ECLI:NL:TGZRSGR:2022:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/3089

ECLI: ECLI:NL:TGZRSGR:2022:27
Datum uitspraak: 26-01-2022
Datum publicatie: 26-01-2022
Zaaknummer(s): D2021/3089
Onderwerp: Schending beroepsgeheim
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegrond klacht tegen een huisarts. Omdat de huisarts zich zorgen maakte over de leefsituatie van klaagster en haar toegang tot reguliere huisartsenzorg, heeft zij een melding gedaan bij Veilig Thuis. Volgens klaagster heeft de huisarts daarbij medische gegevens overgelegd zonder haar toestemming en daarmee haar medisch beroepsgeheim geschonden. Het is het college niet gebleken dat de huisarts, naast het weegformulier, op andere wijze (medische) gegevens van klaagster aan Veilig Thuis heeft overgelegd. Bovendien heeft klaagster ook niet onderbouwd om welke (andere) medische gegevens het volgens haar gaat. Naar het oordeel van het college heeft de huisarts bij haar melding aan Veilig Thuis gehandeld in overeenstemming met het in de KNMG-meldcode voorgeschreven stappenplan en de daarbij gegeven toelichting. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

Kenmerk: D2021/3089


Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:


A,
wonende te B,
klaagster,


tegen:


C,
werkzaam te B,
beklaagde, hierna: de huisarts,
gemachtigde: mr. R.J. Peet, werkzaam te Utrecht.


1. De procedure


1.1 Het college heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- het klaagschrift, ontvangen op 4 mei 2021;
- het aanvullend klaagschrift;
- het verweerschrift met bijlagen;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 26 oktober 2021.


1.2 Het college heeft de klacht op basis van de stukken beoordeeld.


2. Waar gaat de zaak over?


2.1 Klaagster, geboren in 1949, was patiënte bij de praktijk van de huisarts gedurende de tijd dat zij in een verpleeghuis te D verbleef. Op enig moment heeft zij het verpleeghuis verlaten, waarna zij bij de zoon van haar ex-partner (inmiddels haar echtgenoot) is gaan wonen.


2.2 Daarna heeft de huisarts aan klaagster als niet op naam ingeschreven patiënt (NONI) zorg verleend, omdat de nieuwe verblijfplaats van klaagster zich buiten het adherentiegebied van de praktijk van de huisarts bevond en klaagster geen nieuwe huisarts had gevonden.


2.3 Omdat de huisarts zich zorgen maakte over de leefsituatie van klaagster en haar toegang tot reguliere huisartsenzorg, heeft zij een melding gedaan bij Veilig Thuis. Volgens klaagster heeft de huisarts daarbij medische gegevens overgelegd zonder haar toestemming en daarmee haar medisch beroepsgeheim geschonden. Klaagster stelt dat zij daardoor schade heeft geleden, omdat haar echtgenoot verdacht wordt van mishandeling. De huisarts stelt zich op het standpunt dat zij destijds heeft gehandeld zoals van haar in de gegeven omstandigheden verwacht mocht worden. Zo heeft zij de stappen volgens de ‘KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld’ (hierna: de KNMG-meldcode) doorlopen en daarbij het ‘Weegformulier huiselijk geweld en kindermishandeling’ van Veilig Thuis E (hierna: het weegformulier) gehanteerd. Het medisch dossier van klaagster is niet bij de melding aan Veilig Thuis overgelegd.


3. Wat is het oordeel van het college?


3.1 Het college is van oordeel dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Voor die beslissing acht het college het volgende van belang.


Aan welke criteria toetst het college?
3.2 Het college moet beoordelen of de huisarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Het college houdt bij de beoordeling rekening met de wetenschappelijke inzichten op het moment van de zorgverlening en met de toen voor de huisarts geldende beroepsnormen. De huisarts is verder slechts tuchtrechtelijk aansprakelijk voor haar eigen medische handelen en niet voor dat van andere zorgverleners.


