ECLI:NL:TGZRAMS:2021:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2248-A2021/049
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2021:107 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 10-11-2021 |
| Datum publicatie: | 22-11-2021 |
| Zaaknummer(s): | A2021/2248-A2021/049 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Klager is diabetespatiënt en bekend met triggerfingerproblematiek. Klager heeft een klacht ingediend tegen de plastisch chirurg die een triggerfingeroperatie bij hem heeft uitgevoerd. De operatie is ongecompliceerd verlopen.Klager verwijt de plastisch chirurg dat 1) de hechtingen te vroeg na de operatie zijn verwijderd, waardoor er weefsel is ontstaan om de pees, 2) zij een verkeerd revalidatieadvies heeft gegeven en 3) zij klager niet heeft gehoord. De plastisch chirurg heeft gemotiveerd verweer gevoerd.Het college is van oordeel dat het beter was geweest als de plastisch chirurg eerst de wond zou hebben beoordeeld voordat de hechtingen werden verwijderd en dan mogelijk de hechtingen nog enkele dagen had laten zitten. Het college merkt op dat richtlijnen wat betreft de termijn voor het verwijderen van hechtingen in de hand niet eenduidig zijn. In dit geval zijn de hechtingen niet te vroeg verwijderd. De littekens waren rustig, klager heeft niet laten weten dat de wond niet goed dicht ging en de handtherapeut heeft geen bijzonderheden genoteerd. Verder is een standaard revalidatieadvies aan klager gegeven, dat ook blijkt uit de folder die aan klager is meegegeven. Het standaard doorverwijzen naar een handtherapeut na een triggerfingeroperatie is niet gebruikelijk. De plastisch chirurg heeft klager wel op diens eerste verzoek doorverwezen naar een handtherapeut. Het college heeft tot slot geen aanwijzing dat klager niet serieus is genomen door de plastisch chirurg. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing naar aanleiding van de op 25 februari 2021 bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle binnengekomen en vervolgens naar dit college doorgestuurde, op 17 maart 2021 binnengekomen klacht van:
A,
wonende te B,
klager,
tegen
C,
plastisch chirurg,
werkzaam te B,
verweerster,
gemachtigde: mr. D. Zwartjes, advocaat te Utrecht.
1. De procedure
Het college heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- het klaagschrift met de bijlagen;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- het proces-verbaal van het op 2 juli 2021 gehouden vooronderzoek.
Het college heeft de klacht op basis van de stukken beoordeeld.
2. Waar gaat de zaak over?
2.1. Verweerster is werkzaam als plastisch chirurg. Klager is diabetespatiënt en daarnaast bekend met triggerfingerproblematiek.
2.2. Op 27 augustus 2019 is klager door een collega van verweerster gezien in verband met klachten die pasten bij het beeld van triggerfingers ter plaatse van de middel- en ringvinger van de rechterhand. Een week later, op 5 september 2019, heeft verweerster bij hem een triggerfingeroperatie uitgevoerd. De operatie is ongecompliceerd verlopen.
2.3. Op 12 september 2019 kwam klager op het spreekuur van verweerster voor de
nacontrole. De poli-assistente, die de hand van klager als eerste heeft bekeken, heeft
de hechtingen in de hand van klager verwijderd. Daarna heeft verweerster de hand bekeken.
Zij heeft in het dossier genoteerd:
“Controle anamnese Gaat goed, vingers blijven niet meer
hangen
Specieel lichamelijk onderzoek rustige littekens, geen tekenen van infectie”.
2.4. Een week later, op 19 september 2019, heeft klager contact opgenomen met de poli met het verzoek een verwijzing te krijgen naar de handtherapeut omdat zijn hand pijnlijk en stijf was. Verweerster heeft klager diezelfde dag intern doorverwezen, waarna klager tot en met 17 december 2019 handtherapie heeft gevolgd.
2.5. In het dossier van de handtherapeut staat bij 27 september 2019 genoteerd:
“S: vingers stijf en dik; wondje net krap aan dicht.
O: vuisten beperkt; litteken dig II iets rood en gezwollen;
(…)”,
en bij 17 december 2019:
“(…)
O: veel soepeler, makkelijker in platte en volle vuist te krijgen; na doorbewegen volle vuist net mogelijk.
(…)”.
