ECLI:NL:TGZRAMS:2022:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3946
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2022:137 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 14-10-2022 |
| Datum publicatie: | 14-10-2022 |
| Zaaknummer(s): | A2022/3946 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | lacht tegen een chirurg kennelijk ongegrond. Klaagster heeft na een fietsongeval de SEH bezocht vanwege een claviculafractuur en een hechtwond op de vinger. Na het SEH bezoek werd de nazorg aan de chirurg overgedragen. Klaagster verwijt de chirurg dat hij veel te lang heeft gewacht met opereren, terwijl ze veel pijn had. Ook moest zij hem er op wijzen de hechtingen uit haar vinger te halen, anders was hij dat vergeten. De chirurg ziet dit alles anders en vindt dat hij, in samenspraak met klaagster, het juiste behandelplan heeft gevolgd. Het college is van oordeel dat de verwijten die klaagster de chirurg maakt niet terecht zijn. De chirurg heeft gehandeld volgens het regionale traumaprotocol. Uit het medisch dossier blijkt dat de chirurg klaagster grondig heeft onderzocht en alternatieve behandelopties zijn besproken. Ook het tweede klachtonderdeel is ongegrond. Het is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar als de chirurg (of zijn assistente) de hechtingen eruit haalde nadat hij daarop werd geattendeerd. Klacht kennelijk ongegrond. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
AMSTERDAM
Beslissing van 14 oktober 2022 naar aanleiding van de klacht van:
A,
wonende te B,
klaagster,
tegen
C,
chirurg,
werkzaam te B,
verweerder,
gemachtigden: mr. M.F. Mooibroek en mr. M. Christe, advocaten te Utrecht.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 23 februari 2022;
- het aanvullende klaagschrift met bijlage;
- het verweerschrift met bijlagen;
- het proces-verbaal van het op 4 juli 2022 gehouden mondelinge vooronderzoek.
De klacht is op 2 september 2022 behandeld in raadkamer.
2. Waar gaat de zaak over en wat is de beslissing?
Klaagster heeft bij een fietsongeval haar sleutelbeen gebroken. Ook had zij een wond
aan haar linkerwijsvinger, die moest worden gehecht. Zij verwijt verweerder (hierna
“de chirurg”) dat hij veel te lang heeft gewacht met opereren, terwijl zij heel veel
pijn had. De chirurg had geen aandacht voor haar en haar pijnklachten. Ook moest zij
hem er op wijzen de hechtingen uit haar vinger te halen, anders was hij dat vergeten.
De chirurg ziet dit alles anders en vindt dat hij, in samenspraak met klaagster, het
juiste behandelplan heeft gevolgd. Dat plan houdt in dat eerst wordt afgewacht of
de breuk vanzelf heelt en dat pas als dat niet het geval is, een operatie in beeld
komt. Het college komt tot de conclusie dat de chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar
heeft gehandeld. Het college licht dat hierna toe.
3. Wat is er precies gebeurd?
Klaagster is op 30 maart 2021 met de racefiets gevallen en en bij de spoedeisende
hulp van het D terechtgekomen. Daar werd een ongecompliceerde breuk van het linker
sleutelbeen geconstateerd. Er werd een conservatieve behandeling ingezet en de wond
op de linker wijsvinger werd gehecht. Voor de nazorg werd klaagster, in verband met
haar woonplaats, verwezen naar een ander ziekenhuis meer in de buurt. Zo kwam zij
terecht bij de chirurg. De chirug heeft klaagster gezien op 15 april 2021, 20 mei
2021, 1 juli 2021 en telefonisch gesproken op 6 juli 2021. De conservatieve behandeling
werd voortgezet en er is besproken dat er in augustus 2021 een vervolgafspraak zou
zijn waarbij bekeken zou worden of er sprake was van een “non union”, een niet helende
breuk. In augustus is klaagster echter op eigen initiatief naar het D gegaan, omdat
zij vanwege de aanhoudende pijn wilde dat er eindelijk wat gebeurde. In dat ziekenhuis
is een CT scan gemaakt en bleek er sprake van een non union. Klaagster is vervolgens
op 25 augustus 2021 geopereerd in het D, waarbij een plaat is geplaatst.
