ECLI:NL:TDIVTC:2026:41 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/94

ECLI: ECLI:NL:TDIVTC:2026:41
Datum uitspraak: 16-06-2026
Datum publicatie: 14-09-2026
Zaaknummer(s): 2024/94
Onderwerp: Honden
Beslissingen:
  • Gegrond met waarschuwing
  • Ongegrond
Inhoudsindicatie: Hond. Dierenarts wordt verweten dat zij met betrekking tot een hond onvoldoende diagnostiek heeft verricht, dat zij onvoldoende expertise heeft om röntgenfoto’s te kunnen beoordelen en dat achteraf de patiëntenkaart is gewijzigd. Doordat te laat is gediagnosticeerd dat de hond een enkelbreuk had, is volgens klaagster onnodig veel tijd verloren gegaan om de botbreuk te behandelen en heeft de hond onnodig geleden. [Klacht deels gegrond met waarschuwing.]

HET VETERINAIR TUCHTCOLLEGE

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Uitspraak in de zaak van   

[naam],                                                             klaagster,

tegen

dierenarts [naam],                                          beklaagde.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

1. DE PROCEDURE

Het college heeft kennisgenomen van het klaagschrift, het verweerschrift, de repliek en de dupliek. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 februari 2026. Klaagster is verschenen, bijgestaan door mr. E.J. Brouwer-Van Vliet. Beklaagde is eveneens verschenen, bijgestaan door mr. I.E. Boissevain. Na de zitting is uitspraak bepaald.

2. DE KLACHT

Beklaagde wordt verweten dat zij met betrekking tot de hond van klaagster onvoldoende diagnostiek heeft verricht, dat zij onvoldoende expertise heeft om röntgenfoto’s te kunnen beoordelen en dat achteraf de patiëntenkaart is gewijzigd. Doordat te laat is gediagnosticeerd dat de hond een enkelbreuk had, is volgens klaagster onnodig veel tijd verloren gegaan om de botbreuk te behandelen en heeft de hond onnodig geleden.

3. DE VOORGESCHIEDENIS

3.1. Het gaat in deze zaak om de hond van klaagster, een Pointer (teef) genaamd [naam hond] (hierna: de hond), die 1 jaar oud was ten tijde van de gebeurtenissen die tot de onderhavige procedure hebben geleid.

3.2. Op donderdag 7 september 2023 is klaagster met de hond zonder afspraak naar de praktijk van beklaagde gekomen. De hond was aangereden, liep mank en had meerdere open wonden aan het dijbeen en de linkerenkel. De hond is direct geholpen door beklaagde volgens de zogenoemde ABCDE-methode, een werkwijze in de acute zorg om levensbedreigende situaties te herkennen en behandelen. Zij heeft de hond gestabiliseerd en is overgegaan tot wondbehandeling en verzorging. Omdat het meerdere wonden betrof is de hond onder narcose gebracht voor het schoonspoelen, desinfecteren en hechten van de wonden. Tijdens de narcose heeft beklaagde een medio-laterale röntgenfoto gemaakt. Na de behandeling heeft beklaagde pijnstilling, antibiotica en lasertherapie voorgeschreven en geadviseerd om de hond rustig te houden en aangelijnd uit te laten.

3.3. De hond heeft in september 2023 meerdere keren bij de praktijk van beklaagde lasertherapie gekregen voor de wondgenezing. Voorafgaande aan het laatste bezoek aan de praktijk had klaagster opgemerkt dat de hond opeens mank liep met de linker poot. Klaagster heeft vervolgens pijnstillende medicatie voor de hond meegekregen.

3.4. Op 4 oktober 2023 kwam klaagster met de hond op een controleconsult. Klaagster gaf aan dat het in eerste instantie beter ging totdat de hond na 10 dagen mank liep aan de linker achterpoot. Beklaagde heeft een klinisch onderzoek verricht en voorgesteld röntgenfoto’s te maken. Dit is op 9 oktober 2023 gebeurd, dit keer in 2 richtingen. Beklaagde heeft klaagster laten weten dat zij de foto’s ter beoordeling zou doorsturen naar een andere praktijk met specifieke orthopedische expertise.