Heeft de huisarts haar beroepsgeheim geschonden met de melding aan Veilig Thuis?
3.3 Vast staat dat de huisarts op 12 februari 2021 een melding heeft gedaan bij Veilig Thuis, waarbij zij het weegformulier heeft ingevuld. In het verweerschrift heeft de huisarts toegelicht dat zij en haar collega’s zich ernstig zorgen maakten over de situatie van klaagster, met name omdat er twijfels waren of klaagster vrije toegang had tot de reguliere huisartsenzorg in haar kwetsbare medische- en psychosociale situatie. Uit het weegformulier behorende bij de melding dat de huisarts bij het verweerschrift heeft gevoegd, volgt onder andere (alle citaten voor zover van belang en inclusief eventuele taal- en typefouten):
“wat gebeurt/gebeurde er feitelijk (aard/ernst/frequentie en duur van de onveiligheid).
11 november 2020 is patiënte tegen advies van verpleeghuisarts na diverse conflicten met de leiding van het verpleeghuis meegenomen uit de verpleeghuisinstelling door zoon van (geweldadige) exvriend F).
(…)
18/12/2020; via Huisartsenpost kregen wij de overdracht dat zij zich zorgen maakte over de aangetroffen Thuissituatie en dat zij een veiligthuismelding gingen maken
26/1/2021- er wordt opnieuw een verzoek gedaan door F voor verzoek voorschrijven medicatie. Huisarts is nog steeds niet geregeld.
(…)
8/1/2020- wij worden gebveld door behandelend fysiotherapeut G met dringend terugbelverzoek over situatie Mw
9/1/2020 – bij F en A telefonisch geïnventariseerd
Mw staat nog steeds niet ingeschreven bij nieuwe huisarts
15 jan gaat hij met haar trouwen. Daarna zou hij zich kunnen inschrijven
Dhr geeft aan dat bemoeinis Veiligthuis onzin is en dat hij prima voor zijn meisje kan zorgen
Ik heb aangegeven dat ik mij zorgen maak omdat er nog steeds geen huisarts bij betrokken is en ik geen zicht heb maar wel zorgen heb over de medische situatie van Mw en dat ik ga overleggen met Veilig Thuis en dat ik bij bevestiging van zorgen een melding veilig thuis ging maken
(…)”.


3.4 Het is het college niet gebleken dat de huisarts, naast het weegformulier, op andere wijze (medische) gegevens van klaagster aan Veilig Thuis heeft overgelegd. Bovendien heeft klaagster ook niet onderbouwd om welke (andere) medische gegevens het volgens haar gaat.


3.5 Naar het oordeel van het college heeft de huisarts bij haar melding aan Veilig Thuis gehandeld in overeenstemming met het in de KNMG-meldcode voorgeschreven stappenplan en de daarbij gegeven toelichting. Zo volgt uit het medisch dossier van klaagster dat de huisarts alle aanwijzingen die haar zorgen over de thuissituatie van klaagster konden onderbouwen of ontkrachten – mede vanuit de huisartsenpost, de fysiotherapeut en collega’s – verzameld en vastgelegd heeft in het patiëntendossier (stap 1). Ook heeft zij op 9 februari 2021 advies gevraagd over haar vermoedens en bevindingen aan Veilig Thuis (stap 2). Bovendien heeft de huisarts diezelfde dag haar voornemen om een melding te gaan doen telefonisch met de partner van klaagster (bij wie klaagster op dat moment aanwezig was) besproken. Hierover staat in het medisch dossier genoteerd:
“S (…)
- veilig thuis is er gi nog geweest en A heeft gezegd dat ze op moeten rotten en de zaak is afgehandeld
(…)
- A geeft op achtergrond aan dat een veiligthuis melding niet nodig is nav vraag van F aanhaar hoe zij erover denkt
- F geeft aan dat hij alle hulpverleners die veiligthuis melding gaan maken aan te gaan klagen
(…)
P gemeld dat ik contact ging hebben met Veilig Thuis en veiligthuismelding gaan doen. Dat ik mij zorgen maak om de situatie aldaar omdat mw nog steeds geen huisarts heeft en in een hele kwetsbare positie
- gemeld dat wij geen zorg kunnen leveren”.


3.6 De huisarts heeft de signalen en aanwijzingen voor de melding dus ook besproken met de betrokken (stap 3). Vervolgens heeft de huisarts in het weegformulier de beslissing genomen dat het doen van de melding noodzakelijk was (stap 4/5). Gelet op het voorgaande is het college niet gebleken dat de huisarts met het doen van de melding haar medisch beroepsgeheim heeft geschonden. Ondanks de opmerking van de echtgenoot van klaagster dat hij een klacht zou gaan indienen, heeft de huisarts haar verantwoordelijkheid genomen door – conform de meldcode van de KNMG en het daarbij gebruikte weegformulier – de melding te maken. Zij heeft daarbij juist gehandeld, zoals van een redelijk bekwame huisarts mag worden verwacht.


Conclusie

3.7 Het voorgaande leidt tot de beslissing dat de huisarts met betrekking tot de klacht geen verwijt als bedoeld in artikel 47 lid 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg kan worden gemaakt. De klacht is daarom kennelijk ongegrond.


3.8 Voor zover klaagster heeft bedoeld om in deze procedure van de huisarts een schadevergoeding te verkrijgen, merkt het college op dat het geen bevoegdheid heeft om schadevergoeding toe te kennen, terwijl de klacht bovendien niet gegrond is.


4. De beslissing


De klacht is kennelijk ongegrond.


Deze beslissing is gegeven op 26 januari 2022 door E.P. de Beij, voorzitter, A.C. Hendriks, lid-jurist, G.J. Dogterom, M. Bezemer en B. van Ek, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door R.C. Kruit, secretaris.