ECLI:NL:TGZRSGR:2022:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/3018

ECLI: ECLI:NL:TGZRSGR:2022:14
Datum uitspraak: 18-01-2022
Datum publicatie: 20-01-2022
Zaaknummer(s): D2021/3018
Onderwerp: Onvoldoende informatie
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Ongegronde klacht tegen een kno-arts. Klager verwijt verweerster onduidelijkheid over haar rol bij de operatie, dat zij hem niet meteen na de operatie heeft verteld dat deze niet was gelukt en dat verweerster, nadat klager een aantal malen bij haar op consult was geweest, zonder bericht buiten beeld is geraakt. Naar het oordeel van het college moet de rol van verweerster bij de operatie klager voldoende duidelijk zijn geweest. Gebruikelijk dat collega-specialisten in een ziekenhuis met elkaar samenwerken en elkaar zo nodig vervangen. Voldoende is komen vast te staan dat verweerster klager direct na de operatie en gedetailleerd heeft geïnformeerd over het feit dat de ingreep niet geslaagd was en wat daarvan de oorzaak was. Dat verweerster later niet meer bij de behandeling van klager betrokken is geweest, zonder bericht daarover aan klager, is – ongeacht de reden daarvan – niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, omdat klager verzekerd bleef van de zorg van zijn hoofdbehandelaar. Klacht ongegrond verklaard.

Datum uitspraak: 18 januari 2022

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:

A ,

wonende te B,

klager,

tegen:

E , kno-arts,

werkzaam te D,

verweerster,

gemachtigde: mr. A.C. de Die, werkzaam te Amsterdam.
 

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het klaagschrift, ontvangen op 23 april 2021;
  • het verweerschrift met bijlagen.

De partijen hebben afgezien van de mogelijkheid om in het vooronderzoek mondeling te worden gehoord. De mondelinge behandeling door het college heeft plaatsgevonden op de openbare zitting van 7 december 2021. De partijen, verweerster bijgestaan door haar gemachtigde, zijn verschenen en hebben hun standpunten mondeling toegelicht.
De klacht is samen behandeld met een andere, met de klacht samenhangende zaak. Die zaak is bekend onder dossiernummer D2021/3015 en betreft de klacht tegen de hierna genoemde kno-arts C.
 

2. Waar gaat de zaak over en wat is de beslissing?

In 2010 heeft een collega-kno-arts van verweerster samen met haar klager succesvol geopereerd aan zijn linkeroor in verband met otosclerose. In 2011 hebben zij ook het rechteroor geopereerd. Deze operatie is voortijdig afgebroken, omdat er iets mis ging. Klager heeft nog heel veel klachten aan zijn beide oren en is daarom ontevreden over de verleende zorg. Het college komt tot de conclusie dat de klacht niet gegrond is. Hierna licht het deze beslissing toe.
 

3. Wat is er precies gebeurd?

3.1 Klager kwam in mei 2010 op verwijzing van zijn huisarts in behandeling bij een in het zelfde ziekenhuis als verweerster werkzame collega kno-arts van haar, C. C werd de hoofdbehandelaar van klager. Hij kwam na onderzoek tot de diagnose otosclerose aan beide oren en besloot in overleg met klager tot een operatie (stapedotomie) aan het rechteroor. Er was ook sprake van tinnitus in het rechteroor. Klager is, op verzoek van de hoofdbehandelaar, ook bij verweerster op consult geweest. Volgens het medisch dossier heeft dit consult plaatsgevonden in mei 2010. Verweerster onderschreef de diagnose en de indicatie voor de operatie. In september 2010 heeft de hoofdbehandelaar de operatie als eerste operateur samen met verweerster als tweede operateur uitgevoerd, met goed gevolg.

3.2 Tijdens een consult in juni 2011 gaf klager aan de hoofdbehandelaar te kennen dat hij zeer tevreden was over de operatie aan zijn rechteroor en dat hij ook graag aan zijn linkeroor wilde worden geopereerd. Deze operatie heeft in november 2011 plaatsgevonden, met verweerster als eerste operateur en de hoofdbehandelaar als tweede operateur. Bij het doorknippen van een pootje van de stijgbeugel in het oor ontstond een scheurtje in de voetplaat van de stijgbeugel. Daarom kon de operatie niet verder worden uitgevoerd en is deze afgebroken. Verweerster heeft in het dossier genoteerd: “Besloten over minimaal een jaar de stapesprothese te plaatsen als de voetplaat weer goed vast is gegroeid”.Na de operatie heeft verweerster klager bezocht. Daarbij heeft zij met hem gesproken over ‘olifantspootjes’.

