ECLI:NL:TGZRSGR:2022:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/14

ECLI: ECLI:NL:TGZRSGR:2022:25
Datum uitspraak: 26-01-2022
Datum publicatie: 26-01-2022
Zaaknummer(s): D2021/14
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt beklaagde dat hij haar verkeerde medicijnen heeft voorgeschreven. Het college acht de overstap van oxycodon naar fentanylpleisters een goed te volgen en verdedigbare overstap gezien de klachten van klaagster. Niet aannemelijke is dat de gezondheidsklachten die klaagster ondervond het gevolg waren van het toedienen van fentanylpleisters. De klachten konden evenmin aan andere door beklaagde voorgeschreven medicatie worden toegeschreven. De dosering van de fentanylpleisters is verdedigbaar. Klacht ongegrond verklaard.

Kenmerk: D2021/14


Datum uitspraak: 26 januari 2022


Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:


A,
wonende te B,
klaagster,
gemachtigde: C, wonende te B,


tegen:


D, huisarts,
werkzaam te B,
beklaagde,
gemachtigde: mr. J.S.M. Brouwer, werkzaam te Amsterdam.


1. Het verloop van de procedure


1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift, ontvangen op 14 april 2021;
- het medisch dossier van klaagster;
- aanvullingen op het klaagschrift;
- het verweerschrift met bijlage; en
- nadere aanvullingen op het klaagschrift.


1.2 De partijen hebben afgezien van de mogelijkheid om in het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.


1.3 De mondelinge behandeling door het College heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 15 december 2021. De partijen, klaagster via haar gemachtigde en klaagster bijgestaan door zijn gemachtigde, zijn verschenen en hebben hun standpunten mondeling toegelicht.



2. De feiten


2.1 Klaagster is een patiƫnt met complexe somatische en psychische problematiek. Zij en haar gemachtigde hadden sinds 2015 tot mei 2021 een behandelingsovereenkomst met beklaagde. Beklaagde heeft de medicatie die klaagster bij aanvang van de behandelingsovereenkomst gebruikte, op advies van zijn voorganger, voortgezet. Dit geldt onder meer voor de dosering oxycodon (80mg mga 3dd 1) met indicatie pijnstilling.


2.2 Op 12 november 2018 meldde klaagster dat zij last had van verstopping. Beklaagde heeft toen een opiaatrotatie gemaakt van oxycodon naar fentanylpleisters van 100mcg, om de 3 dagen 2 pleisters.


2.3 Klaagster verzocht beklaagde op 4 december 2018 om meer Tranxene of citalopram (antidepressium). Beklaagde heeft toen uitgelegd dat dit niet kon op advies van de psychiater.


2.4 Klaagster verzocht beklaagde op 19 maart 2019 met spoed om een afspraak. Volgens klaagster werkten de fentanylpleisters minder goed en had zij veel lichamelijke en psychische klachten. Er is toen een afspraak gemaakt voor 21 maart 2019.


2.5 Op 21 maart 2019 waren de klachten van klaagster zo goed als weg. Wel verzocht klaagster om meer Tranxene of citalopram.


2.6 Beklaagde heeft klaagster, op basis van de laboratoriumuitslagen en met haar instemming, op 25 maart 2019 doorverwezen naar de psychiater.


2.7 Op 2 april 2019 meldde klaagster aan beklaagde dat de fentanylpleister steeds op de 3e dag was uitgewerkt. Beklaagde heeft daarop geadviseerd de pleister naar 1x per 48 uur te wijzigen en om de dag een pleister te vervangen. De dagdosering bleef 200mcg.


2.8 Naar aanleiding van een telefoontje van de gemachtigde van klaagster op 8 april 2019, over vergeetachtig gedrag en onrust, adviseerde beklaagde de fentanylpleisters (weer) elke 3 dagen te wisselen.


2.9 Op 9 april 2019 legde beklaagde een visite af bij klaagster, verwijderde 1 pleister bij klaagster en adviseerde om 1 pleister per 3 dagen te wisselen.


2.10 Op 11 april 2019 bevestigde beklaagde, naar aanleiding van telefonisch contact door de gemachtigde van klaagster, het advies om 1 fentanylpleister per 3 dagen te gebruiken.


