ECLI:NL:TADRSHE:2026:91 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-061/DB/LI
| ECLI: | ECLI:NL:TADRSHE:2026:91 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 27-07-2026 |
| Datum publicatie: | 27-07-2026 |
| Zaaknummer(s): | 26-061/DB/LI |
| Onderwerp: | Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Kwaliteit van de dienstverlening |
| Beslissingen: | Beslissing op verzet |
| Inhoudsindicatie: | Verzet. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch
van 27 juli 2026
in de zaak 26-061/DB/LI
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 17 maart 2026 op de klacht van:
klager
over:
verweerster
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 14 oktober 2025 heeft klager tegen verweerster een klacht ingediend. Op 23 januari 2026 heeft de raad het dossier met kenmerk K25-095 van de deken ontvangen.
1.2 Bij beslissing van 17 maart 2026 heeft de voorzitter van de raad de klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard.
1.3 Bij e-mail van 11 april 2026 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.
1.4 Partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzet tijdens de zitting van de raad op 15 juni 2026. Partijen zijn niet verschenen.
1.5 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de beslissing van de voorzitter is gebaseerd en van het verzetschrift.
2 FEITEN EN KLACHT
2.1 Voor een weergave van de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.
3 VERZET
3.1 De gronden van het verzet houden het volgende in:
De klachtenfunctionaris heeft de klacht niet behandeld. De klacht beperkt zich niet tot de dienstverlening, maar ziet ook op verweersters communicatie. Als verweerster geen procesbelang of kans van slagen ziet, heeft ze dus een inschattingsfout gemaakt bij het aannemen van de opdracht. Pas nadat klager verweerster had verzocht om verzet in te stellen kwam verweerster tot het oordeel dat dit geen kans van slagen had. Het aankondigen van een klacht en tuchtrechtelijke procedure vormt geen dreigement en de voorzitter is niet bevoegd om te oordelen over het gedrag van klager. Verweerster heeft niet aangetoond dat zij de content niet heeft laten verwijderen. Verweerster spreekt niet de waarheid. Het digitaal toegezonden dossier was niet compleet. De voorzitter heeft zich schuldig gemaakt aan ernstig misbruik van ambt en gezag en de voorzitter is onbekwaam, partijdig, niet onafhankelijk en onvoldoende subjectief en competent. Het beginsel van hoor en wederhoor is niet toegepast. De integriteit van de voorzitter is discutabel omdat hij heeft gekozen voor een geniepig achterkamertjesbesluit. De voorzitter beschikt over onvoldoende dossierkennis.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een
gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld
of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als
de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing
heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline:
- verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. J.M.H. Schoenmakers, voorzitter, mrs. J.R.G. Smulders, W.L.H. Aerts, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber-van de Langenberg als griffier, en uitgesproken op 27 juli 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 27 juli 2026