3.3 Op .. november 2011, .. november 2011 en .. november 2011 is klager bij verweerster op consult geweest voor de postoperatieve controles. Volgens het dossier constateerde verweerster in het laatstgenoemde consult een wondinfectie. Zij heeft genoteerd dat sprake was van een loopoor na stapedotomie en een trommelvliesdefect. Daarna kwam klager meestal bij de hoofdbehandelaar op consult. Verweerster heeft hem nog gezien op .. februari 2012, .. maart 2012 en .. mei 2012 en het laatste consult bij verweerster heeft plaatsgevonden in december 2013. Zij heeft klager toen, na beoordeling door de hoofdbehandelaar in december december 2013, herbeoordeeld en een buisje in het linkeroor geplaatst. Daarna is zij niet meer bij de behandeling van klager betrokken geweest.

4. Wat houdt de klacht in en wat is het antwoord van verweerster?

4.1 Klager verwijt verweerster, zo begrijpt het college:

  1. dat hem niet duidelijk is gemaakt wat haar rol was bij de operatie in 2011;
  2. dat zij hem niet meteen na de operatie in 2011 heeft verteld dat deze niet was gelukt;
  3. dat verweerster, nadat klager een aantal malen bij haar op consult was geweest, zonder bericht buiten beeld is geraakt.

Klager gaat er vanuit dat er fouten zijn gemaakt bij zijn behandeling, met als gevolg dat hij nog steeds veel en ernstige klachten heeft en schade lijdt.

4.2 Volgens verweerster is klager destijds wel duidelijk gemaakt dat zij hem mede zou opereren. Zij heeft hem ook direct na de operatie uitgelegd wat er gebeurd was. Het klopt dat zij in 2015 geen consulten meer met klager heeft gehad. Dit was het gevolg van een fietsongeval, waardoor zij langere tijd is uitgevallen. Verweerster verzoekt het college de klacht ongegrond te verklaren. Voor zover nodig gaat het college hieronder verder in op het verweer.

5. De beoordeling

5.1 Het is duidelijk is dat klager erg veel last heeft van zijn oorproblemen. Deze klachten belemmeren goede communicatie met zijn familie en anderen en raken ook andere belangrijke facetten van zijn leven, zoals de muziek. Dat is heel naar voor klager en zijn naasten en het college betreurt dat zeer.

5.2 De vraag is of beklaagde heeft gehandeld in strijd met de zorg die van de kno-arts verwacht mag worden. Dat is een zakelijke beoordeling. De norm daarbij is een redelijk bekwame en redelijk handelende kno-arts. Bij de beoordeling houdt het college rekening met de op het moment van de zorgverlening geldende beroepsnormen en wetenschappelijke inzichten.Klachtonderdeel a) onduidelijkheid over rol verweerster in 2011

5.3 Klager begrijpt niet waarom de ochtend na de operatie van november 2011 verweerster aan zijn bed stond, terwijl hij op de dag van de operatie alleen verweerder heeft gezien. Hij weet niet waarom verweerster hem in behandeling heeft genomen.Verweerster heeft toegelicht dat de hoofdbehandelaar en zij in 2010 in het ziekenhuis intensief samenwerkten. Zij zijn beiden gespecialiseerd in aandoeningen aan de oren (otologie of oorheelkunde). Verweerster had veel ervaring met de betreffende operatie (stapedotomie) en deze werd in die tijd in het ziekenhuis door twee operateurs verricht. De hoofdbehandelaar heeft dit klager meegedeeld en omdat hij de operatie samen met verweerster zou verrichten, wilde de hoofdbehandelaar graag dat klager met haar zou kennis maken en dat ook zij het oor van klager zou beoordelen. Klager heeft hiermee ingestemd en is in mei 2010 bij verweerster op consult geweest.

