig heeft
gehandeld. Het
college heeft daarvoor ook geen aanwijzingen in het medisch dossier aangetroffen.
Slotsom
5.7 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht ongegrond is.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door N.H.J. Lafghani, voorzitter, I. Boekhorst, lid-jurist,
E. Jansen, N.B. van der Maas en J.G.E. Smeets, leden-beroepsgenoten, bijgestaan
door
I.F. Schouwink, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2025 door
K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk.