ECLI:NL:TGZRSGR:2022:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2442

ECLI: ECLI:NL:TGZRSGR:2022:15
Datum uitspraak: 18-01-2022
Datum publicatie: 20-01-2022
Zaaknummer(s): D2021/2442
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Ongegronde klacht tegen een kno-arts. De kno-arts heeft bij klaagster een stapediusreflexmeting verricht. De kern van de klacht is dat klaagster nieuwe en ernstige klachten heeft overgehouden aan de stapediusreflexmeting. Niet kan worden vastgesteld dat er in het dossier tuchtrechtelijk verwijtbaar fouten zijn gemaakt of zaken onjuist zijn weergegeven. Het college is van oordeel dat van onzorgvuldig handelen van de kno-arts rond de stapediusreflexmeting niet is gebleken. Ook niet gebleken dat de kno-arts klaagster onjuiste informatie heeft verstrekt of haar onvoldoende heeft voorgelicht over eventuele risico’s. Klaagster heeft ingestemd met het onderzoek. Niet kan worden vastgesteld dat de kno-arts daarbij onbehoorlijke druk op klaagster heeft uitgeoefend. Het college overweegt dat het beter zou zijn geweest als de kno-arts bij de consulten, juist toen hij de stress bij klaagster opmerkte en nu het verband tussen stress en tinnitus hem bekend is, meer aandacht aan haar situatie zou hebben besteed en rustiger de tijd voor haar zou hebben genomen. Dit betekent niet dat de kno-arts tuchtrechtelijk verwijtbaar is tekortgeschoten in de zorg voor klaagster. Klacht ongegrond verklaard. Publicatie.

Kenmerk: D2021/2442

Datum uitspraak: 18 januari 2022

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:

A ,

wonende te B, klaagster,

gemachtigde: C (echtgenoot)

tegen:

D ,

werkzaam te E, beklaagde, hierna ook: de kno-arts, gemachtigde: mr F, werkzaam te E.

1.         Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 8 maart 2021;
  • het verweerschrift met bijlagen;
  • de repliek;
  • de dupliek. 

De partijen hebben afgezien van de mogelijkheid om in het vooronderzoek mondeling te worden gehoord. De mondelinge behandeling door het college heeft plaatsgevonden op de openbare zitting van 7 december 2021. In verband met spanning bij klaagster voor de zitting, zorgen rond haar zwangerschap en vanwege Covid-19 heeft haar echtgenoot als haar gemachtigde de zitting digitaal bijgewoond. De kno-arts, bijgestaan door zijn gemachtigde, is verschenen. Alle aanwezigen hebben hun standpunten mondeling toegelicht.

2. Waar gaat de zaak over en wat is de beslissing?

Begin 2019 heeft klaagster zich tot de kno-arts gewend in verband met klachten aan haar rechteroor. Hij heeft onderzoek aan beide oren verricht, waaronder een zogeheten stapediusreflexmeting, en heeft daarbij geen bijzonderheden vastgesteld. Hij heeft klaagster geadviseerd zich tot een tinnitusconsulent te wenden en tot haar tandarts voor het aanmeten van een bitje in verband met klemmen als gevolg van spanningen. Klaagster is ontevreden over de gang van zaken. De kern van de klacht is dat zij nieuwe en ernstige klachten heeft overgehouden aan de stapediusreflexmeting. De kno-arts heeft de klacht bestreden. Het college komt tot de conclusie dat de klacht niet gegrond is en licht dat als volgt toe.   

3. Wat is er precies gebeurd?

3.1       In november 2018 heeft haar huisarts klaagster verwezen naar een kno-arts in G, H. De verwijsbrief vermeldt (alle citaten voor zover van belang en met inbegrip van eventuele typ- en taalfouten):

“S        Sinds anderhalf jaar op en af een lage bastoon. Nu al 4 weken aan een stuk. Geen andere klachten aan het oor. Hoort goed. Niet verkouden. Begonnen na vliegreis met heel veel oorpijn.