5.4 Het college overweegt dat ter zitting is gebleken dat klager zich het consult van mei 2010 bij verweerster niet herinnert. Uit het dossier blijkt dat dit wel heeft plaatsgevonden. Verweerster heeft ook de eerste operatie van klager samen met de hoofdbehandelaar uitgevoerd. Zij is daarmee de medebehandelaar van klager geworden. Gelet op de uitleg van verweerster en het feit dat het genoemde consult bij haar heeft plaatsgevonden, is klager naar het oordeel van het college voldoende over de rol van verweerster bij de eerste operatie geïnformeerd.Verweerster heeft vervolgens ook de tweede operatie van klager uitgevoerd, dit keer als eerste operateur. Voor zover klager niet uitdrukkelijk zou zijn meegedeeld dat ook de tweede operatie mede door verweerster zou worden uitgevoerd, kan dit verweerster niet tuchtrechtelijk worden verweten. Klager kende verweerster al als zijn medebehandelaar, nu hij vóór de eerste operatie door haar was gezien en door haar was geopereerd, en hij was er van op de hoogte dat de bewuste operatie altijd door twee artsen werd verricht. Verweerster heeft klager ook de ochtend na de tweede operatie bezocht en met hem over die operatie gesproken. Verder heeft verweerster de postoperatieve controles gedaan. Daarmee moet de rol van E bij de tweede operatie klager voldoende duidelijk zijn geweest. Klager is daarna nog zowel bij E als bij verweerder op consult geweest. Het is gebruikelijk dat collega-specialisten in een ziekenhuis met elkaar samenwerken en elkaar zo nodig vervangen.Klachtonderdeel b)  na operatie in 2011 niet direct ingelicht

5.5 Klager heeft verder aangevoerd dat hem niet meteen na de operatie in 2011 is verteld dat deze niet was gelukt. Hij kan zich niet goed herinneren wat er in het gesprek met verweerster in november 2011 is besproken. Klager weet nog wel dat verweerster in dat gesprek 'olifantspootjes' heeft genoemd. Op de zitting heeft verweerster verklaard dat zij nog precies weet dat zij in dat gesprek gedetailleerd uiteen heeft gezet dat de operatie niet was geslaagd en wat er was gebeurd, omdat sprake was van uitzonderlijk sterk ontwikkelde pootjes van de stijgbeugel; vandaar haar woord ‘olifantspootjes’. Zij heeft dat maar één keer gezien – bij klager – en daarom heeft zij het beeld daarvan nog duidelijk op haar netvlies. Zij was ook onder de indruk dat zij de operatie had moeten afbreken vanwege de anatomische situatie van het oor van klager, aldus verweerster.Het college overweegt dat vast staat dat verweerster als eerste operateur klager heeft bezocht, en daarbij de ‘olifantspootjes’ heeft benoemd. Dit is een belangrijk detail van de bewuste operatie en de oorzaak van het mislukken daarvan. Gelet daarop, en op de uitleg van verweerster, is voldoende komen vast te staan dat zij hem direct na de operatie en gedetailleerd heeft geïnformeerd over het feit dat de ingreep niet geslaagd was en wat daarvan de oorzaak was.Het college merkt nog op dat het scheuren van de bodemplaat bij het doorknippen van een pootje van de stijgbeugel een complicatie is van de operatie en niet als fout van de operateur kan worden aangemerkt. Niet gebleken is dat bij de operatie onzorgvuldig zou zijn gehandeld.Klachtonderdeel c)  als (mede)behandelaar buiten beeld geraakt

5.6 Uit het dossier blijkt dat klager na mei 2012 alleen nog in december 2013 bij verweerster op consult is geweest. Verweerster wijt dit aan haar fietsongeval in 2015. Het college acht de reden van het buiten beeld van klager raken van verweerster niet van belang. Dat zij na 2013 niet meer bij de behandeling van klager betrokken is geweest, zonder bericht daarover aan klager, is – ongeacht de reden daarvan – niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, omdat klager verzekerd bleef van de zorg van zijn hoofdbehandelaar.

Conclusie

5.7 Het college komt tot de slotsom dat verweerder niet in strijd heeft gehandeld met de professionele normen voor kno-artsen en de zorg die zij tegenover klager in acht moest nemen. De klacht zal ongegrond worden verklaard.


6.         De beslissing


Het college verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door N.B. Verkleij, voorzitter, B.S. Abdoelkariem, lid-jurist, J.A.M. Engel, M.P. Copper en J.A. Carpay, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door B.J. Dekker, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 18 januari 2022.

voorzitter                                                                                           secretaris