ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2517 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2012.205

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2517
Datum uitspraak: 20-12-2012
Datum publicatie: 20-12-2012
Zaaknummer(s): c2012.205
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Klager is in het kader van een vervolgbehandeling na een TBS-opname gedurende een jaar bij de aangeklaagde gz-psycholoog, in behandeling geweest. In de wekelijkse gesprekken heeft klager melding gemaakt van maagklachten. Volgens klager ging de gz-psycholoog er vanuit dat de klachten stress gerelateerd waren. De huisarts heeft klagers doorverwezen en na een gastroscopie bleek klager een maagbacterie te hebben. Klager verwijt de gz-psycholoog dat zij een verkeerde diagnose heeft gesteld, dat zij volhard heeft in deze diagnose en dat ze deze diagnose vermeld heeft aan de reclassering en de psychiater, die de diagnose hebben verwerkt in hun rapporten ten behoeve van de verlenging van de TBS en de hervatting van de dwangverpleging. Het RTG heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.

C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E

voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2012.205 van:

A., verblijvende te B., appellant, klager in eerste aanleg,

gemachtigde:  mr. A.L. Louwerse, advocaat te Hoofddorp,

tegen

C., gz-psycholoog, werkzaam te B., wonende te D.,

verweerster in beide instanties.

1.         Verloop van de procedure

A.- hierna klager - heeft op 16 september 2011 bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle tegen gezondheidszorgpsycholoog C. - hierna de gz-psycholoog - een klacht ingediend. De zaak is vervolgens doorgestuurd naar het bevoegde Regionaal Tuchtcollege te Eindhoven. Bij beslissing van 5 april 2012, onder nummer 11170 heeft dat College de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Klager  is van die beslissing tijdig in hoger beroep gekomen. De gz-psycholoog heeft geen verweerschrift in hoger beroep ingediend.

De zaak is in hoger beroep behandeld ter openbare terechtzitting van het Centraal Tuchtcollege van 30 oktober 2012, waar zijn verschenen mr. A.L. Louwerse voornoemd van de zijde van klager alsmede de gz-psycholoog vergezeld van haar manager. Klager is niet verschenen.

2.         Beslissing in eerste aanleg

2.1 De in eerste aanleg vastgestelde feiten.

“2. De feiten

Het gaat in deze zaak om het volgende:

Klager is in het kader van een vervolgbehandeling na een TBS opname bij verweerster in behandeling geweest van 18 mei 2010 tot 9 mei 2011. Er vonden wekelijks gesprekken plaats. In de gesprekken heeft klager melding gemaakt van maagklachten.”

2.2 De in eerste aanleg ingediende klacht en het daartegen gevoerde verweer houden het volgende in.

“3. Het standpunt van klager en de klacht

Klager verwijt verweerster dat zij een verkeerde diagnose heeft gesteld, dat zij volhard heeft in deze diagnose en dat ze deze diagnose vermeld heeft aan de reclassering en de psychiater, die de diagnose hebben verwerkt in hun rapporten ten behoeve van de verlenging van de TBS en de hervatting van de dwangverpleging.

Ter toelichting heeft klager aangevoerd dat hij vanaf 2004 kampte met maagklachten, welke in de loop der tijd zijn verergerd. Volgens verweerster waren de klachten stressgerelateerd. Klager is naar zijn huisarts gegaan. Of verweerster hem daartoe heeft geadviseerd kan hij zich niet meer herinneren. De huisarts heeft klager doorverwezen en na een gastrocopie bleek klager een maagbacterie te hebben. Na behandeling had klager geen last meer van zijn maag. Verweerster bleef volharden in haar diagnose.