O         AD (opmerking college: auris dextra, rechteroor): scherpelichtreflex. TV lijkt wat ingetrokken? (…)

AS (opmerking college: auris sinistra, linkeroor): nl TV

E          oorsuizen”.

3.2       In november 2018 is klaagster gezien door H en behandeld met fluticason (een ontstekingsremmende neusspray). Toen dit niet hielp, kreeg zij diazepam (een spierontspanner) voorgeschreven. Klaagster was niet tevreden over de behandeling en H verwees haar door naar beklaagde (verder: de kno-arts). De verwijsbrief van 25 januari 2019 vermeldt:

Anamnese  Na een vliegreis jaar geleden lage tinnitus rechts (trillend/klapperen) op en af vnl tijdens bovenste luchtweginfectie. Links geen klachten. Gehoor lijkt goed. Geen vertigo.\

Tractus anamnese    VG: gezond     Med: geen      All: geen

KNO heelkundig onderzoek   Bij inspectie van de oren zijn er geen tekenen van infectie.

Beiderzijds luchthoudende middenoren. De stemvorkproeven zijn niet afwijkend. Er is een neutraal tympanogram beiderzijds.

Conclusie status na barotrauma rechts met atrofisch trommelvlies en een verdenking op spastische middenoorspieren (tensor tympani).

Audio: niet verricht

Beloop  Patiënte werd valium voorgeschreven wat goed op de klacht werkte, echter waarbij zij helaas flink last kreeg van een slaap paralyse met bijkomende klachten. Er is geen verder aanvullend onderzoek gedaan aangezien wij hiertoe geen kans meer kregen.”

3.3       Het eerste consult bij de kno-arts vond plaats in januari 2019. Het dossier vermeldt:

“Anamnese              door I (coassistent osv dr. D)

Dossier J  (opmerking college: locatie G) nog op te vragen, samenvatting van patiënte:

(…)

09-2018: continue brom in het rechteroor. Bij tympanogram plots erge pijn. Wil nu geen luchtdrukmeting meer.

11-2018: Fluticason neusspray, zonder effect.

11-2018: Diazepam 10 mg/dag voorgeschreven, bij gebruik 5 mg minder trillingen in het oor, oorpijn bleef, geluidsgevoeligheid ernstig. ’s nachts daarop ernstige slaapparalyse. ademhaling onmogelijk tijdens slaap. Traumatische ervaring. Hierop KNO-arts aangesproken, waarop conflict en einde behandelsrelatie.

Behandelvoorstel KNO J: Trillende middenoorspier, dun trommelvlies rechts. Met spierverslappers middenoorsspier stil leggen.

Nu verkouden, daarop is de brom erger geworden. Nu soms ook plots harde knallen en piepen, die kortdurend aanhouden, waarop het gehoor volledig weg is. Gevoeliger voor harde geluiden. Diazepam versterkt de gevoeligheid voor geluid ook. Afgelopen weken ook meer last bij ondergronds of in bergen. Nu geen oorpijnen. Geen looporen. Regelmatig verkouden, snotterig. Soms keelpijn.

Eten en drinken gaat goed.

Slaapt slecht, 3 uur/nacht. Snurkt niet. Knijpt wel vaak de kaak samen, wordt dan wakker met gespannen/verkrampte kaak.

Zou in J nog een gehoortest krijgen, dit is nog niet gedaan.

VG: buisjes beiderzijds, weinig oorontstekingen gehad.

Slaapparalyse Mogelijk immunodeficiëntie, waarvoor controle via de dermatoloog elders.

Medicatie: geen

H wilde gedurende 10w 10mg Valium/dag voorschrijven terwijl pat Zwangerschapswens heeft

Lichamelijk onderzoek 

Otoscopie beiderzijds; gb

Rhinoscopia Anterior sl cl>>

Intra-orale inspectie; gb

Aanvullend onderzoek

Tton- en spraakaudiometrie

Stapedius reflux

RAST (opmerking college: allergietest)

Beleid  R/Avamys

Diagnose registratie  tinnitus”.

