ECLI:NL:TGZRSGR:2013:YG2821 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2011-261b

ECLI: ECLI:NL:TGZRSGR:2013:YG2821
Datum uitspraak: 09-04-2013
Datum publicatie: 09-04-2013
Zaaknummer(s): 2011-261b
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: 2011-261b: Klagers verwijten de huisarts dat hij onzorgvuldig is omgegaan met en nalatig is gebleven ter zake van de kenbaar gemaakte ernstige alarmsymptomen van kortademigheid, bovenbuik pijn en langer bestaande hartkloppingen. De arts heeft volgens klagers de triage niet binnen de wettelijke termijn van een uur heeft gefiatteerd. Toen hij het dossier om 7.49 uur in handen kreeg heeft hij niet adequaat gereageerd. Hij had patiënte toen alsnog moeten bellen. Klacht afgewezen.  

Datum uitspraak: 9 april 2013                  

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te 's-Gravenhage heeft de navolgende beslissing gegeven inzake de klacht van:

A en B,

wonende te C,

klagers,

tegen:

D, huisarts,

wonende te E,

de persoon over wie geklaagd wordt,

hierna te noemen: de arts.

1. Het verloop van het geding

Het klaagschrift, met bijlagen, is ontvangen op 31 januari 2012. De arts heeft bij brieven van 28 februari 2012, met bijlage, en van 4 maart 2012 verweer gevoerd tegen de klacht. Vervolgens is gerepliceerd en gedupliceerd. Daarna heeft het College op 27 juni 2012 een brief van klagers ontvangen en op 27 december 2012 een brief van de arts, met een bijlage. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om in het vooronderzoek mondeling te worden gehoord. De mondelinge behandeling door het College heeft plaatsgevonden ter openbare zitting van 12 februari 2013. Klagers hebben tevoren bericht niet ter zitting aanwezig te zullen zijn. De arts is verschenen en heeft zijn standpunt mondeling toegelicht.

2. De feiten

2.1 Klagers zijn de ouders van F, geboren in 1975 en overleden in 2011, hierna ook te noemen: patiënte.

2.2 De arts deed in de nacht van 5 op 6 april 2011 als enige arts dienst bij de huisartsenpost te G, hierna te noemen: de HAP. 

2.3 Nadat patiënte, destijds wonende te C, op 5 april 2011 haar waarnemend huisarts had geconsulteerd en deze in verband met een luchtweginfectie het antibioticum ciproxin had voorgeschreven, hebben zij en haar vriend in de nacht van 5 op 6 april 2011 eerst rond 3.00 uur twee keer de meldkamer (112) gebeld en vervolgens om 3.20 uur de HAP. Zij hebben gesproken met een doktersassistentie, die hierna ook de triagiste wordt genoemd. Als klacht/hulpvraag staat op het door haar opgemaakte formulier genoteerd: Overgeven. Bij  TAS Assessment staat onder meer: al dagen diarree (buikgriep volgens huisarts), slap, kilo’s afgevallen, helemaal op, nachten niet geslapen, vanochtend AB voorgeschreven gekregen vanwege luchtweginfectie, sinds ongeveer een uur flink aan het overgeven, hevige maagpijn, erg in paniek. Zij heeft patiënte en haar vriend adviezen gegeven over onder meer vocht innemen. Op het formulier staat bij Nazorg dat patiënte contact zoekt met eigen huisarts. Om 7.49 uur is de arts van deze melding van 3.20 uur op de hoogte gesteld. Hij heeft deze toen met de triagiste besproken.

2.4 Kort daarna in de ochtend van 6 april 2011 heeft patiënte haar eigen huisarts gebeld. Deze heeft naar aanleiding van dit telefoongesprek een visite afgelegd en patiënte na eigen onderzoek en een longfoto en bloedonderzoek in het H te G verwezen naar een longarts in het H te I. Patiënte is die ochtend door de longarts gezien en vervolgens opgenomen, met een dubbelzijdige longontsteking. Op 11 april 2011 is zij daar wegens progressief hartfalen en spierzwakte opgenomen op de afdeling intensive care. Zij is vervolgens van 18 tot en met 22 april 2011 op verwijzing van het H opgenomen geweest op de afdeling intensieve zorg van het J te K; op 22 april 2011 is zij naar het H teruggekeerd, waar zij op 23 april 2011 is overleden.

2.5 Naar aanleiding van een klacht van klagers bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg is er desgevraagd door de Inspectie een Calamiteitenonderzoek gedaan door de Stichting Huisartsendienstenstructuur, waaronder de huisartsenpost G valt, en is onderzoek gedaan door de Veiligheidsregio, waaronder de meldkamer valt.

De aanbevelingen van de onderzoekscommissie zijn:

1. dat de casus besproken dient te worden op de werkoverleggen van de triagisten en in de nascholing van huisartsen; dat door toevalligheden (informatie door een voorafgaande call van de meldkamer, bijwerking antibioticum, de mening vriend over gedrag patiënte) de triage anders is verlopen dan gewenst;

2. dat voor wat het fiatteren binnen 1 uur betreft door de Stichting recent afspraken zijn gemaakt en voorzieningen zijn getroffen, waarnaar de onderzoekscommissie verwijst;

3. dat een protocol “urgentiebepaling bij een tweede hulpvraag binnen 24 uur” dient opgesteld te worden en de assistenten en de artsen via de geëigende kanalen geïnformeerd dienen te worden.  

