ECLI:NL:TGZRSGR:2022:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/7

ECLI: ECLI:NL:TGZRSGR:2022:23
Datum uitspraak: 24-01-2022
Datum publicatie: 24-01-2022
Zaaknummer(s): D2021/7
Onderwerp: Onjuiste verklaring of rapport
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht tegen een klinisch psycholoog/psychotherapeut. Niet is gebleken dat beklaagde onjuiste gegevens bij derden heeft ingewonnen en dat zij heeft geweigerd te vertellen wt er aan de hand was en waar dat vandaan kwam. Van een fantasiebeeld over klager, enige vorm van projectie of stoornis bij beklaagde blijkt niets. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:

A ,

wonende te B,

klager,

tegen:

C , klinisch psycholoog en psychotherapeut,

werkzaam te D,

beklaagde.

NaN. Het verloop van de procedure

NaN. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 14 april 2021;
  • het aanvullend klaagschrift;
  • het verweerschrift met bijlagen.

NaN. De partijen hebben afgezien van de mogelijkheid om in het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.

NaN. Het College heeft de klacht op 4 januari 2022 in raadkamer behandeld.

NaN. De feiten

NaN. Klager heeft een spoedaanvraag gedaan bij het secretariaat van E. Beklaagde is daar werkzaam als klinisch psycholoog en psychotherapeut. Op 24 september 2020 heeft telefonisch contact plaatsgevonden. Klager vroeg om een verklaring dat hij geen psychische stoornis heeft, zodat hij die verklaring aan Veilig Thuis en de Raad van de Kinderbescherming kan overleggen met het oog op de situatie van zijn zevenjarige zoontje.Beklaagde heeft gezegd dat zij een dergelijke verklaring niet kan opstellen en dat bij een intake bevindingen naar voren kunnen komen waar klager zich niet in zou kunnen vinden. Klager besloot de intake bij E toch door te laten gaan.

NaN. Beklaagde heeft klager op 7 oktober 2020 voor de intake gezien. Op 8 oktober 2020 vond naar aanleiding van de intake het adviesgesprek plaats. Hierin bespraken zij het vermoeden van beklaagde van een psychosespectrumsyndroom bij klager. Beklaagde adviseerde hem verder onderzoek door specialisten te laten doen. Klager was het niet eens met het vermoeden van beklaagde en met haar advies, omdat hij vindt dat hij geen stoornis heeft. Er kwam geen behandelingsovereenkomst tot stand. Klager wilde wel behandeling voor zijn heftige emoties en leed, veroorzaakt door smaad en beschuldigingen van anderen aan zijn adres. Beklaagde heeft hem daarop geadviseerd in overleg met de huisarts te kijken naar de mogelijkheid van ondersteunende gesprekken bij de praktijkondersteuner van de huisarts (POH). De afsluiting van de gesprekken met dit advies is in een brief aan klager bevestigd. Op 15 oktober 2020 vond naar aanleiding van de brief een telefoongesprek plaats. Ook tijdens dit gesprek kwam naar voren dat klager het niet eens was met het vermoeden van beklaagde van een psychische stoornis en graag een verklaring wilde dat daarvan bij hem geen sprake is. Beklaagde heeft geen verklaring afgegeven.

NaN. De klacht

Klager verwijt de beklaagde, zakelijk weergegeven, dat zij:

NaN. gegevens heeft ingewonnen die niet waar zijn;

NaN. geweigerd heeft te vertellen wat er aan de hand was en waar dat vandaan kwam;

NaN. haar eigen wereld op zijn woorden heeft geplakt (projectie/stoornis bij beklaagde); en

NaN. grote delen van de behandeling niet in het smaadschrift (opmerking College: klager bedoelt hiermee het dossier) te noteren.

NaN. Het standpunt van beklaagde

De beklaagde heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.

NaN. De beoordeling

Eerste en tweede klachtonderdeel

NaN. Klager stelt dat beklaagde gegevens heeft ingewonnen die niet waar zijn en dat zij heeft geweigerd te vertellen wat er aan de hand was en waar dat vandaan kwam. Beklaagde heeft deze klachtonderdelen betwist. Zij heeft in haar verweerschrift geschreven dat zij meerdere malen aan klager heeft uitgelegd wat hij van de intake kon verwachten en vooral ook wat hij niet kon verwachten. Klager heeft niet onderbouwd dat en zo ja, welke gegevens beklaagde zou hebben ingewonnen die niet waar zijn, zodat dit onderdeel van de klacht zich moeilijk laat beoordelen. De rapportages in het dossier van klager bevatten een duidelijke en uitgebreide verslaglegging van hetgeen tijdens de telefoongesprekken, het intakegesprek en het adviesgesprek is besproken. Uit de rapportages blijkt nergens dat beklaagde gegevens heeft ingewonnen bij derden. Klager had hier juist geen toestemming voor gegeven; zo is dit ook in het dossier genoteerd. Het College ziet dan ook geen aanwijzingen dat beklaagde (onjuiste) gegevens bij derden heeft ingewonnen en dat zij heeft geweigerd te vertellen wat er aan de hand was en waar dat vandaan kwam. Indien klager heeft bedoeld dat beklaagde hem onterecht heeft bevraagd over pedofilie, is dit ook niet komen vast te staan. Beklaagde heeft betwist dat dit het geval is geweest en het College ziet ook hier geen aanwijzingen voor in het dossier. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Derde klachtonderdeel

NaN. Klachtonderdeel 3 gaat over het plakken van de eigen wereld van beklaagde op de woorden van klager. Kennelijk doelt hij hiermee op projectie. Volgens klager werden de dingen die hij noemde in zeer vervormde versie door beklaagde opgepikt, waardoor bij haar een fantasiebeeld ontstond. Het College ziet dit niet bevestigd in het dossier. Beklaagde heeft de informatie die zij bij het intakegesprek van klager heeft ontvangen vanuit het perspectief van klager en zonder waardeoordeel in het dossier genoteerd. Deze informatie past ook bij de inhoud van de e-mails van klager aan E, die in het dossier zijn opgenomen. Van een fantasiebeeld over klager, enige vorm van projectie of een stoornis bij beklaagde blijkt niets. Ook dit klachtonderdeel is ongegrond.

Vierde klachtonderdeel

NaN. Klager stelt dat er grote delen van de behandeling niet in het dossier van klager zijn beschreven. Beklaagde heeft dit betwist.Het college overweegt dat klager niet duidelijk heeft gemaakt wat er in het dossier zou ontbreken. Het College heeft geen aanwijzingen om aan te nemen dat het dossier niet compleet is. Het dossier bevat juist duidelijke en uitgebreide verslagen van de gesprekken die klager en beklaagde hebben gehad. Ook dit klachtonderdeel is ongegrond.

NaN. Om bovenstaande redenen zal het College beslissen dat de klacht kennelijk ongegrond is.

NaN. De beslissing

De klacht is kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 24 januari 2022 door  N.B. Verkleij, voorzitter, bijgestaan door T.C. Brand, secretaris.

voorzitter                                                                                           secretaris