ECLI:NL:TGZREIN:2020:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2063
| ECLI: | ECLI:NL:TGZREIN:2020:85 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 21-12-2020 |
| Datum publicatie: | 11-04-2022 |
| Zaaknummer(s): | 2063 |
| Onderwerp: | Onjuiste verklaring of rapport |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Arts. Schadefonds Geweldmisdrijven. Klacht: 1) door onjuiste rapportage / verklaring van de arts niet de passende vergoeding; 2) arts niet onafhankelijk; 3) summier medisch onderzoek, 4) bewijsstukken niet meegenomen in advies; 5) klachten gebagatelliseerd; 6) onjuiste weergave werkelijkheid; 7) afgeweken van uitgangspunten letsel-categorieën; 8) is arts BIG-geregistreerd?College: Klager kreeg uitkering letselcategorie 5. Na bezwaar advies gevraagd aan de arts. Arts voldoende onafhankelijk. Onderzoeksvraag op correcte wijze beantwoord. Hiervoor niet nodig klager te zien. Beter geweest dat uit te leggen. Onvoldoende voor tuchtrechtelijk verwijt. Gedeeltelijk kennelijk ongegrond en gedeeltelijk van onvoldoende gewicht. |
Uitspraak: 21 december 2020
HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE EINDHOVEN
heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 20 mei 2020 bij het tuchtcollege Zwolle ingekomen klacht, die vervolgens is doorgeleid naar het tuchtcollege Eindhoven en aldaar op 16 juni 2020 is ontvangen, van:
[A]
wonende te [B]
klager
tegen:
[C]
arts
werkzaam te [D]
verweerder
1. Het verloop van de procedure
Het college heeft kennisgenomen van:
- het klaagschrift;
- het verweerschrift;
- het proces-verbaal van het op 12 augustus 2020 gehouden mondeling vooronderzoek (met bijlage).
Het college heeft met toepassing van artikel 67a Wet BIG bepaald dat in raadkamer een eindbeslissing zal worden gegeven.
De zaak is op 9 december 2020 in raadkamer behandeld.
2. De feiten
2.1. Klager heeft op 26 juni 2019 als slachtoffer een aanvraag gedaan bij het
Schadefonds Geweldsmisdrijven. Klager gaf op het aanvraagformulier aan dat hij lichamelijk
letsel heeft, te weten:
“Ik heb stressgerelateerde lichamelijke aandoeningen zoals een prikkelbare darm syndroom
(PDS), maagklachten, Fybromyalgie (weke delen reuma), chronische nek-schouderklachten,
obesitas, spanningshoofdpijn, prikkelbare overactieve blaas, tendinitis.”
Ook gaf klager aan dat hij psychische klachten heeft, te weten:
“Ik ben van kinds af aan jarenlang psychisch, emotioneel en fysiek zwaar mishandeld
door zowel mijn vader als broer. Ik heb er onder andere een post traumatische stress
stoornis (PTSS) aan overgehouden, zie uitgebreide medische informatie bijgevoegd.
Al decennia ben ik hierdoor ook volledig arbeidsongeschikt geraakt, ook relaties kan
ik niet aangaan. Mijn leven en toekomst zijn helemaal verwoest.”
2.2. Het Schadefonds Geweldsmisdrijven hanteert zes letselcategorieën. De hoogste
uitkering (categorie 6) bedraagt € 35.000,00. De uitkering in categorie 5 bedraagt
€ 20.000,00. De indeling van letsel in een categorie gebeurt aan de hand van een letsellijst,
die uit twee delen bestaat: 1) fysiek letsel en 2) psychisch letsel. De ernst van
het opgelopen letsel en de omstandigheden waaronder het geweldsmisdrijf is gepleegd,
bepalen welke letselcategorie van toepassing is.
Letselcategorie 5 betreft:
- Fysiek letsel met ernstige blijvende beperkingen in het dagelijkse beroeps-
of
bedrijfsmatig functioneren (of een daaraan gelijk te stellen activiteit)
en/of blijvende
gedeeltelijke afhankelijkheid.