3.4       In februari 2019 werd een vervolgafspraak ingepland met het oog op de bedoelde onderzoeken. Klaagster gaf bij de akoepediste aan dat zij beslist geen tympanogram en stapediusreflexmeting wilde ondergaan en dat die niet mochten worden uitgevoerd. De akoepediste noteerde dit in het dossier en gaf het door aan de kno-arts. Hij heeft daarop met klaagster het belang van deze onderzoeken besproken en die zijn vervolgens alsnog uitgevoerd. 

3.5       Bij de allergietest bleek dat klaagster positief testte op graspollen. Daarvoor schreef de kno-arts haar een neusspray met fluticason voor. Uit de stapediusreflexmeting, het tympanogram en de toon- en spraakaudiometrie kwamen geen bijzonderheden naar voren. Daarom koos de kno-arts voor een afwachtend beleid. Hij verwees klaagster naar de tinnitusconsulent en adviseerde haar om bij de tandarts een bitje aan te laten meten. Hij stuurde de huisarts van klaagster in februari 2019 een brief. Hierin vermeldt hij dat klaagster zeer gespannen is en slecht slaapt en dat hij heeft geadviseerd voor verdere evaluatie van haar slaapproblemen en stress contact op te nemen met de huisarts.

3.6       Na het consult van 14 februari 2019 heeft klaagster bij de balie van de polikliniek gemeld dat zij nog vragen had. Daarop heeft de kno-arts haar op 19 februari 2019 gebeld. 

4.         Wat houdt de klacht in?

De klacht luidt – zakelijk weergegeven – als volgt:

  1. De kno-arts heeft klaagster onvoldoende zorgvuldig voorgelicht over de risico’s en de waarde van de stapediusreflexmeting. Er was geen sprake van informed consent.
  2. De kno-arts heeft drie cruciale punten voor het maken van een inschatting voor de stapediusreflexmeting gemist:
    1. hij heeft geen rekening gehouden met de voorafgaande en gedocumenteerde constateringen van andere artsen over een ingetrokken trommelvlies;
    2. hij heeft niet (voldoende) geluisterd naar de luchtdrukervaringen van klaagster;
    3. de risico’s van het stressvol deelnemen aan de stapediusreflexmeting is onderschat. 3)         De kno-arts heeft fouten in het dossier gemaakt of zaken verkeerd weergegeven.

4)      Beklaagde heeft klaagster (extra) stress bezorgd. De deelname aan de test in combinatie met het bijbehorende consult heeft klaagster als traumatisch ervaren. 

Na de stapediusreflexmeting zijn de oorklachten verergerd en er zijn nieuwe oorklachten bijgekomen. Door de stress van de test en het consult heeft zij zich onder psychologische behandeling moeten stellen.

5. Wat is het antwoord van de kno-arts op de klacht?

Beklaagde heeft de klachten en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hierna ingegaan.

6. De beoordeling

6.1 Klaagster en haar echtgenoot hebben duidelijk gemaakt dat de gehoorproblemen en andere klachten die klaagster ervaart een grote negatieve en beperkende impact hebben op alle facetten van haar en hun dagelijkse leven en welzijn. Dat betreurt het college zeer. 

6.2 Het college moet beoordelen of de kno-arts destijds adequate zorg heeft verleend. Dit is een zakelijke beoordeling, waarbij rekening wordt gehouden met de stand van de wetenschap op het moment van handelen en de voor kno-artsen geldende beroepsnormen. Het gaat er niet om of het handelen van de kno-arts beter had gekund, maar of hij de zorg heeft verleend die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend kno-arts verwacht mocht worden. Daarbij wordt uitgegaan van de informatie die op dat moment beschikbaar was of bij zorgvuldig onderzoek beschikbaar had kunnen zijn. Verder is het belangrijk te vermelden dat het niet de taak van het college is om vast te stellen of er causaal verband bestaat tussen de uitvoering van de stapediusreflexmeting en/of het consult van februari 2019 enerzijds en de huidige klachten van klaagster. Ook is het college niet gebonden aan oordelen van andere klachten- of geschilleninstanties.

