We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TAHVD:2026:26 Hof van Discipline 's Gravenhage 260012

ECLI: ECLI:NL:TAHVD:2026:26
Datum uitspraak: 29-01-2026
Datum publicatie: 29-01-2026
Zaaknummer(s): 260012
Onderwerp: Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Verwijzing
Beslissingen:
  • Voorzittersbeslissing
  • Verwijzing
Inhoudsindicatie: Klacht tegen de deken wordt niet verwezen. Een (tucht)klacht tegen een deken is geen middel om zich te verzetten tegen de werkwijze van de deken in het onderzoek naar de klacht tegen een andere advocaat. Het tuchtrecht is daarvoor niet bedoeld. Voor de kwestie waarover wordt geklaagd is een andere klachtenprocedure met voldoende waarborgen omkleed. 

Beslissing van de voorzitter van
het Hof van Discipline

    
van 29 januari 2026
in de zaak 260012

    
naar aanleiding van de klacht van:
    
    
    
klager 
    
over:

verweerster 

1    HET VERZOEK

1.1    De voorzitter van het hof verwijst naar het e-mailbericht van datum 12 januari 2026 van klager met daarbij een klacht over verweerster. Kortgezegd ziet de klacht erop dat verweerster in het onderzoek naar een klacht van klager over mr. H te kortschiet in waarheidsvinding, bemiddeling en kennis.

1.2    Klager heeft opgemerkt dat deze klacht ook betrekking heeft op andere dekens en heeft gewezen op de klacht die bij het hof is geregistreerd onder nummer 260006.
 

2    DE BEOORDELING


2.1    Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht tegen een deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en licht dit als volgt toe.

2.2    Een (tucht)klacht tegen een deken is geen middel om zich te verzetten tegen de werkwijze van de deken in het onderzoek naar de klacht tegen een andere advocaat. Het tuchtrecht is daarvoor niet bedoeld. Voor de kwestie waarover wordt geklaagd is een andere klachtenprocedure met voldoende waarborgen omkleed. Een klager kan de klacht tegen de andere advocaat, na betaling van het griffierecht, voorleggen aan de raad van discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter. Klager heeft van die mogelijkheid ook gebruik gemaakt bij zijn klacht tegen mr. van M., zoals in de mail van 12 januari 2026 staat vermeld. Binnen de kaders van die procedure kan klager naar voren brengen op welke punten de visie van de deken volgens hem niet deugt en dat de tuchtrechter tot een andere conclusie zou moeten komen dan verweerster.

3    BESLISSING

De voorzitter van het Hof van Discipline:

- wijst het verzoek tot verwijzing af.

Deze beslissing is gewezen op 29 januari 2026 door mr. J. Blokland, voorzitter.

voorzitter

De beslissing is verzonden op 29 januari 2026.