- Diagnose door een hulpverlener die bevoegd en bekwaam is om een diagnose
te
stellen ten aanzien van psychisch letsel en behandeling gedurende vele
jaren met
periodes van klinische behandeltrajecten en/of intensieve ambulante multidisciplinaire
begeleiding die (ieder) langer dan een half jaar, maar korter dan 2 jaar
duurden. Het
psychisch letsel waarvoor deze behandeling wordt gevolgd, leidt tot blijvende
gedeeltelijke afhankelijkheid.
Letselcategorie 6 betreft:
- Fysiek letsel met zeer grote of volledige en blijvende afhankelijkheid.
- Diagnose door een hulpverlener die bevoegd en bekwaam is om een diagnose
te
stellen ten aanzien van psychisch letsel. Het psychisch letsel leidt tot
zeer grote of
volledige en blijvende afhankelijkheid, zich uitend in (herhaalde) klinische
behandeltrajecten en/of intensieve ambulante multidisciplinaire begeleiding
met een
duur van meer dan 2 jaar en/of continue intensieve ambulante multidisciplinaire
begeleiding.
2.3. Bij beslissing van 27 november 2019 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: de Commissie) klager een uitkering van € 20.000,00 behorende bij letselcategorie 5 toegekend.
2.4. Op 25 december 2019 heeft klager bezwaar gemaakt tegen deze beslissing,
omdat hij van mening is dat zijn letsel thuishoort in letselcategorie 6. In het bezwaarschrift
lichtte klager zijn bezwaar als volgt toe:
“(…) Diagnose door een hulpverlener die bevoegd en bekwaam is om een diagnose te stellen
ten aanzien van psychisch letsel. Het psychisch letsel leidt tot zeer grote of volledige
afhankelijkheid, zich uitend in (herhaalde) klinische behandeltrajecten en/of intensieve
ambulante multidisciplinaire begeleiding met een duur van meer dan 2 jaar en/of continue
intensieve ambulante multidisciplinaire begeleiding.. Ik kan bewijsstukken overleggen
van het UWV en van de gemeente op grond van de WMO waarmee ik kan aantonen dat mijn
letsel erger is dan door het Schadefonds beoordeelt. Naast mijn ernstige chronische
psychische klachten heb ik ook ernstige chronische lichamelijke klachten waaruit blijkt
dat mijn afhankelijkheid veel groter is dan in categorie 5 van de letsellijst. Daarnaast
heb ik naast continue behandelingen door een multidisciplinair team van mijn psychische
klachten ook intensieve begeleiding hierin van GGZ instelling[E]. Ik ben namelijk
continu in behandeling en begeleiding van mijn psychische klachten waardoor ik een
grote en of continue afhankelijkheid heb inzake hulp. (…)”
2.5 De Commissie heeft verweerder, medisch adviseur verbonden aan [F], gevraagd
een medisch advies uit te brengen over klager. De vraagstelling luidde als volgt:
“Wij hebben aanvrager in primo een uitkering van letselcategorie 5 toegekend (zonder medisch advies) gelet op de lange behandelduur en de opnames die hebben plaatsgevonden. Aanvrager vindt dat zijn situatie past in categorie 6. Kunt u aangeven in welke categorie het letsel van aanvrager als gevolg van het stelselmatig huiselijk geweld past? Mocht dit niet in categorie 6 passen wat is daar dan de reden voor?”
2.6. Verweerder heeft op 9 juni 2020 een medisch advies over klager opgesteld.
Verweerder heeft diverse gegevens van behandelaars (waaronder de psycholoog, de huisarts
en de psychiater, gegevens genummerd 1 tot en met 6) betrokken bij zijn advies. Verweerder
vermeldde daarbij: “Eventuele overige meegestuurde en opgevraagde informatie is niet betrokken bij het
tot stand komen van het advies, omdat deze geen invloed hebben op het advies.”