Klachtonderdeel 3) fouten/onjuiste weergave in dossier

6.3 Het college bespreekt dit klachtonderdeel als eerste in verband met het belang van de inhoud van het dossier voor de verdere beoordeling.

Het medische dossier bevat volgens klaagster fouten en sommige zaken zijn anders verwoord. Klaagster heeft daarbij de in het dossier vermelde ernstige overgevoeligheid voor geluid genoemd. Zij voert aan dat zij die woorden niet heeft gebruikt en dat daar op dat moment absoluut geen sprake van was. Volgens haar heeft zij in het consult van januari 2019 aangegeven dat het in de periode dat zij diazepam slikte leek of zij minder goed tegen zeer harde geluiden kon. Toen zij bij de kno-arts kwam had zij hier geen last meer van. Ook heeft klaagster aangevoerd dat zij haar verkrampte kaak pas na deelname aan de test bij het verlaten van de spreekkamer heeft genoemd.

6.4 Het college overweegt dat de anamnese tijdens het consult in januari 2019 blijkens het dossier is afgenomen door een co-assistent (arts in opleiding) onder supervisie van de knoarts, en dat deze co-assistent ook de aantekeningen heeft gemaakt. De anamnese is uitgebreid en de aantekeningen zijn gedetailleerd. Het college vindt het op grond daarvan niet waarschijnlijk dat er zaken in staan die niet door klaagster zijn gezegd, al kan het zijn dat de bewoordingen niet precies overeenstemmen met haar woorden, omdat in een

medisch dossier vaak samenvattingen en zakelijke weergaven van de gevoerde gesprekken worden opgenomen. Wat aantoonbaar niet klopt, is de maand van verwijzing door de huisarts; dit moet november 2018 zijn in plaats van september 2018. Dit is echter van weinig belang. Wat de (over)gevoeligheid voor geluid betreft, vermeldt het dossier dat klaagster in november 2018 bij het gebruik van 5 mg diazepam/dag ernstige geluidsgevoeligheid had ervaren. In de volgende alinea, waar het klaarblijkelijk over het tijdstip van het consult gaat, is alleen nog genoteerd dat klaagster gevoeliger is voor harde geluiden, waarbij is vermeld dat diazepam de gevoeligheid voor geluid ook versterkt. Het woord ‘overgevoelig’ komt in het dossier niet voor en de gevoeligheid voor geluid staat in het dossier ook niet op de voorgrond. Gelet op de aantekeningen van het consult van  januari 2019 houdt het college het er verder voor dat klaagster toen ook al het slechte slapen en het kaakklemmen heeft gemeld. In ieder geval kan het college niet vaststellen dat er in het dossier tuchtrechtelijk verwijtbaar fouten zijn gemaakt of zaken onjuist zijn weergegeven. Dat betekent ook dat het college bij de verdere beoordeling de informatie in het dossier als uitgangspunt neemt.

Klachtonderdelen 1) onvoldoende voorlichting over de stapediusreflexmeting/geen informed consent; 2) onjuiste inschatting cruciale punten voor de stapediusreflexmeting; 3) stress bij klaagster door test en consult

