ECLI:NL:TGZRSGR:2021:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/3003
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSGR:2021:121 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 16-11-2021 |
| Datum publicatie: | 18-11-2021 |
| Zaaknummer(s): | D2021/3003 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen een radioloog. Klaagster verwijt de radioloog dat hij haar de MRI-beelden van een ander heeft meegegeven en dat de rapportage op basis van deze beelden haar niet betreft. Dit kan door het college niet worden vastgesteld op basis van de door klaagster overgelegde stukken. Klaagster heeft geen gehoor gegeven aan het verzoek van het college om alle van haar gemaakte MRI-beelden te overleggen, terwijl zij als enige over deze beelden beschikt. Klacht kennelijk ongegrond. |
Kenmerk: D2021/3003
Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing
gegeven inzake de klacht van:
A,
wonende te B,
klaagster,
tegen:
C, radioloog,
werkzaam te D,
verweerder, hierna: de radioloog,
gemachtigde: mr. R. Kroes, werkzaam te Amsterdam.
1. De procedure
1.1 Het college heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 4 juni 2021;
- het verweerschrift met bijlagen;
- de brief van klaagster van 26 augustus 2021 met een bijlage, ontvangen op 27 augustus
2021.
1.2 Het college heeft de klacht op basis van de stukken beoordeeld.
2. Waar gaat de zaak over?
2.1 Klaagster is op 3 oktober 2017 bij E geweest om een MRI-scan van haar onderbuik
te laten maken, vanwege klachten van een onregelmatige menstruatie en pijn in haar
onderbuik. De radioloog heeft de MRI-scan gemaakt, de bevindingen vastgelegd in een
MRI-rapportage en deze met klaagster besproken. Klaagster heeft de MRI-beelden meegekregen.
Op verzoek van klaagster zijn de beelden haar later nogmaals toegezonden.
2.2 Volgens klaagster zijn de verstrekte MRI-beelden – de beelden die zij heeft meegekregen
en de identieke beelden die zij later heeft ontvangen – niet van haar, maar betreffen
het beelden van (onder andere) de onderbuik van een man. Uit haar klaagschrift volgt
dat zij van mening is dat er sprake is van een onjuiste rapportage.
2.3 De (gemachtigde) van de radioloog stelt zich allereerst op het standpunt dat klaagster
niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar klacht, omdat het klaagschrift niet
voldoet aan de eisen. Verder stelt de radioloog dat er geen sprake is geweest van
enige verwisseling van medische gegevens met die van een andere patiënt en dat hij
het consult geheel volgens protocol heeft uitgevoerd.
3. Wat is het oordeel van het college?
3.1 Het college is van oordeel dat klaagster ontvankelijk is in haar klacht, maar
dat de radioloog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Voor die beslissing
acht het college het volgende van belang.
Is de klacht ontvankelijk?
3.2 Anders dan de radioloog in het verweerschrift naar voren heeft gebracht, heeft
klaagster volgens het college voldoende duidelijk gemaakt op welk handelen of nalaten
van de radioloog de klacht betrekking heeft. Klaagster verwijt de radioloog dat hij
haar beelden van een ander heeft meegegeven en dat de rapportage op basis van deze
beelden haar niet betreft. Het college zal de klacht daarom inhoudelijk behandelen.
Zijn er onjuiste beelden van de MRI-scan aan klaagster meegegeven?
3.3 Het college kan niet vaststellen dat het standpunt van klaagster juist is. Het
standpunt vindt geen steun in de door klaagster overgelegde bijlagen, waarin slechts
twee hele kleine afbeeldingen van een MRI-beeld zijn opgenomen. Zo kan niet worden
vastgesteld of deze beelden door de radioloog zijn gemaakt, of deze een man of een
vrouw betreffen en ook de naam van de betreffende persoon en de datum kunnen niet
worden afgelezen. Deze beelden onderbouwen de klacht van klaagster daarom niet. Klaagster
heeft bovendien geen gehoor gegeven aan het verzoek van het college om alle van haar
gemaakte MRI-beelden te overleggen.
Klaagster beschikt namelijk als enige over deze beelden, omdat zij E heeft verzocht
de MRI-beelden te vernietigen, aan welk verzoek gehoor is gegeven. Omdat klaagster
deze beelden niet heeft overgelegd kan het college ook op grond van deze beelden niet
vaststellen dat haar klacht hout snijdt.
3.4 Omdat klaagster haar klacht niet verder heeft onderbouwd met stukken, heeft het
college geen aanknopingspunten haar in haar opvatting dat sprake is van een verwisseling
van de beelden – met als gevolg dat de rapportage op basis van de beelden ook geen
betrekking heeft op haar – te volgen. Uit hetgeen klaagster heeft aangevoerd volgt
dan ook niet dat de radioloog tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Conclusie
3.5 De conclusie is dat het volstrekt duidelijk is dat de radioloog geen verwijt kan worden gemaakt zoals bedoeld in artikel 47, eerste lid onder a, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg. De klacht is daarom kennelijk ongegrond.
4. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 16 november 2021 door J. Brand, voorzitter, G.A. Hoffland en E.P. van Heuzen, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door R.C. Kruit, secretaris.