3.5. Op 13 oktober 2023 is aan klaagster telefonisch bericht dat de foto’s op de andere praktijk waren beoordeeld en dat werd geadviseerd om daar een CT-scan te laten maken vanwege geconstateerde gewrichtsovervulling in het linker hakgewricht c.q. talocrurale overgang en osteosclerose. Op 6 november 2023 is op die andere praktijk een CT-scan gemaakt. Daaruit is een volledig dwarse fractuur gebleken van de linker mediale malleolus met een klein bijkomend fragment caudaal hiervan, een uitgesproken weke delen zwelling van het linker hakgewricht en milde artrose. Er zijn vanuit die praktijk behandeladviezen gegeven. Klaagster heeft zich vervolgens echter, geschrokken van de gediagnosticeerde enkelbreuk, tot een andere dierenarts gewend voor advies over het verdere vervolg.

3.6. Klaagster heeft beklaagde aansprakelijk gesteld voor geleden schade, welke aansprakelijkheid is afgewezen. Hierna heeft klaagster de onderhavige klacht ingediend.  

4. HET VERWEER

Beklaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Op dit verweer zal hierna, voor zover nodig, worden ingegaan.

5. DE BEOORDELING

Vooraf

5.1. In het geding is de vraag of beklaagde is tekortgeschoten in de zorg die zij als dierenarts had behoren te betrachten ten opzichte van de hond van klaagster, met betrekking tot welk dier haar hulp was ingeroepen, zoals bedoeld in artikel 8.15 juncto artikel 4.2 van de Wet dieren.

5.2. Bij de beoordeling van de klacht geldt als uitgangspunt dat de in het veterinair tuchtrecht te toetsen zorgvuldigheidsnorm niet zo streng is dat alleen de meest optimale diergeneeskundige zorg voldoet. De maatstaf is dus niet of het diergeneeskundig handelen van de dierenarts beter had gekund, maar of deze in de specifieke omstandigheden van het geval als redelijk handelend en redelijk bekwaam vakgenoot is opgetreden.

5.3. Beklaagde wordt als eerste verweten dat zij bij het eerste consult onvoldoende diagnostisch onderzoek heeft verricht. Klaagster stelt dat als er toen meer röntgenfoto’s waren gemaakt, de enkelbreuk direct gediagnosticeerd en behandeld had kunnen worden. Uit hetgeen op de zitting naar voren is gekomen richt deze klacht zich met name op het feit dat beklaagde op 7 september 2023 slechts één röntgenfoto heeft gemaakt. Beklaagde heeft hierover verklaard dat de door haar verleende spoedhulp, voorafgaand aan haar drukke spreekuur, gericht was op het behandelen van de meest urgente en eventueel levensbedreigende problemen, het stabiliseren van de ademhaling en het monitoren van de vitale functies. De röntgenfoto was alleen bedoeld om er zeker van te zijn dat er geen fracturen van de tibia/fibula of femur waren opgetreden. De narcosetijd is bewust kort gehouden, om de alertheid en ademhaling van de hond beter te kunnen monitoren vanwege mogelijke interne schade, die toen nog niet bekend was. Beklaagde heeft erop gewezen dat om te weten of er nergens een fractuur of fissuur is ontstaan, van elk gewricht en van alle benige delen een röntgenfoto moet worden gemaakt, wat niet gebruikelijk, tijdrovend en ook kostbaar is. Beklaagde heeft verder aangevoerd dat niet uitgesloten is dat de enkelbreuk op een later moment is ontstaan en dat mogelijk direct na de aanrijding en in de weken daarna geen sprake is geweest van een fractuur maar van een fissuur die aan het genezen was, maar die door los lopen en wild spelen alsnog een fractuur is geworden.