6.5 Het college bespreekt deze klachtonderdelen gezamenlijk vanwege de samenhang.  Klaagster stelt dat zij onvoldoende is voorgelicht over de stapediusreflexmeting. Zij had tot een paar weken na de eerste uitgevoerde luchtdrukmeting last van oorpijn, trillingen en gevoeligheid voor luchtdrukverschillen. In het medisch dossier staat ook vermeld dat zij beslist geen tympanogram of stapediusreflexmeting wilde en dat die niet uitgevoerd mocht worden. Klaagster heeft hier na het gesprek met de kno-arts alleen mee ingestemd, omdat hij zei dat hij haar anders niet kon helpen. Zij voelde zich hierdoor overrompeld en onder druk gezet. Zij kreeg ook geen kans om uit te leggen waarom zij de test niet wilde doen of om uitleg te vragen over de inhoud, het belang en de risico’s van de test. De kno-arts heeft de risico’s van de test niet met haar besproken. De test is bovendien uitgevoerd om een analyse te kunnen maken, terwijl met het resultaat van de test bij voorbaat geen oplossing te behalen was voor oormyoclonus of voor tinnitus. Was klaagster hiervan eerder op de hoogte geweest, dan had zij geen medewerking verleend aan de test. Er zijn onnodige risico’s genomen met haar gezondheid. Na de stapediusreflexmeting is sprake van beduidende verergering van geluiden in haar rechteroor. In het linkeroor, waarvan klaagster voorheen geen last had, is nu ook sprake van geluiden. Daarnaast is zij nu overgevoelig voor geluid (hyperacusis). Volgens het audiologieboek van de Nederlandse Vereniging voor Audiologie (NVA) vormt hyperacusis een contra-indicatie voor de uitvoering van de test en is tinnitus een complicatie bij de uitvoering van de stapediusreflexmeting.

6.6 Het college is van oordeel dat van onzorgvuldig handelen van de kno-arts rond de stapediusreflexmeting niet is gebleken. De stapediusreflexmeting is – evenals de andere toegepaste onderzoeksmethoden – een beproefd en door kno-artsen heel vaak toegepast onderzoeksinstrument bij het zoeken naar de oorzaak van de klachten van een patiënt, omdat daarmee bepaalde gehoorstoornissen kunnen worden vastgesteld of juist uitgesloten, zoals myoclonus, maar ook andere aandoeningen. Ernstige klachten als gevolg van de stapediusreflexmeting zoals die door klaagster naar voren zijn gebracht, zijn onder kno-artsen niet bekend en ook nergens in de literatuur beschreven als een gevolg of complicatie van de stapediusreflexmeting of het tympanogram. Hoewel er, zoals klaagster aanvoert, geen meldpunt is voor dergelijke klachten, ligt het voor de hand dat het vaker optreden daarvan als duidelijk gevolg van een vaak toegepaste audiologische onderzoeksmethode wel via collegiaal overleg binnen de beroepsvereniging of via de vakliteratuur bekend zou worden. Voor zover zou komen vast te staan dat de huidige klachten van klaagster het gevolg zijn van de stapediusreflexmeting, was dit ten tijde van de consulten bij de kno-arts in ieder geval geen bekend risico. Dat hij onnodige risico’s heeft genomen met klaagsters gezondheid kan het college dan ook niet vaststellen.

6.7 Volgens klaagster heeft de kno-arts op voorhand gezegd dat er met de stapediusreflexmeting geen oplossing voor eventuele oormyoclonus te behalen was, omdat oormyoclonus alleen operatief te verhelpen valt. Zij heeft een verklaring van haar moeder overgelegd, die bevestigt dat de kno-arts een operatie voor myoclonus risicovol heeft genoemd en deze zou hebben afgeraden. De kno-arts heeft dit bestreden. Naar het oordeel van het college ligt het niet voor de hand dat de kno-arts de door klaagster en haar moeder opgevangen boodschap heeft willen uitzenden, enerzijds omdat het niet zinvol is te praten over een behandeling voor een nog niet gestelde diagnose en anderzijds omdat myoclonus daadwerkelijk met een kleine, weinig risicovolle ingreep kan worden opgeheven. De door klaagster hierover bijgevoegde andersluidende informatie is afkomstig van internet, zonder dat duidelijk is wie hiervan de auteur is en daarom niet zonder meer betrouwbaar. Ook als een operatieve ingreep bij myoclonus niet de eerste optie zou zijn, betekent dat nog niet dat de stapediusreflexmeting daarmee zinloos was, omdat daarmee ook myoclonus kan worden uitgesloten, zoals ook is gebeurd, of andere aandoeningen kunnen worden opgespoord.

