ECLI:NL:TGZRAMS:2022:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3631
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2022:91 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 05-07-2022 |
| Datum publicatie: | 06-07-2022 |
| Zaaknummer(s): | A2021/3631 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen sociaal-psychiatrisch verpleegkundige. De verpleegkundige werkt samen met het meldpunt Zorg & Woonoverlast. Naar aanleiding van klachten van buren over klager, is zij bij klager op huisbezoek geweest samen met de wijkagent en een manager van de woningcorporatie. Klager verwijt de verpleegkundige dat zij zonder voorafgaand gesprek met hem, tegen hem heeft gezegd dat hij hulp moest zoeken bij zijn huisarts moest stoppen met aanbellen bij de buren en dat de buren bang voor hem waren. De situatie is hierna geëscaleerd en klager was gedwongen te verhuizen, aldus klager. Het college overweegt dat de lezingen van klager en de verpleegkundige over het huisbezoek uiteen lopen. Het college kan dan ook niet vaststellen wat er precies is gezegd door wie. Dat de verpleegkundige een diagnose zou hebben gesteld zonder dat zij klager kende, heeft zij eveneens bestreden. Volgens de verpleegkundige heeft klager zelf gezegd dat hij Asperger had. Ook dit verwijt kan bij de uiteenlopende weergaven van de feiten niet worden beoordeeld. Klager verwijt de verpleegkundige verder dat zij zijn leven in gevaar heeft gebracht door de stress die zij heeft veroorzaakt. Het college wil aannemen dat klager zich in een stressvolle situatie bevond, maar ziet geen reden om aan te te nemen dat dit het gevolg is van uitlatingen en het advies van de verpleegkundige - alleen al omdat klager de gestelde dreigbrieven, dreigementen en toegenomen overlast niet heeft onderbouwd. |
A2021/3631
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
AMSTERDAM
Beslissing van 5 juli 2022 naar aanleiding van de klacht van:
A,
wonende te B,
klager,
tegen
C,
verpleegkundige,
BIG-registratienummer:,
werkzaam te D,
verweerster, hierna ook: de verpleegkundige,
gemachtigde: mr. L. Greebe, werkzaam bij DAS rechtsbijstandverzekering.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift, ontvangen op 16 november 2021;
- het verweerschrift met bijlagen;
- het aanvullende klaagschrift, ontvangen op 25 januari 2022;
- het proces-verbaal van het op 3 maart 2022 gehouden mondelinge vooronderzoek;
- de correspondentie met betrekking tot het mondeling vooronderzoek;
- de correspondentie met betrekking tot de overdracht naar het Regionaal tuchtcollege
Amsterdam.
Het college heeft de klacht op basis van de stukken beoordeeld.
2. Waar gaat de zaak over?
2.1 Klager, geboren in 1945, woonde sinds februari 2019 in een woning van de Woningcorporatie
E aan de F-straat te D. De verpleegkundige is sociaal-psychiatrisch verpleegkundige
en werkt sinds 2012 bij de GGD. Zij werkt samen met onder andere het meldpunt Zorg
& Woonoverlast. Klager heeft bij E melding gedaan van geluidshinder van zijn buurman
en heeft daarover vervolgens klachten bij E ingediend. E heeft ook meldingen van de
buren van klager ontvangen over geluidshinder en overlast door klager. E heeft met
interventies geprobeerd de overlast te bestrijden. Een van deze interventies was het
huisbezoek bij klager op 18 december 2019 door E, waarbij aanwezig waren een medewerker
van E, de wijkagent en de verpleegkundige. Over het handelen van de verpleegkundige
tijdens dit huisbezoek gaat de onderhavige klacht.
2.2 Klager stelt dat de verpleegkundige op 18 december 2019 bij hem binnenkwam met
de wijkagent en een manager van E nadat zij bij de buurman waren geweest en dat zij
zonder inleiding zei: ”mijnheer A (klager, RTG), u moet hulp zoeken bij uw huisarts
en u mag niet meer bij de buren aanbellen ze zijn bang voor u”. Klager was perplex
dat de verpleegkundige zonder klager ooit te hebben gezien deze diagnose durfde te
stellen. Hij kreeg na dit huisbezoek dreigbrieven van E (inhoudende dat hij het risico
liep om de woning te moeten verlaten), de overlast nam alleen maar toe en hij ontving
dreigementen waarbij gevaarlijke situaties ontstonden. Een klacht bij de GGD werd
afgedaan als een misverstand. Klager is door dit alles gedwongen te verhuizen – aldus
klager.
