ECLI:NL:TGZRGRO:2022:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen g2020/46

ECLI: ECLI:NL:TGZRGRO:2022:8
Datum uitspraak: 11-02-2022
Datum publicatie: 17-02-2022
Zaaknummer(s): g2020/46
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Klacht tegen psychiater. Klager verblijft in een tbs-kliniek. Hij verwijt de psychiater dat deze instemde met het advies om aan klager dwangmedicatie te geven. Het college is van oordeel dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en verklaart de klacht kennelijk ongegrond. 

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE GRONINGEN

Beslissing in raadkamer d.d. 11 februari 2022 naar aanleiding van de op 17 augustus 2020 bij het Regionaal Tuchtcollege te Groningen ingekomen klacht van

A , te B,

k l a g e r

-tegen-

C , psychiater, (destijds) werkzaam te D,

bijgestaan door mr. S.E. Maters, verbonden aan de VvAA te Utrecht,

b e k l a a g d e

1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende:

- het klaagschrift met bijlagen;

- het verweerschrift met bijlage;

- de repliek van klager.

Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om gehoord te worden in het kader van het vooronderzoek.

2. DE FEITEN

Op grond van de stukken dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.

Aan klager is een maatregel van terbeschikkingstelling (tbs) opgelegd. In verband hiermee is hij in de periode van 29 november 2018 tot en met 19 januari 2019 voor multidisciplinair onderzoek opgenomen geweest in het E. Beklaagde is als psychiater bij dat onderzoek betrokken geweest. Van het onderzoek is op 19 februari 2019 een Pro Justitia Rapport uitgebracht. Hierin is door beklaagde en de onderzoekend GZ-psycholoog onder meer antwoord gegeven op de vraag of volgens hen medicatie geïndiceerd is. Samengevat is door hen geconcludeerd dat het op de langere termijn contraproductief is om klager dwangmedicatie te geven.

Na het multidisciplinaire onderzoek heeft er op 22 februari 2019 een zorgconferentie plaatsgevonden, waarbij beklaagde ook aanwezig was. Hier is onder meer gesproken over mogelijke overplaatsing naar F.

In september 2019 is klager overgeplaatst naar G (hierna: de kliniek) te H.

Op 16 juni 2020 heeft er weer een zorgconferentie plaatsgevonden, omdat de behandeling in de kliniek was gestagneerd. Ook hierbij was beklaagde aanwezig. Hier is geconcludeerd dat dwangmedicatie iets is wat uitgeprobeerd moet worden om te kijken of hiermee longstay-plaatsing zou kunnen worden voorkomen.

3. HET STANDPUNT VAN KLAGER EN DE KLACHT

Klager heeft in zijn klaagschrift klachten geformuleerd tegen meerdere behandelaren. Ten aanzien van beklaagde heeft hij – samengevat – aangevoerd dat hij hem tijdens het onderzoek heeft gesproken en dat beklaagde daarbij netjes was. Uitkomst van het onderzoek was dat klager zou kunnen gaan resocialiseren en dat medicatie daarbij zou kunnen helpen. Er zou echter geen dwangtraject nodig zijn. Later stemde beklaagde toch in met het advies om dwangmedicatie te geven. Klager begrijpt dit niet. Hij verwijt beklaagde dat hij ten nadele van klager om een onbekende reden van mening is veranderd.

4. HET STANDPUNT VAN BEKLAAGDE

Beklaagde meent dat de klacht ongegrond moet worden verklaard omdat hem geen concreet verwijt wordt gemaakt. Voor zover beklaagde verweten wordt dat beklaagde tijdens de zorgconferentie in 2020 heeft ingestemd met dwangmedicatie terwijl hij daar eerder anders over dacht, geldt dat er sprake was van veranderde omstandigheden. Bovendien heeft beklaagde alleen een advies uitgebracht over dwangmedicatie. De uiteindelijke beslissing tot het toepassen van dwangmedicatie is niet door beklaagde genomen.

5. DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE

5.1 

Het college wijst er in algemene zin op dat het er bij het beoordelen van een tuchtklacht niet om gaat of het handelen waarop de klacht betrekking heeft beter had gekund. Het gaat om het beantwoorden van de vraag of de aangeklaagde bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. Hierbij wordt rekening gehouden met de stand van wetenschap ten tijde van het handelen waarop de klacht betrekking heeft en met wat op dat moment in de betreffende beroepsgroep als norm of standaard werd aanvaard.

5.2

Voor zover klager aan beklaagde verwijt dat hij eerst niet, maar uiteindelijk wel tot dwangmedicatie heeft geadviseerd, geldt het volgende. Zoals beklaagde in het verweerschrift voldoende heeft toegelicht, was ten tijde van de zorgconferentie in 2020 sprake van voortschrijdend inzicht na verschillende mislukte behandelpogingen. Dit maakte dat beklaagde op dat moment anders oordeelde – en adviseerde – over de optie van dwangmedicatie dan hij in 2019 deed. Het college kan de redenering van beklaagde volgen en ziet hierin geen aanknopingspunt voor een tuchtrechtelijk verwijt.

Nu klager verder geen concrete verwijten aan beklaagde heeft gemaakt, slaagt de klacht niet.

5.3

Gelet op het voorgaande dient als volgt te worden beslist.

6.    DE BESLISSING

Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

Aldus gegeven door P.A.H. Lemaire, voorzitter, H.J. Kolthof en A.J.K. Hondius, leden-beroepsgenoten, in tegenwoordigheid van L.C. Commandeur, secretaris.

                                                                                                                 voorzitter

                                                                                                                 secretaris

Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

a.         Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als

- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard of

- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard.

Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

b.         Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.

c.         Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.

U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.