ECLI:NL:TGDKG:2026:82 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/775086 / DW RK 25/324 KM/WdJ
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2026:82 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 07-09-2026 |
| Datum publicatie: | 12-10-2026 |
| Zaaknummer(s): | C/13/775086 / DW RK 25/324 KM/WdJ |
| Onderwerp: | Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Ondanks herhaalde verzoeken heeft klager niet de gevraagde specificatie ontvangen. Pas nadat klager had aangekondigd een klacht bij de kamer in te zullen dienen is aan klager de gevraagde specificatie verzonden. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd, geen veroordeling in de proceskosten. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 7 september 2026 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/775086 / DW RK 25/324 KM/WdJ ingesteld door:
[ ],
wonende te [ ],
klager,
gemachtigde: [ ],
tegen:
[ ],
gerechtsdeurwaarder te [ ],
beklaagde.
1. Ontstaan en loop van de procedure
Bij e-mail met bijlagen, ingekomen op 3 september 2025 heeft klager een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 12 november 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 22 juni 2026 alwaar klager met zijn gemachtigde en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 7 september 2026.
2. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- De gerechtsdeurwaarder is belast met twee vorderingen op klager betreffende achterstallige huur, geregistreerd onder dossiernummers 288.884 en 291.157.
- Bij e-mail van 1 mei 2025 is aan klager een specificatie van de openstaande vorderingen verstrekt.
- Bij e-mail van 14 mei 2025 heeft klager vragen gesteld over de specificatie van dossiernummer 288.884.
- Hierop is bij e-mail van 20 mei 2025 gereageerd.
- Bij e-mail van 22 mei 2025 heeft klager om een nadere onderbouwing van dossiernummer 288.884 verzocht.
- Bij e-mail van 4 juni 2025 heeft klager zijn eerdere e-mail in herinnering gebracht.
- Bij e-mail van 6 juni 2025 is aan klager een uitleg over de wettelijke rente gegeven.
- Bij e-mail van 9 juni 2025 heeft klager gevraagd om een gespecifieerd overzicht van de opbouw per (kosten)post
- Nadat klager bij e-mail van 1 juli 2025 heeft gerappelleerd is over en weer tussen klager en een medewerkster van het gerechtsdeurwaarderkantoor gecorrespondeerd.
- Bij e-mail van 28 augustus 2025 is een specificatie van de openstaande vorderingen aan klager verstrekt.
- Bij brief van 1 september 2025 heeft klager aan de gerechtsdeurwaarder een concept klacht en de aankondiging van aangifte terzake oplichting gestuurd.
- Hierop is bij e-mail van 3 september 2025 uitgebreid gereageerd door een medewerkster van het gerechtsdeurwaarderskantoor.
3. De klacht
Klager beklaagt zich er samengevat over dat:
a: hij gedurende de periode van april 2024 tot en met augustus 2025 herhaaldelijk heeft gevraagd om een duidelijke specificatie van de vorderingen, maar dat ondanks toezegging nooit een specificatie is geleverd. Klager heeft slechts globale totalen ontvangen, zonder de verplichte post-voor-post onderbouwing;
b: betalingen eenzijdig zijn afgeboekt op betwiste kosten en rente;
c: de gerechtsdeurwaarder op 1 mei 2025 een specificatie heeft verstrekt met een saldo van € 2.673,96, terwijl op 28 augustus 2025 een specificatie werd verstrekt waarop het saldo € 747,30 bedroeg, zonder enige verklaring of onderbouwing. Dit toont aan dat de oorspronkelijke vordering van mei 2025 onrechtmatig was.
4. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder
De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.
5. De beoordeling van de klacht
5.1 Gerechtsdeurwaarders zijn op grond van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaar ders wet (Gdw) aan tuchtrechtspraak onderworpen voor handelen of nalaten in strijd met deze wet, de Wet Kwaliteit Incassodienstverlening of in strijd met wat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder betaamt. In deze beslissing wordt beoordeeld of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van artikel 34 Gdw oplevert.
