ECLI:NL:TGZRSGR:2021:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/3193

ECLI: ECLI:NL:TGZRSGR:2021:140
Datum uitspraak: 08-12-2021
Datum publicatie: 09-12-2021
Zaaknummer(s): D2021/3193
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist. Naar het oordeel van het college gaven de anamnese en het lichamelijk onderzoek geen reden om aanvullend onderzoek te doen naar de buikklachten van klaagster. Klacht kennelijk ongegrond.

Kenmerk: D2021/3193


Datum uitspraak: 8 december 2021


Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven in de klacht van:


A,
wonende in B,
klaagster,


tegen:


C, internist,
werkzaam in D,
beklaagde,
gemachtigde: mr. E werkzaam in D.


1. Het verloop van de procedure


1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:


- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 18 maart 2021;
- het aanvullend klaagschrift met bijlagen;
- het verweerschrift met bijlagen;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 16 september 2021. Klaagster is niet bij dit vooronderzoek verschenen. Beklaagde en zijn gemachtigde waren wel aanwezig.


1.2 Het College heeft de klacht op 27 oktober 2021 in raadkamer behandeld.

2. De feiten


2.1 Klaagster heeft al lange tijd last van buikklachten en is hiervoor in 2005, 2009, 2012 en 2016 in F in D (hierna: ziekenhuis) onderzocht. In 2005 en in 2009 zijn haar klachten, na onder andere een gastroscopie, colonoscopie en echografie, geduid als passend bij lactose-intolerantie en een prikkelbaar darmsyndroom. Ook in 2012 en 2016 zijn er echo’s van haar buik gemaakt. Deze echo’s lieten geen bijzonderheden zien.


2.2 Op 1 maart 2019 is klaagster opnieuw door haar huisarts naar het ziekenhuis verwezen vanwege buikklachten en op 6 maart 2019 is er wederom een echo van haar buik gemaakt. Hierop was te zien dat klaagster een vergrote lever had en dat er sprake was van leververvetting. Verder werden er geen bijzonderheden geconstateerd.


2.3 Vervolgens is klaagster op 9 april 2019 door beklaagde op het spreekuur gezien. Beklaagde heeft lichamelijk onderzoek uitgevoerd en met klaagster gesproken over haar medische voorgeschiedenis, de verrichte onderzoeken en de uitkomsten daarvan. Beklaagde heeft geen redenen gezien om aanvullend onderzoek te doen.


2.4 Op 9 juni 2020 heeft klaagster zich gemeld op de Spoedeisende Hulp van het ziekenhuis met een gezwollen linkerhelft van haar gezicht en een afhangende mondhoek. Er is toen, onder andere, een CT-scan gemaakt van de hals, borst en buikholte. Daarop zag de radioloog een afwijking in de buikholte, wat mogelijk een uitzaaiing van een neuro-endocriene tumor (NET) was. Er is vervolgens op 30 juni 2020 een PET CT-scan gemaakt. Deze toonde afwijkingen op drie plekken in de dunne darm en twee afwijkingen in de lever. Beklaagde is daarna gediagnostiseerd met (uitgezaaide) NET. Een behandeling gericht op genezing bleek niet meer mogelijk.


3. De klacht


Klaagster verwijt beklaagde dat hij in zijn zorgplicht tegenover klaagster tekort is geschoten doordat hij op 9 april 2019 geen aanvullend diagnostisch onderzoek heeft gedaan.

4. Het standpunt van beklaagde


Beklaagde heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.


5. De beoordeling


5.1 Het College stelt voorop dat de situatie van klaagster verdrietig is. Aan het College ligt de vraag voor of beklaagde op 9 april 2019 onzorgvuldig heeft gehandeld door geen aanvullend onderzoek bij klaagster te doen. Het College is van oordeel dat dit niet zo is. Beklaagde kan met betrekking tot zijn handelswijze geen tuchtrechtelijke verwijt worden gemaakt en de klacht wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard. Het College licht deze beslissing hieronder toe.


5.2 Voorafgaand aan het consult op 9 april 2019 heeft beklaagde gekeken naar de voorgeschiedenis van klaagster, naar de uitslagen van de echo’s en het uitgevoerde ontlasting- en bloedonderzoek. Daarnaast heeft beklaagde overleg gehad met een collega MDL-arts over het in te zetten beleid. Dit getuigt van een zorgvuldige voorbereiding. Beklaagde heeft geoordeeld dat hij het wel of niet uitvoeren van aanvullend onderzoek af liet hangen van zijn beoordeling tijdens het gesprek met klaagster. Van belang was of er veranderingen waren in haar situatie. Omdat er bij klaagster al bij meerdere onderzoeken geen somatische verklaring was gevonden voor haar al lang bestaande buikklachten, was dit een logische en correcte handelwijze.


5.3 Tijdens het consult bleek dat er geen sprake was van verandering in de stoelgang van klaagster. Ook was er geen sprake van (opvallend) gewichtsverlies. Klaagster had last van haar buik, een opgeblazen gevoel, wisselende ontlasting en drukklachten naar de rug. Dit waren klachten waar klaagster al jarenlang aan leed en waar al eerder uitgebreid onderzoek naar was gedaan. Daarnaast heeft beklaagde lichamelijk onderzoek verricht. Beklaagde constateerde dat – zoals ook op de recent (6 maart 2019) gemaakte echo te zien was – er sprake was van leververvetting en een vergrote lever. Er was geen sprake van andere afwijkende bevindingen in de buik. De leververvetting en de vergrote lever konden goed verklaard worden door de al lang bestaande, en slecht gereguleerde, diabetes mellitus (suikerziekte) van klaagster.


5.4 De anamnese en het lichamelijk onderzoek gaven naar het oordeel van het College geen reden om aanvullend onderzoek te doen. Dat beklaagde een afwachtend beleid heeft uitgevoerd is dan ook niet onzorgvuldig geweest.


5.5 De conclusie is dan ook dat beklaagde tuchtrechtelijk geen verwijt kan worden gemaakt.


6. De beslissing


Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag beslist als volgt:


verklaart de klacht kennelijk ongegrond.


Deze beslissing is gegeven op 8 december 2021 door E.P. de Beij, voorzitter, A.C. Hendriks, lid-jurist, A.M.J.S. Vervest, H.W.B. Schreuder, P.M. Netten, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door R. van der Vaart, secretaris.