ECLI:NL:TGZCTG:2022:54 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.250

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2022:54
Datum uitspraak: 21-03-2022
Datum publicatie: 21-03-2022
Zaaknummer(s): C2020.250
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Klacht tegen verzekeringsarts. Verweerder heeft klager gekeurd in verband met een aanvraag van een bewonersparkeervergunning voor gehandicapten. In zijn medisch rapport aan de gemeente heeft verweerder onder meer – kort gezegd – geconcludeerd dat klager niet permanent rolstoel gebonden is en dat hij te voet meer dan 100 meter aaneengesloten zelfstandig kan afleggen. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – onvoldoende onderzoek en een rapport dat niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager. 

C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
zaaknummer Centraal Tuchtcollege: C2020.250
zaaknummer Regionaal Tuchtcollege in Den Haag: 2020-054 (ECLI:NL:TGZRSGR:2020:153)
beslissing in de zaak van: 
A., wonende in B., appellant, klager in eerste aanleg,
hierna: klager,
tegen
C., verzekeringsarts, (destijds) werkzaam in B., verweerder in beide instanties, hierna: de verzekeringsarts,
gemachtigde: mr. M.J. de Groot, verbonden aan de stichting VvAA Rechtsbijstand in Utrecht.
1.    Procesverloop 
Klager heeft op 22 april 2020 bij het Regionaal Tuchtcollege in Den Haag een klacht ingediend tegen de verzekeringsarts. Dat College heeft de klacht in zijn beslissing van 13 oktober 2020 kennelijk-ongegrond verklaard. Klager heeft tegen die beslissing beroep ingesteld. De verzekeringsarts heeft een verweerschrift in beroep ingediend. Klager heeft daarna nog aanvullende stukken ingestuurd.
De zaak is in beroep behandeld op de zitting van 9 februari 2022. Klager is daar in persoon verschenen. De verzekeringsarts en zijn gemachtigde hebben de zitting via een digitale verbinding bijgewoond. Partijen hebben hun standpunten op de zitting verder toegelicht. 
2.    Waar gaat deze zaak over?
2.1    Klager heeft sinds een ongeluk met zijn scooter in 2015 klachten aan zijn knieën en moeite met lopen. Hij heeft een bewonersparkeervergunning voor gehandicapten aangevraagd. In verband met deze aanvraag heeft de verzekeringsarts klager medisch gekeurd. 
2.2    In zijn medisch rapport aan de gemeente heeft de verzekeringsarts geconcludeerd dat klager te voet meer dan 100 meter aaneengesloten zelfstandig kan afleggen.
2.3    Klager verwijt de verzekeringsarts dat hij (1) onvoldoende eigen medisch onderzoek heeft verricht, (2) onvoldoende medische informatie heeft opgevraagd, (3) geen gehoor heeft gegeven aan het verzoek van klager om de rapportage te onderbouwen, (4) onvoldoende deskundig is om de keuring te verrichten en (5) een rapport heeft afgeleverd dat niet voldoet aan de eisen van inzichtelijkheid en objectiviteit.
2.4    Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht op alle punten afgewezen. De bedoeling van het beroep van klager is dat de klacht door het Centraal Tuchtcollege alsnog (gedeeltelijk) gegrond wordt verklaard. 
3.    Het oordeel van het Centraal Tuchtcollege 
3.1    Het Centraal Tuchtcollege zal het beroep van klager hierna bespreken. De conclusie zal zijn dat de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege in stand blijft. 
    De rapportage voldoet aan de criteria
    3.2    Kern van het verwijt dat klager de verzekeringsarts in beroep maakt is dat de rapportage niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Volgens vaste rechtspraak van het Centraal Tuchtcollege dient een rapport te voldoen aan de volgende criteria:
1.     Het rapport vermeldt de feiten, omstandigheden en bevindingen waarop het berust; 
2.     Het rapport geeft blijk van een geschikte methode van onderzoek om de voorgelegde vraagstelling te beantwoorden; 
3.     In het rapport wordt op inzichtelijke en consistente wijze uiteengezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen; 
4.     Het rapport vermeldt de bronnen waarop het berust, daaronder begrepen de gebruikte literatuur en de geconsulteerde personen; 
5.     De rapporteur blijft binnen de grenzen van zijn deskundigheid. 
3.3    Het rapport van de verzekeringsarts voldoet aan deze criteria. Wat betreft het derde criterium overweegt het Centraal Tuchtcollege wel dat de onderbouwing summier is: de verzekeringsarts heeft op basis van de beschikbare medische gegevens en zijn eigen onderzoek een zelfstandig oordeel gevormd over de loopbeperking van klager. Daarbij had hij bij de keuring onder meer de beschikking over een brief van het Centrum voor ME en Chronische Vermoeidheid aan de huisarts van klager van 
8 juni 2017. Een van de bijlagen bij die brief is een anamnese waarin staat vermeld:
“[…] 
Wandelen 5-7 minuten, soms iets langer. […] 1 keer per week 5-6 minuten voetballen. 
[…]” 
Het was zorgvuldiger geweest als uit de rapportage duidelijker naar voren was gekomen dat de verzekeringsarts bij zijn beoordeling ook de hiervoor aangehaalde passage had meegewogen. Dat hij deze passage niet expliciet in zijn rapportage heeft opgenomen, is echter onvoldoende zwaarwegend om hem een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Het beroep van klager slaagt niet op dit punt.
Ook voor het overige is de klacht terecht ongegrond verklaard
3.4    Klager heeft in beroep zijn klacht herhaald en verder toegelicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft in zijn beslissing onder 5.2 tot en met en 5.6 goed onderbouwd geoordeeld dat alle klachtonderdelen ongegrond zijn. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze overwegingen en dit oordeel. 
    Conclusie
3.5    Het beroep van klager wordt verworpen.
4.    De beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
verwerpt het beroep.
Deze beslissing is gegeven door: E.J. van Sandick, voorzitter; Y. Buruma en M.W. Zandbergen, 
leden-juristen en W.A. Faas en J.H.M. de Brouwer, leden-beroepsgenoten en 
M.D. Barendrecht-Deelen, secretaris. 
Uitgesproken ter openbare zitting van 21 maart 2022.
    Voorzitter   w.g.                        Secretaris  w.g.