ECLI:NL:TGZRSGR:2021:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/81

ECLI: ECLI:NL:TGZRSGR:2021:150
Datum uitspraak: 22-12-2021
Datum publicatie: 22-12-2021
Zaaknummer(s): D2021/81
Onderwerp: Onvoldoende informatie
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt beklaagde dat hij klager niet heeft willen behandelen dan wel nader onderzoek heeft willen doen naar zijn te lage aantal bloedplaatjes, terwijl dat voor klager een risicofactor is. Het College is van oordeel dat uit het medisch dossier blijkt dat beklaagde adequaat onderzoek heeft gedaan. De waarde van de trombocyten van klager zijn tweemaal onderzocht. De waardes waren in beide gevallen niet lager dan 80. Beklaagde heeft dan ook in redelijkheid kunnen besluiten klager niet voor verder (preventief) onderzoek door te verwijzen naar bijvoorbeeld een internist of voor een beenmergpunctie. Er was immers geen sprake van afwijkingen in het bloed. Ook had klager geen klachten. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:

A ,

wonende te B,

klager,

tegen:

C , huisarts,

werkzaam te B,

beklaagde,

gemachtigde: mr. M.E.M. van Eeden werkzaam te Utrecht.

1.       Het verloop van de procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het klaagschrift, ontvangen op 20 april 2021;
  • het verweerschrift.

1.2 De partijen hebben afgezien van de mogelijkheid om in het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.

1.3 Het College heeft de klacht op 10 november 2021 in raadkamer behandeld.

2. De feiten

2.1 Beklaagde is sinds maart 2020 de huisarts van klager. Klager is bekend met trombocytopenie en daarom wordt op advies van de internist periodiek (half jaarlijks) het aantal bloedplaatjes bepaald. In de brief van de behandeld internist van D van 18 december 2015 staat onder andere:

(…) Bespreking: bovengenoemde patient zag ik eerder in verband met een trombocytopenie. Ik stopte daarom de simvastatine maar onder deze medicatie zie je dat de trombocyten zo blijven hangen rond de 105 a 110. Zeer waarschijnlijk is er dus sprake van een ITP die nu wel gedurende 1 1/2 jaar stabiel is. Patient heeft hiervan geen klachten. Gaarne zou ik u dus willen vragen de controle weer over te nemen en 1 x per half jaar de trombocyten te bepalen. Bij trombocyten onder de 80 is er een indicatie om opnieuw naar ons te verwijzen (…)”.
 

2.2 Op 26 maart 2021 is de waarde van de trombocyten onderzocht; daaruit bleek het aantal trombocyten 99.

2.3 Op 16 april 2021 heeft klager tijdens een consult met beklaagde gevraagd om een beenmergpunctie. Klager heeft daarbij aangegeven dat zijn oom kanker heeft en zijn vader is overleden aan alvleesklierkanker. In reactie hierop heeft beklaagde in het medisch dossier het volgende genoteerd:

(…) Pt heeft geen klachten. uitleg geen indicatie voor preventief onderzoek (…)”.

2.4       Op 26 mei 2021 is de waarde van de trombocyten onderzocht; daaruit bleek het aantal trombocyten 109.
 

3. De klacht

Klager verwijt beklaagde dat hij klager niet heeft willen behandelen dan wel nader onderzoek heeft willen doen naar zijn te lage aantal bloedplaatjes, terwijl dat voor klager een risicofactor is.

4. Het standpunt van beklaagde

De beklaagde heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.
 

5. De beoordeling

5.1 Het College stelt voorop dat het bij de tuchtrechtelijke beoordeling van beroepsmatig handelen niet gaat om de vraag of dat handelen beter had gekund. Er moet een antwoord worden gegeven op de vraag of de aangeklaagde beroepsbeoefenaar binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is gebleven. Daarbij moet rekening worden gehouden met de stand van de wetenschap ten tijde van het handelen en met wat toen in de beroepsgroep als norm was aanvaard. 

5.2 Het College is van oordeel dat uit het medisch dossier blijkt dat beklaagde adequaat onderzoek heeft gedaan. Op 26 maart 2021 en op 26 mei 2021 is de waarde van de trombocyten van klager onderzocht. De waardes waren in beide gevallen niet lager dan 80. Beklaagde heeft dan ook in redelijkheid kunnen besluiten klager niet voor verder (preventief) onderzoek door te verwijzen naar bijvoorbeeld een internist of voor een beenmergpunctie. Er was immers geen sprake van afwijkingen in het bloed. Ook had klager geen klachten.

5.3 Om bovenstaande redenen zal de klacht kennelijk ongegrond worden verklaard.

6. De beslissing

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag beslist als volgt:

verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 22 december 2021 door Y.J. Wijnnobel-van Erp, voorzitter, I.K. Spros, lid-jurist, M. Bezemer, B. van Ek en V.M. Schijf, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door B. Dekker, secretaris.