ECLI:NL:TGZREIN:2013:YG2585 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1278

ECLI: ECLI:NL:TGZREIN:2013:YG2585
Datum uitspraak: 24-01-2013
Datum publicatie: 24-01-2013
Zaaknummer(s): 1278
Onderwerp: Geen of onvoldoende zorg
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie:   Verwijt aan tandarts dat zij klaagster niet wenste te behandelen zolang er nog rekeningen openstonden ongegrond, nu de tandarts tevergeefs getracht heeft met klaagster afspraken te maken over de betaling van de achterstallige rekeningen.

Uitspraak: 24 januari 2013

 

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

TE EINDHOVEN

heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 18 mei 2012 binnengekomen klacht van:

A

wonende te B

klaagster

tegen:

C

tandarts

werkzaam te D

wonende te B

verweerster

gemachtigde: mr. J.C. Pels te Amsterdam

1. Het verloop van de procedure

Het college heeft kennisgenomen van:

-         het klaagschrift

-         het verweerschrift en de aanvulling daarop

Na ontvangst van het verweerschrift heeft de secretaris de zaak naar een openbare zitting van het college verwezen

Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de hun geboden mogelijkheid in het kader van het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.

De klacht is ter openbare zitting van 14 december 2012 behandeld. Verweerster was, bijgestaan door haar gemachtigde, aanwezig. Klaagster is zonder bericht niet verschenen.

Het standpunt van verweerster is toegelicht.

2. De feiten

Het gaat in deze zaak om het volgende:

Op 30 januari 2012 heeft klaagster zich in de praktijk van verweerster ingeschreven. In het verleden, toen verweerster in B werkte, was klaagster ook patiënt bij verweerster. Op voormelde dag heeft verweerster de anamnese afgenomen en preventief onderzoek gedaan. Op 14 februari 2012 heeft verweerster restauraties aan meerdere elementen verricht, waaronder de 37. Deze is vervolgens stuk gegaan en op 9 maart 2012 heeft verweerster aan dat element een drievlaksrestauratie verricht zonder die in rekening te brengen. Nadat ook deze vulling stuk was gegaan en klaagster voor herstel daarvan een afspraak had gemaakt, werd klaagster gebeld door de assistente van verweerster om de afspraak af te zeggen, waarbij werd aangegeven dat er nog rekeningen openstonden.

3. Het standpunt van klaagster en de klacht

Het college verstaat de klacht van klaagster aldus dat klaagster verweerster verwijt dat zij klaagster niet wenst te behandelen omdat er nog openstaande rekeningen zijn.

Klaagster heeft – voor zover te dezen van belang – nog het navolgende aangevoerd.

In de praktijk werd de ene na de andere afspraak gemaakt. Klaagster heeft toen wel aangegeven dat het de vraag was of zij dat financieel wel kon redden op korte termijn, maar daarop werd niet gereageerd.

Toen de afspraak werd afgebeld, had klaagster rekeningen openstaan, voor de betaling waarvan zij bij het administratiekantoor een uitstel had gekregen tot 25 mei 2012.

De tandartsassistente deelde echter mede dat de kies niet meer gemaakt werd omdat er niet op tijd betaald was. Klaagster blijft dus zitten met een halve kies en peperdure rekeningen.

4. Het standpunt van verweerster

Op het moment dat verweerster klaagster in de praktijk zag, was er behoorlijk achterstallig onderhoud van het gebit. Verweerster heeft controles gedaan, de benodigde foto’s gemaakt en behandelplannen opgesteld. Er zijn offertes opgemaakt en klaagster heeft aan de balie afspraken gemaakt. Niemand wordt verplicht afspraken te maken. Omdat verweerster wist dat klaagster financieel krap zat, heeft verweerster met zeer eenvoudige middelen getracht het gebit zo goed mogelijk te herstellen.

Verweerster werkt met factoring. Als de rekeningen een tijd openstaan, krijgt verweerster er bericht van. De rekening wordt dan geblokkeerd en zij kan dan geen declaraties meer indienen. De patiënt wordt dan gebeld om te zeggen dat er geen declaraties meer kunnen worden ingediend en dat de rekening is geblokkeerd.

Klaagster had een nieuwe afspraak gemaakt, kennelijk voor de 37 waarvan iets was afgebroken. Verweerster heeft dat niet kunnen vaststellen. De assistente heeft die afspraak afgezegd, waarbij zij tegen klaagster heeft gezegd dat het verstandig was om eerst afspraken te maken over de achterstallige betalingen en daarna een nieuwe afspraak te maken. Het leek verweerster niet verstandig de rekeningen verder te laten oplopen. Klaagster is aan de telefoon zo boos geworden dat er niet meer met haar kon worden gesproken. Verweerster heeft later nog geprobeerd klaagster te bellen, maar dat is niet gelukt.

5. De overwegingen van het college

Voorop wordt gesteld dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van het professioneel handelen van een arts er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar dat daarbij beslissend is het antwoord op de vraag: of de arts vanuit tuchtrechtelijk oogpunt gebleven is binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.

Vast staat dat verweerster bij de 37 een eenvlaksvulling heeft vervangen door een drievlaksvulling zonder deze in rekening te brengen, terwijl een drievlaksvulling duurder is dan een eenvlaksvulling.

Voorts is onweersproken gebleven dat klaagster toen haar werd gezegd dat er eerst afspraken gemaakt moesten worden over de manier waarop de rekeningen zouden worden betaald, niet verder aanspreekbaar was, én ook dat verweerster naderhand nog heeft geprobeerd klaagster telefonisch te bereiken, evenwel zonder resultaat. 

Het college kan – gelet op alle omstandigheden – niet concluderen dat verweerster tuchtrechtelijk iets te verwijten valt.

De klacht wordt dan ook ongegrond bevonden.

6. De beslissing

Het college:

-         wijst de klacht af.

Aldus beslist door mr. P.G.Th. Lindeman-Verhaar als voorzitter,

mr. K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk als lid-jurist, J.G.J.M. Niessen,

P.E. Hornman-van de Wiel en G.L.M.M. van der Werff als leden-beroepsgenoten, in aanwezigheid van mr. N.A.M. Sinjorgo als secretaris en in het openbaar uitgesproken op

24 januari 2013 in aanwezigheid van de secretaris.