2.6. Na afloop van het traject bij de handtherapeut heeft klager zich via zijn huisarts laten verwijzen naar een andere plastisch chirurg, die klager op 12 oktober 2020 heeft geopereerd en zijn hand heeft ‘schoongemaakt’ via het oude litteken in de handpalm en daarnaast een triggerfingerrelease bij de wijsvinger van klager heeft uitgevoerd.
2.7. Op 7 september 2020 heeft klager een klacht ingediend bij het ziekenhuis waar verweerster werkzaam is. De klachtenfunctionaris van het ziekenhuis heeft de klacht in behandeling genomen; op 23 oktober 2020 heeft verweerster per e-mail een reactie gestuurd aan klager. Op 3 december 2020 heeft een gesprek plaatsgehad met de klachtenfunctionaris, verweerster en klager.
3. De klacht
Volgens klager heeft verweerster onzorgvuldig dan wel onjuist gehandeld omdat:
- de hechtingen te vroeg na de operatie zijn verwijderd, waardoor er weefsel is ontstaan om de pees;
- zij een verkeerd revalidatieadvies heeft gegeven.
Ook verwijt klager verweerster dat:
- zij hem niet heeft gehoord.
4. Het verweer
Verweerster heeft de klacht bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.
5. Wat is het oordeel van het college?
5.1. Het college is van oordeel dat verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Voor die beslissing acht het college het volgende van belang.
Klachtonderdeel 1: hechtingen te vroeg verwijderd
5.2. Volgens klager heeft hij na afloop van de operatie een folder meegekregen waarin stond dat hechtingen tien tot veertien dagen na de operatie verwijderd worden. Verweerster daarentegen zou hebben gezegd dat hechtingen zeven tot tien dagen na de operatie verwijderd worden. Klager erkent dat de wond destijds redelijk netjes was, maar bij het verwijderen van de hechtingen door de assistente knapte de wond open. De assistente heeft toen verweerster erbij geroepen. Uit de informatie die klager op internet gevonden heeft, volgt ook dat hechtingen pas vanaf tien dagen na de operatie worden verwijderd. Zijn hechtingen zijn – zeven dagen na de operatie – te vroeg verwijderd, waardoor zijn vinger uiteindelijk nu niet meer goed functioneert.
5.3. Volgens verweerster worden in het ziekenhuis waar zij werkt heel vaak de hechtingen er na zeven dagen al uitgehaald. Zij ziet de patiënt bovendien altijd zelf bij de nacontrole. Als de wond open was geweest, had zij dat zeker in het dossier genoteerd. Voor het herstelproces maakt het niet heel veel uit hoe lang de hechtingen blijven zitten en maakt het ook niet heel veel uit als de wond opengaat. In het ziekenhuis zit verweerster op dezelfde gang als de handtherapeut; wanneer het echt niet goed was gegaan met de hand van klager, dan had de handtherapeut laagdrempelig contact kunnen opnemen met haar, maar dat heeft hij nooit gedaan, aldus verweerster.
5.4. Het college is van oordeel dat het weliswaar beter was geweest om, voordat de hechtingen werden verwijderd, eerst verweerster de wond te laten beoordelen en dan mogelijk de hechtingen nog enkele dagen langer te laten zitten, juist omdat er geen tekenen van een infectie waren, maar het na zeven dagen verwijderen van de hechtingen is onvoldoende om verweerster daarvan een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Daarbij speelt een rol dat richtlijnen wat betreft de termijn voor het verwijderen van hechtingen in de hand niet eenduidig zijn; er zijn inderdaad richtlijnen te vinden die een periode van tien tot veertien dagen geven voor het verwijderen van hechtingen, zoals klager aangeeft, maar er zijn ook richtlijnen te vinden die een periode vanaf zeven dagen noemen.[1] Verder heeft verweerster in het dossier genoteerd dat de littekens rustig waren. Klager heeft na 12 september 2019 ook niet aan verweerster of de polikliniek kenbaar gemaakt dat de wond niet goed dicht ging, zodat verweerster daarop niet heeft kunnen handelen. Ook heeft de handtherapeut geen door hemzelf geconstateerde bijzonderheden genoteerd omtrent de toestand van de wond. Daarnaast is het onwaarschijnlijk dat het (relatief) vroeg verwijderen van hechtingen er de oorzaak van is dat weefsel rondom de pees is ontstaan en zijn vinger daardoor niet goed functioneert, zoals klager stelt. Het college heeft er oog voor dat dit voor klager een heel vervelende situatie is. Verweerster kan daarvan echter geen tuchtrechteiijk verwijt worden gemaakt. De conclusie van het voorgaande is dat het eerste klachtonderdeel ongegrond is.
