ECLI:NL:TGZCTG:2014:58 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2013.174

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2014:58
Datum uitspraak: 13-02-2014
Datum publicatie: 13-02-2014
Zaaknummer(s): c2013.174
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Klacht tegen ambulant behandelend arts over de behandeling van klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geen aanwijzingen dat de arts ten aanzien van de aan klager verleende zorg op enige wijze tekort is geschoten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E

voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2013.174 van:

A., wonende te B., appellant, klager in eerste aanleg,

Tegen

C., arts, werkzaam te D.

verweerster in beide instanties.

1.         Verloop van de procedure

A. - hierna klager - heeft op 15 november 2011bij het Regionaal Tuchtcollege te

‘s-Gravenhage tegen C. - hierna verweerster - een klacht ingediend. Bij beslissing van 12 februari 2013, onder nummer 2011-227b heeft dat College de klacht afgewezen.

Klager is van die beslissing tijdig in hoger beroep gekomen.

Verweerster heeft een verweerschrift in hoger beroep ingediend.

De zaak is in hoger beroep tegelijkertijd maar niet gevoegd met de zaak C2013.173

(A./E.) behandeld ter openbare terechtzitting van het Centraal Tuchtcollege van 17 december 2013. Verweerster is ter terechtzitting verschenen. Klager is, hoewel op juiste wijze voor de zitting uitgenodigd, niet ter terechtzitting verschenen.

2.         Beslissing in eerste aanleg

Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan zijn beslissing de volgende overwegingen ten grondslag gelegd.

2.       De klacht

Klager verwijt de arts misbruik te hebben gemaakt van zijn gedwongen opname en klager te hebben gestraft nadat klager een ruit kapot gegooid had. Daarnaast is klager niet tevreden over de verstrekking van zijn medicatiedepot.

            3.         Het standpunt van de arts

De arts heeft zijn betrokken bij de behandeling van klager toegelicht en de verwijten gemotiveerd bestreden. De arts heeft zorgvuldig gehandeld.

            4.         De beoordeling

Klager stelt dat de arts tekort geschoten is in de zorg ten opzichte van hem. De arts heeft dit betwist. De arts heeft toegelicht dat het medicatiedepot in overleg met klager is aangepast. Dit wordt ondersteund door het medisch dossier van klager.

            Het College heeft geen aanwijzingen dat de arts ten aanzien van de aan klager     verleende zorg op enige wijze onzorgvuldig heeft gehandeld.

Gezien het vorenstaande komt het College tot het oordeel dat de klacht ongegrond is”.

3.         Vaststaande feiten en omstandigheden

Voor de beoordeling van het hoger beroep gaat het Centraal Tuchtcollege uit van de volgende feiten.

Klager is bekend met de ziekte schizofrenie. Verweerster is van april 2006 tot en met juli 2010 als arts werkzaam geweest op de afdeling voor intensieve ambulante behandeling van de Parnassia Bavo groep, in welke periode zij de ambulante behandelaar van klager is geweest. Klager is van mei 2006 tot en met juni 2010 opgenomen geweest met een inbewaringstelling. Op enig moment is klager na het vernielen van een ruit door de politie gearresteerd. In juli 2010 is in overleg met verweerster klagers depotmedicatie gewijzigd van Cisordinol naar Fluanxol.

4.         Beoordeling van het hoger beroep

4.1       In hoger beroep heeft klager zijn klacht herhaald en nader toegelicht.

4.2       Verweerster heeft gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

4.3       De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg, zodat het beroep moet worden verworpen.

5.         Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

verwerpt het beroep.

Deze beslissing is gegeven door: mr. W.D.H. Asser, voorzitter, mr. G.P.M. van den Dungen en mr. Wigleven, leden juristen en  drs. A.C.L. Allertz en mr. drs. R.H. Zuijderhoudt leden beroepsgenoten en mr. D. Brommer, secretaris, en uitgesproken ter openbare zitting van

13 februari 2014.  Voorzitter    w.g.                         Secretaris  w.g.