Verweerder rapporteerde:
“Letsel:
Op basis van de gegevens is het volgende psychische letsel geconstateerd: chronische
PTSS, persoonlijkheidsstoornis en obsessief compulsieve stoornis.
Beschouwing/analyse/argumentatie:
Betrokkene heeft een uitgebreid verleden binnen de psychiatrie. Vele behandelingen
doorgemaakt met wisselend maar vaak onvoldoende effect. In de negentiger jaren is
hij ook enkele maanden klinisch behandeld geweest.
De laatste jaren bestaan vooral uit poliklinische/ambulante behandelingen. Inmiddels
heeft betrokkene op basis van langdurige behandeltrajecten een uitkering uit categorie
5 ontvangen. Sinds begin 2019 is betrokkene onder behandeling bij [een aanbieder voor
geestelijke gezondheidszorg]. (…)
Betrokkene ontvangt hulp vanuit de gemeente (WMO) o.a. huishoudelijke hulp. Er is
ontegenzeggelijk sprake van een ernstig, gecompliceerd psychiatrisch beeld met ernstig
psychisch letsel tot gevolg. Er is ook sprake van enige mate van afhankelijkheid,
betrokkene krijgt hiervoor de nodige ondersteuning. Uit de stukken blijkt echter niet
dat er sprake is van herhaalde klinische behandeltrajecten of zeer intensieve ambulante
multidisciplinaire behandeltrajecten die steeds langer dan 2 jaar duureden. Daarnaast
kan mijns inziens niet gesproken worden van (bijna) volledige afhankelijkheid.
Advies/antwoord op de vraagstelling:
Ik zou op grond van de stukken ook letselcategorie 5 adviseren.”
2.7 Op 14 januari 2020 heeft een hoorzitting bij de Commissie plaatsgevonden,
waarbij klager zijn bezwaar heeft toegelicht. Bij beslissing van 6 maart 2020 heeft
de Commissie klagers bezwaar ongegrond verklaard.
3. Het standpunt van klager en de klacht
Klager verwijt verweerder dat:
- klager ten gevolge van onjuiste rapportage/verklaring door verweerder niet de erkenning en vergoeding heeft gekregen waar hij recht op heeft. Door dit onrecht zijn klagers psychische en lichamelijke klachten verergerd;
- verweerder in dienst is bij het Schadefonds en zich niet onafhankelijk heeft opgesteld. Verweerder heeft beslist op basis van willekeur en niet op basis van aangeleverde (medische) informatie;
- verweerder een zeer summier en niet op uitgebreid onafhankelijk medisch onderzoek gebaseerd advies heeft opgesteld. Het onderzoek heeft op afstand plaatsgevonden, klager is niet gezien door verweerder zelf;
- verweerder de door klager meegestuurde bewijsstukken ten onrechte niet heeft meegenomen in zijn advies;
- verweerder de klachten van klager bagatelliseert;
- verweerder een onjuiste weergave van de werkelijkheid schetst. Verweerder geeft onder andere aan dat klager enkele maanden opgenomen is geweest, dit moet zijn meerdere jaren. Hij geeft aan dat er sprake is van ‘enige mate van afhankelijkheid’ bij klager, dit moet zijn ‘grote afhankelijkheid’. Verweerder doet voorkomen alsof het inmiddels beter gaat met klager, dit is geenszins het geval. De klachten van klager zijn ernstig en chronisch van aard. Klager wacht momenteel op een vervolgbehandeling. Dit heeft verweerder ten onrechte niet meegenomen in de beoordeling;
- verweerder ten onrechte afwijkt van de uitgangspunten die staan beschreven bij letselcategorie 6 en hier een eigen interpretatie aan heeft gegeven. Het gedeelte ‘en/of intensieve ambulante multidisciplinaire begeleiding met een duur van meer dan twee jaar en/of continue intensieve ambulante multidisciplinaire begeleiding’ heeft verweerder niet betrokken bij zijn oordeel;
- klager nergens uit kan opmaken of verweerder BIG-geregistreerd arts is en wat zijn specialisme is. Daardoor is het niet duidelijk of verweerder bevoegd is medisch advies uit te brengen.
