ECLI:NL:TDIVTC:2026:14 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/77
| ECLI: | ECLI:NL:TDIVTC:2026:14 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 22-01-2026 |
| Datum publicatie: | 01-09-2026 |
| Zaaknummer(s): | VTC 2024/77 |
| Onderwerp: | Honden |
| Beslissingen: | Gegrond met waarschuwing |
| Inhoudsindicatie: | Hond. Dierenarts treft het verwijt net betrekking tot een hond ten onrechte euthanasie te hebben voorgesteld op basis van een onjuiste diagnose (een bottumor). [Klacht gegrond, volgt waarschuwing.] |
HET VETERINAIR TUCHTCOLLEGE
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Uitspraak in de zaak van
[naam], klaagster,
tegen
dierenarts [naam], beklaagde.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1. DE PROCEDURE
Het college heeft kennisgenomen van het klaagschrift, het verweer, de repliek en de dupliek. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2025. Beklaagde is verschenen. Klaagster is met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. Na de zitting is uitspraak bepaald.
2. DE KLACHT
Beklaagde wordt verweten met betrekking tot de hond van klaagster in zijn onderzoek en diagnosestelling te zijn tekortgeschoten door ten onrechte euthanasie voor te stellen op basis van een onjuiste diagnose (een bottumor).
3. DE VOORGESCHIEDENIS
3.1. Het gaat in deze zaak om de hond van klaagster, een Golden Retriever (reu) met de naam [naam hond] (hierna; de hond), 13 jaar oud ten tijde van de gebeurtenissen die tot deze klacht hebben geleid.
3.2. Klaagster was op vakantie en had de hond ondergebracht bij een oppas. De hond had in het verleden een Tibial Tuberosity Advancement (TTA) operatie ondergaan en leed aan artrose, waarvoor ontstekingsremmende en pijnstillende medicatie, te weten Cimalgex en Rimadyl, werden voorgeschreven door de eigen dierenarts.
3.3. Op zaterdag 20 juli 2024 vernam klaagster van de oppas dat de hond pijn leek te hebben in de betreffende poot. Klaagster heeft de oppas verzocht Cimalgex aan de hond te geven. De volgende dag liet de oppas weten dat het beter leek te gaan, maar dat de hond wel moeilijk liep. Op maandag 22 juli 2024 aan het eind van de middag heeft klaagster de oppas gevraagd om die avond met de hond naar de lokale dierenarts (niet de eigen dierenarts) te gaan. De hond liep moeilijk en de poot leek dikker te zijn.
3.4. In de avond van maandag 22 juli 2024 is de oppas met de hond naar de praktijk van beklaagde gekomen. Beklaagde beschikte niet over de patiëntenkaart van de hond. Hij heeft een globaal klinisch onderzoek verricht. Hij heeft de poot bevoeld en constateerde een verdikking. De poot was verder instabiel en bungelde. Beklaagde ging uit van een bottumor met mogelijk een breuk. Beklaagde, die niet de beschikking heeft over röntgenapparatuur, heeft verder aangegeven dat het niet beter zou worden en dat de hond beter kon worden geëuthanaseerd. Er is geen factuur opgemaakt. Met dit advies is de hond vervolgens weer met de oppas mee naar huis gegaan.
3.5. Op dinsdag 23 juli 2024 zijn de ouders van klaagster met de hond naar de praktijk van de eigen dierenarts gegaan en hebben zij gevraagd of de hond pijnstilling kon krijgen met de bedoeling om de euthanasie eerst uit te voeren als klaagster met haar gezin terug was van vakantie en om die periode te overbruggen. De behandelend dierenarts had wel inzage in de patiëntenkaart. Zij heeft een klinisch onderzoek uitgevoerd en daarbij geen verdikking gevoeld in de benige structuur. Ze zag wel dat de knie dik is, maar omdat de hond een TTA-operatie had ondergaan, werd dit als niet direct verontrustend of abnormaal gezien. Besloten is om een röntgenfoto te maken. Daarop waren geen duidelijke tekenen van een sarcoom (tumor) te zien. De (geopereerde) knie was lastig te beoordelen, maar er werden geen ernstige zaken gezien. Wel waren er tekenen van artrose en in de rug spondylitis. Deze dierenarts zag nog geen reden om de hond te laten inslapen. Er is voorgesteld om eerst antibiotica in te zetten en ook Kesium en Tralieve voor te schrijven, naast de Cimalgex. De radioloog van de kliniek kwam later ook tot de conclusie dat er op de röntgenfoto geen aanwijzingen voor een tumor te zien waren. De hond is in de periode hierna weer opgeknapt.