5.4. Het college is van oordeel dat indien een hond, zoals hier het geval, wonden tot op het bot heeft, een enkele röntgenfoto in één richting een onvoldoende beeld geeft voor een goede inschatting van de eventuele schade en dat ook in spoedgevallen ten minste röntgenfoto’s in twee richtingen behoren te worden gemaakt. Beklaagde heeft onvoldoende gemotiveerd waarom zij geen tweede röntgenfoto van de linker poot heeft gemaakt. Daarbij geldt dat de hond lopend de praktijk was binnen gekomen, toch al onder narcose was voor de wel gemaakte röntgenfoto en het maken van een tweede foto relatief weinig extra tijd en kosten met zich mee had gebracht en mogelijk relevante informatie had opgeleverd. Dit klachtonderdeel is gegrond.   

5.5. De tweede klacht betreft dat beklaagde onvoldoende expertise heeft om röntgenfoto’s te beoordelen. Tussen partijen is niet in geschil dat de enkelbreuk niet te zien was op de gemaakte röntgenfoto van 7 september 2023. Over de niet gemaakte tweede foto bij dat eerste consult heeft het college hiervoor reeds geoordeeld. Het college overweegt anderzijds dat breuken niet altijd goed te zien zijn op röntgenfoto’s en dat ook niet zonder meer vast staat dat, als er twee foto’s in twee richtingen zouden zijn gemaakt, de later middels een CT-scan geconstateerde enkelbreuk direct al had kunnen worden gediagnosticeerd. Van de eerstelijnsdierenarts kan verder niet altijd worden verlangd specifieke expertise te hebben voor het beoordelen van orthopedische röntgenfoto’s. In die situatie ligt een externe beoordeling in de rede. Beklaagde heeft in dat kader in tweede instantie correct gehandeld door de op 9 oktober 2023 gemaakte foto’s ter beoordeling door te sturen naar een andere praktijk met specifieke ervaring op orthopedisch gebied en om de beoordeling van die praktijk te volgen. Dit klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard.

5.6. De derde klacht betreft het achteraf wijzigen van de patiëntenkaart. Klaagster stelt dat er twee versies van de patiëntenkaart zijn en dat in de aan haar achteraf verstuurde versie een notitie staat waaruit blijkt dat op 10 oktober 2023al duidelijk was dat de enkel was gebroken en dat die informatie aan haar is achtergehouden. Beklaagde heeft gesteld dat geen sprake is geweest van het bewust achterhouden van informatie, maar dat door de praktijk bij orthopedische aandoeningen altijd vrijblijvend meerdere orthopeden worden geraadpleegd en dat hun antwoorden soms per telefoon of e-mail binnenkomen en voor intern gebruik worden genoteerd, maar niet zijn bedoeld als informatie voor de eigenaar. Beklaagde stelt dat bij het toesturen van het volledige dossier aan de verzekeraar deze interne notitie per abuis is meegestuurd. Dit volledige (voor intern gebruik bedoelde) patiëntendossier is kennelijk achteraf ook in handen van klaagster gekomen. Het staat ook niet vast dat het beklaagde is geweest die deze notitie, die kennelijk zag op een (informele, voorlopige) mening van een geraadpleegde orthopeed, in het dossier heeft gemaakt. Dit klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard.

6. DE BESLISSING

Het college:

verklaart de klacht gegrond voor zover het betreft het verrichten van onvoldoende diagnostisch onderzoek door tijdens het consult op 7 september 2023 geen röntgenfoto’s in twee richtingen te maken;

geeft beklaagde daarvoor een waarschuwing, als bedoeld in artikel 8.31, eerste lid, onderdeel a, van de Wet dieren,

Aldus vastgesteld te ’s-Gravenhage door mr. A.J. Kromhout, voorzitter, en door de leden drs. M. Lockhorst, drs. B.J.A. Langhorst-Mak, drs. A.C.M. van Heuven-van Kats en drs. M.J. Wisse en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026.