We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TAHVD:2026:188 Hof van Discipline 's Gravenhage 260058

ECLI: ECLI:NL:TAHVD:2026:188
Datum uitspraak: 25-06-2026
Datum publicatie: 29-06-2026
Zaaknummer(s): 260058
Onderwerp: Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Verwijzing
Beslissingen: Voorzittersbeslissing
Inhoudsindicatie: Klacht wordt niet verwezen. Een klacht tegen een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen. Klager heeft toestemming gegeven om de zaak zonder zitting af te doen en heeft geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid om zijn klacht schriftelijk toe te lichten. Daarom staat tegen de beslissing niet de mogelijkheid van verzet open.

Beslissing van de voorzitter van

het Hof van Discipline

van  25 juni 2026

in de zaak 260058

naar aanleiding van de klacht van:

klager

tegen:

mr. M.A.R.C. Padberg

advocaat te Rotterdam

verweerder

1 HET VERZOEK

1.1 De voorzitter van het hof verwijst naar het e-mailbericht 23 februari 2026 van klager. Hierin verzoekt klager aan de voorzitter van het hof een klacht over verweerder te verwijzen naar een andere deken voor onderzoek en behandeling.

1.2 Klager heeft te kennen gegeven dat de wijze waarop verweerder zijn klacht heeft behandeld hem boos en emotioneel maakt. Verweerder heeft volgens klager tal van aannames gedaan, waaronder een aanname dat klager door middel van een google recensie bij de beklaagde advocaat probeert af te dwingen dat zij hem alsnog moet helpen. Dit is volgens klager niet waar. Klager stelt dat hij bewijs heeft dat hij op het moment dat hij de google recensie plaatste, al een nieuwe advocaat had. Klager stelt dat verweerder heeft gesuggereerd dat hij niet voldoende kan aantonen dat de advocate -waartegen klager een klacht heeft ingediend-  belafspraken niet nakwam en de telefoon meermaals niet opnam. Klager stelt dat hij dit kan aantonen.

1.3 Klager is van mening dat de uitspraak van verweerder gedaan is op corrupte wijze en/of onpartijdig. Klager wil een aanvraag indienen tot een nieuwe beslissing op zijn klacht omdat hij  vermoedens heeft dat verweerder onpartijdig (lees: partijdig) is.

1.4 Desgevraagd heeft klager aan het hof laten weten dat hij zijn klacht omtrent verweerder indient vanwege de -in zijn ogen- corrupte werkzaamheden van verweerder. Klager heeft het hof verzocht om zijn klacht te mogen toelichten op een zitting van het hof.

1.5 Nadat klager was uitgenodigd voor de zitting van 16 maart 2026, heeft klager laten weten dat hij toch geen behoefte heeft aan een zitting. Hij wil zijn standpunt schriftelijk toelichten.

1.6 Het hof heeft klager vervolgens in de gelegenheid gesteld om zijn standpunt schriftelijk toe te lichten. Hiervan heeft klager geen gebruik gemaakt.

2 DE BEOORDELING

2.1 Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht tegen een deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en licht dit als volgt toe.

2.2 Een klacht tegen een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen. Een klager kan de klacht tegen de andere advocaat, na betaling van het griffierecht, voorleggen aan de raad van discipline en aldus laten beoordelen door de tuchtrechter. Binnen de kaders van die procedure kan klager naar voren brengen op welke punten de visie van de deken volgens hem niet deugt en dat de tuchtrechter tot een andere conclusie zou moeten komen dan verweerder. Daarom zal de voorzitter de klacht tegen de deken niet verwijzen.

2.3 Nu klager toestemming heeft gegeven om de zaak zonder zitting af te doen en geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid om zijn klacht schriftelijk toe te lichten, staat tegen deze beslissing niet de mogelijkheid van verzet open.

BESLISSING

De voorzitter van het Hof van Discipline:

- wijst het verzoek tot verwijzing af.


Deze beslissing is genomen op 25 juni 2026 door mr. J.D. Streefkerk, plaatsvervangend voorzitter.

Plaatsvervangend voorzitter

De beslissing is verzonden op 25 juni 2026.