6.8 Verder is het juist dat in het Audiologieboek van de NVA vermeld wordt dat na aanbieding van te sterk geluid bij de stapediusreflexmeting tinnitusverschijnselen kunnen optreden. Dit is inderdaad een bekende, af en toe optredende complicatie, maar daarbij gaat het steeds om tijdelijke, relatief kortdurende verschijnselen. De risico’s van een stapediusreflexmeting zijn dan ook niet van dien aard dat een kno-arts een patiënt daarop moet wijzen. Ook behoefden de gevoeligheid voor geluiden, de spanningen bij klaagster en de nare ervaring van klaagster met het eerdere tympanogram, die naar voren zijn gekomen in het consult in januari 2019, de kno-arts er niet van te weerhouden de stapediusreflexmeting bij haar uit te voeren. Zoals hiervoor overwogen stond de gevoeligheid voor harde geluiden op dat moment niet op de voorgrond, zoals klaagster zelf ook heeft aangevoerd. Bovendien had zij ten tijde van het consult geen oorpijn meer. De spanning bij klaagster was op zichzelf ook onvoldoende reden om af te zien van de stapediusreflexmeting. Al kan tinnitus onder invloed van spanning ontstaan of verergeren, de kno-arts had geen aanleiding om te veronderstellen dat de stapediusreflexmeting in combinatie met de spanning bij klaagster tot ernstige(r) klachten zou leiden. Uit het dossier blijkt dat klaagster al op tinnitus wijzende verschijnselen had. Tinnitus was op grond daarvan ook de werkdiagnose van de kno-arts. Hij heeft verder toegelicht dat hij er door een mededeling van klaagster van op de hoogte was dat de eerder geconsulteerde kno-arts een dun trommelvlies had geconstateerd, maar dat hij bij het lichamelijke onderzoek aan de oren van klaagster geen bijzonderheden zag, ook niet aan haar trommelvliezen, die er normaal uitzagen. Dit staat ook vermeld in de aantekeningen van het consult. Onder die omstandigheden kon de kno-arts redelijkerwijs de conclusie trekken dat er geen contra-indicaties waren voor het toepassen van de stapediusreflexmeting. Hij beschikte op dat moment nog niet over een dossier of verwijsbrief van de huisarts of de eerste kno-arts, maar ook nadat hij de verwijsbrief van januari 2019 had ontvangen mocht hij afgaan op zijn eigen bevindingen en ervaring.

6.9 Uit het voorgaande volgt dat niet is gebleken dat de kno-arts klaagster onjuiste informatie heeft verstrekt of haar onvoldoende heeft voorgelicht over eventuele risico’s. Na zijn – op zichzelf juiste – mededeling dat hij haar verder niet kon helpen als de stapediusreflexmeting niet zou worden uitgevoerd, heeft klaagster ingestemd met het onderzoek. In zoverre was sprake van informed consent. Het college kan niet vaststellen dat de kno-arts daarbij onbehoorlijke druk op klaagster heeft uitgeoefend. Wel is duidelijk dat zij dit zo heeft gevoeld. Zij heeft steeds haast en een gebrek aan empathie bij de kno-arts ervaren – ook in het telefoongesprek een aantal dagen na het consult – waarbij zij niet de ruimte heeft gevoeld om haar twijfels te uiten en vragen te stellen. De kno-arts heeft daarover op de zitting gezegd dat hij in februari 2019 heeft gemerkt dat klaagster gestresst was, dat hij heeft geprobeerd zo duidelijk mogelijk te zijn en dat hij daarbij mogelijk te dwingend is overgekomen. Door uit te leggen wat het belang van het nadere onderzoek was heeft hij geprobeerd klaagster gerust te stellen. Ook heeft hij klaagster, nadat was gebleken dat zij niet tevreden was over het consult van februari 2019, gebeld. In zijn beleving heeft hij tijdens het telefoongesprek van februari 2019 uitvoerig de vragen van klaagster beantwoord en met haar gesproken over tinnitus en de invloed van stress daarop. Hij heeft uitgelegd dat bij afname van spanningen de tinnitus naar verwachting ook zal afnemen. Hij heeft voor het gesprek tweemaal zoveel tijd genomen als hij gewoon is te doen bij een telefonisch consult, aldus de kno-arts. 