De onderzoekscommissie is van mening dat de ziekenhuisopname en later het overlijden van patiënte niet vermeden hadden kunnen worden door interventie vanuit de HAP. Volgens de commissie zou, indien er eerder gefiatteerd was en er een hogere urgentie was toegekend en er daardoor mogelijk ’s nachts nog een actie vanuit de HAP (telefonische consult/visite) zou zijn geboden, dit het uiteindelijke beloop van de gebeurtenissen niet zou hebben beïnvloed.

  3. De klacht

De klacht luidt dat de arts onzorgvuldig en nalatig is geweest door aan de dochter van klagers geen hulp te geven bij ernstige alarmsymptomen: kortademigheid, pijn in de bovenbuik en langer bestaande hartkloppingen, en dat hij in strijd heeft gehandeld met het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg. Het telefoongesprek om 3.20 uur met de HAP was al het derde verzoek om hulp na de twee eerdere verzoeken aan de meldcentrale (112). De triagiste van de HAP, die dit wist, had een arts moeten raadplegen. De arts had de melding binnen een uur moeten fiatteren. Hoewel de arts wist dat het ging om het derde telefoontje die nacht, heeft hij, toen hij het dossier om 7.49 uur in handen kreeg, ook niet adequaat gereageerd. Hij had toen alsnog patiënte moeten opbellen. Als dienstdoende huisarts was de arts verantwoordelijk voor de triagiste. De arts is dan ook mede-verantwoordelijk voor de verslechtering van de cardiale conditie van patiënte, die haar fataal is geworden.

4. Het standpunt van de arts

De arts heeft het formulier van de melding bij de HAP, met het zgn. TAS Assessment, overgelegd. Onder verwijzing daarnaar stelt hij dat, zou hij dit eerder dan om 7.49 uur onder ogen hebben gehad, hij zeker naar patiënte zou hebben gebeld om zich beter te laten infomeren over haar situatie. Volgens hem zou gezien de informatie een consult noodzakelijk zijn geweest. Hij stelt dat een organisatiefout ten grondslag lag aan deze misser. Na lezing van het TAS Assessment en uitleg van de triagiste was het inmiddels 8 uur. Nadat de triagiste hem had verzekerd dat patiënte om 8 uur de eigen huisarts zou bellen heeft hij ervan afgezien haar zelf nog te bellen en heeft hij het beleid aan de eigen huisarts overgelaten. Naar aanleiding van de bevindingen en aanbevelingen het Calamiteitenonderzoek heeft de HAP de richtlijn ingevoerd dat telefonische consulten door triagisten binnen een uur door een arts gefiatteerd moeten worden en zijn de triagisten bijgeschoold in telefonische consulten. De arts bestrijdt dat de cardiale conditie, die de dochter van klagers fataal is geworden, door de gang van zaken bij de HAP is verslechterd, nu er bij de opname sprake bleek te zijn van een lichte tot matige decompensatio cordis.  

5. De beoordeling

5.1  Met de arts oordeelt ook het College dat er gelet op de aard en ernst van de melding en het feit dat naar bekend was daarvoor al twee keer naar 112 was gebeld, naar aanleiding van de melding van 3.20 uur aandacht van een arts nodig was. Het College heeft echter uitsluitend te oordelen over het handelen of nalaten van de arts. Vast staat dat de arts pas om 7.49 uur van de melding op de hoogte was. De tijd tussen de kennisneming van de HAP-melding en 8.00 uur – het tijdstip waarop patiënte haar eigen huisarts zou bellen - is zo kort dat de arts erop mocht vertrouwen dat de eigen huisarts het beleid zou bepalen, wat ook is gebeurd. De arts heeft dan ook niet onzorgvuldig gehandeld en is niet nalatig geweest door niet om 8.00 uur alsnog de patiënte op te bellen. In beginsel is een arts niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk voor het handelen van een assistente op een huisartsenpost, zoals in dit geval de triagiste. Desgevraagd heeft de arts gesteld dat de triagiste ervaren is en een goede reputatie heeft. Het College ziet dan ook geen aanleiding om de arts in dit geval wel tuchtrechtelijk te verwijten dat hij niet eerder dan pas om 7.49 uur van de melding op de hoogte is gesteld.

elke melding binnen een uur door een arts gefiatteerd. 

5.2 De conclusie is dat de klacht zal worden afgewezen.

6. De beslissing

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te ’s-Gravenhage beslist als volgt:

wijst de klacht af.

Deze beslissing is gegeven door mr. L.J. Sarlemijn, voorzitter, dr. G.J. Dogterom en M. Keus, leden-artsen, bijgestaan door mr. C.G. Versteeg, secretaris en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 april 2013.

voorzitter                                                                                          secretaris

Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezond­heidszorg door:

a.         de klager en/of klaagster, voorzover de klacht is afgewezen, of voorzover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard;

b.         degene over wie is geklaagd;

c.         de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van de volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hun toevertrouwde belangen aangaat.

Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroep­schrift wordt ingezon­den bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcolle­ge voor de Gezondheidszorg te

's-Gravenhage, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.