Klachtonderdeel 2: geven van verkeerd revalidatieadvies
5.5. In het tweede klachtonderdeel verwijt klager verweerster dat zij een verkeerd revalidatieadvies zou hebben gegeven. Volgens klager heeft verweerster tijdens de nacontrole op 12 september 2019 duidelijk tegen hem gezegd dat hij zijn hand omhoog moest houden en niet moest bewegen om de wond zo snel mogelijk te kunnen laten genezen.
5.6. Verweerster erkent dat zij tijdens het consult van 12 september 2019 tegen klager heeft gezegd zijn hand zoveel mogelijk hoog te houden, want dat voorkomt oedeem, maar zij betwist tegen hem gezegd te hebben dat hij zijn hand niet mocht bewegen. Het is volgens verweerster een standaardadvies om de hand meteen te bewegen om stijfheid te voorkomen. Ook al gaat de wond open, bewegen van de hand is wel heel belangrijk. Klager had al eerder een handoperatie gehad en zal toen ook het advies hebben gekregen om zo snel mogelijk de hand te bewegen, aldus verweerster.
5.7. Hoewel het college niet kan achterhalen wat verweerster precies tegen klager heeft gezegd omtrent het bewegen van de hand, ligt het niet voor de hand aan te nemen dat verweerster zou hebben gezegd dat klager de hand niet mocht bewegen. Het gaat immers om een standaardadvies. Dat blijkt ook uit de folder die aan klager is meegegeven, waarin wordt aangegeven dat het verstandig is de vinger snel na de ingreep te oefenen. Het tweede klachtonderdeel is ongegrond.
Klachtonderdeel 3: zich niet gehoord voelen
5.8. Volgens klager is hij bij een eerdere triggerfingeroperatie aan een duim wel direct doorverwezen naar een handtherapeut. De reden dat hij zich niet gehoord voelde is omdat hij door verweerster niet direct werd doorverwezen naar een handtherapeut en er niet op zijn gezondheidstoestand is geanticipeerd. Volgens klager dient iedereen direct na een triggerfingeropratie naar een handtherapeut doorverwezen te worden. Ook heeft hij zich niet gehoord gevoeld na het indienen van zijn klacht bij het ziekenhuis waar verweerster werkzaam is.
5.9. Ook dit klachtonderdeel is ongegrond. Het standaard doorverwijzen naar een handtherapeut na een triggerfingeroperatie is niet gebruikelijk. Dat klager na een eerdere triggerfingeroperatie wel direct is doorverwezen, maakt dat niet anders. Verweerster heeft klager op diens eerste verzoek intern doorverwezen naar een handtherapeurt. Het college heeft geen aanwijzing dat zij klagers klachten niet serieus heeft genomen, voor zover klager daarover bedoelt te klagen.
5.10. Het college heeft ook geen aanwijzing dat verweerster klager na het indienen van zijn klacht bij het ziekenhuis niet serieus heeft genomen. Na het indienen van de klacht op 7 september 2020 heeft verweerster klager op 23 oktober 2020 een invoelende brief geschreven, die op 3 november 2020 door de klachtenfunctionaris aan klager is doorgestuurd. Op 3 december 2020 heeft nog een gesprek plaatsgehad, waarin het beloop na de operatie is besproken. Uit het verslag van het gesprek op 3 december 2020 maakt het college op dat klager kennelijk na afloop van het gesprek aangegeven heeft tevreden te zijn met de uitleg. Nu verweerster dit gesprek is aangegaan en gelet op de afloop daarvan, ziet het college onvoldoende aanwijzingen dat verweerster klager niet heeft gehoord, of dat zij hem niet serieus heeft genomen.
5.11. Het voorgaande leidt tot de beslissing dat verweerster met betrekking tot de klachtonderdelen geen verwijt als bedoeld in artikel 47 lid 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg worden gemaakt. De klachtonderdelen zijn daarom kennelijk ongegrond.
6. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.
Aldus beslist 10 november 2021 door:
N.B. Verkleij, voorzitter,
W.F. van Tets en R.A. Christiano, leden-arts,
bijgestaan door A. Kerstens, secretaris.
secretaris voorzitter
[1] Bijv. https://richtlijnen.ngh.org./behandelrichtlijnen/traumatischewonden-en-bijtwonden