4. Wat houdt de klacht in?
Volgens klaagster heeft de chirurg geen goede zorg verleend door veel te lang af te
wachten of de breuk vanzelf zou helen en had hij geen aandacht voor haar en haar pijnklachten.
Ook was hij bijna vergeten de hechtingen uit haar vinger te halen.
5. Wat is het verweer?
De chirug is het niet eens met de klacht. Zijn standpunt zal hierna, voor zover nodig,
aan de orde komen.
6. Wat zijn de overwegingen van het college?
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
De vraag is of de chirurg de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden.
De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende chirurg. Bij de beoordeling
wordt rekening gehouden met de voor de chirurg geldende beroepsnormen en de stand
van de wetenschap ten tijde van het handelen.
Klachtonderdeel a) te lang afwachten met opereren
Volgens de chirurg heeft hij de conservatieve behandeling die al was ingezet in het
D voortgezet omdat er geen reden was om daarvan af te wijken. In 80% van de Robinson
2B fracturen, zoals klaagster die had, geneest de breuk vanzelf. Hij heeft daarbij
verwezen naar het door hem overgelegde regionale Traumaprotocol.
Het college is het met de chirug eens dat een afwachtend beleid passend was. Waar
het echter in de kern om gaat is dat de chirurg volgens klaagster veel te lang heeft
afgewacht, terwijl zij veel pijn had. Uit het medisch dossier blijkt dat er bij de
laatste controle op 1 juli 2021 nog pijnklachten waren, maar er was ook een normale
schouderfunctie. De fractuur was klinisch vast en op de röntgenfoto waren er tekenen
van fractuurgenezing (callus maar nog geen consolidatie). In dit licht was het volgens
het college niet onzorgvuldig om nog verder af te wachten en nog niet aan te sturen
op aanvullend onderzoek (een CT-scan) en eventueel een operatie, met onder meer een
kans op complicaties. De noodzaak van een operatie had in de herbeoordeling in augustus
2021 aan de orde kunnen komen, ware het niet dat klaagster toen al naar het D was
gegaan. De chirurg heeft in feite de behandeling niet kunnen afmaken.
Een ander verwijt van klaagster is dat de chirurg geen aandacht voor haar had, in
het bijzonder niet voor haar pijnklachten. De chirurg heeft dit ontkend. Volgens hem
heeft hij aan klaagster uitgelegd dat de pijn bij het genezingsproces hoorde. Hij
wijst ook op het medisch dossier waaruit blijkt dat hij klaagster grondig heeft onderzocht,
alternatieve behandelopties zijn besproken en hij dus ook aandacht voor haar heeft
gehad.
Voor het college is duidelijk dat klaagster veel onvrede heeft over het handelen van
de chirurg maar ook hier kan niet worden gezegd dat de verwijten die zij de chirurg
maakt, terecht zijn. Dit alles betekent dat klachtonderdeel a ongegrond is. Klachtonderdeel
b) Hechtingen vergeten uit de vinger te halen
Ook dit klachtonderdeel is ongegrond. In de eerste plaats stelt de chirurg dat hij
niet is vergeten de hechtingen eruit te halen. Maar ook als dit wel zo zou zijn en
hij (of zijn assistente) de hechtingen er uit haalde nadat hij daarop werd geattendeerd,
is daarmee volgens het college nog geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar
handelen.
Conclusie
De conclusie is dat de klacht in al haar onderdelen ongegrond is.
7. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door E.A. Messer, voorzitter, E.M. Deen, lid-jurist, W.F.
van Tets, G.J.M. Akkersdijk en S.M. Schmidt-Rikama, leden-beroepsgenoten, bijgestaan
door M.G. Verkerk, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2022.