6.1 Het college overweegt dat het beter zou zijn geweest als de kno-arts bij de consulten, juist toen hij de stress bij klaagster opmerkte en nu het verband tussen stress en tinnitus hem bekend is, meer aandacht aan haar situatie zou hebben besteed en rustiger de tijd voor haar zou hebben genomen. Naast de medisch-technische inhoud is de relatie arts-patiënt belangrijk. Met name het vertrouwen speelt een belangrijke rol. In die relatie ligt echter – juist vanwege het (vaak grote) verschil in emotionele betrokkenheid – steeds het risico van miscommunicatie op de loer; zo hebben in dit geval de medisch-technische en op zichzelf juiste inlichtingen van verweerder klaagster kennelijk niet voldoende kunnen bereiken. Zij maakt(e) zich zorgen om haar toekomst en haar ervaringen met de eerdere luchtdrukmeting en heeft zich daarin niet gezien en gehoord gevoeld, terwijl de kno-arts haar in zijn beleving en voor zijn doen juist uitvoerig te woord heeft gestaan. Ondanks de hoge werk- en tijdsdruk, is het belangrijk het tempo en de inhoud van een consult af te stemmen op de patiënt, met andere woorden: meer te overleggen dan uit te leggen. Voldoende inlevingsvermogen bij een arts zal in het algemeen bijdragen aan het welzijn van de patiënt, aan de ervaren kwaliteit van de geboden zorg en aan het vertrouwen in de gezondheidszorg in het algemeen, en is in zoverre wenselijk.

Het voorgaande betekent niet dat de kno-arts tuchtrechtelijk verwijtbaar is tekortgeschoten in de zorg voor klaagster. Daarvoor is een relatief belangrijke mate van nalatigheid vereist, en daarvan is hier naar het oordeel van het college geen sprake geweest. Het is nu eenmaal niet iedereen in dezelfde mate gegeven zich in een ander in te leven. Dat geldt ook voor artsen. Gebleken is dat de kno-arts naar eer en geweten heeft geprobeerd klaagster te helpen en zijn best heeft gedaan om haar op haar gemak te stellen door informatie te verstrekken over haar gehoorproblemen en het nadere onderzoek. Inhoudelijk heeft hij dat volgens de professionele standaarden gedaan. Ook heeft hij klaagster teruggebeld toen zij te kennen had gegeven dat zij nog vragen had en heeft hij haar geadviseerd voor haar slaapproblemen en stress contact op te nemen met de huisarts. De kno-arts heeft op de zitting gezegd dat hij alles wat namens klaagster naar voren is gebracht meeneemt, ook ten aanzien van het luisteren en voldoende ruimte geven om een bepaald punt te maken.

Het college merkt nog op dat in het per 1 januari 2020 gewijzigde artikel 7:448 van het Burgerlijk Wetboek de normen voor zorgverleners op het punt van de informatieverstrekking aan en het overleg met de patiënt verder zijn verduidelijkt en aangescherpt. Dit artikel gold nog niet ten tijde van de hier aan de orde zijnde consulten.

6.11 Uit het voorgaande volgt dat ook de klachtonderdelen 1, 2 en 4 ongegrond zijn

6.12 Om redenen aan het algemeen belang zal het college bepalen dat deze beslissing in geanonimiseerde vorm wordt gepubliceerd zoals hierna vermeld. Dit algemene belang is erin gelegen dat mogelijk lering getrokken kan worden uit wat onder 6.10 is overwogen. 

6.         De beslissing

Het college:

  • verklaart de klacht ongegrond;
  • bepaalt dat deze beslissing geanonimiseerd in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en aan het tijdschrift Medisch Contact ter bekendmaking zal worden aangeboden. 

Deze beslissing is gegeven door N.B. Verkleij, voorzitter, B.S. Abdoelkariem, lid-jurist,

J.A.M. Engel, M.P. Copper en J.A. Carpay, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door 

B.J. Dekker, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 18 januari 2022.

voorzitter                                                                                            secretaris