ECLI:NL:TGZREIN:2013:YG2582 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1263

ECLI: ECLI:NL:TGZREIN:2013:YG2582
Datum uitspraak: 23-01-2013
Datum publicatie: 23-01-2013
Zaaknummer(s): 1263
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Spataderoperatie door middel van lasertechniek. Vaatchirurg heeft aan de op hem rustende informatieplicht voldaan. Deze informatieplicht strekt zich in beginsel niet uit  tot de uitzonderlijke complicatie die zich bij klaagster heeft voorgedaan.  Van medisch onzorgvuldig en/of verwijtbaar handelen is niet gebleken. Ongegrond.

Uitspraak: 23 januari 2013

 

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

TE EINDHOVEN

heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 19 april 2012 binnengekomen klacht van:

A

wonende te B

klaagster

gemachtigde mr. M.J.P.M. van de Westerlo te Helmond

tegen:

C

chirurg

werkzaam te D

wonende te E

verweerder

gemachtigde mr. E.P. Haverkate te Utrecht

1. Het verloop van de procedure

Het college heeft kennisgenomen van:

a)      het klaagschrift

b)      het verweerschrift

c)      de repliek

d)      de dupliek

e)      aanvullende stukken, ontvangen van verweerder op 29 november 2012

f)        aanvullende stukken, ontvangen van klaagster op 3 december 2012

Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de hun geboden mogelijkheid in het kader van het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.

De klacht is ter openbare zitting van 12 december 2012 behandeld. Partijen waren aanwezig, bijgestaan door hun gemachtigden.

2. De feiten

Het gaat in deze zaak om het volgende:

Klaagster is sinds 2007 in behandeling bij de kliniek waar verweerder als vaatchirurg werkzaam is. Op 15 oktober 2009 kwam klaagster voor een consult bij de fleboloog, een collega-arts van verweerder, die een operatieve ingreep voorstelde. In dat gesprek is onder meer gesproken over de behandeling van spataderen door middel van een nieuwe (laser)techniek. 

In het medisch dossier staat onder meer:

Risico’s en complicaties besproken: ja

Vliegen en sporten, pijn, flebitis, echymose, recidieven, pigmentaties, verkleuring, induraties, zenuwletsel.”

Aan klaagster werd een ‘Behandelingsovereenkomst behandeling van spataderen’ meegegeven die zij later, voor aanvang van de operatie, heeft ondertekend. Klaagster is vervolgens op 25 maart 2010 door verweerder onder lokale verdoving aan haar rechterbeen geopereerd door middel van een endovasculaire laserbehandeling. Klaagster heeft tijdens deze operatie dusdanig veel pijn ervaren, dat zij verweerder heeft verzocht de behandeling te stoppen.  De behandeling van het rechterbeen werd toch afgemaakt en afgesproken werd om dezelfde operatie aan het linkerbeen, die eveneens voor die dag gepland stond, op een ander tijdstip onder sedatie uit te voeren. Die operatie heeft klaagster niet meer laten uitvoeren. Sinds de operatie ervaart klaagster ernstig invaliderende pijnklachten waarvoor zij zich onder behandeling van een andere vaatchirurg in een ander ziekenhuis heeft laten stellen en door wie zij naar een pijnteam is verwezen.

3. Het standpunt van klaagster en de klacht

De klacht van klaagster luidt -kort samengevat- dat verweerder niet zorgvuldig ten opzichte van klaagster heeft gehandeld, aangezien

a)      met klaagster niet is gesproken over de risico’s van de betreffende operatie waardoor er geen sprake is van informed consent en

b)      de operatie niet lege artis is uitgevoerd en mislukt is als gevolg waarvan klaagster continu pijn heeft, beperkt is in haar mobiliteit en inmiddels afhankelijk is van de hulp van derden bij haar zelfverzorging en overige dagelijkse activiteiten.

Klaagster is voorheen vaker geopereerd in de kliniek van verweerder, maar heeft nooit eerder een laserbehandeling ondergaan.

4. Het standpunt van verweerder

a) In de kliniek is het gebruikelijk dat het intakegesprek, de anamnese, het klinisch onderzoek en de interpretatie van het duplexonderzoek door de fleboloog plaatsvindt. Op basis van de gegevens doet deze vervolgens een behandelvoorstel. Als dat leidt tot operatief ingrijpen, dan wordt dit door de vaatchirurg gedaan. Klaagster is door de fleboloog uitgebreid geïnformeerd over de verschillende technieken die voor de behandeling van spataderen worden toegepast. Niet alleen de voordelen, nadelen, alternatieven en verdovingswijzen zijn daarbij aan de orde gekomen, maar ook de  risico’s en complicaties. Dit staat ook in het medisch dossier.

