ECLI:NL:TAHVD:2026:60 Hof van Discipline 's Gravenhage 260038

ECLI: ECLI:NL:TAHVD:2026:60
Datum uitspraak: 19-02-2026
Datum publicatie: 19-02-2026
Zaaknummer(s): 260038
Onderwerp:
  • Zorg voor de cliënt
  • Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Verwijzing
Beslissingen: Voorzittersbeslissing
Inhoudsindicatie: Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het indienen van een klacht over verweerder is niet het ge-eigende middel om de wijze van behandeling van verweerder van het (naar het hof begrijpt) gehonoreerde verzoek van klager tot aanwijzing van een advocaat ter discussie te stellen. Klager dient zich hierover te verstaan met verweerder. Er is ook geen wettelijke grondslag op grond waarvan het hof aan klager een advocaat kan aanwijzen of daaromtrent aanwijzingen kan geven aan verweerder. Het is verder voor het hof onvoldoende duidelijk geworden op welke wijze verweerder volgens klager tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld, waarmee het ook voor verweerder onduidelijk is waartegen hij zich dient te verweren. 

Beslissing van de voorzitter van

het Hof van Discipline

van 19 februari 2026

in de zaak 260038

naar aanleiding van de klacht van:

klager

tegen:

verweerder

1 HET VERZOEK

De voorzitter van het hof verwijst naar het e-mailbericht van 10 februari 2026 van het secretariaat van de orde van advocaten Gelderland. Hierin wordt het hof verzocht om verwijzing van een door klager op 5 februari 2026 tegen verweerder in zijn hoedanigheid van deken ingediende klacht.

DE BEOORDELING

2.1 Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht tegen een deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en licht dit als volgt toe.

2.2 De voorzitter begrijpt uit de (summiere) toelichting op de klacht van klager dat deze betrekking heeft op een eerder verzoek van klager tot aanwijzing van een advocaat (artikel 13 Advocatenwet). Volgens klager heeft de aangewezen advocaat ervan afgezien om de zaak aan te nemen. Klager wil dat de deken een andere advocaat aanwijst die klager kan bijstaan.

2.3 Het indienen van een klacht over verweerder is echter niet het ge-eigende middel om de wijze van behandeling van verweerder van het (naar het hof begrijpt) gehonoreerde verzoek van klager tot aanwijzing van een advocaat ter discussie te stellen. Klager dient zich hierover te verstaan met verweerder. Er is ook geen wettelijke grondslag op grond waarvan het hof aan klager een advocaat kan aanwijzen of daaromtrent aanwijzingen kan geven aan verweerder. Het is verder voor het hof onvoldoende duidelijk geworden op welke wijze verweerder volgens klager tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld, waarmee het ook voor verweerder onduidelijk is waartegen hij zich dient te verweren. 

2.4 Gelet hierop zal de voorzitter de klacht van klager over verweerder niet verwijzen.

3 BESLISSING

De voorzitter van het Hof van Discipline:

wijst het verzoek tot verwijzing af.


Deze beslissing is genomen op 19 februari 2026 door mr. J.D. Streefkerk, plaatsvervangend voorzitter.

De beslissing is verzonden op 19 februari 2026.