ECLI:NL:TGZRSGR:2022:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/3092
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSGR:2022:28 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 26-01-2022 |
| Datum publicatie: | 26-01-2022 |
| Zaaknummer(s): | D2021/3092 |
| Onderwerp: | Schending beroepsgeheim |
| Beslissingen: | Ongegrond/Afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt beklaagde dat hij medische gegevens heeft verstrekt aan Veilig Thuis zonder haar toestemming en dat hij daarmee zijn medisch beroepsgeheim heeft geschonden. Omdat klaagster geen patiënt is geweest bij de praktijk van de huisarts, kan het college niet vaststellen dat de huisarts beschikte over enige medische informatie met betrekking tot klaagster, die hij heeft kunnen delen met Veilig Thuis. Omdat klaagster verder ook niet heeft onderbouwd om welke informatie het zou gaan, heeft het college geen aanknopingspunten om klaagster te volgen in haar opvatting dat de huisarts zijn medisch beroepsgeheim heeft geschonden. Klacht kennelijk ongegrond verklaard. |
Kenmerk: D2021/3092
Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing
gegeven inzake de klacht van:
A,
wonende te B,
klaagster,
tegen:
C,
werkzaam te B,
beklaagde, hierna ook: de huisarts,
gemachtigde: mr. R.J. Peet, werkzaam te Utrecht.
1. De procedure
1.1 Het college heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- het klaagschrift, ontvangen op 4 mei 2021;
- het aanvullend klaagschrift;
- het verweerschrift met bijlagen;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 26 oktober 2021.
1.2 Het college heeft de klacht op basis van de stukken beoordeeld.
2. Waar gaat de zaak over?
2.1 Klaagster, geboren in 1949, verbleef enige tijd in een verpleeghuis. Nadat zij
het verpleeghuis had verlaten, is zij bij de zoon van haar ex-partner (inmiddels haar
echtgenoot) ingetrokken. De echtgenoot van klaagster is patiënt geweest bij de praktijk
van beklaagde.
2.2 Daarna heeft Veilig Thuis contact opgenomen met beklaagde in het kader van de
gezinssituatie. Klaagster verwijt beklaagde dat hij medische gegevens heeft verstrekt
aan Veilig Thuis zonder haar toestemming en dat hij daarmee zijn medisch beroepsgeheim
heeft geschonden. Klaagster stelt dat zij daardoor schade heeft geleden, omdat haar
echtgenoot verdacht wordt van mishandeling.
2.3 Beklaagde stelt zich op het standpunt dat klaagster niet als patiënt bij zijn
praktijk ingeschreven is geweest en dat hij niet over medische gegevens van klaagster
beschikt. Hij heeft dus geen medische gegevens van klaagster aan Veilig Thuis verstrekt.
3. Wat is het oordeel van het college?
3.1 Het college is van oordeel dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft
gehandeld. Voor die beslissing acht het college het volgende van belang.
3.2 Omdat klaagster geen patiënt is geweest bij de praktijk van de huisarts, kan het
college niet vaststellen dat de huisarts beschikte over enige medische informatie
met betrekking tot klaagster, die hij heeft kunnen delen met Veilig Thuis. Omdat klaagster
verder ook niet heeft onderbouwd om welke informatie het zou gaan, heeft het college
geen aanknopingspunten om klaagster te volgen in haar opvatting dat de huisarts zijn
medisch beroepsgeheim heeft geschonden. Uit hetgeen klaagster heeft aangevoerd volgt
dan ook niet dat de huisarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
3.3 Het college merkt op dat uit het proces-verbaal van het mondeling vooronderzoek
volgt dat de echtgenoot van klaagster daarin heeft benoemd dat beklaagde klaagster
heeft onthouden van medische zorg door haar niet als patiënt in te schrijven in zijn
praktijk. Voor zover de echtgenoot van klaagster heeft bedoeld de klacht daarmee uit
te breiden, merkt het college op dat hij niet optreedt als gemachtigde van klaagster
en niet zelfstandig klaagt, zodat deze opmerking niet als een uitbreiding van de klacht
zal worden aangemerkt en het college daar dus ook niet inhoudelijk op zal ingaan.
3.4 Het voorgaande leidt tot de beslissing dat de huisarts met betrekking tot de klacht
geen verwijt als bedoeld in artikel 47 lid 1 van de Wet op de beroepen in de individuele
gezondheidszorg kan worden gemaakt. De klacht is daarom kennelijk ongegrond.
3.5 Voor zover klaagster heeft bedoeld om in deze procedure van de huisarts een schadevergoeding
te verkrijgen, merkt het college op dat het geen bevoegdheid heeft om schadevergoeding
toe te kennen, terwijl de klacht bovendien niet gegrond is.
4. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 26 januari 2022 door E.P. de Beij, voorzitter, A.C.
Hendriks, lid-jurist, G.J. Dogterom, M. Bezemer en B. van Ek, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan door R.C. Kruit, secretaris.