4. Het standpunt van verweerder
Verweerder heeft het volgende naar voren gebracht.
Klachtonderdeel 1: Bij de beoordeling gaat het om de vraag of er sprake is van zeer langdurige aaneengesloten
behandeltrajecten c.q. opnames en een zo goed als volledige afhankelijkheid van derden
(categorie 6). Categorie 6 is voorbehouden voor de zeer kleine groep slachtoffers
die vrijwel volledig afhankelijk zijn en volledig beperkt in de dagelijkse bezigheden.
De Commissie heeft de beslissing niet alleen op het medisch advies genomen. Door klager
een uitkering in categorie 5 heeft gekregen, houdt in dat erkend is dat sprake is
van ernstig psychisch letsel met meerdere behandeltrajecten gedurende vele jaren die
vaak tussen een half jaar en 2 jaar in beslag namen en/of waarbij sprake is van blijvende,
gedeeltelijke, afhankelijkheid.
Klachtonderdeel 2 en 4: Verweerder is niet in dienst bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven, maar verbonden
aan [F]. Het Schadefonds Geweldsmisdrijven heeft een overeenkomst met [F] gesloten,
waarbij 8-16 uur per week een medisch adviseur geleverd wordt. Verweerder laat zich
nooit leiden door de financiële consequenties van zijn advies. Verweerder neemt de
aangeleverde informatie mee voor zover relevant. De relevante stukken zijn in het
advies vermeld. Verweerder heeft zich in het advies gericht op alle informatie die
aan het psychisch letsel waren gerelateerd, omdat de eerste beslissing daarop was
gebaseerd. Verweerder heeft meegestuurde stukken over lichamelijke klachten niet meegenomen
in het advies. Verweerder erkent dat hij beter had moeten uitleggen dat de lichamelijk
klachten die in deze stukken naar voren komen weliswaar impact hebben op het lichamelijk
welbevinden, maar nooit zouden kunnen leiden tot een uitkering in categorie 6. De
categorie wordt bij klager bepaald door het psychisch letsel.
Klachtonderdeel 3: De analyse en beschouwing van de stukken wordt kort en helder gehouden, gericht
op de vraagstelling. Een onderzoek bestaat niet uit een persoonlijk onderzoek of een
gesprek met de cliënt.
Klachtonderdeel 5: Verweerder bagatelliseert klagers situatie niet en baseert zich op de feitelijke,
medisch objectieve informatie.
Klachtonderdeel 6: Verweerder heeft een weergave van de situatie gemaakt op basis van de aangeleverde
stukken. Verweerder had geen medische gegevens waaruit blijkt dat weer vervolgbehandelingen
zouden zijn afgesproken. Die zouden echter niet geleid hebben tot een ander advies.
Klachtonderdeel 7: Verweerder heeft in zijn advies duidelijk aangegeven dat hij uit de stukken niet
kan opmaken dat sprake is van herhaalde klinische trajecten of zeer lange ambulante
multidisciplinaire behandeltrajecten die steeds langer dan twee jaar duurden.
Klachtonderdeel 8: Vanaf mei 2020 heeft verweerder zijn BIG-nummer toegevoegd onder de handtekening
van het advies.
5. De overwegingen van het college
5.1 Bij de tuchtrechtelijke beoordeling van beroepsmatig handelen gaat het er niet om of dat beter had gekund, maar om de vraag of de aangeklaagde beroepsbeoefenaar binnen de grenzen van een redelijke bekwame beroepsuitoefening is gebleven, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met wat toen in zijn beroepsgroep ter zake als norm was aanvaard.
5.2 De klachtonderdelen lenen zich voor een gezamenlijke behandeling.
Bij de beoordeling van de klacht stelt het college voorop dat aan klager een uitkering
van
€ 20.000,00 (behorend bij letselcategorie 5) in het kader van de bij klager aanwezige
psychische problematiek is toegekend.
