ECLI:NL:TGDKG:2026:89 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/770421 DW RK 25/190 BB/WdJ
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2026:89 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 14-09-2026 |
| Datum publicatie: | 12-10-2026 |
| Zaaknummer(s): | C/13/770421 DW RK 25/190 BB/WdJ |
| Onderwerp: | Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | De gerechtsdeurwaarder is in een beslissing van de kamer veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van klager alsmede het door klager betaalde griffierecht. De gerechtsdeurwaarder stelt zich op het standpunt dat hij enkel het bedrag van de proceskosten aan klager diende te betalen. Nu de gerechtsdeurwaarder de duidelijke en onherroepelijke beslissing onjuist heeft gelezen en daarin bleef volharden, is dit deel van de klacht gegrond. Klacht is voor het overige ongegrond. Maatregel van waarschuwing opgelegd alsmede veroordeling in de proceskosten van klager. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 14 september 2026 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/770421 DW RK 25/190 BB/WdJ ingesteld door:
[ ],
wonende te [ ],
klager,
tegen:
[ ],
gerechtsdeurwaarder te [ ],
beklaagde.
1. Ontstaan en loop van de procedure
Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 5 juni 2025, heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Klager heeft zijn klacht aangevuld bij e-mails met bijlagen, ingekomen op 24 juni 2025 en 1 augustus 2025. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 5 september 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 13 juli 2026 alwaar klager online is gehoord en de gerechtsdeurwaarder is verschenen. De uitspraak is bepaald op 14 september 2026.
2. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- Bij beslissing van de kamer van 16 april 2025, geregistreerd onder nummer C/13/753030 DW RK 24/239, is de gerechtsdeurwaarder onder meer veroordeeld in de proceskosten van klager ad € 50 en tot betaling aan klager van het griffiegeld van € 50. Deze beslissing is onherroepelijk.
- Klager heeft de gerechtsdeurwaarder bij e-mail van 22 mei 2025 verzocht om tot betaling van de verschuldigde bedragen over te gaan.
- Bij e-mail van 23 mei 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder contact opgenomen met de bewindvoerder van klager en gevraagd om instructies.
- Hierop heeft de bewindvoerder van klager de gerechtsdeurwaarder bij e-mail van 23 mei 2025 medegedeeld dat het bedrag van € 100 direct op de rekening van klager kan worden gestort. Verder heeft de bewindvoerder om de wijzigingen in de vordering gevraagd.
- Bij e-mail van 30 mei 2025 heeft klager zijn e-mail van 22 mei 2025 in herinnering gebracht bij de gerechtsdeurwaarder.
- Op 4 juni 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder de proceskosten van € 50 aan klager voldaan. Hiervan is klager bij e-mail van diezelfde dag op de hoogte gebracht.
- Op 4 juni 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder een actueel overzicht van de openstaande vordering aan de bewindvoerder van klager verstrekt.
3. De klacht
Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder:
a: niet het griffierecht aan klager betaalt, waarvoor hij wel door de kamer is veroordeeld bij beslissing van 16 april 2025;
b: niet het totale vorderingsbedrag heeft aangepast, terwijl hij ter zitting bij de kamer op 5 maart 2025 heeft aangegeven een aantal hoogoplopende kosten voor eigen rekening te zullen nemen.
4. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder
De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.
5. De beoordeling van de klacht
5.1 Gerechtsdeurwaarders zijn op grond van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaar ders wet (hierna: Gdw) aan tuchtrechtspraak onderworpen voor handelen of nalaten in strijd met bij of krachtens deze wet en de Wet kwaliteit incassodienstverlening gegeven bepaling en voor handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt. In deze beslissing wordt beoordeeld of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.
5.2 Ten aanzien van klachtonderdeel a stelt de gerechtsdeurwaarder zich op het standpunt dat uit rechtsoverweging 5.10 van de beslissing van de kamer van 16 april 2025 volgt dat slechts een bedrag van € 50 aan klager hoeft te worden voldaan, als zijnde kosten van klager. De gerechtsdeurwaarder gaat hierbij echter voorbij aan rechtsoverweging 5.11, waarin is opgenomen dat ook het griffierecht van € 50 moet worden voldaan. Beide veroordelingen zijn ook separaat in het dictum van de beslissing opgenomen. De kamer overweegt dat van een behoorlijk gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij beslissingen waarin een veroordeling is opgenomen correct leest. Het gaat dus om twee afzonderlijke beslissingen met twee afzonderlijke grondslagen, namelijk de artikelen 43a lid 1 onder a Gdw en 37 lid 7 Gdw. Het is niet te begrijpen dat de gerechtsdeurwaarder van mening is dat alleen de proceskosten aan klager betaald hoefden te worden en in die mening is blijven volharden tot aan de mondelinge behandeling in deze tuchtzaak. Het standpunt van de gerechtsdeurwaarder ter zitting dat het de eerste keer is dat hij een dergelijke beslissing heeft ontvangen, maakt het niet anders. Dit klachtonderdeel is dan ook terecht voorgesteld. Het gaat hier niet om een inhoudelijk geschil, maar om het onjuist lezen van een duidelijke en onherroepelijke beslissing en het daarin blijven volharden. De gerechtsdeurwaarder heeft hierdoor niet gehandeld zoals van een gerechtsdeurwaarder verwacht mag worden.
5.3 Ten aanzien van klachtonderdeel b blijkt uit de door de gerechtsdeurwaarder overgelegde producties dat de gerechtsdeurwaarder de bewindvoerder van klager op 4 juni 2025 een actueel overzicht van de openstaande vordering heeft verzonden, waaruit blijkt dat enkele kosten voor eigen rekening zijn genomen. Dit klachtonderdeel stuit hierop af.
5.4 Ten aanzien van het verzoek van klager om schadevergoeding, smartengeld of het opleggen van een dwangsom is het tuchtrecht niet de geëigende weg. Klager dient zich hiertoe tot de civiele rechter te wenden.
5.5 De kamer verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en acht de maatregel van waarschuwing in dit geval passend en geboden. Omdat de klacht gedeeltelijk gegrond is, dient de gerechtsdeurwaarder aan klager (voor zover dat niet reeds is gebeurd) het betaalde griffierecht te vergoeden en zal de kamer de gerechtsdeurwaarder veroordelen in de door klager gemaakte (forfaitair vast te stellen) kosten.
5.6 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart klachtonderdeel a gegrond;
- verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
- legt aan de gerechtsdeurwaarder voor het gegronde deel van de klacht de maatregel van waarschuwing op;
- veroordeelt de gerechtsdeurwaarder in de proceskosten van klager, begroot op
€ 50,-, te betalen nadat de beslissing onherroepelijk is geworden; - bepaalt dat de gerechtsdeurwaarder aan klager het betaalde griffierecht ad € 50 vergoedt.
Aldus gegeven door mr. B. Brokkaar, plaatsvervangend-voorzitter, mr. A.E. de Vos en mr. S.J.W. van der Putten, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 september 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.