3.6. Klaagster heeft beklaagde per e-mail laten weten teleurgesteld te zijn in zijn diagnosestelling en euthanasieadvies en heeft verzocht hem de kosten van haar afgebroken vakantie te vergoeden en de later nog gemaakte kosten bij de eigen dierenartsenpraktijk. Beklaagde heeft per e-mail van op 22 augustus 2024 aan klaagster bericht dat hij nog steeds niet de gemaakte röntgenfoto had ontvangen, dat hij niet op de hoogte was gesteld van de eerdere TTA-operatie, dat hij vrij zeker was dat het een bottumor betrof en dat hij de oppas heeft verteld dat, als zij daarover meer zekerheid wilde hebben, er een röntgenfoto moest worden gemaakt bij een andere praktijk.
3.7. Eind augustus 2024 heeft klaagster de onderhavige klacht ingediend.
4. HET VERWEER
Beklaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Op dit verweer zal hierna, voor zover nodig, worden ingegaan.
5. DE BEOORDELING
Vooraf
5.1. In het geding is de vraag of beklaagde is tekortgeschoten in de zorg die hij als dierenarts had behoren te betrachten ten opzichte van de hond van klaagster, met betrekking tot welk dier zijn hulp was ingeroepen, een en ander als bedoeld in artikel 8.15 juncto artikel 4.2 van de Wet dieren.
5.2. Vooraf wordt opgemerkt dat het vaste tuchtrechtspraak is dat, wanneer partijen elkaar tegenspreken over bepaalde feiten en op grond van de beschikbare gegevens door het college niet kan worden vastgesteld van welke lezing moet worden uitgegaan, de klacht met betrekking tot het desbetreffende onderdeel niet gegrond kan worden bevonden. Dit berust niet op de opvatting dat het woord van klaagster minder geloof verdient dan dat van beklaagde, maar op het uitgangspunt dat het oordeel omtrent de tuchtrechtelijke verwijtbaarheid van het veterinair handelen of nalaten waarover is geklaagd, zijn grondslag behoort te vinden in feiten en omstandigheden die door het college als vaststaand kunnen worden aangenomen. Een tuchtmaatregel kan slechts op zodanige feiten en omstandigheden worden gebaseerd.
5.3. Naar vaste jurisprudentie geldt ook dat verzoeken om financiële compensatie of schadevergoeding buiten de reikwijdte van het veterinair tuchtrecht vallen en niet in behandeling worden genomen. Hierom zal het college het verzoek tot kostenvergoeding van klaagster onbesproken laten.
5.4. Klaagster verwijt beklaagde dat hij een onjuiste diagnose, te weten een bottumor, heeft gesteld en ten onrechte tot euthanasie heeft geadviseerd. Beklaagde heeft erkend dat zijn (waarschijnlijkheids)diagnose niet juist is geweest. Beklaagde stelt dat hij wel heeft aangegeven dat hij zelf niet beschikt over röntgenapparatuur, maar dat de dag erna bij een andere praktijk een röntgenfoto kon worden gemaakt. Ter zitting heeft beklaagde verklaard dat, indien hij geweten had van de TTA-operatie, hij ook zou hebben aangedrongen op een röntgenonderzoek elders. Klaagster heeft weersproken dat beklaagde niet op de hoogte was gebracht van de TTA- operatie en dat ook niet is besproken om de volgende dag een röntgenfoto elders te laten maken. Het college stelt vast dat klaagster zelf niet aanwezig was bij het gesprek tussen beklaagde en de oppas, waardoor niet met zekerheid kan worden vastgesteld welke informatie door de oppas wel of niet aan beklaagde is verstrekt.
5.5. Op de praktijk van de eigen dierenarts is geconstateerd dat de diagnose bottumor onjuist is geweest. Naar het oordeel van het college had beklaagde zijn advies tot een ingrijpende en onomkeerbare behandeling als euthanasie niet mogen geven zonder zijn waarschijnlijkheids-diagnose eerst door nader onderzoek bevestigd te krijgen. Erkend is dat hij niet daadwerkelijk heeft aangedrongen op een nader röntgenonderzoek elders. Dit had temeer in de rede gelegen, nu hij niet beschikte over de patiëntenkaart en alleen informatie van de oppas had, waarvan niet duidelijk is geworden wat die precies inhield. Ook het feit dat de hond gelet op diens ras al op vergevorderde leeftijd was maakt dit niet anders. Aldus wordt de klacht gegrond verklaard. Na te melden maatregel acht het college passend en geboden.
6. DE BESLISSING
Het college:
verklaart de klacht gegrond;
geeft beklaagde daarvoor een waarschuwing, als bedoeld in artikel 8.31, eerste lid, onderdeel a, van de Wet dieren.
Aldus vastgesteld te ’s-Gravenhage door mr. A.J. Kromhout, voorzitter, en door de leden drs. M. Lockhorst, drs. B.J.A. Langhorst Mak, drs. A.C.M. van Heuven- van Kats en drs. M.E.A. Cuppens-Joosten en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2026.