5.3 Naar aanleiding van het door klager ingediende bezwaar tegen deze toekenning
is verweerder door de beoordelingscommissie gevraagd advies uit te brengen over de
vraag of, gelet op de inhoud van het bezwaar, een toekenning van een schadebedrag
in de hoogste letselcategorie (categorie 6) geïndiceerd is. In dit bezwaar staat de
ernst van het psychisch letsel centraal en wordt zijdelings ook melding gemaakt van
lichamelijk letsel.
5.4 In het advies van verweerder is alleen ingegaan op het psychisch letsel
van klager en dat op een wijze die voldoet aan de criteria die aan een dergelijke
rapport in het kader van de in omvang beperkte adviesvraag mogen worden gesteld. De
aard van de beoordeling brengt mee dat verweerder klager voor het advies niet hoefde
te horen of te zien. In het rapport wordt niet verder ingegaan op gegevens en stellingen
van klager die zien op lichamelijk letsel maar die gegevens en stellingen raken niet
de onderzoeksvraag, te weten of de toekenning van de in het kader van de bij klager
aanwezige psychische problematiek verhoogd zou moeten worden van categorie 5 naar
6. Verweerder heeft die gegevens en stellingen daarom op goede gronden buiten beschouwing
gelaten. Het was beter geweest, zoals verweerder ook erkent, dat hij in zijn advies
nader had uitgelegd waarom hij deze gegevens en stellingen buiten beschouwing heeft
gelaten. Deze omissie is, gelet op de inhoud van de aan verweerder gegeven opdracht,
van onvoldoende gewicht om verweerder een tuchtrechtelijk verwijt te maken.
5.5 Verweerder, die – zoals hij onbetwist heeft gesteld – niet in dienst is bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven maar verbonden is aan [F], heeft zich daarbij voldoende onafhankelijk opgesteld en heeft op inzichtelijke en concludente wijze de aan hem gestelde onderzoeksvraag van een advies voorzien.
5.6 Van het bagatelliseren van klagers klachten dan wel het geven van een onjuiste
weergave van de werkelijkheid door verweerder is niet gebleken; verweerder heeft in
zijn advies benadrukt dat “Er is ontegenzeggelijk sprake van een ernstig, gecompliceerd psychiatrisch beeld
met ernstig psychisch letsel tot gevolg.” Dat verweerder desondanks heeft geconcludeerd dat letselcategorie 5 van toepassing
is op klagers situatie, maakt dat niet anders. Indeling in letselcategorie 6 zou immers
alleen aan de orde zijn als klager volledig afhankelijk zou zijn waarbij dan sprake
moet zijn van een noodzaak tot 24-uurs behandeling en/of frequente en voortdurende
opnames. Daarvan is bij klager geen sprake. Verweerder heeft daarbij een weergave
gemaakt op basis van de stukken die hij tot zijn beschikking had en niet gebleken
is dat die weergave onjuist is. Dat klager zijn toestand als ernstiger ervaart dan
door verweerder beschreven, is weliswaar voorstelbaar maar doet daaraan niet af.
5.7 Klager heeft nog gesteld dat niet duidelijk is of verweerder bevoegd is
om een medisch advies uit te brengen, omdat klager nergens uit kan opmaken of verweerder
BIG-geregistreerd arts is en wat zijn specialisme is. Verweerder is BIG-geregistreerd
arts. Op dit moment is er nog geen sprake van een verplichting voor verweerder om
het BIG-registratienummer te vermelden.
5.8 Op grond van het voorgaande zal het college de klacht gedeeltelijk van onvoldoende gewicht en gedeeltelijk kennelijk ongegrond verklaren.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht gedeeltelijk van onvoldoende gewicht zoals hierboven overwogen;
- verklaart de klacht voor het overige kennelijk ongegrond.
Aldus beslist door T. Zuidema, M.A.L. Piegza en H.A.M. Veneman, leden-beroepsgenoten,
in aanwezigheid van I.H.M. van Rijn, secretaris en uitgesproken door N.B. Verkleij
op
21 december 2020 in aanwezigheid van de secretaris.