5.2 De klacht is gericht tegen een met naam genoemde gerechtsdeurwaarder. Op grond van het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 augustus 2014 (ECLI:NL:GHAMS:2014:3696) dienen klachten die zijn gericht tegen een met naam genoemde gerechtsdeurwaarder te worden afgehandeld als zijnde tegen hem gericht. Ook wordt door klager de namen [ ] en [ ] genoemd, maar zij zijn blijkens het register van gerechtsdeurwaarders geen (toegevoegd) gerechtsdeurwaarder. De in aanhef genoemde gerechtsdeurwaarder wordt daarom als beklaagde aangemerkt.
5.3 Ten aanzien van klachtonderdelen a en b wordt het volgende overwogen. De gerechtsdeurwaarder heeft steeds op e-mailberichten van klager gereageerd en meermalen een algemene specificatie van de vorderingen aan klager gestuurd. Op
6 juni 2025 is schriftelijk een uitgebreide toelichting over de opgebouwde rente aan klager verstrekt, waarbij is aangeboden desgevraagd een gespecificeerd overzicht te verstrekken van de opbouw (betaling per maand, rente per termijn, afboeking). Klager heeft op 9 juni 2025 specifiek verzocht om dat overzicht van de opbouw van de saldi per post inzake dossiernummer 288.884. Ondanks herhaalde verzoeken heeft klager niet de gevraagde specificatie ontvangen. Pas op 3 september 2025, nadat klager had aangekondigd een klacht bij de kamer in te zullen dienen, is aan klager een specificatie betreffende de opgebouwde rente verstrekt. Ter zitting heeft de gerechtsdeurwaarder nog toegelicht dat rente wordt berekend voor iedere dag dat de huur niet tijdig betaald wordt. Nu pas op 3 september 2025 de gevraagde specificatie aan klager is verstrekt, is dit deel van de klacht gegrond. Voor zover klager het niet eens is met de (hoogte van de) vorderingen, dient klager zich tot de civiele rechter te wenden. Het tuchtrecht is hiervoor niet de geëigende weg.
5.4 Ten aanzien van klachtonderdeel c wordt het volgende overwogen. De (hoofd)vordering betreft achterstallige huurbetalingen. Aangezien dat een fluctuerende vordering betreft omdat steeds weer nieuwe huurbetalingen moeten worden gedaan, is de conclusie die klager daaruit trekt, namelijk dat de vordering van mei 2025 onrechtmatig was, niet voor de hand liggend. Dat geldt tevens voor de gevolgtrekking dat zonder klager de vordering niet zou zijn gecorrigeerd. Dit klachtonderdeel stuit hierop af.
5.5 De kamer verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en acht de maatregel van waarschuwing in dit geval passend en geboden. De kamer betrekt hierbij dat de gerechtsdeurwaarder weliswaar steeds tijdig op e-mailberichten van klager heeft gereageerd, maar pas op 3 september 2025 heeft voldaan aan het verzoek van klager van 9 juni 2025. Ook werd pas na een rappel van klager op dat bericht gereageerd. Bij deze stand van zaken ziet de kamer geen aanleiding om de gerechtsdeurwaarder te veroordelen in de kosten die ten laste van de kamer komen voor de behandeling van de klacht. Omdat de klacht gegrond is, dient de gerechtsdeurwaarder wel aan klager het betaalde griffierecht te vergoeden.
5.6 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart klachtonderdeel a gegrond;
- verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
- legt aan de gerechtsdeurwaarder voor het gegronde deel van de klacht de maatregel van waarschuwing op;
- bepaalt dat de gerechtsdeurwaarder aan klager het betaalde griffierecht
ad € 50,- vergoedt, nadat de beslissing onherroepelijk is geworden.
Aldus gegeven door mr. A.K. Mireku, plaatsvervangend-voorzitter, mr. B. Brokkaar en R. Elshof, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 september 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.