2.11 Naar aanleiding van visites van beklaagde aan klaagster op 16 en 17 april 2019, stuurde beklaagde klaagster naar het ziekenhuis vanwege haar verwarde gedrag. De werkdiagnose luidde: verwardheid bij delier bij urineweginfectie, en fentanyl overdosering. Het advies van het ziekenhuis bij ontslag was: fentanylpleisters afbouwen.


2.12 Beklaagde heeft op 24 april 2019 de crisisdienst ingeschakeld. Daarop volgde een opname van klaagster in een psychiatrisch ziekenhuis van 28 april tot 23 juli 2019.


2.13 Beklaagde heeft klaagster op 19 augustus 2019 een kopie van haar medisch dossier gegeven.


2.14 In mei 2021 zijn klaagster en haar gemachtigde op eigen verzoek overgeschreven naar een andere huisarts.


3. De klacht


Klaagster verwijt beklaagde, zakelijk weergegeven, dat hij haar verkeerde medicijnen heeft voorgeschreven.


4. Het standpunt van beklaagde


Beklaagde heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen gemotiveerd bestreden.


5. De beoordeling


5.1 Het College is zich er allereerst van bewust dat klaagster en haar gemachtigde moeilijke jaren achter de rug hebben als gevolg van de gezondheidsklachten van klaagster. Daar kwam overigens recent nog een nare diagnose bij, is tijdens de mondelinge behandeling gebleken. Het College betreurt dit zeer.


5.2 Met betrekking tot de door klaagster geformuleerde klacht betreffende de medicatieverstrekking is het College van oordeel dat beklaagde geen verwijt treft. Dit betekent dat het College de klacht ongegrond verklaart. Het College licht deze beslissing hieronder toe.


5.3 Het staat vast dat klaagster complexe somatische en psychische problematiek ervaart. Op basis hiervan heeft beklaagde klaagster zo goed mogelijk getracht te behandelen. In dat kader is hij niet alleen vaak bij klaagster en haar gemachtigde thuis langs geweest maar heeft hij ook getracht de pijnklachten van klaagster zo goed mogelijk te bestrijden. In dat kader heeft beklaagde besloten van oxycodon over te stappen naar fentanylpleisters. Het College acht dit een goed te volgen en verdedigbare overstap.


5.4 Het is voorts niet aannemelijk dat de klachten van klaagster in april 2019 het gevolg waren van het toedienen van fentanylpleisters, omdat klaagster deze al sinds november 2018 gebruikte. In geval er klachten ontstaan van fentanylpleisters is dat gedurende de eerste dagen na toediening, maar niet na vijf maanden. De gezondheidsklachten die klaagster in april 2019 ondervond konden evenmin direct aan andere door beklaagde voorgeschreven medicatie worden toegeschreven. Verzoeken van klaagster om de dosering van Tranxene of citalopram te verhogen wees beklaagde terecht van de hand. Ook wat dit punt betreft moet de klacht van klaagster ongegrond worden verklaard.


5.5 Voor zover de klacht van klaagster betrekking heeft op de dosering van de fentanylpleisters overweegt het College het volgende. Beklaagde heeft de dosering van fentanylpleisters gebaseerd op uit 2011 stammende informatie van het Integraal Kanker Centrum Nederland. Beklaagde erkent dat die informatie op dat moment niet meer actueel was. Daar staat tegenover dat beklaagde met betrekking tot de dosering nadrukkelijk heeft gekeken naar het lichaamsgewicht van klaagster en haar overige klachten en medicatie.

Vanuit dit perspectief gezien is de dosering van fentanylpleisters verdedigbaar en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.


5.6 Het College waardeert de openheid van beklaagde en zijn vermogen tot reflectie. Het College heeft niet in de laatste plaats waardering voor de zorgvuldigheid waarmee hij zorg heeft verleend aan klaagster en gemachtigde, onder meer blijkend uit de veelvuldige visites en telefoongesprekken.


5.7 De conclusie is dat beklaagde met betrekking tot de klacht geen verwijt kan worden gemaakt zoals bedoeld in artikel 47, eerste lid onder a, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.


5.8 De klacht zal ongegrond worden verklaard.


6. De beslissing


Het College:
- verklaart de klacht ongegrond.


Deze beslissing is gegeven door E.P. de Beij, voorzitter, A.C. Hendriks, lid-jurist,
G.J. Dogterom, M. Bezemer en B. van Ek, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door R.C. Kruit, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2022.