De mogelijkheid van pijn, zenuwletsel en recidive is genoemd. Klaagster heeft een informatiebrochure ‘Spataderen’ en een ‘Instructie cliënten spataderbehandeling’ ontvangen. Bovendien is de inhoud van de ‘Behandelingsovereenkomst behandeling van spataderen’ met haar doorgenomen en een exemplaar daarvan -door de fleboloog reeds ondertekend- aan haar meegegeven. Klaagster is naar behoren over de operatie en de risico’s geïnformeerd. Klaagster heeft vijf maanden de tijd gehad om de overeenkomst nog eens door te lezen. Ze heeft de overeenkomst ondertekend waarna de operatie plaatsvond. Bovendien is klaagster vaker in de kliniek behandeld en heeft zij ook toen behandelingsovereenkomsten getekend. Zij is dus bekend met de procedure in de kliniek.

b) Verweerder betwist niet dat de door klaagster geuite klachten na de operatie zijn opgetreden maar stelt tegelijkertijd dat de operatie correct en zorgvuldig is uitgevoerd en zijn handelen om die reden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Verder is na de operatie, ook door derden, niet aangetoond waar de pijnklachten op berusten. De stelling van klaagster dat de operatie niet lege artis zou zijn uitgevoerd wordt niet onderbouwd. Het optreden van complicaties c.q. pijnklachten na de operatie wil niet zeggen dat de operatie niet goed is uitgevoerd. De lokale verdoving die werd toegepast, bleek voor klaagster niet goed te werken en zij vroeg verweerder om te stoppen. Omdat de operatie aan het rechterbeen al ver gevorderd was, is in overleg met klaagster besloten de operatie af te maken. Verweerder heeft zich ervan vergewist dat klaagster dat wilde. Klaagster is vervolgens door een omloopverpleegkundige begeleid. Afgesproken werd dat de behandeling van het linkerbeen op een later tijdstip onder volledige verdoving zou plaatsvinden.

5. De overwegingen van het college

Ad a)

Voorop staat dat verweerder in het kader van de tussen klaagster en verweerder tot stand gekomen behandelingsovereenkomst (als hoofdbehandelaar) mede verantwoordelijk is voor het door een derde verrichte vooronderzoek en de aan klaagster verstrekte informatie over de operatieve ingreep, de eventuele risico’s en mogelijke complicaties. Vast staat dat het voortraject door een collega-arts is gedaan en voldoende aannemelijk is geworden dat het traject ter voorbereiding op de operatie uitvoerig is geweest en op deugdelijke wijze heeft plaatsgevonden. Ter zitting heeft verweerder de standaardprocedure van de kliniek toegelicht. Dat er in het geval van klaagster van deze procedure is afgeweken, is niet komen vast te staan. Voor de stellingname van klaagster dat zij niet is gewezen op de mogelijke risico’s van de ingreep zijn in het dossier geen aanwijzingen gevonden. Het dossier vermeldt expliciet dat de risico’s en complicaties besproken zijn, zoals hiervoor onder de feiten is geciteerd. Bovendien is door klaagster niet, althans onvoldoende betwist, dat zij informatiebrochures heeft ontvangen, dat de behandelingsovereenkomst met haar doorgesproken is en zij deze mee naar huis genomen heeft alvorens deze te ondertekenen. Het college acht voldoende aannemelijk dat klaagster uitvoerig geïnformeerd is over de complicaties en risico's die redelijkerwijs het gevolg kunnen zijn van de uit te voeren operatie. Daarmee heeft verweerder aan de op hem rustende informatieplicht voldaan. Hieraan voegt het college toe dat de op verweerder rustende informatieplicht zich in beginsel niet uitstrekt tot de uitzonderlijke complicatie, die zich bij klaagster voordoet. Dit onderdeel van de klacht is derhalve niet gegrond en zal worden afgewezen.

Ad b)

De stelling van klaagster dat de operatie niet lege artis is uitgevoerd, is door verweerder gemotiveerd betwist. Het college heeft bovendien voor deze door klaagster niet onderbouwde stelling in het dossier geen enkel deugdelijk aanknopingspunt kunnen vinden.

Klaagster heeft nog aangevoerd dat verweerder de operatie had moeten stoppen toen zij er om vroeg. Verweerder heeft daarop aangegeven dat in goed overleg met klaagster besloten is om de operatie aan het rechterbeen alsnog af te maken en de operatie aan het linkerbeen uit te stellen. Klaagster heeft in dat verband nog extra afleiding c.q. ondersteuning gekregen van een verpleegkundige. De lezingen van partijen over de feitelijke gang van zaken lopen op dit punt uiteen. Nu niet kan worden vastgesteld welke van beide lezingen aannemelijk is, kan een verwijt dat gebaseerd is op de lezing van klaagster in beginsel niet gegrond worden bevonden. Dit berust niet op het uitgangspunt dat het woord van klaagster minder geloof verdient dan dat van verweerder, maar op de omstandigheid dat voor het oordeel dat een bepaalde gedraging of nalaten verwijtbaar is eerst moet worden vastgesteld dat er een voldoende feitelijke grondslag voor dat oordeel bestaat. Daarbij is van belang dat het standpunt van verweerder op belangrijke onderdelen door het medisch dossier wordt ondersteund. Nu van medisch onzorgvuldig en/of verwijtbaar handelen door verweerder niet is gebleken, dient ook dit klachtonderdeel te worden afgewezen.

6. De beslissing

Het college:

-         wijst de klacht af.

Aldus beslist door mr. J.M.P. Drijkoningen als voorzitter, mr. P.J.M. van Wersch als lid-jurist, C.M.F. van Roessel, dr. J.H. Wijsman en dr. P.H.M.T. Olde Kalter als leden-beroepsgenoten, in aanwezigheid van mr. C.W.M. Hillenaar als secretaris en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2013 in aanwezigheid van de secretaris.