4. Het standpunt van verweerster

Vanaf juni 2010 heeft klager geleidelijk aan toenemende maagklachten gemeld. Drukte en stress werden door klager zelf als oorzaak van de klachten aangegeven. Verweerster heeft klager geadviseerd naar de huisarts te gaan en voorts heeft zij samen met klager gekeken op welke wijze de spanningen konden worden verminderd. Voor verweerster was duidelijk dat oplopende spanningen (mede) oorzaak waren van de maagklachten. Met toestemming van klager heeft verweerster de reclassering en de psychiater geïnformeerd. Zij heeft daarbij aangegeven in hun advisering rekening te houden met de kwetsbaarheid van klager. “

2.3 Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan zijn beslissing de volgende overwegingen ten grondslag gelegd.

“5. De overwegingen van het college

Uit het medisch dossier blijkt dat begin juni 2010 voor het eerst maagklachten zijn besproken tussen klager en verweerster en dat aan de orde is geweest dat verweerder hiervoor naar de huisarts was geweest. Dat in december 2010 een fysieke oorzaak voor maagklachten, te weten een bacterie, is vastgesteld, laat onverlet dat verweerster op grond van haar gesprekken met klager heeft kunnen en mogen oordelen dat de maagklachten (mede) veroorzaakt en/of verergerd werden door de spanningen waarmee klager te kampen had. Klager gaf ook zelf aan met oplopende spanningen te maken te hebben die leidden tot een verergering van zijn maagklachten. Verweerster heeft met toestemming van klager de reclassering en de psychiater over haar bevindingen geïnformeerd. Zowel de reclassering als de psychiater zijn zelf verantwoordelijk voor de inhoud van hun rapportages en de daarvoor door hen gebruikte informatie. Het dossier biedt onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat de door verweerster gestelde diagnose onjuist was. De klacht moet als kennelijk ongegrond worden afgewezen.”

3.         Vaststaande feiten en omstandigheden

Het Centraal Tuchtcollege gaat voor de beoordeling van het hoger beroep uit van de feiten en de omstandigheden zoals zijn vastgesteld door het Regionaal Tuchtcollege en hierboven onder 2.1 staan weergegeven.

4.         Beoordeling van het hoger beroep

Procedure.

4.1 In hoger beroep heeft klager zijn klacht herhaald en nader toegelicht. Hij heeft - zakelijk weergegeven - geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beslissing, tot gegrond verklaring van de klacht en tot het opleggen van een passende maatregel.

4.2 De gz-psycholoog heeft  ter zitting in hoger beroep gemotiveerd verweer gevoerd en impliciet geconcludeerd tot ongegrond verklaring van het beroep.

Beoordeling.

4.3 Met het Regionaal Tuchtcollege is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de vaststelling van de fysieke oorzaak (een bacterie) voor de maagklachten in december 2010 onverlet laat dat de gz-psycholoog op grond van haar gesprekken met klager heeft kunnen en mogen oordelen dat de maagklachten (mede) veroorzaakt en/of verergerd werden door de spanningen waarmee klager te kampen had.  Het Centraal Tuchtcollege is echter voorts van oordeel dat de gz-psycholoog in haar rapportage aan de psychiater en de reclassering te veel de nadruk  heeft gelegd op de door klager ondervonden stress als oorzaak van zijn maagklachten. Het was beter geweest als de gz-psycholoog tevens meer de aandacht had gevestigd op de somatische factor (Helicobacter) die de maagklachten (mede) veroorzaakte en beide oorzaken op een evenwichtiger wijze had belicht. Bij de tuchtrechtelijke toetsing van het professioneel handelen gaat het er echter niet om of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard. In het onderhavige geval is de gz-psycholoog binnen deze grenzen gebleven. 

4.4 Voor het overige  heeft de behandeling van de zaak in hoger beroep het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg, zodat het beroep moet worden verworpen.

5.         Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

verwerpt het beroep.

Deze beslissing is gegeven door: mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, prof. mr. J.K.M. Gevers en mr. R. Veldhuisen, leden-juristen en drs. R.M.H. Schmitz en drs. G.L.G. Couturier, leden-beroepsgenoten en mr. H.J. Lutgert, secretaris, en uitgesproken ter openbare zitting van

20 december 2012.                 Voorzitter   w.g.                                Secretaris  w.g.