Klager verwijt de verpleegkundige dat zij zonder klager ooit te hebben gezien plompverloren
durft te stellen dat hij een gevaar voor zijn omgeving is en overlast veroorzaakt.
De verpleegkundige heeft zijn leven in gevaar gebracht, mede door de stress die dit
veroorzaakt heeft en dat hij hierdoor gedwongen was te verhuizen.
2.3 De lezing van de verpleegkundige is als volgt. Tijdens het huisbezoek is door
E aan klager meegedeeld dat meerdere buren overlast van klager ervaren en dat het
hem niet is toegestaan om met een hamer op de muren te tikken. De verpleegkundige
heeft klager uitgelegd dat hij door zijn conflict met de buren stressklachten kan
ontwikkelen en dat hij aan zijn gezondheid moet denken. Klager heeft de verpleegkundige
verteld dat hij Asperger heeft en daarom overgevoelig voor geluid is. Hierop heeft
de verpleegkundige klager geadviseerd om naar de huisarts te gaan voor zijn stressklachten
en overgevoeligheid voor geluid. Het huisbezoek heeft ongeveer 20 minuten geduurd
waarvan de verpleegkundige 5 minuten met klager heeft gesproken. E heeft een verslag
van het huisbezoek gemaakt en daarin de gemaakte afspraken geformuleerd. De formulering
van de afspraken heeft klager ertoe gebracht klachten in te dienen bij E en bij de
GGD.
3. Wat zijn de overwegingen van het college?
3.1 Het college komt tot de conclusie dat de verpleegkundige niet tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld. Het college licht dat als volgt toe.
3.2 De lezingen van klager en de verpleegkundige over het huisbezoek lopen uiteen.
Het college kan dan ook niet vaststellen wat er precies is gezegd door wie. Dat de
verpleegkundige plompverloren zou hebben gezegd dat klager een gevaar voor zijn omgeving
is en overlast veroorzaakt, heeft zij betwist en kan daarom niet als vaststaand worden
aangenomen. De verpleegkundige zou een diagnose hebben gesteld zonder dat zij klager
kende maar de verpleegkundige heeft dat bestreden en gezegd dat klager haar vertelde
dat hij Asperger had. Ook dit verwijt kan bij de uiteenlopende weergaven van de feiten
niet worden beoordeeld. De verpleegkundige heeft in haar verweerschrift uiteengezet
dat klager zich niet kon vinden in de door E in haar verslag geformuleerde afspraak,
luidende “U gaat bij de huisarts langs om uw klachten te bespreken, zoals mevrouw
C (verweerster, RTG) heeft geadviseerd”. Na klachten van klager over dit advies heeft
de verpleegkundige geprobeerd E ertoe te bewegen deze afspraak anders te formuleren
maar E hield vast aan bovengenoemde formulering. Hoewel dit geen onderdeel uitmaakt
van de onderhavige klacht overweegt het college dat de verpleegkundige heeft bevestigd
dat zij klager heeft geadviseerd naar de huisarts te gaan, maar dat de als dwingend
ervaren formulering van dit advies in het verslag van E niet voor haar rekening komt
en haar dus ook niet kan worden verweten. De verpleegkundige benadrukt in dit verband
dat zij op geen enkele wijze betrokken was bij (de beslissing van E tot) verhuizing
van klager.
Klager verwijt de verpleegkundige dat zij zijn leven in gevaar heeft gebracht, mede
door de stress die zij heeft veroorzaakt. Het college wil aannemen dat klager zich
in een stressvolle situatie bevond, maar ziet geen reden om aan te te nemen dat dit
het gevolg is van uitlatingen en het advies van de verpleegkundige - alleen al omdat
klager de gestelde dreigbrieven, dreigementen en toegenomen overlast niet heeft onderbouwd.
3.3 De conclusie is dat de klacht kennelijk ongegrond is.
4. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.
Aldus beslist door A.M.J.G. van Amsterdam, voorzitter, R.E. van Hellemondt, lid-jurist,
P.A. Arnold, E.M. Vink-de Goeij en E.M. Rozemeijer, leden-beroepsgenoten, bijgestaan
door S. Verdaasdonk, secretaris, en uitgesproken op 5 juli 2022.
secretaris voorzitter