ECLI:NL:TGZRSGR:2022:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/3425

ECLI: ECLI:NL:TGZRSGR:2022:39
Datum uitspraak: 11-01-2022
Datum publicatie: 11-01-2022
Zaaknummer(s): D2021/3425
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Niet-ontvankelijk
Inhoudsindicatie: -

Kenmerk: D2021/3425


REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE DEN HAAG


Voorzittersbeslissing van 11 januari 2022 naar aanleiding van de op 31 augustus 2021 bij het College ingekomen klacht van


A,
wonende te B,
klaagster,


tegen:


C, chirurg,
werkzaam te D,
verweerder,
gemachtigde: mr. O.L. Nunes, werkzaam te Utrecht.


1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met bijlagen, en
- het verweerschrift.


2. Waar gaat de zaak over?
2.1 Klaagster is vanwege acute pijnklachten in haar buik op 8 mei 2019 behandeld op de spoedeisende hulp (SEH) van het E te D (hierna: het ziekenhuis). Haar klacht houdt in dat er nalatig is gehandeld op de afdeling SEH en dat de diagnose geperforeerde blinde darm is gemist.


2.2 Verweerder is chirurg en vervult de functie van hoofd van de afdeling heelkunde. Hij stelt zich op het standpunt dat klaagster niet kan worden ontvangen in haar klacht, omdat hij geen behandelrelatie met klaagster heeft (gehad). Hij heeft in zijn hoedanigheid als hoofd van de afdeling heelkunde enkel op 26 november 2021 een gesprek met klaagster gevoerd, samen met één van de betrokken chirurgen, om uitleg te geven en vragen te beantwoorden. Als de klacht toch ontvankelijk is, verzoekt verweerder om de klacht kennelijk ongegrond te verklaren.


3. De overwegingen
3.1 Het is duidelijk dat klaagster erg ontevreden is over de onderzoeken die bij haar zijn verricht of juist niet zijn uitgevoerd. Zij heeft in het klaagschrift toegelicht dat zij daar nare gevolgen van heeft ondervonden. Dat valt zeer te betreuren.


3.2 De voorzitter moet beoordelen of klaagster in haar klacht kan worden ontvangen. Dat is een zakelijke beoordeling. De voorzitter is van oordeel dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is. Voor die beslissing acht de voorzitter het volgende van belang.


3.3 Vaststaat dat er geen sprake is geweest van een behandelrelatie tussen klaagster en verweerder of dat verweerder op enige andere manier bij de zorg voor klaagster betrokken is geweest. Daarmee komt de voorzitter niet toe aan de vraag of verweerder heeft gehandeld in strijd met de zorg die hij ten opzichte van klaagster behoorde te leveren.


3.4 Ook optreden van een zorgverlener buiten een behandelrelatie kan worden getoetst. De vraag is dan of er is gehandeld (of nagelaten) in strijd met wat een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt. De zorgverlener moet dan wel hebben gehandeld in de hoedanigheid waarvoor hij of zij BIG-geregistreerd is in de hoedanigheid van BIG-geregistreerde. Ook moet de betreffende gedraging in strijd zijn met het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg. Gebleken is dat verweerder, als hoofd van de afdeling heelkunde, samen met een bij de behandeling betrokken chirurg een gesprek met klaagster heeft gevoerd. In het midden kan blijven in hoeverre hij zich in dat gesprek mede op het gebied van de chirurgie heeft begeven en of daarbij de individuele gezondheidszorg in het geding is geweest, omdat de klacht geen betrekking heeft op de inhoud van dit gesprek, maar alleen op de zorgverlening aan klaagster.


3.5 Verweerder is als hoofd van de afdeling heelkunde ook niet inhoudelijk verantwoordelijk voor de door anderen verleende zorg aan klaagster tijdens haar verblijf in het ziekenhuis. Een BIG-geregistreerde zorgverlener kan namelijk alleen worden aangesproken voor persoonlijke handelingen of persoonlijk nalaten. Er zijn uitzonderingen, zoals opleidingssituaties, maar die spelen hier niet.

3.6 Dat betekent dat de klacht niet inhoudelijk kan worden behandeld.


4. De beslissing
De klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.


Deze beslissing is gegeven op 11 januari 2022 door N.B. Verkleij, voorzitter, in tegenwoordigheid van R.C. Kruit, secretaris.